Bijdrage Partij voor de Dieren aan feite­lijke vragen­ronde Nota Dieren­welzijn


18 december 2007

Nr

Vraag

Blz
van


tot

1

Bent u bereid om deze nota dierenwelzijn in de prullenbak te gooien en de Kamer binnen twee maanden van een nieuwe nota Dierenwelzijn te voorzien die wel getuigt van enig ambitieniveau?

0

2

Deelt u de mening dat het ambitieniveau van deze nota bedroevend laag is en totaal geen rekening houdt met het belang dat dierenwelzijn heeft als maatschappelijke waarde in Nederland? Zo ja, bent u bereid om aanvullende scherpe ambities te formuleren en deze aan de Kamer voor te leggen? Zo neen, waarom niet en kunt u uitleggen waarom u deze nota wel ambitieus vindt en waar dat dan uit blijkt?

0

3

Bent u bereid om een echte nota dierenwelzijn op te stellen waarin niet alleen het meten van de mate van ongerief als uitgangspunt dient, maar waar de intrinsieke waarde van het dier en de mate waarin wij die waarde mogen aantasten centraal staat?

0

4

Bent u bereid om met organisaties die opkomen voor de belangen van dieren en daarbij dus niet handelen uit eigenbelang maar een maatschappelijke waarde vertegenwoordigen, in tegenstelling tot de sectorale belangenbehartigers, een belangrijke rol te laten spelen bij het opkrikken van de ambities in deze nota?

0

5

Hoe ziet de minister de houderij van de verschillende diersoorten over vijftien jaar? Hoe verhoudt deze visie zich met betrekking tot de vijf vrijheden van Brambell? Welke ambitie spreekt de minister uit met deze visie?

0

6

Wat is uw definitie van integraal duurzame houderijssytemen?

0

7

Hoe verhoudt de nota dierenwelzijn zich tot de wet dieren? Wat is de noodzaak van het indienen van het wetsvoorstel dieren? Kunt u per hoofdstuk van de nota aangeven wat de verschillen zijn met het voorstel van de wet dieren? Meent de minister dat de wet dieren ten opzichte van de nota dierenwelzijn een verbetering of een verslechtering betekent met betrekking van het ambitieniveau voor dierenwelzijn?

0

8

In 1987 is de Europese overeenkomst tot bescherming van kleine huisdieren opgesteld. Nederland heeft dit verdrag wel ondertekend, maar tot op heden nagelaten dit verdrag door de Staten Generaal te laten bekrachtigen. Landen als België, Duitsland en Frankrijk en zelfs nieuwe lidstaten als Tsjechië en Litouwen hebben het verdrag al geratificeerd. Wanneer is Nederland van plan dit verdrag ook eindelijk te laten bekrachtigen door de Staten Generaal?

0

9

Kunt u aangeven of u in het geval van het afschaffen van de apartheid, slavernij en kinderarbeid ook liever had gewacht totdat op Europese of mondiale schaal hierover overeenstemming was bereikt? Zo ja, waarom en hoe verhoudt zich dit tot de veranderende inzichten en kennis van een samenleving over morele en ethische kwesties en de wens om daar wat aan te doen? Zo neen, waarom wenst u wel af te wachten daar waar het om een beter dierenwelzijn gaat?

0

10

U stelt dat in het coalitie akkoord is vastgelegd dat respect voor het leven van mens, dier en natuur het leidend beginsel is. Kunt u aangeven op welke wijze u respect voor het dier en een respectvolle omgang met het dier in deze nota verder heeft uitgewerkt. Kunt u puntsgewijs aangeven hoe, na uitvoering van deze nota, het respect voor dieren is toegenomen, op welke terreinen en op welke wijze dat zichtbaar wordt? Kunt u daarnaast aangeven op welke meetbare wijze de respectvolle omgang met het dier wordt verbeterd?

5

11

Kunt u aangeven op welke wijze u de door u genoemde ‘verantwoordelijkheid die de mens draagt voor de aarde’ concreet heeft uitgewerkt in zichtbare en meetbare doelstellingen wat betreft dierenwelzijn per diergroep?

5

12

Kunt u aangeven op welke wijze u de doelstelling van het beleidsprogramma van het kabinet Balkende voor 2011, namelijk dat ‘productiedieren en gezelschapsdieren beter worden behandeld’ heeft vertaald naar meetbare en concrete verbeteringen? Welke dieren worden na het uitvoeren van de nota dierenwelzijn beter behandeld, hoeveel beter worden ze behandeld en op welke wijze draagt u zorg dat dit doel wordt behaald?

5

13

Kunt u aangeven waarom in 2011 slechts 5% van de stallen integraal duurzaam een diervriendelijk moeten zijn en voldoen aan de eisen die verder gaan dan de huidige wettelijke eisen. Kunt u aangeven waarom de overige 95% van de stallen dus niet integraal duurzaam en diervriendelijk hoeven te zijn? Kunt u aangeven hoe zich dit verhoudt tot het in het coalitie akkoord vastgelegde leidende beginsel dat uitgaat van respect voor het dier en een respectvolle omgang met het dier? Kunt u aangeven hoe u deze respectvolle omgang met dieren beziet, bijvoorbeeld bij dieren die vanwege gebreken in de manier waarop ze zijn gehuisvest lichamelijke ingrepen dienen te ondergaan om mutilatie van soortgenoten te voorkomen (staartknippen, snavelknippen, tanden vijlen)? Kunt u aangeven waarom u hierbij het wettelijk kader voor de huisvesting van dieren niet wenst op te schroeven naar een niveau waarbij deze ingrepen niet meer nodig zijn?

5

14

Kunt u aangeven waarom uw ambitieniveau voor de korte termijn zo laag is, en hoe dit zich verhoudt tot uw hogere ambitieniveau op de lange termijn van 15 jaar? Kunt u aangeven of en zo ja, op welke wijze u voorkomt dat u de echte ambities ten aanzien van de verbetering van het dierenwelzijn in Nederland overlaat aan uw opvolger?

5

15

Kunt u aangeven op welke wijze en binnen welke tijdsspanne u de door u geschetste ambities voor de lange termijn in de komende vijftien jaar wilt realiseren? Kunt u daarbij een overzichtelijk schema maken waarin de daarvoor benodigde stappen uiteen worden gezet en mijlpalen voor de komende vijftien jaar worden gemarkeerd?

5

16

Kunt u aangeven welke stappen u nu al zult ondernemen om te voorkomen dat de door u geschetste lange termijndoelstellingen en ambities ten aanzien van de verbetering van het welzijn van dieren door uw opvolger op de lange baan worden geschoven of niet worden doorgevoerd?

5

17

Kunt u aangeven welke mijlpalen ten aanzien van de verbetering van dierenwelzijn u tot 2022 heeft gepland om uw lange termijn ambities nu al gestalte te geven?

5

18

U refereert in de nota aan een enquête over dierenwelzijn die u heeft uitgevoerd. Kunt u aangeven op welke wijze u de enquête heeft opgezet en wie daarin is bevraagd? Kunt u aangeven op wat uw doel is met deze enquête en in op welke wijze u de resultaten heeft gebruikt?

5

19

Kunt u aangeven of de resultaten uit deze enquête representatief, onafhankelijk en gevalideerd zijn en zo ja, waar dat dan uit blijkt?

5

20

Kunt u aangeven waarom u de resultaten uit deze enquête in de nota dierenwelzijn vermeldt zonder aan te geven wat de status, doelstelling, strekking en betrouwbaarheid van deze enquête is?

5

21

Kunt u aangeven waarom in de consultatierondes gemiddeld 1 dierenwelzijnsorganisatie per ronde is uitgenodigd om deel te nemen, tegenover drie a vier belangenbehartigende organisaties met een economisch belang vanuit de desbetreffende sector?

5

22

Kunt u aangeven hoe u, door de beperkte mogelijkheid van dierenwelzijnsorganisaties om deel te nemen, een goed beeld heeft gekregen van de knelpunten, problemen en misstanden in de wijze waarop dieren in Nederland worden behandeld?

5

23

Kunt u aangeven hoe u, zoals u ze zelf noemt, de ‘zwakke waarden’ voldoende de kans heeft gegeven om geuit te worden in de consultatierondes en welke inspanningen u hiervoor heeft verricht om de belangen van het dier, zoals onder anderen vertegenwoordigd door dierenwelzijnsorganisaties serieus te nemen?

5

24

Kunt u aangeven in hoeverre u de inbreng van de verschillende deelnemers tijdens de consultatierondes heeft gebruikt voor de verdere vormgeving en inhoud van uw nota en in hoeverre u verschillende belangen heeft afgewogen?

5

25

Kunt u aangeven waarom u belangenbehartigende organisaties uit de veehouderij, visteelt, huisdieren, circusdieren, etcetera die met name economische belangen van hun leden vertegenwoordigen heeft uitgenodigd om deel te nemen aan de consultatierondes?

5

26

Kunt u aangeven in hoeverre u de economische belangen die deze organisaties vertegenwoordigen heeft meegenomen in de verdere vormgeving en invulling van de nota en in hoeverre u deze heeft afgewogen tegen de noodzakelijke verbeteringen voor het welzijn van dieren zoals is verwoord door onder anderen de betrokken dierenwelzijnsorganisaties?

5

27

Kunt u aangeven hoe het kan dat alle dierenwelzijnsorganisaties die u betrokken heeft bij het opstellen van de nota, teleurgesteld zijn over het resultaat?

5

28

Kunt u aangeven op welke wijze u heeft besloten de suggesties, verzoeken, opmerkingen en gesignaleerde problemen van de dierenwelzijnsorganisaties wel of niet mee te nemen en welke overwegingen daarbij doorslaggevend zijn geweest?

5

29

Kunt u per organisatie die u heeft geconsulteerd ter voorbereiding op deze nota aangeven welke van de door hen gemaakte opmerkingen wel zijn meegenomen en welke niet en waarom deze opmerkingen niet zijn meegenomen? Kunt u in ieder geval ingaan op de inbreng van de volgende organisaties: Dierenbescherming, Varkens in Nood, Dier en Recht, de Vissenbescherming, Wilde dieren de tent uit en de Faunabescherming?

5

30

Kunt u aangeven of en zo ja, op welke wijze u een economische analyse heeft laten uitvoeren om de kosten in kaart te brengen die zijn gemoeid bij het doorvoeren van dierenwelzijnsverbeteringen voor een dierwaardig leven van dieren in Nederland?

5

31

Kunt u aangeven in hoeverre de met de verbetering van dierenwelzijn gepaarde kosten mee hebben gespeeld bij het bepalen van het ambitieniveau van de voorgestelde maatregelen in de nota dierenwelzijn?

5

32

Kunt u aangeven of u het lijden van dieren in Nederland als leidend principe hebt gekozen bij het stellen van doelen en maatregelen in uw dierenwelzijnsnota of dat u zich vooral heeft laten leiden door het kostenplaatje dat aan het verbeteren van dierenwelzijn hangt? Kunt u aangeven op grond van welke criteria en randvoorwaarden u heeft besloten tot het stellen van doelen en verbeterpunten?

5

33

Kunt u aangeven welke criteria u heeft gehanteerd in het opstellen van de doelstellingen en in welke volgorde deze hebben bepaald in hoeverre het voortduren dierenwelzijnsproblemen door u wordt geaccepteerd? Kunt u aangeven op welke wijze u heeft bepaald dat andere criteria, zoals kosten voor het aanbrengen van dierenwelzijnsverbeteringen, inkomensgevolgen, vrije handels overwegingen, Europese regelgeving, etcetera van meer doorslaggevend belang zijn dan een striktere invulling van het leidend beginsel uit het coalitieakoord, namelijk een respectvolle omgang met het dier?

5

34

Kunt u aangeven waarom wettelijke eisen en regels voor het houden van konijnen, nertsen, kalkoenen en vleeskuikenouderdieren ontbreken en waarom u de productschapsverordeningen afdoende lijkt te vinden?

6

35

Kunt u aangeven waarom u vertrouwt op het bedrijfsleven als het gaat om het stellen van welzijnseisen aan het houden van zeer kwetsbare groepen dieren? Kunt u aangeven waarom de samenleving, welke dierenwelzijn een van de belangrijkste maatschappelijke waarden acht, gebaat is bij het overlaten van het opstellen en uitvoeren van welzijnseisen aan de sector zelf?

6

36

Kunt u aangeven welke belangen, andere dan economische, gediend zijn bij het overlaten van het opstellen van dierenwelzijnseisen aan een sector?

6

37

Kunt u aangeven waarom u het commercieel houden van konijnen en nertsen toestaat, terwijl uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat geen enkel houderijsysteem voldoende rekening kan houden met de minimum eisen die moeten worden gesteld aan de huisvesting en behandeling van deze dieren in gevangenschap? Kunt u aangeven waarom u deze dieren niet op de limitatieve lijst heeft laten plaatsen en welke overwegingen daarvoor van doorslaggevend belang zijn? Bent u bereid gezien de wetenschappelijke resultaten om het commercieel houden van konijnen en nertsen te gaan verbieden? Zo neen, waarom niet?

6

38

Kunt u aangeven waarom u ingrepen bij dieren in principe verbiedt en dan wel expliciet toestaat daar waar het ingrepen op varkens, kippen en runderen betreft. Kunt u aangeven waarom u deze ingrepen welk expliciet heeft toegestaan en welke overwegingen daarbij zijn gemaakt? Kunt u aangeven op basis van welke criteria u ingrepen expliciet toestaat terwijl deze bij wet verboden zijn?

6

39

Kunt u aangeven waarom u bij de EU regelgeving ten aanzien van dierenwelzijn alleen noemt dat er grote sprongen voorwaarts zijn gemaakt terwijl keer op keer blijkt uit gerapporteerde misstanden, maar ook uit wetenschappelijk onderzoek, dat het Europese niveau ten aanzien van vleeskippen, legkippen en het transport van dieren nog steeds beneden de norm is die zou moeten gelden om dieren van een respectvolle omgang te verzekeren?

6

40

Kunt u aangeven waarom u wel refereert aan het behaalde succes van de Europese vereiste om kalveren in grepen te huisvesten, maar achterwege laat dat het nog steeds is toegestaan dat deze kalveren niet zelf kunnen kiezen wanneer zij kunnen eten en drinken en dat zij nog steeds kunstmatig aan bloedarmoede moeten lijden?

6

41

Kunt u aangeven waarom u het een verdienste acht dat de regels voor transport van dieren op lange afstanden zijn ingesteld, terwijl het merendeel van de Nederlandse bevolking het onnodig vindt dat dieren over lange afstand worden getransporteerd?

6

42

U stelt dat vanwege het grote aantal spelers met verschillende belangen en opvattingen het binnen de EU niet eenvoudig is om overeenstemming te bereiken over regelgeving ten aanzien van dierenwelzijn. Kunt u aangeven waarom u dan niet in wil zetten op strengere Nederlandse eisen ten aanzien van dierenwelzijn om zo tegemoet te komen aan de wens van Nederlandse burgers om dierenwelzijn beter te verankeren in wet- en regelgeving?

7

43

Kunt u aangeven waarom u ervoor kiest Nederland niet voorop te laten lopen in Europa door het verbeteren van dierenwelzijn meer dan nu het geval is vast te leggen in Nederlandse wet- en regelgeving?

7

44

Kunt u aangeven wat er gaat gebeuren als in de WTO onderhandelingen het opnemen van dierenwelzijn in de Green Box niet zal slagen? Wat betekent dat voor de dieren in Nederland en de mate waarin zij worden beschermd?

7

45

Er bestaat een Europees actieplan voor dierenwelzijn. Kunt u een overzicht geven van de acties die tot nu toe zijn ondernomen naar aanleiding van dit actieplan? Wat is de status van dit actieplan? Wat is de inzet van de minister ten aanzien van dit plan? Wat is de reflectie op dit actieplan; is de minister hierover tevreden of vindt zij het te summier, en kan zij toelichten waarom?

7

46

Hoe verhoudt het Nederlandse beleid zich tot het Europese actieplan voor dierenwelzijn? Waar in dit plan zit ruimte voor het eigen beleid van de lidstaten?

7

47

Kunt u aangeven wat de inzet van de Nederlandse regering is bij het OIE en in hoeverre u een ambitieuze positie inneemt wat betreft het verankeren en verbeteren van dierenwelzijn in wereldwijd verband en waar uw inzet uit blijkt?

8

48

Kunt u aangeven in hoeverre de OIE kansen biedt op het gebied van het verbeteren ven dierenwelzijn en op welke punten zij juist een remmende factor is?

8

49

Kunt u aangeven welke inzet u voor de komende vier jaar in de OIE heeft gepland?

8

50

Kunt u aangeven waarom een toetsingskader ontbreekt om te bepalen welk dier welke mate van ongerief mag ondergaan?

9

51

Kunt u aangeven hoe u bepaalt welke soorteigen gedragingen dieren in gedomesticeerde omstandigheden nog moeten kunnen uitoefenen om zo de integriteit van het dier niet aan te tasten en om zo op een respectvolle manier met dieren om te gaan? En kunt u aangeven in hoeverre u dit toetst aan onomstotelijk vastgestelde criteria? Kunt u daarbij concreet ingaan op de behoefte aan varkens om te wroeten en in hoeverre een met plastic omhulde ketting is toegestaan om aan deze behoefte van wroeten te kunnen voldoen? Op basis van welke criteria heeft u bepaald dat een ketting toelaatbaar is om aan het wroetgedrag van varkens tegemoet te komen?

9

52

Kunt u aangeven waarom de ethische aspecten rond de wijze van omgang met dieren niet zijn meegenomen in de nota? Hoe is deze keuze tot stand gekomen?

9

53

Deelt u de mening dat de ethische aspecten rond de wijze van omgang met dieren een essentiële rol spelen in de beleidsvorming rondom dierenwelzijn? Zo ja, bent u bereid de nota te herschrijven waarbij deze ethische aspecten de grondsteen vormen? Zo neen, kunt u dit toelichten?

9

54

Bent u voornemens een apart beleidsstuk te presenteren rondom de ethische aspecten rond de wijze van omgang met dieren of hier een apart overleg over te agenderen? Zo neen, wat bedoelt u dan met de zin “Het spreekt voor zich dat deze vraagstukken er toe doen in het publieke debat, maar ze moeten onderscheiden worden van het vraagstuk van dierenwelzijn”?

9

55

Op welke wijze worden de vijf vrijheden van Brambell (vrij van honger, dorst, onjuiste voeding, thermaal en fysiek ongerief, pijn, verwonding of ziekten, angst, chronische stress en de vrijheid om een natuurlijk soorteigen gedragspatroon te kunnen hebben) die u noemt als parameters voor een goed dierenwelzijn, doorvertaald naar uw beleid in deze nota?

9

56

U stelt dat stress bij het inladen van dieren voor transport naar het slachthuis onvermijdelijk is, maar dat deze onvermijdelijke stress is toegestaan mits het zorgvuldig gebeurt en de stress tot een minimum wordt beperkt. Kunt u aangeven op basis van welke criteria u heeft vastgesteld of het inladen zorgvuldig gebeurt en hoe zijn deze criteria bepaald? Kunt u ook aangeven op basis van welke criteria u kunt vaststellen of de stress tot een minimum wordt beperkt? Wat is daarbij de maximaal toegestane stress en hoe stelt u vast of deze stressnorm wordt overschreden?

10

57

Kunt u aangeven op welke wijze u bepaalt of dieren chronisch stress ervaren en op welke wijze in de wet is verankerd dat het veroorzaken van chronische stress wordt voorkomen? Kunt u aangeven op welke wijze u deze uitgangspunten heeft geborgd in handhaving, controle en sanctionering van houders van dieren die dieren chronische stress bezorgen?

10

58

Kunt u aangeven op welke wijze u de definitie van dierenwelzijn, namelijk dat de houder van dieren de vijf vrijheden van het dier respecteert, in de praktijk heeft ingevuld? Kunt u daarbij aangeven wat u onder het ‘respecteren van de vijf vrijheden’ verstaat en in welke mate deze vijf vrijheden gerespecteerd dienen te worden? Welke meetbare criteria hanteert u daarbij?

10

59

Kunt u aangeven welk toetsingskader u hanteert om te kunnen vast stellen welke mate van ongerief is toegestaan?

10

60

Kunt u aangeven waarom een ethisch kader ontbreekt in de nota?

10

61

Kunt u aangeven op welke wijze u de zorgen van de Nederlandse samenleving over hoe we met dieren omgaan heeft meegenomen in de nota? Kunt u daarbij concreet aangeven op welke wijze deze zorgen tot uiting zijn gekomen in meetbare doelstellingen en concrete maatregelen om het dierenwelzijn te vergroten? Kunt u aangeven op welke wijze de overheid verantwoordelijkheid zal gaan nemen in het wegnemen van deze zorgen en in hoeverre deze zorgen zullen leiden tot strengere wettelijke kaders in de manier waarop we met dieren omgaan?

10

62

Kunt u aangeven in hoeverre u de analyses van WUR en RU waarin wordt gesteld dat er wezenlijke welzijnsknelpunten zijn, hebt meegenomen in uw nota? Waar blijkt dat uit en hoe heeft u deze bevindingen vertaald naar kaderstellende maatregelen en/of doelstellingen om deze welzijnsknelpunten weg te nemen?

10

63

Kunt u aangeven waarom u enerzijds constateert dat de samenleving eist dat het welzijn van dieren beter wordt gegarandeerd en dat u anderzijds een tijdshorizon van 15 jaar wilt hanteren terwijl juist nu de samenleving vraagt om grote verbeteringen?

10

64

Kunt u aangeven waarom u de lange termijn doelstellingen niet heeft vertaald naar concrete doelstellingen en maatregelen voor deze kabinetsperiode?

11

65

Kunt u aangeven op welke wijze u het perspectief dat het dier leidend is bij de inrichting van stallen en bedrijfsvoering heeft vertaald naar concrete doelstellingen en maatregelen voor deze kabinetsperiode?

11

66

Kunt u aangeven op welke wijze u de doelstelling dat dieren hun natuurlijk gedrag kunnen uiten, daglicht hebben en geen ingrepen hoeven te ondergaan heeft vertaald naar concrete doelstellingen en maatregelen voor deze kabinetsperiode?

11

67

Kunt u aangeven op welke wijze u de doelstelling dat gehouden dieren zichtbaar zijn voor burgers heeft vertaald naar concrete doelstellingen en maatregelen voor deze kabinetsperiode?

11

68

Kunt u aangeven op welke wijze u doelstelling dat hobby- en gezelschapsdierenhouders over voldoende kennis, informatie en ondersteuning bezitten heeft vertaald naar concrete doelstellingen en maatregelen voor deze kabinetsperiode?

11

69

Kunt u aangeven op welke wijze u de doelstelling dat consumenten over voldoende kennis, informatie en ondersteuning beschikken om een redelijke afweging te maken bij hun aankoop van dierlijke producten,heeft vertaald naar concrete doelstellingen en maatregelen voor deze kabinetsperiode?

11

70

Kunt u aangeven op welke wijze u de constatering dat de doelstellingen voor de veehouderij het economisch meest lastig zullen zijn heeft onderbouwd? Kunt u aangeven in hoeverre u deze constatering heeft laten meewegen in de keuzes die u maakt ten aanzien van het verbeteren van het dierenwelzijn in de veehouderij?

11

71

Kunt u aangeven of in uw beleid de economische consequenties voor veehouders of de zorg en het respect voor dieren leidend is geweest in het opstellen van deze nota? Kunt u aangeven waar dat uit blijkt?

11

72

Kunt u aangeven in hoeverre u bij het bepalen van de randvoorwaarden waarbinnen de veehouderij haar eigen verantwoordelijkheid draagt voor het welzijn van gehouden dieren, economische afwegingen heeft gemaakt waarbij niet het basisniveau van het welzijn van dieren als criterium werd genomen, maar de kosten die gemoeid zijn bij het overstappen op dit basisniveau van dierenwelzijn? Waaruit blijkt dat u dit wel/niet heeft gedaan?

11

73

Hoe definieert de minister het begrip 'maatschappelijke transparantie'?

11

74

U spreekt over verantwoordelijkheid bij de houder. Op welke verantwoordelijkheid doelt de minister precies? Kunt u dit nader toelichten?

11

75

Wat is de bedoeling van de minister met haar visie over 15 jaar, zijn dan alle producten diervriendelijk of zijn er dan nog steeds verschillende producten op de markt waarbij de consument moet kiezen tussen verschillende dierenwelzijnsniveaus?

11

76

Waarop baseert u de veronderstelling dat middels de zelfregulering die u voorstaat genoemde doelen gehaald kunnen worden? Is er zicht op de resultaten van een beleid dat vooral uitgaat van zelfregulering? Welke verwachtingen mogen we ontlenen aan de evaluatie van het beleid van de afgelopen jaren?

11

77

Over welke randvoorwaarden spreekt u? Gaat het hier om minimumnormen voor dierenwelzijn en duurzaamheid?

11

78

Hoe wordt de voortgang van zelfregulering gemonitord? Hoe wordt er eventueel bijgestuurd? Zijn er tussentijdse doelen gesteld en evaluatiemomenten ingelast?

11

79

Kunt u aangeven hoe het inzetten op het Europese level playing field, met de daarbij behorende ook door u zelf aangegeven traagheid in besluitvorming zich verhoudt tot uw constatering dat aanzienlijke welzijnsknelpunten resteren? Kunt u aangeven in hoeverre u zich ‘als hoeder van het maatschappelijk belang’ kunt vrijwaren van een strengere Nederlandse wet- en regelgeving ten aanzien van dierenwelzijn terwijl Nederlandse burgers daar wel in allerlei consultaties nadrukkelijk om hebben gevraagd?

12

80

Kunt u aangeven in hoeverre en op welke onderdelen, sector en dierenwelzijnsknelpunten u daadkrachtiger wilt optreden dan de Europese regelgeving? Kunt u hiervan een aantal voorbeelden geven?

12

81

Kunt u aangeven op welke wijze uw constatering dat als Nederland voorop zal lopen met dierenwelzijn, de dieren er per saldo niets mee opschieten zich verhoudt tot het besluit om een eeuw geleden de kinderarbeid in Nederland af te schaffen?

12

82

Kunt u aangeven waarom u ervoor kiest, ondanks dat u constateert dat Nederland nog grote welzijnsknelpunten kent, deze niet aan te pakken zolang deze problemen zich naar het buitenland verplaatsen?

12

83

Kunt u aangeven of u in het hypothetische geval dat u degene was die kinderarbeid in Nederland had kunnen afschaffen dezelfde keuze gemaakt en kinderarbeid in Nederland had laten voortduren omdat de arbeid zich anders zou verplaatsen naar kinderen in andere landen? Zo neen, kunt u aangeven waarom het in geval van kinderarbeid een andere discussie is?

12

84

Kunt u duidelijk maken in hoeverre uw zorg voor de export van welzijnsproblemen voor dieren, en daarmee het laten voortduren van ernstige welzijnsknelpunten in Nederland, samenhangt het beschermen van de Nederlandse veehouderij tegen de economische consequenties als gevolg van hogere dierenwelzijnseisen binnen de landsgrenzen?

12

85

Kunt u aangeven wat u bedoelt met dat u ‘niet lijdzaam gaat afwachten wat Europa doet’? Kunt u aangeven welke concrete stappen u onderneemt en welke doelen u zichzelf hebt gesteld om ‘met kracht’ te strijden voor een verbetering van dierenwelzijn op EU niveau? Kunt u aangeven welke successen u op dat vlak wenselijk en haalbaar acht? Kunt u aangeven wanneer u tevreden terug kunt kijken aan het einde van de kabinetsperiode op de strijd die u in europa geleverd heeft?

12

86

Kunt u aangeven hoe u de door uw gewenste verantwoordelijkheid van retail, horeca en consument voor een beter dierenwelzijn in Nederland zich verhoudt tot het feit dat meer dan 70% van de dierlijke productie in Nederland wordt ge-exporteerd?

12

87

Kunt u aangeven op welke wijze u de buitenlandse consument, retail en horeca, welke goed is voor ruim 70% van de Nederlandse productie gaat aansporen om bij hun aankoopgedrag rekening te houden met het welzijn van dieren in Nederland?

12

88

Kunt u aangeven of u de verantwoordelijkheid van retail, horeca en consument voor een beter dierenwelzijn in Nederland van voldoende sturingskracht vindt getuigen, gezien het feit dat zij nog geen 30% uitmaken van de totale vraag naar Nederlandse dierlijke producten, om de Nederlandse veehouderijsector meer dierenwelzijnsvriendelijk te laten opereren?

12

89

Kunt u aangeven hoe u aankijkt tegen de uitspraken van LTO eerder dit jaar waarin zij aangaven dat zij niet meer aan de Nederlandse vraag voor varkensvlees wilden voldoen nadat het CBL had aangekondigd vanaf 2009 alleen nog maar vlees van verdoofd gecastreerde biggen in de schappen te willen? Kunt u aangeven hoe dit zich verhoudt tot uw aanname dat de markt en de sector een groot deel van de verantwoordelijkehid voor een beter dierenwelzijn kan dragen?

12

90

Kunt u aangeven hoe uw streven naar het realiseren van een hoger niveau van dierenwelzijn en het daarbij toekennen van een belangrijke rol aan het marktmechanisme zich verhoudt tot uw eerdere uitspraak dat het vooral de overheid is die hoeder is van het publieke belang en de zwakke waarden in de samenleving?

12

91

Kunt u aangeven waarom u er niet voor kiest het zogenaamde ‘tussensegment’ niet het basisniveau te laten zijn van wat er in de schappen van de supermarkt wordt aangeboden zodat de consument geen foute keuzes meer hoeft te maken?

12

92

Kunt u aangeven of u het wenselijk acht dierlijke producten, waarvan u zelf onderkent dat aan het productieproces belangrijke dierenwelzijnsknelpunten kleven, uit de schappen te weren? Zo ja, op welke wijze bent u voornemens daar wat aan te gaan doen en binnen welke termijn? Zo neen, waarom niet?

12

93

Waarom is gekozen voor het ontwikkelen van het nieuwe wetsvoorstel Dieren, nog voordat de GWWD volledig is ingevuld of de werking hiervan ooit is geëvalueerd?

12

94

Waarop baseert u de stelling dat met het nieuwe wetsvoorstel Dieren niet wordt afgedaan aan het beschermingsniveau van de GWWD? Hoe wordt dit gegarandeerd?

12

95

Op welke wijze in welke mate zal het nieuwe wetsvoorstel Dieren bescherming bieden aan dieren tegen acties die indruisen tegen de vijf vrijheden van Brambell (vrij van honger, dorst, onjuiste voeding, thermaal en fysiek ongerief, pijn, verwonding of ziekten, angst, chronische stress en de vrijheid om een natuurlijk soorteigen gedragspatroon te kunnen hebben)?

12

96

Kunt u aangeven hoe vaak er sinds de inwerkingtreding van de GWWD een maximumstraf is opgelegd voor het overtreden van het verbod op dierenmishandeling? Zo neen, waarom bestaat hier geen overzicht van? Bent u bereid het aantal overtredingen van het verbod op dierenmishandeling en de hierbij opgelegde straffen te registreren, zodat er een eenduidig overzicht ontstaat, ontwikkelingen gemonitord kunnen worden en er kan worden bezien of de huidige strafmaat voldoende ruimte biedt?

13

97

Deelt u de mening van -onder andere, prof. Dr. Mr. Freriks van de Universiteit Utrecht, wanneer zij stelt dat er geen reflectie heeft plaatsgevonden op het huidige beleid alvorens er nieuwe maatregelen worden aangekondigd en dat het bijvoorbeeld weinig effectief is om de maximale strafmaat te verhogen wanneer de huidige maximale strafmaat nooit wordt opgelegd (zie: http://www.dierenbescherming.n... )?
Deelt u de mening dat het huidige beleid en de huidige regelgeving eerst dient te worden geoperationaliseerd, voordat het wordt geherformuleerd?

13

98

Bent u bereid om de mogelijkheden te onderzoeken om een zelfstandig houdverbod te creëren, naast de aangekondigde verruiming van het houdverbod? Deelt u de mening dat dit meer recht zou doen aan de ambities uit het regeerakkoord dan de plannen die blijken uit deze nota?

13

99

Wat is uw reactie op het nieuws (http://www.dierenbescherming.nl/nieuws.php?gid=13&pid=1&id=1783) dat het vonnis voor een beruchte hondenhandelaar in hoger beroep is teruggedraaid op grond van het feit dat het Gerechtshof vond dat een bodemprocedure gevolgd had moeten worden en niet een kort geding? Welke maatregelen bent u voornemens te gaan treffen om te voorkomen dat dergelijke situaties zich in de toekomst opnieuw zullen voordoen en handelaren ongestraft blijven?

13

100

Deelt u de mening dat consumenten en burgers alleen verantwoord kunnen kiezen als zij inzicht hebben in alle aspecten van het productieproces van dierlijke producten en dat daarom in voorlichtingscampagnes aandacht besteed dient te worden aan de dierenwelzijnsknelpunten in de gangbare veehouderij? Zo ja, op welke wijze geeft u hier vorm aan? Zo neen, waarom niet?

16

101

Kunt u aangeven of u bereid bent om verplichtingen te stellen aan de manier waarop informatie wordt gegeven over de herkomst, productiewijze en mate van diervriendelijkheid van dierlijke producten om zo misleiding te voorkomen? Zo ja, bent u bereid hiervoor duidelike etiketteringsrichtlijnen te ontwikkelen? Zo neen, waarom niet en hoe verhoudt zich dat tot uw eigen opmerking dat transparantie rondom het productieproces en herkenbaarheid in het schap belangrijke voorwaarden zijn voor het maken van betere keuzes ten aanzien van diervriendelijke producten?

16

102

Kunt u aangeven of u bereid bent om het ‘redelijk anonieme vlees’ te voorzien van duidelijke etiketten waarbij de consument meteen kan zien in welke mate het vlees diervriendelijk is geproduceerd? Zo ja, op welke wijze en binnen welke termijn? Zo neen, waarom niet?

16

103

Kunt u concreet aangeven op welke wijze u wil bewerkstelligen dat ‘de boer een eerlijke prijs krijgt voor zijn product en dat de consument bereid is een meerprijs te betalen voor dierenwelzijn’? Kunt u aangeven welke beleidsinstrumenten u hiervoor gaat inzetten en welke resultaten u daarmee beoogt? Op welke meetbare doelen kan de Kamer u over drie jaar afrekenen?

16

104

Kunt u aangeven wat u onder een substantieel tussensegment (vlees tussen gangbaar en biologisch) verstaat? Welk percentage van de totale vleesconsumptie heeft u hierbij voor ogen en welke dierenwelzijnsverbeteringen worden hiermee gerealiseerd?

16

105

Kunt u aangeven of u consumenten in het buitenland die een marktaandeel hebben van 70% van de totale hoeveelheid dierlijke producten die in Nederland worden geproduceerd, gaat aansporen om meer diervriendelijk vlees te consumeren? Zo ja, op welke wijze en binnen welke termijn? Zo neen, waarom niet en accepteert u dan het voortbestaan van een veehouderij die dieronvriendelijk vlees voor de buitenlandse markt blijft produceren?

16

106

Kunt u aangeven wat u, naast ‘het bij elkaar brengen van verantwoordelijke personen’ zelf voor ene concrete stappen zult ondernemen en beleidsinstrumenten zult inzetten om het aanbod en de verkoop van diervriendelijke geproduceerd vlees te stimuleren?

16

107

Kunt u aangeven welke strekking en/of doelstelling het door u voorgestelde convenant zal hebben, binnen welke termijn dit convenant concrete resultaten beoogd en welke stok achter de deur u in zal zetten als het convenant niet gehaald zal worden?

16

108

Kunt u aangeven of ook buitenlandse afnemers, toch goed voor 70% van de dierlijke productie in Nederland, betrokken zullen worden bij het convenant? Zo ja, op welke wijze en met welk doel? Zo neen, waarom niet en welke consequenties heeft dat voor de realisatie van een diervriendelijker veehouderij in Nederland?

16

109

Kunt u aangeven of u het acceptabel vindt dat er in de toekomst een meer diervriendelijker veehouderijsegment voor de Nederlandse markt zal ontstaan die op welzijnsgebied bovenwettelijk opereert, terwijl de Nederlandse veehouderij voor de exportmarkt door kan gaan met het produceren tegen een minimum aan dierenwelzijnseisen? Zo ja, waarom vindt u dit acceptabel en bent u bereid om het minimum niveau aan dierenwelzijnseisen zo ver op te schroeven dat deze op zijn minst de vijf vrijheden van het dier respecteert? Zo neen, welke beleidsinstrumenten gaat u inzetten om deze tweedeling te voorkomen en binnen welke termijn gaat u dat doen?

16

110

Kunt u aangeven waarom een verplicht etiketteringsysteem handelsbelemmerend kan werken terwijl eenzelfde systeem voor biologische producten al jarenlang naar behoren functioneert?

17

111

Kunt u aangeven waarom u enerzijds stelt dat etikettering een belangrijk middel kan zijn om de consument te informeren over de mate van dierenwelzijn van een product, terwijl u anderzijds de pogingen daartoe volledig overlaat aan de markt en het maatschappelijk middenveld? Kunt u aangeven waarom u de verantwoordelijkheid niet zelf in handen wil nemen?

17

112

Kunt u aangeven of en zo ja, op welke wijze en bij wie u getoetst heeft welke verplichte etiketteringsystemen niet worden toegelaten vanwege mogelijke handelsbelemmerende effecten? Kunt u deze toetsingen met de Kamer delen? Zo neen, bent u bereid om een dergelijke toetsing alsnog uit te laten voeren?

17

113

Kunt u aangeven uit welk onderzoek of welke praktijkervaringen is gebleken dat verplichte etikettering niet is toegestaan vanwege handelsbelemmerende effecten? Kunt u deze onderzoeken of praktijkervaringen met de Kamer delen? Zo neen, bent u bereid om na te gaan of deze handelsbelemmerende effecten daadwerkelijk aanwezig zijn en de Kamer hierover binnen twee maanden te informeren?

17

114

Kunt u aangeven of u bereid bent om onderzoek te laten uitvoeren naar welke vormen van verplichte etikettering wel mogelijk zijn binnen de kaders van de WTO en deze in Nederland toe te passen om de consument te kunnen informeren over dierenwelzijn? Zo ja, binnen welke termijn zult u dit onderzoek laten uitvoeren? Zo neen, waarom niet, en hoe verhoudt zich dit tot uw opmerking dat ‘etikettering een wezenlijke bijdrage levert aan het in staat stellen van de consument om zijn verantwoordelijkheid te nemen’?

17

115

Kunt u aangeven waarom u ook bij etikettering vooral wacht op wat er in Europa gaat gebeuren, terwijl de kans groot is dat dit proces langer gaat duren dan dat de Nederlandse regering zelf het voortouw zou nemen om burgers goed te informeren over de mate van diervriendelijkheid van de dierlijke producten in de supermarktschappen?

17

116

Kunt u aangeven waarom u in de campagne gericht op het stimuleren van duurzame producten met als prioriteit het thema dierenwelzijn, consumenten niet verder wil informeren dan dat een kip of een varken niet kan kiezen en de consument wel?

17

117

Kunt u aangeven waarom u er niet voor heeft gekozen om in deze campagne veel sterker de omstandigheden waarin gangbaar geproduceerde kippen en varkens zich bevinden aan de consument duidelijk te maken, bijvoorbeeld over de ingrepen die zij moeten ondergaan en de huisvesting waarin zij zich bevinden?

17

118

Kunt u aangeven of u alsnog bereid bent om veel duidelijker in de informatiecampagnes aan te geven onder welke omstandigheden kippen en varkens worden gehouden en welke systemen ene hoger dierenwelzijn garanderen en welke het laagste niveau zijn? O ja, op welke wijze en binnen welke termijn? Zo neen, waarom niet?

17

119

Kunt u de doelstelling dat ‘85% van de Nederlandse bevolking realiseert zich dat men door de keuze voor bepaalde producten invloed heeft op het welzijn van dieren in de veehouderij’ verder concretiseren en aangeven wat u bedoelt met ‘realiseren’, ‘bepaalde producten’, ‘invloed’ en ‘welzijn van dieren in de veehouderij’? Kunt u daarbij aangeven welk kennisniveau deze 85% van de Nederlanders dient te bezitten over houderijsystemen van landbouwhuisdieren en de toegestane ingrepen?

17

120

Kunt u de doelstelling dat ‘in 2011 33% van de consumenten dierenwelzijn mee weegt bij de aankoopbeslissing van vlees’ verder concretiseren? Kunt u bevestigen dat u tevreden bent als 33% van de consumenten zegt na te denken over dierenwelzijn bij de aankoop van vlees en hoe verhoudt zich dat dan tot uw eerste doel waarin u iets soortgelijks beoogt? Of bent u pas tevreden als dierenwelzijn bij 33% van de consumenten daadwerkelijk de keuze voor de aankoopbeslissing heeft bepaald?

17

121

U stelt dat u de informatie over de relatie tussen dierenwelzijn en de prijs en kwaliteit van dierlijke producten op uw website gaat zetten. Gaat u daarbij ook aandacht geven aan de dierlijke producten die alleen voldoen aan de wettelijk eisen en dus niet bovenwettelijk diervriendelijk produceren en waarbij de mate van diervriendelijkheid van een dusdanig niveau is dat dierenwelzijnsknelpunten blijven voortduren? Zo ja, zet u de negatieve dierenwelzijnsaspecten, de zogenaamde knelpunten als verwoord door WUR en RUU ook op deze site zodat de consument ook op de hoogte is van de tekortkomingen van de wettelijke systemen? Zo neen, waarom niet en hoe voorkomt u dat consumenten alleen inzicht krijgen in de verschillen tussen de bovenwettelijke systemen zoals het tussensegment en biologisch en geen zicht hebben op de manier waarop dierlijke producten aan de onderkant van de markt zijn geproduceerd?

17

122

U stelt dat uit uw eigen enquête blijkt dat bijna de helft van de respondenten vindt dat de overheid niet voldoende aandacht heeft voor dierenwelzijn. In uw verklaring schets u vooral wat dierenwelzijn volgens u niet is en waarom deze mensen daarom niet de overheid dienen aan te spreken. U geeft echter geen verklaring voor waarom bijna de helft van de mensen vindt dat de overheid niet voldoende aandacht heeft voor dierenwelzijn. Zou u dat alsnog kunnen doen?

18

123

Kunt u aangeven waarom u het belang dat mensen hechten aan een sterke overheid in het verbeteren van het welzijn van dieren en het bevorderen van duurzaam en diervriendelijk vlees in de schappen heeft vertaald naar beleidsmaatregelen die weinig tot niets te maken hebben met het verbeteren van het welzijn van dieren, zoals het openen van de deuren van de landbouw, het ondertekenen vaan een convenant, gerichte campagnes voor duurzame consumptie, etikettering op europees niveau en een eerlijke dialoog over dierenwelzijn?

18

124

Kunt u de door u genoemde elementen van uw aanpak richting burgers en consumenten koppelen aan meetbare en afrekenbare doelstellingen op het gebied van verbetering van dierenwelzijn? Kunt u aangeven op welke wijze Nederlandse productiedieren baat hebben bij de inzet van deze instrumenten, waarom u deze instrumenten het meest effectief acht in vergelijking tot alternatieven en hoeveel dieren als percentage van het totaal gehouden zullen worden in bovenwettelijke huisvestingssystemen als gevolg van de inzet van deze maatregelen?

18

125

Kunt u aangeven welk ethisch kader u hanteert in de uitwerking van de nota dierenwelzijn als het gaat om de mate waarin een dier mag worden gebruikt door de mens voor de productie van dierlijke producten?

19

126

Kunt u aangeven hoe het in het coalitieakkoord vastgelegde leidend beginsel van een respectvolle omgang met dieren zich verhoudt tot de maatregelen die u niet gaat nemen om de leefomstandigheden van landbouwhuisdieren te verbeteren, zoals bijvoorbeeld het voortduren van de ingrepen bij varkens?

19

127

Kunt u daarbij concreet aangeven waarom u ingrepen bij varkens (onverdoofd castreren, onverdoofd vijlen van tanden, onverdoofd knippen van staarten), ingrepen en doden van kippen (onverdoofd knippen van snavels, vergassen of versnipperen van haantjes), ingrepen bij runderen (onthoornen) blijft accepteren en hoe het voortduren hiervan zich verhoudt tot het leidend beginsel van dit kabinet, namelijk een respectvolle omgang met dieren?

19

128

Kunt u duidelijk maken op welke wijze u in de totstandkoming bent omgegaan met het door u genoemde spanningsveld tussen economie en dierenwelzijn? In hoeverre zijn economische gevolgen leidend gebleken bij het stellen van doelen en het bepalen van het ambitieniveau? Kunt u daarbij concrete voorbeelden geven?

19

129

Kunt u aangeven waarom u in de nota alleen het ongerief heeft meegenomen en andere maatschappelijke perspectieven op wat het dier toekomst of schaadt buiten beschouwing heeft gelaten? Kunt u aangeven op basis van welke criteria u deze beslissing heeft genomen?

19

130

Kunt u aangeven op welke wijze het ongerief is gescoord? Kunt u aangeven welke wetenschappelijke basis hiervoor is gehanteerd en of er ook andere methoden beschikbaar zij om ongerief bij dieren te meten?

19

131

Kunt u aangeven of de methode van het meten van ongerief zoals gebruikt in het onderzoek van WUR, wetenschappelijk onderbouwd zijn en ook buiten Nederland worden toegepast in wetenschappelijk onderzoek om ongerief te meten?

19

132

Kunt u aangeven of, en zo ja waarom u het onderzoek van Wageningen Universiteit betrouwbaar acht en waar dat uit blijkt?

19

133

Kunt u aangeven waarom u hebt gekozen voor een onderzoek naar ongerief onder dieren door de Wageningen Universiteit, terwijl deze ook belanghebbend kan zijn omdat zij grote delen van de financiering via het ministerie van LNV ontvangt en grote delen via derde geldstroom onderzoek voor het agrarisch bedrijfsleven?

19

134

Kunt u aangeven of en op welke wijze u heeft vermeden dat belangenverstrengeling optreedt bij de opzet en uitwerking van het onderzoek naar ongerief?

19

135

Kunt u aangeven of de betrokken onderzoekers bij het onderzoek naar ongerief onder landbouwdieren ook werken of hebben gewerkt in opdracht van het agrarisch bedrijfsleven? Kunt u aangeven op welke wijze u heeft gegarandeerd dat zij in het onderzoek alleen zuiver wetenschappelijke belangen dienden?

19

136

Kunt u voor de duidelijkheid een overzicht geven van de welzijnsknelpunten die het hoogst scoorden en die u tot onderwerpen heeft gemaakt in het vijfde hoofdstuk van uw nota?

19

137

Kunt u aangeven waarom u heeft gekozen voor de welzijnsknelpunten die het hoogst scoorden in de mate waarin zij ongerief bij dieren veroorzaken en dat u, ondanks het leed dit ongerief bij dieren veroorzaakt, ervoor heeft besloten om de komende drie jaar, tijdens de duur van deze kabinetsperiode, dit ongerief niet via wet- en regelgeving aan te pakken?

19

138

U stelt dat het stalklimaat, gladde en natte vloeren, de prikkelarme omgeving en de bedrijfsgebonden dierziekten belangrijke knelpunten zijn die veel ongerief bij dieren veroorzaken. Kunt u aangeven waarom u vervolgens geen enkele wettelijke eisen wilt stellen om het stalklimaat en dergelijke te verbeteren?

19

139

Kunt u aangeven welke garanties u heeft dat binnen vijftien jaar de stallen zo zijn ontworpen dat dieren geen ingrepen meer hoeven te ondergaan?

19

140

Kunt u aangeven op welke wijze u gaat bewerkstelligen dat deze stalontwerpen ook daadwerkelijk in de praktijk zullen worden toegepast?

19

141

Kunt u aangeven wat u bedoelt met dat ‘de nieuwe stalsystemen dienen zo te zijn ontworpen dat dergelijke ingrepen aan het aan het dier als gevolg van het huisvestingssysteem binnen 15 jaar in principe tot het verleden behoren’? Kunt u aangeven wat u onder ‘in principe’ verstaat? Kunt u aangeven of dit een toezegging is dat over 15 jaar alle ingrepen als gevolg van gebrekkige huisvesting niet meer worden toegestaan of dat u hier iets anders mee bedoelt?

19

142

Kunt u aangeven waarom u wel de welzijnsproblemen schetst die voortvloeien uit de gebrekkige huisvesting van landbouwhuisdieren in Nederland en dat u daaraan vervolgens geen eisen koppelt om deze huisvesting zo snel mogelijk te verbeteren?

19

143

Kunt u aangeven welke ambitie u heeft om integraal duurzame en diervriendelijke stallen ook daadwerkelijk in de praktijk in te voeren? Kunt u aangeven aan welke percentages diervriendelijke stallen u denkt in het jaar 2015 en waarom dat percentage volgens u voldoende is om de grote welzijnsknelpunten die de huidige stalsystemen hebben het hoofd te bieden?

19

144

Kunt u aangeven welk percentage van de landbouwhuisdieren aan het eind van de kabinetsperiode nog in stallen zitten waarvan u nu heeft laten vaststellen dat deze ernstige welzijnsknelpunten veroorzaken?

19

145

Kunt u aangeven op welke wijze de overheid zich gaat inzetten voor de ontwikkeling van integraal duurzame stallen en welke beleidsinstrumenten zij hiervoor zal gaan inzetten?

19

146

Kunt u aangeven op welke wijze u zult voorkomen dat nieuwe stalontwerpen niet ten koste gaan van het dierenwelzijn en kunt u aangeven welke criteria u daarvoor hanteert?

19

147

Kunt u aangeven welke ervaringen er al zijn op het gebied van integraal duurzaam ontwerpen en waarom u er niet voor kiest om eerst diervriendelijk te ontwerpen en pas daarna milieumaatregelen mee te nemen in het ontwerp om zo te voorkomen dat ontworpen stallen straks alleen zullen leiden tot ene compromis waarbij dieren nog steeds niet zijn gebaat?

19

148

Kunt u aangeven of u van mening bent dat dieren wat betreft hun welzijn het meest zijn gebaat bij een open stalsysteem?

19

149

Kunt u aangeven op welke wijze u zult omgaan met mogelijke conflicterende eisen aan stalsystemen als het gaat om het afvangen van emissies en het vergroten van dierenwelzijn? Kunt u aangeven welk belang dan zal prevaleren en op basis van welke criteria u hierin keuzes maakt?

19

150

Kunt u aangeven hoe u voorkomt dat het welzijn van dieren zal lijden onder de strengere eisen die worden gesteld aan om de milieu effecten van de (intensieve) veehouderij zoals het afvangen van ammoniak en andere schadelijke emissies? Kunt u aangeven op basis van welke criteria u de milieumaatregelen toetst op dierenwelzijn?

19

151

Kunt u aangeven waarom u, ondanks dat u het nee tenzij beginsel hanteert als het gaat om ingrepen bij dieren, geen strengere regels invoert in de ontwerpen van stalsystemen om zo ingrepen die sterk de integriteit van het dier aan tasten te kunnen verbieden?

19

152

Kunt u aangeven waarom de overheid zich slechts in wil zetten voor de ontwikkeling van duurzame stallen en waarom voor de toepassing daarvan in de praktijk geen beleidsmaatregelen worden genomen?

19

153

Kunt u aangeven waarom u enerzijds constateert en erkent dat de huidige stalsystemen knelpunten veroorzaken wat betreft het welzijn van dieren, dat deze ontwerpen hebben geleid tot talloze ingrepen die de integriteit van het dier aantasten, maar dat u vanuit de overheid niets zult doen om deze schrijnende situatie daadwerkelijk aan te pakken? Kunt u in dat verband uitleggen hoe u de overheid, als hoeder van de zwakke waarden in deze samenleving, ziet en hoe zich dit verhoudt tot het overlaten van verbeter4ingen op het gebied van huisvesting aan de sector zelf?

19

154

Kunt u aangeven, als het gaat om integraal duurzame stallen, op welke gerealiseerde aantallen, cijfers en percentages u tevreden terug kunt kijken aan het einde van uw ambtsperiode?

19

155

Kunt u aangeven op welke wijze u dierenwelzijn beziet in relatie tot andere factoren? Op welke wijze gaat u voorkomen dat het welzijn van dieren het onderspit delft als u deze afweegt tegen andere waarden? Welke criteria heeft u daarvoor ontwikkeld?

20

156

U stelt dat het welzijn van het dier en milieumaatregelen niet altijd samengaan. Kunt u aangeven welke van deze twee dan zwaarder weegt in uw beleid? Kunt u garanderen dat het welzijn van het dier niet zal lijden bij de maatregelen die worden genomen om de milieuproblemen van de veehouderij aan te pakken? Zo ja, op welke wijze? Zo neen, waarom niet?

20

157

Kunt u aangeven op welke wijze het afwegingskader verder vormgegeven zal worden en of dierenwelzijn daarin als een van de factoren zal worden opgenomen die tegen elkaar worden afgewogen of als randvoorwaarde waarbij het nemen van maatregelen op andere terreinen het welzijn van dieren niet mag schaden?

20

158

Kunt u aangeven welke wetenschappelijke disciplines zijn betrokken bij het ontwikkelen van het afwegingskader en waarom deze disciplines volgens u toereikend zijn om een afwegingskader te ontwikkelen dat voldoet aan de zorg van de samenleving over het welzijn van dieren in Nederland?

20

159

Kunt u aangeven of de onderzoekers die aan het afwegingskader werken, daarnaast ook onderzoek uitvoeren in opdracht van het agrarische bedrijfsleven? Zo ja, kunt u aangeven op welke wijze u belangenverstrengeling tracht te voorkomen? Zo neen, op welke wijze heeft u dat getoetst?

20

160

Kunt u aangeven in hoeverre in het afwegingskader economische belangen impliciet of expliciet worden meegenomen in het opstellen ervan?

20

161

Kunt u aangeven welke andere waarden worden meegenomen in het opstellen van het afwegingskader en welke belangen het zwaarst zullen wegen?

20

162

Kunt u aangeven waar het welzijn van het dier staat ten opzichte van de andere waarden in het afwegingskader en hoe de toetsing door de overheid zal plaatsvinden op het moment dat het afwegingskader klaar is?

20

163

Kunt u aangeven waarom u in plaats van maatregelen te nemen alleen maar verder onderzoek wil verrichten naar robuuste koeien en het wel of niet inzetten van robuuste koeien overlaat aan de sector zelf?

20

164

Kunt u aangeven waarom u, ondanks de gesignaleerde welzijnsproblemen als gevolg van te ver doorfokken op enkele rasaspecten, geen daadkrachtige maatregelen gaat nemen om deze welzijnsknelpunten te voorkomen?

20

165

Kunt u aangeven waarom u, ondanks de grote wens van de Nederlandse samenleving voor een beter dierenwelzijn voor de productiedieren in Nederland, wil wachten met het stellen van eisen, terwijl u anderzijds aangeeft dat het Europese proces gezien de diversiteit aan belangen een lang proces zal gaan worden bij het doorvoeren van verbeteringen op dierenwelzijnsgebied?

20

166

Kunt u duidelijk maken waarom u zelf niet het voortouw wil nemen in het stellen van hogere eisen binnen Europa?

20

167

Kunt u aangeven of u bereid bent om het goede voorbeeld aan Europa te geven, in Nederland de vleeskuikenrichtlijn verder aan te scherpen?

20

168

Kan de minister aangeven waarom zij het als een ambitie ziet om het Europese verbod op de legbatterij per 2012 te behouden? Deelt de minister de mening dat het risico dat het verbod op de legbatterij niet doorgaat, ene goede illustratie is van het feit dat we dierenwelzijnsverbeteringen niet aan Europa over moeten laten, maar zelf het voortouw moeten nemen?

20

169

Kan de minister aangeven of zij bereid is om in ieder geval te komen met een verbod op castratie in Nederland per 2015 en niet af te wachten of dat ook daadwerkelijk in Europees verband gerealiseerd kan worden?

20

170

Kan de minister aangeven op welke punten zij de Europese transportverordening wil aanscherpen en waarom zij dat nog niet voor Nederland alvast gaat doorvoeren om zo in Europa het goede voorbeeld te geven?

20

171

Kan de minister aangeven waarom zij zich alleen op Europees niveau in wil zetten voor een welzijnsregeling voor (opfok) vleeskuikenouderdieren, kalkoenen, nertsen en konijnen? Kan de minister aangeven hoe dit zich verhoudt tot de constateringen van diverse wetenschappelijke onderzoekers dat de huisvestings- en houderijsystemen ontoereikend zijn om ook maar enigszins tegemoet te komen aan de behoeften van deze dieren? Kan de minister aangeven hoe haar gebrek aan ambitie om op nationaal richtlijnen te stellen zich verhoudt tot de vijf vrijheden van Brambell, de zorgplicht voor dieren zoals vastgelegd in de GWWD en uw constatering dat respect voor het dier een leidend beginsel is van het coalitieakkoord?

20

172

Op welke wijze zal het dierenwelzijnsbeleid worden afgestemd op het afwegingskader dat eind 2008 gereed zal zijn, waarmee welzijn en andere maatschappelijke waarden worden afgewogen in geval van ingrijpende koerswijzigingen? Zullen ethische aspecten ook deel uitmaken van dit afwegingskader?

20

173

Kan de minister aangeven of zij de mening deelt dat de sterke toename van het permanent opstallen van melkkoeien zal leiden tot ongerief bij melkkoeien?

21

174

Kan de minister aangeven of zij de mening deelt dat bij de welzijnsdiscussie rondom het permanent opstallen van koeien, eigenlijk een indicator belangrijk is in het meten van de gewenste situatie voor de koe: namelijk dat melkkoeien kunnen kiezen om naar buiten gaan als je de staldeuren open zet?

21

175

Kan de minister aangeven waarom zij enerzijds constateert dat gladde en harde vloeren leiden tot belangrijke welzijnsproblemen in de melkveehouderij en anderzijds geen beleidsmaatregelen neemt of richtlijnen stelt waaraan stalvloeren dienen te voldoen?

21

176

Kan de minister aangeven waarom zij enerzijds vaststelt dat de infectiedruk op het bedrijf ene belangrijk welzijnsprobleem is bij melkveehouderijen, maar dat zij anderzijds geen beleidsmaatregelen neemt of richtlijnen opstelt om de infectiedruk te verlagen?

21

177

Kan de minister aangeven waarom zij enerzijds stelt dat de veelal verouderde stallen leiden tot welzijnsproblemen bij melkkoeien omdat zij te weinig ruimte hebben voor uitwijkgedrag en het ligcomfort beneden peil is, maar dat zij anderzijds hiervoor geen bindende richtlijnen opstelt?

21

178

Kan de minister aangeven waarom zij door het achterwege laten van concrete richtlijnen om het welzijn van melkkoeien te verbeteren de achterblijvers de hand boven het hoofd wil blijven houden, ten koste van het welzijn van de koeien, terwijl de voorlopers hogere kosten maken voor dierenwelzijnsinvesteringen die zij op een concurrerende markt nauwelijks terug zullen verdienen?

21

179

Kan de minister aangeven of zij bij het bepalen van haar beleidsambities in de veehouderij, de benodigde dierenwelzijnsverbeteringen als uitgangspunt heeft genomen, of dat zij zich vooral heeft laten leiden door de economische belangen die de sector heeft?

21

180

Kan de minister aangeven waarop zij precies doelt als zij zegt dat de overheid regelgeving met welzijnseisen voor de huisvesting van melkvee op gaat stellen? Kan de minister inzicht geven in concrete welzijnseisen die zij voor ogen heeft? Kan de minister aangeven binnen welke termijn deze eisen verplicht zullen zijn? Kan de minister aangeven welke welzijnsverbeteringen hiermee worden beoogd?

21

181

Kan de minister aangeven of zij bereid is om regelgeving in te voeren om gladde en natte stalvloeren te verbieden en minimumeisen voor comfortabele ligplaatsen voor te schrijven zodat de welzijnsproblemen op het gebied van de melkveehouderij?

21

182

Kan de minister aangeven waarom zij niet van plan is weidegang via richtlijnen of financiële prikkels te ondersteunen, mede doordat de weidemelk die nu wordt verkocht nog geen 10% uitmaakt van de totale productie van melk in Nederland en daardoor nooit een oplossing kan zijn om de koe in de wei te houden?

21

183

Kan de minister aangeven waarom zij toestaat dat een koe die maximaal 720 per jaar buiten staat al het stempel weidekoe mag hebben, terwijl deze koe voor het overgrote deel van zijn leven op stal staat?

21

184

Is de minister bereid om weidegang te verankeren in regelgeving om zo te garanderen dat melkkoeien ook in de toekomst hun natuurlijk gedrag, namelijk grazen, kunnen uiten? Zo ja, op we4lke wijze en binnen welke termijn? Zo neen, waarom niet en hoe verhoudt zich dit tot uw eerdere opmerking dat dieren hun natuurlijk gedrag moeten kunnen vertonen, ook in houderijsystemen?

21

185

Kunt u aangeven welke ambities u heeft ten aanzien het onthoornen van koeien? Bent u bereid om deze ingreep die de integriteit van het dier aantast ter discussie te stellen en maatregelen te nemen die leiden tot een stop op het onthoornen van koeien?

21

186

Kunt u aangeven waarom u in de nota dierenwelzijn geen aandacht heeft besteed aan het weghalen van de kalveren bij de moederkoe? Kunt u aangeven of u alsnog bereid bent om hierover een discussie met de sector aan te gaan en ambities over op te stellen?

21

187

Kunt u aangeven of u bereid bent te stimuleren dat melkveehouders hun kalveren bij de koe laten lopen? Zo ja, op welke wijze? Zo neen, waarom niet en hoe verhoudt zich dit tot uw uitspraak dat dieren hun natuurlijk gedrag moeten kunnen uiten?

21

188

Kunt u aangeven waarom u het geoorloofd acht dat dieren direct na hun geboorte bij hun moeder worden weggehaald, zodat de moederkoe haar natuurlijke zorggedrag niet kan uiten en de kalveren grote lichamelijke gevolgen ondervinden?

21

189

Kunt u aangeven waarom u enerzijds wel goed op de hoogte bent van de welzijnsproblemen die spelen in de melkveehouderij, maar anderzijds de ambitie ontbeert om daadwerkelijk tot verbeteringen van de situatie te komen? Kunt u daarbij duidelijk maken waarom u de door u gesignaleerde knelpunten niet hebt willen vertalen naar een kaderstellend, richtinggevend en randvoorwaardenstellend beleid?

21

190

Kunt u aangeven waarom u de verbetering van de transportcondities voor kalveren overlaat aan de sector zonder zelf strenge regels te stellen? Kunt u aangeven waarom u vertrouwen heeft in een sector die keer op keer laat zien economische belangen voorop te stellen en geen cent over te hebben voor het verbeteren van het welzijn van dieren?

22

191

Welke garanties heeft u ingebouwd dat de sector daadwerkelijk met concrete verbeteringen van de transportcondities zal komen en welke stokken heeft u achter de deur voor als blijkt dat de sector het niet serieus neemt?

22

192

Kunt u aangeven waarom u de import van kalveren uit andere Europese landen, die vaak onder deplorable omstandigheden over lange afstanden zijn vervoerd, nog steeds toelaat en de sector alleen oproept om minder afhankelijk te zijn? Kunt u aangeven waarom u niet bereid bent deze ongewenste transporten scherper te veroordelen, maar juist met uw promotiecampagne van kalfsvlees in het Middenoosten en China bijdraagt aan het voortduren van deze misstanden?

22

193

Kunt u aangeven waarom u het wenselijk acht dat de Nederlandse kalversector vlees gaat exporteren naar landen in het midden oosten en naar China en waarom u zich daarvoor hebt ingezet, terwijl dit houderijsysteem, ook volgens uw bevindingen, ernstige gebreken kent ten aanzien van dierenwelzijn?

22

194

Kunt u aangeven waarom u genoegen neemt met de verplichting om kalveren op rubber matten te huisvesten, terwijl stro op de vloer het minste is wat gedaan kan worden om het welzijn van deze dieren enigszins te verbeteren?

22

195

Kunt u aangeven of het nog steeds is toegestaan dieren slechts enkele keren per dag te voorzien van water en voer waardoor zij niet zelf toegang hebben tot drinkwater en eten? Zo ja, hoe verhoudt zich dit tot de vijf vrijheden van het dier van Brambell? Zo neen, op welke wijze is verplicht gesteld dat kalveren te allen tijde toegang dienen te hebben tot schoon water en voer en vrij zijn van honger en dorst?

22

196

Bent u bereid de sector te verplichten tot het permanent ter beschikking stellen van ruwvoer aan kalveren om zo pensproblemen tegen te gaan, tegemoet te komen aan de foerageerbehoefte en afwijkende gedragingen tegen te gaan?

22

197

Kunt u aangeven wat precies de ‘forse’ welzijnsverbetering is geweest van het huisvesten van kalveren in groepen en in hoeverre het samenvoegen van dieren in kale betonnen hokken zonder afleidingsmateriaal of mogelijkheden om natuurlijk gedrag te vertonen opgevat moet worden als een stap vooruit?

22

198

Bent u bereid afleidingsmateriaal voor kalveren verplicht te stellen om zo afwijkend gedrag bij kalveren te voorkomen?

22

199

Kunt u aangeven in hoeverre de anemie is verminderd, dus welk percentage van het totaal aantal kalveren in de witvleessector nog steeds lijdt aan gedwongen bloedarmoede en in hoeverre u de ambitie heeft om dit percentage te verlagen naar 0%?

22

200

Kunt u toezeggen dat u regels zal gaan stellen aan het minimum hemoglobinegehalte van kalveren? Zo neen, waarom niet en kunt u uitleggen hoe het kunnen laten voortbestaan van de situatie dat kalveren moedwillig aan bloedarmoede mogen lijden zich verhoudt tot de vijf vrijheden van het dier van Brambell en uw constatering dat respect voor het dier het uitgangspunt is van dit kabinet?

22

201

Kunt u aangeven waarom u de welzijnsmonitor die u samen met de sector ontwikkelt eerst wil afwachten, in plaats van dat u met eigen beleid komt om het welzijn van kalveren te verbeteren? Kunt u uitleggen waarom de sector zelf met verregaande voorstellen zal komen om het welzijn van kalveren daadwerkelijk te verbeteren en waarom u daar vertrouwen in heeft? Kunt u daarbij ook uitleggen waarom u uw oren wel laat hangen naar de ideeën van de sector die zeker voor een deel zijn ingegeven door economische belangen, in plaats van dat u de constateringen, suggesties en aanbevelingen van organisaties die opkomen voor het welzijn van dieren als leidraad neemt in het ontwikkelen van het dierenwelzijnsbeleid?

22

202

Kunt u aangeven waarom u enerzijds wel goed op de hoogte bent van de welzijnsproblemen die spelen in de kalverhouderij, maar anderzijds de ambitie ontbeert om daadwerkelijk tot verbeteringen van de situatie te komen? Kunt u daarbij duidelijk maken waarom u de door u gesignaleerde knelpunten niet hebt willen vertalen naar een kaderstellend, richtinggevend en randvoorwaardenstellend beleid?

22

203

Kunt u uitleggen waarom u enerzijds grote welzijnsproblemen constateert als het gaat om het gigantisch hoge percentage van 80-90% aan keizersneden bij dikbilrassen, terwijl u anderzijds geen enkele ambitie heeft in de vorm van concrete beleidsmaatregelen of richtlijnen om dit percentage drastisch te laten dalen?

23

204

Kunt u aangeven waarom u enerzijds wel goed op de hoogte bent van de welzijnsproblemen die spelen in de dikbilhouderij, maar anderzijds de ambitie ontbeert om daadwerkelijk tot verbeteringen van de situatie te komen? Kunt u daarbij duidelijk maken waarom u de door u gesignaleerde knelpunten niet hebt willen vertalen naar een kaderstellend, richtinggevend en randvoorwaardenstellend beleid?

23

205

Kunt u aangeven waarom volgens u het castreren, staartknippen en het tanden vijlen bij varkens zich verhoudt tot het leidende beginsel uit het coalitie akkoord, namelijk respect voor het dier en een respectvolle omgang met dieren? Op welke wijze acht u deze ingrepen getuigen van een respectvolle omgang met dieren en als u dat niet acht, waarom bent u dan niet voornemens deze zo snel mogelijk af te schaffen?

23

206

Kunt u aangeven waarom u enerzijds wel goed op de hoogte bent van de welzijnsproblemen die spelen in de varkenshouderij, maar anderzijds de ambitie ontbeert om daadwerkelijk tot verbeteringen van de situatie te komen? Kunt u daarbij duidelijk maken waarom u de door u gesignaleerde knelpunten niet hebt willen vertalen naar een kaderstellend, richtinggevend en randvoorwaardenstellend beleid?

23

207

Kunt u aangeven waarom u enerzijds stelt dat een varken een sociaal en zindelijk dier is dat behoefte heeft aan afleiding en een comfortabele ligplaats en anderzijds blijft toestaan dat vleesvarkens worden gehouden in kleine kale betonnen hokken waarbij een geplastificeerde fietsketting als toegestaan afleidingsmateriaal fungeert?

23

208

Kunt u aangeven waarom u zelf geen rol wilt spelen in het uitbannen van castratie van biggen en het overlaat aan de marktpartijen terwijl deze ingreep zelfs met verdoving zeer pijnlijk kan zijn voor biggen en sterk ingrijpt op de integriteit van het dier?

24

209

Kunt u aangeven waarom u het knippen van hoektanden wel verbiedt en het vijlen niet? kunt u specifiek aangeven waarom volgens u vijlen nog steeds kan worden geaccepteerd? Kunt u daarbij ook ingaan op de verschillen in pijnbeleving tussen knippen en vijlen? Is vijlen minder pijnlijk dan knippen en waaruit is dat gebleken?

24

210

Kunt u uitleggen waarom u alleen in wilt zetten op het verhogen van de eisen voor het varkenswelzijn in Europees verband, terwijl u eerder heeft aangegeven dat dit proces zeer langzaam zal verlopen door tegengestelde belangen van de Europese partners. Kunt u aangeven hoe deze minimale inspanning zich verhoudt tot de door u gesignaleerde zorg van Nederlanders voor de manier waarop varkens in Nederland worden gehouden?

24

211

Kunt u aangeven of het stimuleren van een comfort class stal ook daadwerkelijk zal leiden tot een praktijk waarin het overgrote deel van de varkens in Nederland in zo’n systeem worden gehouden? Zo ja, waaruit blijkt dat en bent u bereid deze toezegging aan de Kamer te doen? Zo neen, waarom niet?

24

212

Kunt u aangeven of u de fiscale instrumenten die u in gaat zetten gaat toetsen op de diervriendelijkheid ervan om zo te voorkomen dat milieuinvesteringen het dierenwelzijn (onbedoeld) kunnen schaden? Zo ja, op welke wijze en welke criteria worden hierbij gehanteerd? Zo neen, waarom niet?

24

213

Bent u bereid om lichamelijke ingrepen bij varkens zo snel mogelijk te verbieden zodat varkensvriendelijke huisvestingssystemen waarbij dieren elkaar niet mutileren als vanzelf als de norm zullen gaan gelden? Zo ja, op welke wijze en binnen welke termijn? Zo neen, waarom niet en hoe verhoudt zich uw lage ambitie tot uw opmerking dat de integriteit van dieren gerespecteerd dient te worden?

24

214

Kunt u aangeven waarom u economische belangen laat prevaleren boven een verbod op een zeer dieronvriendelijk houderijsysteem, namelijk de verrijkte kooi?

25

215

Kunt u aangeven waarom u geen aandacht heeft besteed in de nota aan een van de grootste dierenwelzijnknelpunten bij ouderdieren, namelijk dat zij voortdurend honger lijden?

25

216

Kunt u aangeven hoe het niet uitvoeren van het verbod op de verrijkte kooi zich verhoudt tot uw eigen uitspraak dat dieren hun natuurlijk gedrag moeten kunnen uitoefenen? Kunt u aangeven op welke wijze een leghen in een kooi stofbaden kan nemen en kan scharrelen? Kunt u aangeven op basis van welke gronden u deze twee uitingen van natuurlijk gedrag de leghen wilt ontzeggen?

25

217

Kunt u aangeven waarom u enerzijds wel goed op de hoogte bent van de welzijnsproblemen die spelen in de pluimveehouderij, maar anderzijds de ambitie ontbeert om daadwerkelijk tot verbeteringen van de situatie te komen? Kunt u daarbij duidelijk maken waarom u de door u gesignaleerde knelpunten niet hebt willen vertalen naar een kaderstellend, richtinggevend en randvoorwaardenstellend beleid?

25

218

Wat is de definitie van 'lange afstand' met betrekking tot de veetransporten, over welke afstand spreken we dan in kilometers en tijd?

25

219

Kunt u aangeven waarom u enerzijds aangeeft dat er nog veel is af te dingen op het dierenwelzijn in de vleeskuikensector, maar dat u anderzijds geen concrete stappen neemt of aanvullende richtlijnen opstelt om het lijden van dieren in deze sector te verlichten? Kunt u aangeven hoe dit zich verhoudt tot de vijf vrijheden van Brambell en tot de tekst uit het coalitieakkoord dat respect voor het dier en een respectvol omgaan met dieren het leidende beginsel is?

25

220

Kunt u aangeven of en zo ja, waarom u vindt dat wensen van een samenleving genegeerd kunnen worden door het niet nemen van noodzakelijke stappen om het welzijn van dieren te vergroten, met als reden dat door het nemen van deze stappen het welzijnsprobleem zich zal verplaatsen naar andere landen?

25

221

Kunt u aangeven of we in het nemen van stappen over morele en ethische kwesties met betrekking tot dierenwelzijn zelf het voortouw moeten nemen? Kunt u uw antwoord relateren aan uw voornemen om in Europa niet verder voorop te willen lopen dan de Europese regelgeving?

25

222

Kunt u aangeven of u voornemens bent om, vooruitlopend op het aanscherpen van de Europese norm, in Nederland al doelvoorschriften in te voeren waarbij indicatoren voor borstblaren, voetzoolaandoeningen en sterfte een meer prominente plaats krijgen?

25

223

Kunt u aangeven waarom u enerzijds stelt dat de Volwaardkip eeen goede manier is om meer dierenwelzijn in de markt te zetten, maar anderzijds het houderijsysteem van de volwaard kip niet als minimum norm wilt nemen?

25

224

Kun u uitleggen waarom u bij de mogelijkheden om te komen tot een beter dierenwelzijn vasthoudt aan kleine marktinitiatieven die vanwege het exportkarakter van de Nederlandse vleesindustrie nooit meer dan 5-10% kunnen bedragen?

25

225

Kunt u uitleggen op welke wijze miljoenen vleeskippen die worden gehouden voor de export en voor verwerking, en daardoor niet onder het Volwaard label kunnen vallen, ook een beter leven gegund kunnen worden?

25

226

Kunt u toezeggen dat u binnen vijf jaar een verbod op ingrepen in de pluimveehouderij zult instellen, ook als de sector zelf niet voortijdig met oplossingen komt? Zo ja, op welke wijze en binnen welke termijn? Zo neen, waarom niet en hoe verhoudt zich dit tot de overgangsperiode die uw voorganger heeft ingezet en over vier jaar is afgelopen?

25

227

Kunt u aangeven wat u bedoelt met integraal duurzame proefstallen en in hoeverre dierenwelzijn daarin een randvoorwaarde is, of een van de factoren die worden meegewogen?

25

228

Kunt u aangeven hoe u voorkomt dat bij de integrale ontwerpen van pluimveehuisvesting verbeteringen op het gebied van dierenwelzijn zullen worden afgewogen tegen verbeteringen op het gebied van milieu en economie?

25

229

Kunt u aangeven op welke wijze u garanties biedt dat dierenwelzijn de belangrijkste factor wordt bij het ontwerpen en inrichten van nieuwe stalsystemen in de pluimveehouderij?

25

230

Kunt u aangeven of u bereid bent om bij de fiscale stimulering van bovenwettelijke welzijns- en milieumaatregelen dierenwelzijn als randvoorwaarde op te nemen zodat er geen maatregelen worden gestimuleerd die het dierenwelzijn kunnen schaden?

25

231

Kunt u garanderen dat de milieumaatregelen die worden genomen om de uitstoot van schadelijke emissies in de pluimveehouderij te verminderen het dierenwelzijn niet zullen schaden? Zo ja, op welke wijze en welke criteria hanteert u hierbij? Zo neen, waarom niet en hoe verhoudt dit zich tot uw lange termijn visie op het gebied van dierenwelzijn?

25

232

Deelt u de mening dat het risico bestaat dat het vrijlaten van de keuze voor I&R bij katten de financiële verschillen vergroot tussen (kleinschalige) ondeskundige en mogelijk malafide fokkers en betrokken instanties als dierenasielen, waardoor de prijzen voor de aanschaf van een kat zeer ver uiteen lopen en de keuze voor de koper voor een professioneel en goed verzorgd dier dat geregistreerd is, ontmoedigd dreigt te worden?

26

233

Kunt u aangeven of en zo ja, in hoeverre organisaties die opkomen voor de belangen van hobbydieren zijn betrokken bij de totstandkoming van de nota Dierenwelzijn? Wat is hierbij de input geweest en op welke wijze is deze verwerkt in de nota?

27

234

Op welke wijze bent u voornemens zorg te dragen voor de verspreiding en implementatie van de informatie over dierenwelzijn aan hobbydierhouders?
Wat zijn hierbij uw ambities; hoeveel procent van de hobbydierhouders wilt u bijvoorbeeld hebben bereikt in 2011 en in welke mate wilt u de geconstateerde welzijnsproblemen hebben teruggedrongen?

27

235

Bent u voornemens de controle op dierenwelzijn bij hobbydieren te verscherpen? Zo ja, op welke wijze en op welke termijn? Zo neen, waarom niet?
Op welke wijze zullen de controles op dierenwelzijn en de naleving van de informatie over dierenwelzijn worden vormgegeven?

27

236

Kunt u aangeven waarom u het onverdoofd halalslachten blijft toestaan, terwijl het in andere landen het onverdoofd slachten van dieren al lang is verboden?

28

237

Kunt u aangeven waarom u dierenleed onder het mom van godsdienstvrijheid laat voortduren?

28

238

Kunt u aangeven, hoe u voorkomt dat onder het mom van godsdienstvrijheid, inmiddels al 20% van de dieren in Nederland halal of kosjer wordt geslacht, terwijl deze dieren in het gewone circuit (dus zonder etiket met halal of kosher) op de markt worden gebracht?

28

240

Kunt u toezeggen dat u, gezien de grote welzijnsproblemen die dieren ondervinden die onverdoofd worden geslacht, snel over te gaan op de verplichting van een door de halal en kosjer voorgeschreven verdovings- en bedwelmingsmethoden voor alle dieren die op deze wijze worden geslacht?

28

241

Kunt u aangeven of u de geborgde kwaliteitsystemen van de sector heeft laten toetsten bij het Europese hof daar waar het gaat om de verplichting uit de Europese transportrichtlijn dat een dierenarts een formulier naar waarheid heeft moeten invullen waarop staat verklaard dat de dieren tijdens het opladen gezond waren en getransporteerd konden worden?

29

242

Kunt u aangeven welke voorstellen u gaat doen om de transportverordening aan te scherpen?

29

243

De minister geeft aan dat zij veel onderzoek heeft gefinancierd op het gebied van dodingsmethoden en pijnbeleving bij vissen. Kan zij aangeven welke onderzoeken hier mee bedoeld worden en welke instanties er bij dit project zijn betrokken? Is het waar dat Imares hier niet verder bij betrokken is? Kan de minister aangeven of er in dat geval sprake is van dubbel werk, onnodig tijdsverlies en risico op het verlies van kennis? Kan de minister aangeven of er reeds publicaties zijn verschenen over dit project en over de genoemde proeven en waar deze te vinden zijn?

31

244

Op de LNV-begroting voor visserij is €22,2 miljoen gereserveerd voor de bevordering van duurzame vangst en kweek van vis- en schelpdieren en voor handhaving. Daarnaast is €45 mln. Beschikbaar voor vernieuwing, verduurzaming en sanering van de visserij. Kan de minister aangeven op welke wijze deze budgetten worden verdeeld over de verschillende onderwerpen, welke afrekenbare doelen zij per onderwerp wil bereiken, binnen welke termijn zij deze doelen wil bereiken en welke effect- en prestatie-indicatoren zij daarvoor in gaat zetten?

31

34

245

Kan de minister aangeven wat zij verstaat onder duurzame vangst- en kweekmethoden en wat een verduurzaming van de visserij betekent? Kan zij aangeven of en zo ja, op welke wijze dierenwelzijn daar ook een onderdeel van uitmaakt?

31

34

246

Kan de minister aangeven welk deel van de genoemde bedragen zal worden besteed aan de sanering van de visserijvloot?

31

34

247

Kan de minister aangeven welk deel van bovenstaande bedragen zullen worden besteed aan het bevorderen van dierenwelzijn in de visserij en visteelt?

31

34

248

Kan de minister aangeven op welke wijze zij de sanering van de visserij wil vormgeven en of zij daarmee ook de vangstgebieden wil sluiten om saneringen in de toekomst te voorkomen?

31

34

249

De minister stelt in de Nota Dierenwelzijn dat wanneer een slachtapparaat gebruiksklaar en beschikbaar is, het gebruik hiervan zal worden gestimuleerd. Op welke manier zal dit gebeuren?

32

250

Ervaring leert dat de sector niet zomaar vrijwillig over zal gaan tot implementatie van de slachtapparaten, omdat het geld kost en het in de EU niet is voorgeschreven. Een meer dwingende houding van de overheid is nodig om het doden van vissen in de aquacultuur daadwerkelijk in de praktijk tot stand te brengen. Is de minister daarom bereid het gebruik hiervan verplicht te stellen?

32

251

Gaat de minister voor het laatste traject, ontwikkelen van slachtapparatuur die geschikt is voor gebruik in de praktijk, geld ter beschikking te stellen?

32

252

Kan de minister aangeven hoe het onderzoek naar het welzijn van kweekvissen zal worden vormgegeven. Wat zijn hierbij de uitgangspunten?

32

253

Is de minister bereid om een fundamenteel onderzoek in te stellen naar de natuurlijke basisbehoeften van verschillende vissoorten, om hiermee te komen tot een nieuw systeem voor het houden van kweekvis?

32

254

Is de minister van plan om, naast de gedragscode van het productschap Vis, zelf met beleid te komen voor het welzijn van kweekvis? Kan de minister aangeven hoe de resultaten van dit onderzoek doorvertaald zullen worden naar het Nederlandse beleid ten aanzien van kweekvis?

32

255

Wat zijn de plannen van de minister ten aanzien van de controle en handhaving van de eisen die gesteld worden aan de houderijcondities?

32

256

In de antwoorden op de feitelijke vragen en in de Nota Dierenwelzijn wordt alleen gesproken over de Afrikaanse meerval en paling. Op welke vissoorten zijn deze onderzoeken gericht?

32

257

Zijn er plannen om de onderzoeken uit te breiden naar de overige vissoorten die in Nederland gekweekt worden? (In Nederland wordt, naast de paling en de meerval ook tilapia, tarbot, tong en snoekbaars gekweekt)

32

258

Is de minister van mening, in het kader van de vrijheden van Brambell dat een dier recht heeft op het vertonen van natuurlijk gedrag, dat roofvissoorten geschikt zijn voor de viskweekindustrie?

32

259

Worden er, totdat er meer onderzoeksresultaten over vissenwelzijn en natuurlijk gedrag bekend zijn, beperkingen en voorwaarden op te leggen aan de kweekvissector met betrekking tot activiteiten waarin het waarschijnlijk wordt geacht dat deze het dierenwelzijn aantasten? Zo ja, op welke manier? Zo neen, waarom niet?

32

260

Ten aanzien van het opnemen van regels voor het doden van vissen in de EU-Richtlijn voor het bedwelmen en doden van dieren dient de minister zich in EU verband sterk in te zetten en niet eerst nader onderzoek af te wachten. Is de minister hiertoe bereid?

32

261

Op welke wijze wordt er toegezien op de naleving van de gedragscode van Sportvisserij Nederland? Deelt u de mening dat het voor objectief toezicht noodzakelijk is om onafhankelijke experts in te schakelen? Zo ja, hoe wilt u dit bewerkstelligen? Zo neen, waarom niet?

32

262

Kunt u aangeven waarom het verbod op de rallyvisserij (ook wel tasvissen) voor het gebied Groningen/Drenthe pas in 2010 in werking zal treden? Op welke wijze wordt het genoemde afbouwtraject vormgegeven?

32

263

Kunt u aangeven hoe de te ontwikkelen Europese gedragscode voor sportvisserij zich zal verhouden tot de nationale gedragscode? In welke mate zal het welzijn van vissen centraal staan bij de ontwikkeling van de Europese gedragscode?
Welke gedragscode zal in uw ogen vooruitstrevender zijn op het gebied van dierenwelzijn?

32

264

Kunt u aangeven welke gedragscode (de nationale of de Europese) in de toekomst zal worden gehanteerd bij viswedstrijden in Nederland?

32

265

Wat impliceert de zin ‘de langzame dood van gevangen vissen wordt ook een paar keer genoemd’? Betekent het dat dit onderwerp ook meer prioriteit krijgt in het beleid? Zo ja, op welke manier? Zo neen, waarom niet?

33

266

Wat bedoelt u in uw ambities 2007-2011 met de meest prioritaire welzijnsaspecten bij vis?

33

267

Wat houden deze ambities rondom de meest prioritaire welzijnsaspecten van vis concreet in?

33

268

Wat zijn de ambities van de minister ten aanzien van het transport van levende vissen?

33

269

Kan de minister toelichting geven op de opzet en doelstellingen van de praktijkonderzoeken naar het huidige transport van levende vissen waar zij naar verwijst in de Nota Dierenwelzijn?

33

270

Op welke wijze zal de gedragscode voor de sportvisserij worden geëvalueerd? Wie zal deze evaluatie uitvoeren en wat zijn hierbij de onderzoeksvragen? Op welke wijze en op welke termijn zal de gedragscode hier op worden aangepast? Zijn er organisaties buiten de sector zelf (zoals dierenbeschermingsorganisaties) betrokken bij de evaluatie van de gedragscode en de aanpassing hiervan?

33

271

Op welk moment zal de sector worden aangesproken op de wijze waarop voorlichting wordt verzorgd over de naleving van de gedragscode en het toezicht op deze naleving? Wat zijn de criteria en termijnen die u hierbij hanteert?

33

272

Bent u bereid een verbod in te stellen op het gebruik van meertandige haken voorzien van weerhaken, aangezien ook Sportvisserij Nederland aangeeft dat deze haken het risico op verwondingen vergroten en dat het gebruik hiervan ter discussie kan worden gesteld? Zo ja, op welke wijze en op welke termijn? Zo neen, waarom niet? Heeft u de verwachting dat deze discussie binnen de sector binnen redelijke termijn tot diervriendelijke maatregelen zal leiden? Zo ja, waar baseert u dat op?

33

273

Wat zijn de plannen van de minister ten aanzien van het verbeteren van het welzijn van zeevissen en specifiek ten aanzien van humane dodingsmethoden in de zeevisserij?

34

274

Uit de Nota blijkt dat de minister wil inzetten op een duurzame visstand en selectievere vangstmethoden. Kan de minister uitleggen welke ambities zij heeft op dit gebied, dus welke selectieve vangstmethoden zij wil inzetten en hoeveel daarvan in 2011 geïmplementeerd zijn en op basis van welke indicatoren zij de effecten meet?

34

275

Kan de minister aangeven welke financiële middelen beschikbaar zijn voor de implementatie van deze selectieve vangstmethoden?

34

276

Waar baseert u de stelling dat economische motieven voor het houden van gezelschapsdieren slechts een rol spelen voor een relatief kleine groep? Kunt u aangeven om welke bedragen het hierbij gaat?

35

277

Welke criteria hanteert u bij het bepalen of kaderstelling vanuit de overheid wel of niet noodzakelijk is als het gaat om dierenwelzijn in de verschillende sectoren? Gaat het hierbij louter om de economische waarde?

35

278

Kunt aangeven hoe uw constateringen dat er zowel binnen de EU als in Nederland geen of weinig specifieke regelgeving is voor gezelschapsdieren, dat dieren vaak niet goed worden verzorgd of zelfs worden verwaarloosd en dat respondenten in de enquête aangeven zich ook grote zorgen te maken over de verzorging van gezelschapsdieren zich verhouden tot de door u voorgenomen acties? Op welke wijze en in welke mate verwacht u verbetering te zien in de door u genoemde zorgwekkende constateringen met behulp van de door u gekozen aanpak?

35

279

Kunt u aangeven waarom er niet is gekozen voor het opstellen van aanvullende regelgeving voor gezelschapsdieren, of een combinatie hiervan met het aangekondigde voorlichtingstraject?

35

280

Deelt u de mening dat de huidige wet- en regelgeving (de GWWD en het Honden- en kattenbesluit) onvoldoende bescherming biedt voor particulier gehouden gezelschapsdieren? Zo ja, op welke wijze wilt u hierin verandering brengen? Zo neen, waar baseert u dit op?

35

281

Kunt u aangeven op welke wijze gezelschapsdieren binnen het huidig wettelijk kader kunnen rekenen op een verzorging die minimaal voldoet aan de vijf vrijheden van Brambell?

35

282

Op welke wijze wilt u garanderen dat ook de kleinschalige, particuliere fokkers en verkopers van dieren zich zullen inzetten voor goede informatievoorziening?

35

283

Op welke wijze laat uw ambitie dat het LICG “over drie jaar het voorlichtings- en informatiecentrum is waar de houder van een gezelschapsdier niet meer omheen kan” zich vertalen in meetbare resultaten? Welke streefwaarden hanteert u hierbij, uitgesplitst naar de verschillende doelgroepen: houders van verschillende diersoorten en houders afkomstig uit verschillende SES-groepen (sociaal-economische status)? Kunt u aangeven welke acties u zult ondernemen indien de resultaten en effecten niet voldoen aan de door u gestelde eisen en streefwaarden?

35

284

Kunt u aangeven of en op welke wijze het werk van het LICG zal worden begeleid met gedegen doelgroepanalyses en formatieve en summatieve evaluatieonderzoeken, gezien de zwaarte van de verwachtingen die aan de communicatie-uitingen van het centrum verbonden zijn?

35

285

Kunt u aangeven of en zo ja, op welke wijze bestaande voorlichtingscampagnes of communicatie-uitingen met betrekking tot verantwoord huisdierbezit reeds geëvalueerd zijn en onderzocht op hun effectiviteit? Kunt u een globale beschrijving geven van deze campagnes en uitingen? Wat waren hierbij de conclusies?

35

286

Deelt u de mening dat goede, passende huisvesting een belangrijke voorwaarde is voor dierenwelzijn? Deelt u de mening dat hier in de huidige wet- en regelgeving met betrekking tot gezelschapsdieren geen goede eisen aan worden gesteld?

35

287

Bent u bereid om specifieke wet- en regelgeving op te stellen voor de huisvesting van particulier gehouden gezelschapsdieren, waarbij aan de natuurlijke behoeften van de dieren wordt voldaan, zoals het uitgezonderd leven van of juist samenleven met soortgenoten of andere diersoorten?

35

288

De Dierenbescherming geeft aan dat zij vindt dat het welzijn van gezelschapsdieren hoger op de Europese agenda moet komen. Gezelschapsdieren zijn een economisch relevante sector met met in Nederland alleen al €50 mln per jaar aan aanschafskosten en een half miljard voor de verzorging. Het toetreden van voormalig Oostbloklanden tot de EU is een uitgelezen kans om de fok, handel en het transport van gezelschapsdieren te verbeteren. Is de minister daarom bereid om zich hier in Europa sterk voor te maken, aangezien hiermee een grote slag voor dierenwelzijn behaald kan worden? Welk insteek heeft de minister op dit gebied? Wat ziet zij als concrete voorstellen en doelen voor regelgeving op Europees niveau?

35

38

289

Deelt u de mening dat een kritische houding richting de verkoper van dieren als het gaat om informatievoorziening naar de koper van het dier, onder andere inhoudt dat er voldoende toezicht en controle zou moeten zijn op de informatievoorziening vanuit de verkoper en op de inschatting of de koper beschikt over voldoende kennis, financiële middelen en afdoende huisvestingsmogelijkheden voor het dier? Zo ja, op welke wijze wordt hier op toegezien? Zo neen, kunt u dit toelichten? Welke sancties zullen er komen te staan op het niet of onvoldoende verstrekken van informatie aan de koper van dieren?

36

290

Kunt u aangeven wat de onderwerpen zijn die in het vierjarig onderzoeksprogramma Welzijn gezelschapsdieren worden ondergebracht? Op welke wijze zal dit programma worden vormgegeven?
Op welke wijze zullen dierenbeschermingsorganisaties bij dit onderzoeksprogramma worden betrokken? In hoeverre wordt de Kamer betrokken bij de opzet en resultaten van deze onderzoeken?

36

291

Kunt u aangeven hoe de te ontwikkelen ‘dierenbijsluiters’ zich zullen verhouden tot de zogenaamde gidsen voor goede praktijken, die zullen worden opgenomen in de Wet Dieren?

36

292

Deelt u de mening dat het ontwikkelen van een certificatiesysteem weinig effect heeft als de deelname hieraan achterwege blijft? Zo ja, hoe bent u tot het besluit gekomen om de verantwoordelijkheid voor het zorgdragen voor een substantiële deelname aan dit systeem over te laten aan de sector?

36

293

Op welke wijze kunt u garanderen dat de doelvoorschriften die het certificatiesysteem dekken en het Honden- en kattenbesluit zullen vervangen, niet zullen leiden tot een verslechtering van het beschermingsniveau?

36

294

Op welke wijze zal er worden toegezien op het naleven van de doelvoorschriften bij de deelnemers van het certificatiesysteem, aangezien de controle aan overheidszijde zich zal richten op de niet-deelnemers?

36

295

Kunt u toelichten waarom de I&R verplichting voor honden pas in 2011 van kracht zal worden?

36

296

Kunt u aangeven waarom I&R niet verplicht zal worden voor katten?

36

297

Kunt u aangeven wat uw visie is ten aanzien van het groeiende aantal zwerfkatten in Nederland, wat u voor oplossingen ziet voor dit probleem en welke taak u hierin ziet voor de overheid?

36

298

Deelt u de mening dat een I&R verplichting voor katten een grote bijdrage zal leveren aan de oplossing van de zwerfkattenproblematiek in Nederland en de capaciteitsproblemen bij dierenasielen? Zo ja, welke conclusies trekt u hier uit voor uw beleid? Zo neen, kunt u dit toelichten?

36

299

Kunt u aangeven hoe het certificatiesysteem voor de handel in katten zal worden vormgegeven zonder I&R voor katten? Op welke manier zal de handhaving hierbij worden vormgegeven?

36

300

Kunt u aangeven hoe de constatering dat de focus op uiterlijke kenmerken binnen de fokkerij leidt tot ernstige welzijnsproblemen als gevolg van menselijk handelen zich verhoudt tot uw ambities op dit gebied? Deelt u de mening dat dergelijke serieuze welzijnsproblemen vragen om duidelijke regelgeving vanuit de overheid, dus niet alleen vanuit de sector en niet alleen op vrijwillige basis? Zo ja, op welke termijn en op welke wijze bent u voornemens striktere regelgeving te ontwikkelen voor de fokkerij? Zo neen, kunt dit toelichten?

37

301

Regelmatig is er sprake van schrijnende gevallen in de handel in gezelschapsdieren. Puppy's die worden getransporteerd in de kofferbak, de verkoop van kennelijk zieke dieren. Is de minister bereid een verbod in te stellen op de verkoop van zieke dieren? En is zij bereid regelgeving op te stellen voor het transport van gezelschapsdieren?

37

302

Kunt u aangeven waarom u geen actie zult ondernemen ten aanzien van de problematiek rondom eenzijdig fokbeleid voor andere diersoorten dan honden

37

303

Deelt u de mening dat er bij meer diersoorten dan alleen honden sprake is van dermate verregaande uiterlijke veranderingen als gevolg van het fokbeleid dat het dier niet meer in staat is om natuurlijk soorteigen gedrag te vertonen?

37

304

Deelt u de mening dat het een taak is van de overheid om regelgeving op te stellen om dieren te beschermen tegen een fokbeleid dat als gevolg heeft dat het dier geen natuurlijk soorteigen gedrag meer kan vertonen? Zo ja, op welke wijze en op welke termijn wilt u dit gaan aanpakken? Zo neen, kunt u dit toelichten?

37

305

Kunt u aangeven wat u voor actie wilt gaan ondernemen als het plan van de Raad van Beheer niet op tijd is afgerond of niet voldoet aan de eisen die u hieraan stelt?

37

306

Kunt u aangeven op welke wijze de positieflijst tot stand is gekomen? Wat zijn de criteria die gehanteerd zijn voor het bepalen of een diersoort al dan niet geschikt is om te houden?

37

307

Kunt u aangeven in hoeverre bij het opstellen van de positieflijst een koppeling is gemaakt tussen het houden van de diverse diersoorten en de gevaren voor de volksgezondheid, het CITES-verdrag en de natuurlijke behoeften van de diersoort?

37

308

Kunt u aangeven of en op welke wijze de resultaten van de inventarisatie die door het RIVM is gestart naar ‘emerging zoönosen’ zullen worden meegenomen in het beleid ten aanzien van het houden van exotische diersoorten? Zal de positieflijst hier op worden aangepast?

37

309

Kunt u aangeven welke criteria u hanteert bij het bepalen welke keuzes aan de consument moeten en kunnen worden overgelaten als het gaat om het houden van exotische diersoorten in relatie tot de volksgezondheid?

37

310

Welke waarborgen voor de volksgezondheid geeft het verspreiden van informatie aan liefhebbers van exotische diersoorten over mogelijke risico’s van op mens overdraagbare ziekten? Deelt u de mening dat de overheid hier kaders voor zou moeten stellen? Zo ja, op welke wijze zou u dit afwegingskader vormgeven?

37

311

Kunt u toelichten waarom u onderscheid maakt tussen dierenasielen en dierenambulances als het gaat om uw beslissing om over te gaan tot het verlenen van overheidssteun en het faciliteren van een professionaliseringsslag?

38

312

Deelt u de mening dat iedere gemeente met zowel dierenambulances als met dierenasielen afspraken dient te maken over werkzaamheden en vergoedingen? Zo neen, kunt u dit toelichten? Zo ja, bent u van mening dat het maken van deze afspraken op dit moment in voldoende mate gebeurt? Zo neen, op welke wijze wilt u zich inzetten om van overheidswege het voortbestaan van dierenasielen en dierenambulances te garanderen, ofwel door financiering vanuit de overheid mogelijk te maken, ofwel door gemeenten aan te sporen om goede financiële afspraken te maken?

38

313

Deelt u de mening dat ook bij dierenasielen sprake is van verschillende maten van georganiseerdheid en professionaliteit onderling en dat de kwaliteit en uniformiteit van handelen van het personeel hierbij belangrijk is? Zo ja, op welke wijze wilt u zich inzetten voor het verbeteren van de zorg en kennis bij dierenasielen?

38

314

Op welke wijze wilt u er op toezien dat dierenambulances gewezen worden op het bestaan van deelnemen aan de cursusmodule? Op welke wijze zal de deelname aan de cursusmodule voor de individuele medewerkers bekostigd worden?

38

315

Op welke wijze wilt u er op toezien dat dierenambulances met goed opgeleid personeel over voldoende financiële middelen beschikken om voort te blijven bestaan?

38

316

Kunt u aangeven of de uitbreiding van de handhavingscapaciteit voor gezelschapsdieren gepaard zal gaan met een evaluatie naar de effectiviteit van de huidige en toekomstige inzet?

38

317

Kunt u aangeven hoe de constatering dat er een behoorlijk aantal welzijnsproblemen is binnen de paardenhouderij als gevolg van menselijk handelen zich verhoudt tot uw ambities op dit gebied? Deelt u de mening dat dergelijke serieuze welzijnsproblemen vragen om duidelijke regelgeving vanuit de overheid, dus niet alleen vanuit de sector en niet alleen op vrijwillige basis? Zo ja, op welke termijn en op welke wijze bent u voornemens striktere regelgeving te ontwikkelen voor de paardensector? Zo neen, kunt dit toelichten?

39

318

Wat zijn uw ambities ten aanzien van de regelgeving voor de paardensport? Wat ziet u hierbij als overheidstaken en hoe wilt u deze vormgeven?

39

319

Waarop baseert u uw mening dat de sector zelf goede eisen op zal kunnen stellen ten aanzien van de noodzakelijke welzijnsverbeteringen voor paarden? Waaruit blijkt dit? Hoe kunt u uitsluiten dat economische belangen het opstellen van goede welzijnsrichtlijnen belemmeren? Hoe bent u gekomen tot de termijn van drie jaar, waarna de overheid zelf regels zal stellen?

39

320

Op welke wijze gaat u de controle en het toezicht op de naleving van deze regelgeving vormgeven?

39

321

Deelt u de mening dat beginnende rijders een goede opleiding dienen te krijgen, met daarbij oog voor het natuurlijk gedrag van paarden, alvorens zij beginnen met paardrijden? Zo ja, bent u bereid hier regelgeving voor op te stellen? Zo neen, waarom niet?

39

322

Deelt u de mening dat het gebruik van hulpmiddelen, zoals een bit, bezwaren kan opleveren voor het welzijn van paarden wanneer deze bereden worden door onervaren rijders? Zo ja, bent u bereid regels op te stellen voor het gebruik van een bit voor beginnende leerlingen bij paardrijscholen en maneges? Zo neen, kunt u dit toelichten?

39

323

Kunt u aangeven wat uw plannen zijn ten aanzien van de bescherming van particulier gehouden paarden? Deelt u de mening dat met de toenemende populariteit van het houden van paarden de noodzaak van het opstellen van goede regelgeving ten aanzien van de huisvesting en verzorging van paarden in sterke mate groeit?

39

324

Op welke termijn bent u voornemens het couperen van staarten bij paarden te agenderen in Europees verband? Wat zal hierbij uw minimale inzet zijn?

39

325

Waarop baseert u uw mening dat de sector zelf verantwoordelijkheid zal nemen voor het verschijnsel dat houders van paarden naar Frankrijk reizen om de staarten van hun paard te laten couperen? Waaruit blijkt dit? Hoe kunt u uitsluiten dat economische belangen het invoeren van een maatregel belemmeren?

39

326

Bent u bereid om de mogelijkheden te onderzoeken om te komen tot een nationaal verbod op deelname aan evenementen met dieren waarbij een illegale ingreep heeft plaatsgevonden? Zo ja, op welke wijze en op welke termijn? Zo neen, waarom niet?

39

327

Welke criteria hanteert u bij het bepalen of de overheid wel of niet regels zal gaan opstellen?

39

328

Gaat de minister, naast het goedkeuren van het opvangprotocol voor de opvangsector voor gewonde dieren, ook voldoende budget vrijmaken om te zorgen dat de opvangsector dit protocol ook kan toepassen?

44

329

De minister stelt dat ingrepen ten aanzien van wilde beschermde diersoorten onder de Flora- en Faunawet onder strikte voorwaarden kunnen worden toegestaan op grond van bepaalde in de wet- en regelgeving genoemde belangen. Bent u van mening op grond van de tot nu toe gemaakte uitzonderingen dat deze zorgvuldig worden afgewogen? Hoe verklaart de minister bijvoorbeeld de verschillen tussen provincies in het verlenen van afschotvergunningen voor ganzen?

44

330

Ganzen worden buiten de opvanggebieden verjaagd met ondersteunend afschot. Ganzen kunnen echter niet weten welke gebieden voor hen zijn aangewezen als opvanggebieden. Worden er maatregelen genomen om deze gebieden voor ganzen aantrekkelijker te maken dan de niet-opvanggebieden? Zo ja, welke concrete maatregelen worden genomen, door wie, en welke instantie ziet daarop toe? Zo nee, zijn er dan specifieke criteria om bepaalde gebieden aan te wijzen als opvanggebied? Zo ja, welke criteria?

44

331

Hoe verklaart de minister dat in sommige provincies voor ganzen, die zich buiten de aangewezen opvanggebieden, maar binnen de externe gebieden van een Natura2000 gebied bevinden afschotvergunningen verlenen zonder eerst te toetsen of deze ingreep op de populatie significante effecten? Zijn deze ganzen in de externe gebieden dus niet beschermd? Is dit in strijd met de Europese vogelrichtlijn?

44

332

Gezien de discrepantie in de vergunningverlening door provincies, is de minister van mening dat men ervan uit kan gaan dat in alle gevallen afschot van beschermde soorten alleen als laatste redmiddel wordt ingezet? Zo ja, waarop baseert u dit vertrouwen? Zo neen, hoe zou hier beter op toegezien kunnen worden?

44

333

Volgens de minister blijkt uit de enquête dat meer dan de helft van de mensen het afschieten van wild accepteert. In welke concrete formulering is deze vraag aan het publiek voorgelegd? Werd hier gesproken over het zogenaamde ‘noodzakelijke afschot ten behoeve van populatiebeheer en schadebestrijding’? Was voor het publiek bij deze vraag voldoende duidelijk dat dit afschot vaak gedaan wordt door de zogenaamde ‘plezierjagers’, en niet alleen door neutrale, deskundige terreinbeheerders?

44

334

Welke concrete plannen heeft de minister om de vervreemding van de natuur onder met name de jeugd te verminderen?

45

335

Wat zijn de ambities in deze Nota dierenwelzijn op het gebied van het uitzetten en beheren van grote grazers, met name met betrekking tot de geschiktheid van het gebied en de dieren en in hoeverre is hierin voldoende oog voor dierenwelzijn, wetenschappelijke monitoring, beleid en begeleiding?

45

336

Een probleem met de Europese wetgeving is dat er in Nederland concepten worden gebruikt die in Europa niet bekend zijn. Zo vallen sommige situaties en sommige diersoorten of –groepen buiten het beleid, zoals de zogenaamde ‘grote grazers’ die niet uit het wild afkomstig zijn en niet voor bedrijfsdoeleinden gehouden worden. Voor deze groep is de transportverordening niet van toepassing. Hoe lost de minister de discrepantie op en welk concreet beleid is de minister van plan op te stellen met betrekking tot het transport van grote grazers

45

337

De minister stelt dat de aanleg van de robuuste verbinding in Flevoland kan bijdragen aan het inzetten op een completer ecosysteem, waarbij de dieren bijvoorbeeld meer beschutting vinden in het terrein. Kunt u aangeven wanneer u verwacht dat deze robuuste verbinding zal zijn aangelegd en ingericht? Kunt u concreet aangeven hoe deze verbinding wordt ingericht, waar deze verbinding komt te liggen, welk oppervlakte en minimale breedte deze verbinding heeft?

45

338

U wilt de vervreemding van de natuur bij met name de jeugd verminderen. Onlangs heeft u een brief gestuurd over natuureducatieplan voor de jeugd. Wat zijn de meetbare doelstellingen voor dit educatieplan? Wat zijn de criteria voor dit educatieplan? Welke rol ziet u weggelegd voor criteria als respect voor de natuur en het besef van dierenwelzijn en hoe wilt u deze aspecten concreet vormgeven? Worden er bij dit educatieprogramma maatschappelijke organisaties betrokken? Zo ja, om welke organisaties zal het gaan en wat zal hun rol en inbreng zijn? Waarom kiest u juist voor deze organisaties?

45

339

Wat is volgend uit de Nota Dierenwelzijn de definitie van intrinsieke waarde en hoe wordt binnen de Wod recht aan deze waarde gegeven?

47

340

Hoe moet men het zich concreet voorstellen om alle dierproeven op eenzelfde wijze te beoordelen?

47

341

Gaan ongewervelden ook een plek krijgen in de WOD? Zo ja, op welke termijn en welke plek? Zo neen, waarom niet?

47

342

Waarom maakten proefdieren geen onderdeel uit van de enquête naar de opvattingen over dierenwelzijn in Nederland?

47

50

343

Wordt in Nederland al een programma opgezet voor het uitfaseren van dierproeven op primaten, in navolging van de ‘Primaten Declaratie’ die in september 2007 is aangenomen door het Europese Parlement? Zo ja, hoe wordt dat programma concreet in gevuld en wat is de streeftermijn waarop het doen van dierproeven met primaten in zijn geheel zal wordt afgeschaft? Zo neen, wanneer zal begonnen worden met het opzetten van dit programma te verwachten?

47

50

344

Wat vindt de minister van het ASAT programma (Assuring Safety without Animal Testing)? Zal de minister dit programma meenemen in haar beleid over alternatieven voor dierproeven?

47

50

345

Is de minister bereid serieus te kijken naar een tariefstelsel ter financiering van alternatieven voor dierproefonderzoek, bijvoorbeeld aan de hand van rapport ‘de prijs van het dier’ (Ernst&Young Accountants, i.o.v. Stichting Proefdiervrij)? Zo ja, welke voordelen kan een dergelijke financiering bieden? Zo neen, welke bezwaren heeft u tegen een dergelijke financiering van alternatieven?

47

50

346

Welke maatregelen gaat de minister nemen om waarborging van het welzijn en het tegengaan van de verspilling van gefokte proefdieren die uiteindelijk niet voor proeven worden gebruikt te realiseren?

48

347

Welke ambitie heeft de Minister om een eind te maken aan het fokoverschot en de verspilling bij proefdierfokkerijen?

48

348

Gaat de Minister inzetten op strengere regels en een strikter controlebeleid van proefdierfokkers in plaats van de verantwoordelijkheid van naleving bij de vergunninghouders zelf te leggen?

48

349

Ligt het in de lijn der verwachting dat de komende jaren nieuwe vergunningen zullen worden uitgegeven voor het verrichten van dierproeven?

48

350

Indien er nieuwe vergunningen uitgegeven gaan worden, hoe verhoudt dat zich tot de 3 V’s?

48

351

Gaat Nederland op Europees niveau nadrukkelijk pleiten voor een ethische toetsing van dierproeven?

49

352

In de nota wordt aangegeven dat de Europese Commissie hoopt in de tweede helft van 2007 met een voorstel voor een herziene Richtlijn naar de Raad en het Europese Parlement te kunnen gaan. We zitten nu in de laatste dagen van 2007. Is het voorstel van voor een herziene Richtlijn inmiddels gereed?

49

353

Volgens de nota ontwikkelt de overheid een kabinetsvisie over alternatieven voor dierproeven. Wanneer kan deze kabinetsvisie verwacht worden? Wat is de ambitie van deze kabinetsvisie

49

354

Momenteel valt het onderzoek met dieren onder meerdere ministeries dan alleen VWS en LNV. Ook de subsidiering van het onderzoek naar alternatieven is verspreid over deze ministeries. De spreiding van deze verantwoordelijkheid over dierproeven komt het budget en het onderzoek naar alternatieven niet ten goede. Hoe is de minister van plan het ambitieniveau van het alternatievenonderzoek te verhogen en het budget hiervoor te stroomlijnen?

49

355

Welke en hoeveel middelen zullen de komende jaren voor het ontwikkelen van alternatieven voor dierproeven ingezet worden?

49

356

In de nota wordt niet nader ingegaan op biotechnologie bij dieren, een onderwerp dat specifiek onder de verantwoordelijkheid van de minister van LNV valt, in tegenstelling tot overige dierproeven. Wat is de toekomstvisie van de minister over dit maatschappelijk zeer gevoelige onderwerp?

49

357

Wat is de inzet van de minister met betrekking tot de openheid rondom biotechnologie bij dieren?

49

358

De meerderheid van controles op dierproeven worden vooraf aangekondigd, het is alleen mogelijk strafrechtelijke sancties op te leggen bij geconstateerde gebreken, de mogelijkheid voor het opleggen van bestuurlijke sancties ontbreekt en in de praktijk hebben overtredingen van de Wod nooit geleid tot sancties. Is de minister voornemens naar aanleiding hiervan bereid het handhavingsinstrumentarium uit te breiden? Zo ja, op welke manier? Zo neen, waarom niet?

49