Bijdrage Partij voor de Dieren aan AO Jacht in het Kroon­domein en het Koninklijk Jacht­de­par­tement


19 december 2007

Voorzitter,


We spreken vandaag over het Kroondomein en het Koninklijk Jachtdepartement. Weer een stapje verder in de zoektocht naar de financiering van de Hofjacht die de fractie van de Partij voor de Dieren in mei van dit jaar al begonnen is. We zijn zoals u weet voortdurend van het kastje naar de muur gestuurd. Minister Bos kwam er na enkele maanden achter dat de verantwoordelijkheid voor het Koninklijk jachtdepartement niet bij hem berust, maar bij minister Verburg. Die kwam er na enkele maanden achter dat ze ook geen dossierhouder was, waarna de minister president kort in beeld kwam als portefeuillehouder, vervolgens bleek tot ieders verwondering dat het Koninklijk Jachtdepartement vooral onder minister Vogelaar zou berusten van Wonen, Wijken en Integratie.
Het Koninklijk Jachtdepartement! Zou het iets met wonen, met wijken of met integratie van doen hebben? Voor die vraag zelfs maar beantwoord kon worden, dook er weer een nieuwe portefeuillehouder op, staatssecretaris de Jager – nomen est omen. De vijfde bewindspersoon die een toelichting moest verschaffen op het uit de algemene middelen financieren van het koninklijk jachtdepartement.


Voorzitter, het is niet gebruikelijk als wel zo goed als ondoenlijk om algemeen overleggen te organiseren in aanwezigheid van vijf bewindspersonen. Op het gevaar af dat we vandaag wederom worden geconfronteerd met kat-en-muisspelletjes over de verantwoordelijkheid ten aanzien van de portefeuille, hebben we er als commissie op aangedrongen dat de afvaardiging die het kabinet zou sturen om onze vragen te beantwoorden volledig op de hoogte moest zijn. Ik ben benieuwd!

én ik ben meteen aangeland bij de eerste vraag die ik over deze kwestie zou willen stellen: waarom ressorteert het Koninklijk Jachtdepartement niet gewoon onder één bewindspersoon? Graag een heldere reactie van het kabinet!

De brief die we hebben ontvangen is net zo onduidelijk als de flarden aan informatie die we tot nu toe hebben weten los te peuteren. Op de ene pagina staat dat alle baten en lasten van het Kroondomein voor de rekening van de Kroondrager komen, op de andere staat dat het Rijk toch bijdraagt in de kosten voor de exploitatie. De personeelskosten van de jachtopzichters kunnen worden gedeclareerd op basis van een bijlage van de Herziening van het financieel statuut voor het Koninklijk Huis uit 1970. Die bijlage was destijds vertrouwelijk en alleen in te zien door Kamerleden. Inmiddels zou het openbaar moeten zijn, maar niemand weet waar en opnieuw zit iedereen naar elkaar te wijzen: het Centrale Informatie Punt van de Tweede Kamer, het ministerie van Algemene Zaken, het Nationaal Archief, het Archief der Staten-Generaal. Het is zo'n wirwar aan verstoptruuks dat je welhaast een hoogzit nodig hebt om enig overzicht te kunnen krijgen!

Gelukkig kunnen we het vandaag ook gewoon aan de bewindslieden vragen: Kunt u aangeven welke personeelskosten voor het Koninklijk jachtdepartement op dit moment als functioneel declarabel worden beschouwd, uitgesplitst op FTE’s en salarisniveaus zoals bedoeld in die in 1970 niet-openbare bijlage bij (de bijlage van) de Memorie van Toelichting bij de Herziening van het financieel statut voor het Koninklijk Huis? En waar kunnen we die bewuste bijlage vinden?
Dan de financiering van het Kroondomein. De Staat is volgens de schenkingsakte slechts ‘blooteigenaar’ van het kroondomein. De wet op het Kroondomein omschrijft het als volgt:

“Derhalve is het in 1959 aan de staat geschonkene weliswaar formeel eigendom van de staat, economisch is het echter te beschouwen als een aan de persoon van de Kroondrager gebonden en tot diens particuliere sfeer behorend vermogen, dat ter waarborging van de bestemming ervan onder de hoede van de staat is geplaatst. De Hoge Schenkster beoogde blijkens de overwegingen van de schenkingsakte te waarborgen dat Haar na te vermelden bezit één geheel blijve en het genot daarvan voorbehouden blijve aan diegene van Haar afstammelingen die Drager is van de Kroon [...].”
Op pagina 3 van de brief stelt het kabinet dat de Kroondrager zelf de baten en lasten van het Kroondomein voor zijn rekening neemt. Maar op pagina 6 schrijft zij dat het Rijk meebetaalt aan het onderhoud. Voorzitter, ik wil een verklaring voor die tegenstrijdigheden.

De wet op het Kroondomein stelt verder: Dit betekent dat het eigenlijke Kroondomein wordt geëxploiteerd door de Kroondrager, waarbij alle baten en lasten voor zijn rekening komen. De rol van de staat is die van blooteigenaar met de taak erop toe te zien dat hierbij in redelijkheid het vermogen in stand blijft.”

Wat is eigenlijk de bestemming van het Kroondomein en hoe wordt die bestemming door de staat gewaarborgd? Leuke jachtpartijen voor het koninklijk huis of het genieten van mooie natuur voor burgers?

Representatieve jacht
In haar brief schrijft het kabinet dat de oorsprong van het Koninklijk Jachtdepartement en de financiering hiervan door de staat is gelegen in het kunnen bieden van een representatieve jacht door het Staatshoofd. Het kabinet haast zich te zeggen dat de inhoud van de werkzaamheden al geruime tijd ruimer zijn, zoals het toezicht op het Kroondomein en het Staatsdomein. Je zou bijna denken dat het kabinet hier toegeeft dat een 'representatieve jacht' niet meer van deze tijd is. Maar laten we eerst maar eens duidelijk krijgen wat het kabinet precies verstaat onder representatieve jacht. Ik krijg graag een definitie. En wil weten hoe deze representatieve jacht zich verhoudt tot andere representatieve taken van het Staatshoofd. Zijn daar criteria voor te geven?
Ik wil weten of de beheersjacht onder de representatieve noemer moet worden geschaard, en wat de rol van het Hof precies is. Wie voert de jacht uit? En welke diersoorten worden geschoten tijdens een representatieve jachtpartij?

Voorzitter. Dan komen we bij het bieden van een representatieve jacht. Deze lijkt in nevelen gehuld want de soorten waar op geschoten mag worden zoals konijn, haas, duif, fazant en wilde eend worden tijdens de jacht niet geschoten. De representatieve jacht gaat dus over beschermde soorten waar de minister een ontheffing voor moet verlenen (op basis van een faunabeheerplan) om deze te kunnen schieten: edelhert, ree, damhert en wild zwijn). Kunt u mij uitleggen waarom de plezierjacht van het Koninklijk huis en haar gasten wordt uitgeoefend op soorten waarvoor alleen in het kader van populatiebeheer afschot mag plaatsvinden?

U stelt verder dat het afschot plaatsvindt onder toezicht van jachtopzieners in dienst van de koningin en dat deze ook de functie van BOA vertegenwoordigen. Kunt u aangeven hoe deze jachtopzieners, in dienst van de koningin, kunnen zorgdragen voor een integere jacht op beschermde soorten waarvoor ontheffing is verleend? Met andere woorden, kunt u aangeven op welke wijze wordt voorkomen dat de toegestane beheersjacht wordt gebruikt voor jachtpartijen waarbij het Koninklijk Huis en hun gasten mogelijk zonder jachtvergunning deelnemen? U stelt dat controle ter plaatse niet wordt uitgevoerd, maar kunt u dan wel aangeven waarom het bieden van een representatieve jacht moet gebeuren op basis van beheersjacht?

Openstelling en subsidies LNV
De Rijksoverheid verleent agrarische natuursubsidies voor het Kroondomein. Wordt er voldaan aan de voorwaarden hiervoor, gelet op de beperkte openstelling?

Drukjacht
Tot slot nog even over de drukjacht. De minister geeft in haar brief van dinsdag aan dat zij het bezwaar dat de Faunabescherming indiende tegen het besluit van de minister om groen licht te geven voor de drukjacht niet-ontvankelijk verklaart. Zij geeft aan dat volgens het ‘Besluit beheer en schadebestrijding dieren’ het geven van groen licht voor de drukjacht slechts vereist dat de minister bepaalt dat in enig jaar het leggen van lokvoer niet voldoende effectief is om het benodigde afschot te realiseren. Zij stelt dat dit een algemeen verbindend voorschrift is waar geen bezwaar tegen mogelijk is.

De juridische discussie over het al dan niet mogelijk zijn van bezwaar laten we graag over aan de rechter en we wachten met veel belangstelling het beroep van de Faunabescherming af.

Los daarvan vinden we het erg jammer dat de minister niet ingaat op de sterke twijfels van de rechter in Amsterdam over de onderbouwing van uw beslissing:
De door u vermeende ineffectiviteit van het leggen van lokvoer, de aannemelijkheid van schade in de gebieden, de afwezigheid van alternatieve methoden en de effectiviteit van de methode zelf.

Waarom gaat de minister niet inhoudelijk in op deze twijfels van de rechter?
Graag uw reactie hierop.