Bijdrage Partij voor de Dieren aan een AO over Landbouw-en Visse­rijraad en 17e VN-commissie Duurzame Ontwik­keling


1 juli 2009

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik wil de commissie even meegeven dat ik gisterochtend bij de procedurevergadering van de vaste commissie van Verkeer en Waterstaat het kabinet heb verzocht om nadere informatie over de situatie met de Sea Shepherd en het voornemen van het kabinet om die zeebrief in te trekken. Als het goed is, krijgen we daar nog een brief over. De SP-fractie heeft mij daarin gesteund.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik kon natuurlijk een glimlach niet onderdrukken toen ik de berichten las over de Europese ontvangst van het Nederlandse aalbeheerplan. De minister schrijft laconiek dat Borg het noch goed noch af kan keuren, maar het ziet er niet zo goed uit. Hij is niet erg overtuigd door de maatregelen die Nederland heeft getroffen. Ik vraag mij af in hoeverre de minister zelf nog overtuigd is. In hoeverre voldoet het voorgelegde plan om 157 ton schieraal over de dijk te zetten? Ik heb al eerder berichten gelezen over geruzie binnen de groep beroepsvissers. De een zou wel willen meewerken en de ander niet. Aan degenen die niet mee willen doen, zou men toch een vangstverbod willen opleggen. Ook toen moest ik glimlachen, want het is óf het een óf het ander; je kunt niet willekeurig vangstverboden opleggen aan vissers. Kortom, wat denkt de minister ervan? Is zij bereid om vangstbeperkende maatregelen te treffen? In de berichtgeving lijkt het erop dat alleen het plan van Ierland zal worden goedgekeurd, omdat dat land als enige heeft durven zeggen dat we maar wat minder moeten vangen. Ik hoor hierop graag een reactie van de minister.

De minister heeft een onderzoek naar haaien laten uitvoeren dat zij voorlegt aan de Commissie. Dat is op zichzelf goed. Ik neem aan dat zij het Haaienactieplan nog steeds steunt, maar de berichten over de haaien zijn zo zorgwekkend, bijvoorbeeld dat een derde ervan op uitsterven staat, dat ik wel een stevige inzet van de minister wil. Zij schrijft in haar brief dat het goed is dat volwassen exemplaren kunnen ontsnappen met de technieken die zijn getest, want zij kunnen zich nog voortplanten, maar de jongere exemplaren worden aan boord dood aangetroffen in de netten. Ik denk dat wij die jongere exemplaren ook nodig hebben voor het behoud van de bestanden. Op zichzelf vind ik dat ieder dier dat nutteloos is gestorven in die visserijnetten er één te veel is, en ik hoop dat de minister dat ook vindt. Ik hoor daarop graag een reactie.

Wat me opviel en waardoor ik nogal verbaasd was, is dat de minister in het vorige overleg over de Landbouwraad op de vraag van andere fracties over wat wij gaan doen aan de zuivelmarkt, niets heeft gezegd over een promotiecampagne voor melk. Toen zij in Brussel zat, of in Luxemburg, kwamen er mediaberichten dat zij een promotiecampagne gaat voeren. Waarom heeft de minister dat niet eerder aan de Kamer voorgelegd, zodat wij daarover een uitspraak hadden kunnen doen? Men zal begrijpen dat wij het daar niet zo mee eens zijn. Komt dat zomaar uit de lucht vallen? Dat bevalt mij niet. De minister doet dat vaker; geen antwoord geven op de vragen die wij in een AO stellen of in elk geval geen informatie geven over wat de plannen zijn en als zij in het buitenland is, komen de plannetjes via de media bij ons. Wij zijn erg tegen dit promotieplan, zoals men zich kan voorstellen.

De heer Atsma (CDA): Dit is een plan van de zuivelsector zelf. Ik zie niet wat er mis is met de promotie van melk en zuivel. Wat is er verkeerd aan melk?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik vind dit een erg interessante vraag van de heer Atsma, wat er mis is met de promotie van melk en zuivel. Mag ik die vraag zo lezen dat de heer Atsma er geen problemen in ziet als de overheid campagnes voert die zijn gericht op de voedselconsumptie van mensen? Is dat wat hij zegt?

De heer Atsma (CDA): Ik vraag of u weet wie het initiatief heeft genomen tot deze campagne.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ja, dat weet ik. De minister heeft gezegd dat zij dit een mooi initiatief vindt en dat er wat haar betreft wel gemeenschapsgeld in mag. Dat is natuurlijk de vraag.

De heer Atsma (CDA): Ik heb al aangegeven dat ik het fantastisch vind. Ga daarmee door. Ik stel voor om elke dag in plaats van koffie een glas melk op tafel te zetten. Hoe meer wij daarvan drinken hoe beter. Het is beter dan koffie.

De voorzitter: Maar dan ook karnemelk.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Het is goed dat de heer Atsma deze vraag nog even zo scherp stelt, want ik wil wel van de minister weten wanneer zij vindt dat met gemeenschapsgeld enige overheidsbemoeienis met het voedselpatroon van mensen te rechtvaardigen valt en wanneer niet. Wat zijn daar de criteria voor? Als de sector het moeilijk heeft, vindt de minister kennelijk dat de overheid zich er wel mee mag bemoeien en dat er euro's naartoe mogen gaan die wij met z'n allen hebben opgehoest. Als dierenwelzijn en het klimaat in het geding zijn, vindt ze dat ineens niet meer zo gepast. Ik hoor hierop graag een reactie van de minister.

Wat hierbij wel mooi aansluit, is de Conference on Sustainable Development van de VN. Ik denk dat de minister deels terecht trots is op haar voorzitterschap. De invulling ervan is nog niet duidelijk. Het klopt dat landbouw een oplossing kan zijn, maar de vraag is hoe. Gaan wij landbouw als oplossing zien door in elk geval de randvoorwaarde te stellen dat landbouw geen onacceptabele schade mag aanrichten en klimaatverandering teweeg mag brengen of gaan wij kleine stukjes schade afschrapen en pleistertjes plakken?

De minister zegt dat duurzame landbouw, veehouderijpraktijken en duurzame biobrandstoffen een belangrijke rol spelen in de klimaataanpak. Ik denk dat zij daarmee op de verkeerde lijn zit. Landbouw kan een oplossing zijn en moet absoluut een grote rol hebben in de klimaatonderhandelingen, maar we moeten wel bij het begin beginnen. De landbouw veroorzaakt grote problemen voor het klimaat, omdat het gaat om 30% van de uitstoot. Dan moet je eerst kijken naar het beperken van de schade en de landbouw op een andere manier inrichten. Ik zou graag zien dat onze minister Zweden als kersverse nieuwe voorzitter van de Europese Unie dik steunt met de prioriteiten op dit gebied, zoals zij al heeft gezegd. Zweden gaat nog een stukje verder en heeft gezegd dat wij klimaatvriendelijke voedselkeuzes moeten maken. Zweden heeft richtlijnen gestuurd aan de lidstaten, waarin onder andere de expliciete aanbeveling staat om minder vlees en minder rijst te eten, gezien de klimaatbelasting van deze producten. Zweden heeft gevraagd om hierop te reageren. Laten wij dit oppakken in het licht van de klimaatonderhandelingen in Kopenhagen, eind van dit jaar. Gezien de uitspraak van de minister dat landbouw een deel van de oplossing kan zijn, zou ik graag zien dat zij deze richtlijnen omarmt en Zweden steunt bij die noodzakelijke doelen, om tot een goed akkoord te komen, waarin landbouw geen veroorzaker meer is, maar inderdaad een oplossing van de problemen.

In de vorige Landbouwraad zijn ook andere punten aan de orde gekomen, zoals de bescherming van dieren tijdens het doden. Ik heb de vorige keer gezegd dat ik het op prijs stel dat de minister pleit voor vrijheid voor de lidstaten om verdergaande maatregelen te nemen. Helaas was daarvoor geen politieke meerderheid te vinden. Zij schrijft dat zij de Commissie erkentelijk is dat het compromis voorziet in een evaluatie na het uitfaseren van deze methode. Het is mij niet helemaal duidelijk of er nu een evaluatie komt of een plan voor uitfasering.
Op de agenda staat de Nederlandse inzet bij de internationale walvisvaartconferentie, IWC, die een dag eerder is afgesloten, omdat men er weer niet uitkwam. Zoals gezegd heb ik in de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat gevraagd om nadere informatie van het kabinet. We gaan er een AO over plannen. Het moet mij van het hart dat ik het typerend vind dat Australië gaat bekijken hoe het Japan voor de rechter kan dagen en dat het Nederlandse signaal is dat die actievoerders wel heel erg lastig zijn en dat wordt bekeken hoe hun vaarvergunning kan worden ingetrokken. Er is geen enkel zicht op mogelijk optreden tegen Japan. Hoe recht is de rug van Nederland, als het zegt tegen de walvisjacht te zijn en er alles aan te willen doen om de walvis te beschermen?