Bijdrage Partij voor de Dieren aan debat over de inval in Irak


4 februari 2009

Voorzitter. Aan mij de eer om als hekkensluiter van dit debat, het parlementaire slagveld te overzien. Ik moet zeggen dat ik hier niet echt vrolijk van word. Ik vind het op punten zelfs beschamend. Als wij kijken naar onze parlementaire democratie kan niemand het met mij oneens zijn dat burgers bevoegdheden hebben toevertrouwd aan de Staat. Dat zijn bevoegdheden die nodig zijn om het land te kunnen besturen. Via verkiezingen kunnen burgers de controle op die bevoegdheden tot op zekere hoogte veiligstellen. Volksvertegenwoordigers zijn belast met de ernstige taak om namens de burgers controle uit te oefenen op de macht.


Regelmatig vragen grote groepen burgers zich bij kabinetsbesluiten af: wat zit hier achter, wordt het algemeen belang gediend of is er sprake van het conserveren van de macht, van partijpolitiek haantjesgedrag en van het stellen van het belang van de partij boven het belang van de samenleving? Kortom, zij vertrouwen het niet helemaal. Dit is bij verschillende onderwerpen aan de orde.

Het is aan ons, volksvertegenwoordigers, om daar de vinger achter te krijgen. Dat lukt niet altijd en dat is op zichzelf al onbevredigend genoeg, maar wij kunnen niet over ieder onderwerp waarbij wij vermoedens hebben over achterkamertjes een parlementaire enquête houden. Dat begrijp ik ook. Bij zaken van groot maatschappelijk belang -- ik mag toch aannemen dat iedereen het met mij eens is dat een oorlog daar zeker onder valt -- kunnen wij het er echter niet bij laten zitten. Daarvoor is het instrument van de parlementaire enquête, een volledig openbaar onderzoek, met de mogelijkheid om de betrokkenen onder ede te horen. Ik begrijp werkelijk niet dat een kabinet dat last zegt te hebben van negatieve beeldvorming, ermee weg denkt te komen door een commissie in te stellen, de commissie een eigen opdracht te geven en onder die eed vandaan denkt te komen. Hoe denkt de minister-president dat dit bij de burgers zal vallen? Is het niet juist dit kabinet dat burgers voorhoudt dat wanneer zij niets te verbergen hebben, er ook geen bezwaar mogelijk zou moeten zijn tegen bijvoorbeeld de aantasting van onze privacy? Is het niet juist dit kabinet, met steun van de coalitiepartijen, dat stelt: wie niets te verbergen heeft, heeft niets te vrezen?


Het mag duidelijk zijn dat de Partij voor de Dieren niet gelukkig is met de actie van de minister-president om een commissie te benoemen om die grote twijfels die leven over de besluitvorming rond de inval in Irak in Nederland te onderzoeken. Wij denken dat iedereen, inclusief de minister-president -- dus hij mag dit opvatten als welgemeend advies -- erbij gebaat is als er complete openbare controle kan worden uitgeoefend door het parlement. Dan zijn wij er maar klaar mee.

Tegen het CDA spreek ik mijn ongenoegen nog eens uit over het misplaatste verwijt aan het adres van de oppositie dat er sprake zou zijn van politiek opportunisme. Als er één partij is die zich in dit debat schuldig heeft gemaakt aan die kwalijke kwalificatie, dan is dat het CDA. Tegen de SGP zeg ik -- het woord "politieke naïviteit" is vandaag al eerder gevallen -- dat ik het onvoorstelbaar vind dat deze partij niet wil erkennen dat er nog zo veel twijfels liggen over de besluitvorming. Er zijn heel veel vragen en ik denk dat wij het onderzoek juist boven het niveau van het politiek opportunisme zouden moeten durven trekken en dat iedereen er baat bij heeft als er nu eindelijk onafhankelijke controle komt.

Ik wil het hierbij laten. De Partij voor de Dieren is alsnog voor een parlementaire enquête.

Tweede termijn:


Voorzitter. Mevrouw Kant zei het al: over het recht op controle wordt niet onderhandeld in coalitievorming. Dat is helaas wel gebeurd. Ik wil eraan toevoegen: negatieve beeldvorming die slecht uitpakt voor je eigen partij mag ook geen leidend beginsel zijn voor besluitvorming hier in deze Kamer.

Voorzitter. Ik heb mij gestoord aan de oneigenlijke argumenten die met name door de CDA-fractie zijn aangedragen om haar keuze op dit moment te rechtvaardigen. Zie je een onderzoek niet zitten, dan zie je het gewoon niet zitten. Ik zou zeggen: hou daarin je rug recht en probeer niet als een dolle een beslissing die op veel weerstand kan rekenen, goed te praten. Recht praten wat krom is, is nog nooit iemand gelukt, meneer Van Geel.

Tot slot. Het blijft maar boven het debat hangen dat het hier om politiek opportunisme van de oppositie zou gaan. Mevrouw Halsema zou de antwoorden al kennen en is dus helemaal niet op zoek naar de waarheid. Ik vraag mij dan af waar de heer Van Geel zijn stelling op baseert dat de afwegingen destijds zuiver en integer waren. Dat kan hij niet weten. Dus wie is hier vooringenomen?