Bijdrage Partij voor de Dieren Ammoniak


21 januari 2009

AO Ammoniak
22 januari 2009

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Als wij spreken over het ammoniakdossier -- ik had mij er al op voorbereid -- bekruipt mij een ontzettend gevoel van verbijstering en ook wel van schaamte voor het feit dat wij als volksvertegenwoordigers kennelijk niet in staat zijn -- ik haal de woorden van Barack Obama maar even aan, want dat is dezer dagen hip -- om collectief oplossingen te zoeken voor grote problemen.

Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD): "Change".

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ja, "change" had hij gezegd, maar ik geloof dat dat weer even voorbij is.
Als wij ons focussen op de problemen die door de veehouderij worden veroorzaakt en er een elementje uithalen, lossen wij niets op. Wij willen ons er kennelijk niet bij neerleggen, de minister voorop, dat de wetgeving in Nederland ter bescherming van de natuur op zichzelf heel helder en duidelijk is. Ik denk dat wij wel een paar ambtenaartjes kunnen besparen als wij niet ieder halfjaar hoeven te zoeken naar ruimte en grenzen en wij geen discussies hoeven te voeren over wat wij met de ondernemers moeten als wij grenzen hebben overschreden en de Raad van State ons terugfluit. Knopen doorhakken! Ik vind het werkelijk onvoorstelbaar dat Nederland zijn eigen doelstelling om de teruggang in biodiversiteit te bestrijden -- wereldwijd een groot probleem -- in 2010 niet eens gaat halen. Daarbij komt de oproep van eurocommissaris Dimas, die zich ernstig zorgen maakt over de teruggang van biodiversiteit in heel Europa en zegt: mensen, laten wij onze inspanningen verdubbelen om te redden wat er te redden valt. En dan zitten wij hier een discussietje te voeren over de uitbreiding van veehouderijbedrijven! Dit is onvoorstelbaar. Wie niet ziet dat dit zo niet langer kan, is ziende blind en horende doof. Wij zien dat de minister vooral in de weer is met het over de heg gooien van handreikingen voor gemeenten, provincies, bio-industrieboeren en milieuorganisaties om verder te polderen of voort te modderen. De daadwerkelijke en noodzakelijke bescherming van de natuur wordt als wisselgeld ingezet in plaats van leidend te zijn voor de plannenmakerij rondom de Natura 2000-gebieden en andere natuurgebieden. Onbegrijpelijk.
De handreiking van de minister biedt geen juridische verankering, zegt de Raad van State. Doordat er geen eenduidige kaders zijn voor de toetsing van de effecten van de stijgende ammoniakuitstoot, kan niet worden vastgesteld of deze al dan niet nadelige effecten heeft op natuurwaarden. Wij zitten dus nog steeds in hetzelfde schuitje als vorig jaar, toen de Raad van State zich helder uitsprak over het broddelwerk van de minister en haar metgezellen in deze Kamer. De drang naar economisch gewin over de ruggen van dieren en natuur maakt blijkbaar blind voor de realiteit. Vuile praktijken worden niet geschuwd om oprecht bezorgde burgers buitenspel te zetten. Wij weten het nog wel: trots stelde gedeputeerde Hoes afgelopen jaar dat bezwaarmakers van steeds betere huize moeten komen om democratisch genomen besluiten bij de rechter te kunnen aanvechten. "Het kan niet zo zijn dat mensen van procederen een hobby maken", zei hij nog in een poging om deze ernstige zaak lachend af te kunnen doen. Wat is er nu zo ernstig aan? De bezwaarmaker had gelijk: er is wetgeving in Nederland, er zijn richtlijnen waar wij ons aan hebben te houden en als wij hier als volksvertegenwoordigers toestaan dat er vergunningen worden afgegeven die niet overeenkomen met de wet, is dat illegaal gedrag. Als burgers en organisaties de overheid daarop wijzen en gebruikmaken van het recht om aan de rechter te vragen of het ene democratisch genomen besluit wel in overeenstemming is met het andere, doen wij er alles aan om te voorkomen dat diegene nog naar de rechter kan. Zo werkt het natuurlijk niet. Ik heb dit probleem bij de behandeling van de begroting van het ministerie van VROM ook al aan de minister van VROM voorgelegd. Zij heeft mij toen geantwoord dat de Raad van State bezig is met een onderzoek naar de precieze definiëring van het begrip "belanghebbende". Daarop heb ik een motie ingediend. Die heb ik vervolgens aangehouden. Ik hoor graag hoe het er nu voor staat, want het kan niet zo zijn dat mensen gelijk hebben, maar niet krijgen en wij met lede ogen moeten toezien hoe er in Brabant illegaal tientallen vergunningen zijn verleend.

De heer Koopmans (CDA): Wat is er nu democratisch aan het feit dat het college van GS in Brabant aan een boer een vergunning geeft om uit te breiden? De gehele volksvertegenwoordiging in Brabant is het ermee eens, heel Brabant maakt geen bezwaar, behalve een iemand drie hoog achter in Amsterdam. Dan zegt de Raad van State: Nee, dat doen wij niet. Wat is daar nu democratisch aan?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dat is een interessante vraag. Als vandaag in de Kamer wordt voorgesteld dat mensen op grond van hun huidskleur best het land uit mogen of op andere wijze worden gediscrimineerd, in strijd met onze Grondwet, en wij dat met algemene stemmen aannemen, zou u dat democratisch noemen, mijnheer Koopmans? Er is wetgeving, waar wij ons hier in Nederland aan hebben te houden. Ook de GS moeten dat. Als de GS dat niet doen, hebben wij hier een vierde macht en die heet: de rechter. Die kan de GS op de vingers tikken. Wij moeten dan alleen wel burgers in staat stellen om dat even bij de rechter aan te kaarten.

De heer Koopmans (CDA): Het besluit van het college van GS is volstrekt op grond van de wet en binnen de normen die wij met elkaar hebben afgesproken, genomen. U begon een heel betoog te houden over wie er al dan niet bezwaar mag maken, maar mijn vraag is: wat is er nu democratisch aan dat iemand in Amsterdam, die misschien nog nooit in Brabant is geweest --dat is misschien ook wel beter voor Brabant, maar dat terzijde -- bezwaar gaat maken en de vergunning vernietigd wordt, terwijl heel Brabant er geen probleem mee heeft? Wat is daar nu het nut van?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De heer Koopmans doet alsof hij gek is. Dat is een leuk spelletje. Ik ken dat wel van hem. De Raad van State heeft gezegd dat die mijnheer gelijk had, hoor. Dat weet de heer Koopmans net zo goed als ik. Daar komt bij dat natuur een collectief goed is. Tot voor kort, dus totdat u daar een stokje voor stak, was het uitgangspunt van wetgeving dat natuur van ons allemaal is. Als iemand in Amsterdam er belang bij heeft dat de natuur in Brabant niet wordt aangetast, is dat zijn goed recht als inwoner van Nederland. U weet net zo goed als ik dat niet heel Brabant er geen problemen mee had; u weet ook dat mensen die in de buurt van een veehouderij wonen, niet altijd in staat zijn om hun zorgen over de uitbreiding te verwoorden zonder als een gestigmatiseerde, aangeslagen dorpsfiguur verder te moeten leven. Dat is voor de leefbaarheid in die kleine gemeenschappen niet altijd een haalbare kaart.
Voorzitter. Ik ga maar even door. Ik heb dus gesteld dat natuur een collectief goed is. Daar hebben wij allen belang bij. De richtlijnen zijn wettelijk verankerd en het is dus allesbehalve democratisch om burgers het recht te ontzeggen om hierover mee te praten en om mogelijk illegale praktijken te toetsen aan de wet.
De volgende vraag heb ik al aan de minister van VROM gesteld: hoe staat het met de definiëring van het begrip "belanghebbende"? Verder wil ik ingaan op de motie die vorig jaar in de Eerste Kamer is aangenomen en via welke wordt gevraagd om bufferzones ter voorkoming van intensivering van landbouw en om maatregelen ter stimulering van biologische landbouw en streekeigen productie. Ik hoor graag van de minister hoe zij deze motie in dit kader gaat uitvoeren.
Naar aanleiding van de vraag of wij veehouders niet uitroken, zoals de VVD het graag formuleert, blijf ik herhalen dat het feit dat er 50 boeren per week stoppen, niet het gevolg is van de aandacht die wij voor natuur vragen, maar van het beleid dat jarenlang dankzij het CDA en de VVD in Nederland de boventoon heeft gevoerd. Alle tijd en energie die wij nu moeten steken in dit zinloze overleg en in zinloze maatregelen en subsidiëring van milieumaatregelen, kan worden gestoken in krimp van de veestapel, het uitkopen van veehouders en een duurzame toekomst van ons allemaal.
Met het oog op het Besluit huisvesting wil ik de minister van VROM vanaf hier een hart onder de riem steken voor haar moedige besluit om vast te houden aan 2010. De sector heeft acht jaar de tijd gehad om zich aan te passen. Ik ben blij dat de minister eindelijk niet meer luistert naar het gemekker om uitstel en het gejengel van de fracties van het CDA en de VVD. Dat de heren Koopmans en Oplaat in 2006 weer eens wisten te grossieren…

Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD): Sorry, voorzitter, het gaat om een aangenomen motie, over democratisch gesproken.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): U hebt vooropgelopen, toch? Het was een motie van het CDA en de VVD, dus ik dacht: ik geef u daar de "credits" voor. Dat is wel zo "fair". In mijn ogen betekent de motie grossieren in valse hoop. Dat doet niets af aan het feit dat het besluit eigenlijk al in 2008 geïmplementeerd had moeten zijn. Ik vind dat de minister werk moet maken van de bescherming van natuur. Wat mij betreft wordt de interne saldering zo snel mogelijk afgeschaft. Ik krijg hierop nog graag een reactie.
Het is tekenend dat veehouders keer op keer willen vertragen en tot op de laatste dag wachten met het verbeteren van de milieuprestaties en het dierenwelzijn. Waarom hebben mensen zoals de heer Koopmans, die hameren op integraliteit, er niet voor gekozen om welzijnsverbeteringen naar voren te halen, zoals die in 2012 en 2013? Waarom is dat niet gestimuleerd? Ik wijs erop, dat je dit soort problemen op de vierkante centimeter kunt blijven herhalen als je om elkaar heen blijft draaien bij het beantwoorden van vragen in het kader van de integrale benadering van duurzaamheid, zoals wat nu echt dierenwelzijn is en waaraan wij moeten voldoen als het gaat om het milieu. Waar blijft de definitie? Ik wil een bevestiging van de minister dat het dierenwelzijn daadwerkelijk verbeterd wordt, zoals ik in een interruptiedebatje al even heb aangehaald.

De heer Koopmans (CDA): Wat vindt u er eigenlijk van dat de biologische landbouw buiten de AMvB valt? Is dat lekkerder ammoniak of betere ammoniak? Wat is dat eigenlijk? Hoe kijkt u daartegenaan?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik kijk daar als volgt tegenaan: ik wil de integrale benadering, waar de heer Koopmans zelf om vraagt, ook toepassen. Dan kun je in Nederland biologische landbouw hebben, zij het met een flink gereduceerde veestapel. U probeert voortdurend te zeggen dat biologische landbouw voor een hogere uitstoot zorgt. Ja, in uw optiek, waarin wij vasthouden aan 500 miljoen landbouwdieren per jaar in Nederland, is dat zo, maar "50% minder" zei het Burgerinitiatief en "70% minder" zegt de Partij voor de Dieren. Dan hebben wij geen AMvB meer nodig.
Over de botsing tussen milieumaatregelen en dierenwelzijn heb ik al gezegd dat wij in het blad Boerderij kunnen lezen dat de stalvloeren, die in een emissiearme huisvesting passen, ervoor zorgen dat koeien vaker uitglijden. Eenduidige dierenwelzijnsnormen lijken niet uit de verf te komen. Hoe gaat de minister dit oplossen? Zij zegt tegen de Kamer steeds dat er geen enkel probleem is met de verruiming van het melkquotum, omdat wij binnen de milieugebruiksruimte blijven en omdat het dierenwelzijn wordt gerespecteerd, maar ik geloof daar helemaal niks van.

Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD): Ik wil het nog even hebben over biologische landbouw. Ik begrijp uit het hele verhaal dat u ammoniak verschrikkelijk vindt, maar u vindt het wel normaal dat de uitstoot van biologische landbouw niet wordt meegerekend bij de ammoniakemissie in alle plannen waarover wij het vanmiddag hebben. De emissie daarvan wordt volledig uitgesloten uit de systemen en de trajecten.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Als mevrouw Snijder goed geluisterd had, had zij mij horen zeggen dat ik vind dat wij deze enorme problemen in de veehouderij niet op de vierkante centimeter moeten behandelen. Wij gaan onze tijd dus niet verspillen aan dit soort zinloze ammoniakdebatten; wij gaan de hele veehouderij omgooien. Ik kan wel even nadenken over hoe ik dat in de tussentijd wil oplossen met biologische veehouderij, maar u kent mijn stelling: genoeg is genoeg. Wij hebben veel te veel dieren in Nederland. Daardoor hebben wij niet alleen een probleem met ammoniak, maar hebben mensen aan de andere kant van de wereld ook honger, holt de biodiversiteit achteruit en wordt onze natuur ernstig aangetast.
"Minder" is het sleutelwoord. Dan hebben wij ook geen zinloze discussietjes meer nodig en getouwtrek om wat al dan niet kan.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Tijdens de beantwoording van de minister van VROM vielen mij de oren werkelijk van het hoofd. Neemt zij nu echt haar brief terug? Leest zij nu werkelijk een tekst voor die geschreven had kunnen zijn, zo niet geschreven is, door de ambtenaren van het ministerie van LNV? Dit kan toch zo niet! Dit is uitstel op uitstel op uitstel. Dan komt er weer een plannetje en dan gaan wij wel even kijken of Europa het goed vindt… Waar blijft die bescherming van natuur en milieu? Alsof wij alle tijd hebben. Alsof wij alle ruimte hebben. Zo kan het niet. Deze minister moet daar staan als de tijger die het ministerie van LNV in toom houdt. Ik ben hierover echt heel erg ontstemd.
Mijn laatste opmerking richt ik tot de minister van LNV. Ik word het nu wel echt zat. Milieu en dierenwelzijn gaan hand in hand, zegt zij. Ik heb een concreet voorbeeld gegeven, nota bene uit de agrarische pers. De journalist zit hier; hij heeft het zelf geschreven. Dat gaat niet goed. Het is niet duidelijk hoe de dierenwelzijnsrichtlijnen zullen worden vormgegeven. Wat als de koeien nou uitglijden in emissiearme stallen? Laat ik het dan zo maar even zeggen. De minister schuift de beslissing om duidelijkheid te geven over wat integraal duurzaam is en hoe wij het dierenwelzijn en het milieu kunnen verbeteren, voor zich uit. Zij zegt de hele tijd tegen mij dat het wel goed komt, maar het komt niet goed. Dat blijkt nu weer. Ik wil dus meer duidelijkheid.