Bijdrage Partij voor de Dieren AO Wilde zwijnen en Trophy Hunting


5 februari 2009

05-02-2009

AO Wilde zwijnen en Trophy Hunting

Voorzitter,

We spreken vandaag over de nota “De ‘wilde zwijnenbom’ op de Veluwe”. De conclusies in deze nota zijn ontnuchterend voor de jagerslobby, en iedereen die deze lobby blind vertrouwt en volgt.

Het rapport toont helder aan dat we op de compleet verkeerde weg zitten met het populatiebeheer van wilde zwijnen op de Veluwe. We zijn in de absurde situatie beland waarin een verder afschot leidt tot een steeds grotere populatie, doordat zwijnen worden afgeschoten tot een onnatuurlijk lage stand voor het gebied. Zwijnen reageren daarop met een sterk verhoogde voortplantingsprikkel. Hierdoor moet nog weer meer afschot plaatsvinden, en zo verder. Een heilloze weg. Geen enkele deskundige zal toch kunnen volhouden dat het afschieten van nu al meer dan 90 % van de zwijnenpopulatie een vorm van goed populatiebeheer is of dat er enige vorm van natuurlijke populatiedynamiek kan overblijven na deze massaslachting, en dus ook niet dat we op deze weg door zouden moeten gaan. Daarbij kunnen de wilde zwijnen nog nauwelijks een natuurlijk leven leiden doordat ze continu worden opgejaagd, zijn sociale structuren binnen de populaties letterlijk aan flarden geschoten en is het logisch dat de dieren alle kanten opschieten en dus ook in de buurt van en op verkeerswegen terechtkomen waardoor verkeersonveilige situaties ontstaan.

Proef jachtvrij gebied
Het moet anders. En gelukkig wordt er nu een nieuwe weg ingeslagen met een proef van een jachtvrij gebied, waarbij gedacht wordt aan de zuidelijke Veluwezoom, op een niet ingerasterd terrein van 2.000 hectare.

De Partij voor de Dieren heeft altijd gepleit voor een proef met een jachtvrij gebied, en juicht deze daarom toe. Maar mijn fractie plaatst wel enkele kanttekeningen bij de gekozen vorm.

De belangrijkste is de locatie: waarom een ‘niet ingerasterd’ gebied kiezen? Per definitie kunnen dieren daar in en uit, waardoor het monitoren van de populatie bij voorbaat al niet gaat lukken. Wat nu juist het doel van de proef zou moeten zijn. Zo kan het gebeuren dat dieren bij honger het gebied uit zullen trekken, of dat dieren juist het gebied intrekken omdat het een jachtvrij gebied is, en als veilig wordt ervaren. Wij hebben daarom een ander voorstel, namelijk om de proef van een jachtvrij gebied te verplaatsen naar het Kroondomein. Dit is een keurig omrasterd terrein, van wel 10.000 hectare. Dit is een robuust gebied, waar een dergelijke proef goed tot zijn recht komt. Als het ergens ongestoord en goed te monitoren kan, is het wel hier.

• Graag de mening van de minister hierover.

Een tweede punt is de onafhankelijkheid van de proef. De Partij voor de Dieren pleit ervoor om de tellingen, monitoring van de conditie van de dieren etc. niet uit te laten voeren door belanghebbenden van de jacht, zoals de Faunabeheer Eenheid, of onder de vlag van de provincie, maar door onafhankelijke onderzoekers. Alleen dan komen valide cijfers op tafel over hoe zwijnenpopulaties zich ontwikkelen wanneer er geen jacht meer plaatsvindt.

• Graag de mening van de minister hierover.
• Ook vraag ik de minister de onderzoeksopzet van de proef aan de Kamer beschikbaar te stellen, en in een latere fase van het onderzoek de Kamer steeds goed te informeren over de voortgang en tussenresultaten ervan.

Een derde punt is het gegeven dat het huidige FBE-plan voor de Veluwe halverwege dit jaar afloopt, waardoor er nieuw beleid kan worden geïntroduceerd. De Partij voor de Dieren verlangt een aanpassing van beleid voor de komende vier jaar, gezien de wel heel heldere conclusies uit de nota “De wilde zwijnenbom” en het feit dat onafhankelijke deskundigen die conclusies in veel opzichten bevestigen en in geen geval miskennen. De belangrijkste aanpassing die moet worden doorgevoerd is het loslaten van de absurd lage voorjaarsstand van 860 wilde zwijnen. Dit getal klopt niet. Dat zegt ook de heer Jacobs, districtshoofd Veluwe van Staatsbosbeheer. Hij stelt dat dit een getal uit een ver verleden is, waarvan de betekenis is dat een lagere stand onaanvaardbaar zou zijn om inteelt te voorkomen. Dit is geen basis voor een gezonde populatiebeheer. De heer Vossestijn zegt over dit aantal dat de populatie decennialang 1.500 was. Halvering van die populatie heeft geleid tot juist een onnatuurlijk hoog aantal biggen per zwijn om weer ‘op aantal ‘ te komen. Dweilen met de kraan open, dus.

• Graag de mening van de minister hierover.

Rasters langs rijksweg A28
Wat betreft het agendapunt ‘Rasters langs rijksweg A28’ het volgende. Hoe kan het zijn dat het hele Noord-Veluwegebied goed uitgerasterd is, behalve bij de op- en afritten van de A28 ter hoogte van Nunspeet. Op het moment dat daar dan wilde zwijnen vrijelijk de A28 kunnen opwandelen worden mens en dier daar slachtoffer van.

Restlichtversterkers
Dan de restlichtversterkers. De provincie Gelderland staat deze toe, de minister weet dat dit in strijd is met het Beneluxverdrag, maar treedt hiertegen niet op. Hoe gaan we dit nu oplossen?

• Ik vraag de minister per direct op te treden en een eind te maken aan het gebruik van deze illegale middelen.

Trofeejacht
De Partij voor de Dieren vindt het verwerpelijk dat mensen naar het buitenland gaan om dieren af te schieten, onder de noemer van jachttoerisme. De minister zou uitzoeken of de Nederlandse overheid deze kwalijke vorm van toerisme meefinanciert.

• Aan de minister de vraag wat de stand van zaken is: is dit al bekend?

Herten op Terschelling
Tenslotte het afschot van de uitgezette herten op Terschelling. Ons bereiken berichten dat de vangpogingen die in opdracht van de minister worden uitgevoerd vrijwel mislukt zijn, alleen het mannelijk hert zou zijn gevangen. Er zouden nu plannen zijn de resterende 10 dieren af te schieten.
Er is geen enkele aanleiding om tot acute actie over te gaan. En afschot is een wezenlijk andere keuze dan het vangen van de uitgezette dieren. Vangen moet het uitgangspunt blijven, en moet op een deskundige manier plaatsvinden.

• Graag een reactie van de minister en de toezegging dat de dieren niet zullen worden afgeschoten voordat de minister overleg gevoerd heeft met de kamer over de actuele situatie.