Bijdrage Partij voor de Dieren aan AO Nationale invulling Health Check­ak­koord (eerste termijn)


26 mei 2009

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Om met het goede nieuws te beginnen: de Partij voor de Dieren vindt het niks, die hele nationale invulling van hat akkoord Health Check. De minister kon dat wel verwachten, want wij waren kritisch bij de bespreking van de Nederlandse inzet voor deze hervormingen in Europa. Ik heb de minister er destijds al op gewezen dat de houtskoolschets wel een leuk pastelkleurig toekomstbeeld schetst, maar dat je er met de concrete stappen die daarvoor in de praktijk worden gezet helemaal niet komt. Dat zien wij nu ook weer. Ik herinner mij de discussies nog waarin wij hebben gepleit voor een steviger modulatie, en als ik mij goed herinner hoefde dat niet voor de minister, gelet op artikel 68. Nu zijn wij klaar en nu wordt artikel 68 niet gebruikt. Ik wil graag een verklaring van de minister op dat punt. De belangrijkste kritiek zit natuurlijk in het feit dat wij met dit landbouwbeleid geen stap verder komen op weg naar een duurzame samenleving. Wat moet ik mij erbij voorstellen dat het geld wordt ingezet voor maatschappelijke diensten, zoals dierenwelzijn en milieu? Is dat een megastal met een struikje voor de deur? Dat wordt het niet. De problemen met de intensieve veehouderij, met die enorme aantallen dieren die wij in Nederland en in Europa hebben, kun je niet oplossen door te zeggen: maak het hok een centimetertje groter en maak een raampje in het dak, met een luchtwasser erop, dat noemen we dan ineens dier- en milieuvriendelijk. Zo werkt dat niet. Ik roep mijn collega-groene- partijen op om mij vooral te steunen in het zo concreet mogelijk duidelijk maken aan de
minister wat zij wel en niet moet doen. Zij legt iedereen in de luren met haar plannetjes voor milieu- en diervriendelijke stallen, maar het is niet vriendelijk voor dieren en al helemaal niet voor het milieu als wij geen concrete bijl zetten aan de bron. Wellicht is er nog wat hoop met de modulatie die nu heeft plaatsgevonden, en wellicht is er meer budget voor plattelandsontwikkeling.

De doelen die daarvoor zijn geformuleerd, bieden ruimte. Ik noem biodiversiteit, klimaatverandering en waterbeheer. Kunnen wij verwachten dat de minister de gelden die daarin zitten, gaat inzetten om de biodiversiteit daadwerkelijk te verbeteren? Dat zouden wij dan kunnen gebruiken om het aantal dieren in Nederland sterk terug te brengen. Het geld zou moeten worden gebruikt om een omschakeling naar biologische landbouw mogelijk te maken. Als wij de biodiversiteit niet meer vernietigen, hoeven wij er ook geen geld voor te betalen om ervoor te zorgen dat er ergens een plantje blijft staan. Zo simpel is het. Als wij geen enorme uitstoot van onze veestapel hebben, hoeven wij ook geen geld te betalen om ervoor te zorgen dat die uitstoot een beetje wordt verminderd. Zo simpel is het. De vraag is dus -- ik ken het antwoord eigenlijk al, maar ik vraag het toch -- of de minister bereid is om te werken aan een bronbeleid, zodat wij die doelen die destijds inderdaad golden, kunnen behalen. Daarbij is voedselvoorziening belangrijk. De ChristenUnie-fractie noemde het zelfs een maatschappelijke dienst, en de SP sprak over voedselzekerheid. Dat is allemaal waar, maar wij hebben wel een wereld te voeden. Het mag niet zo zijn dat wij in de Europese lekkere trek en die van de rijke Chinezen gaan voorzien, en dat wij mensen aan de andere kant van de wereld welbewust honger laten lijden als gevolg van ons Europees landbouwbeleid. Dát kan de bedoeling niet zijn, in elk geval niet in een beschaafd Europa waarin ik toch hoop te leven. Graag een radicale omslag en nu eens een keer een positieve reactie van de minister.