Bijdrage Ouwhand AO Staats­bos­beheer


3 februari 2010

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Wij hebben een evaluatierapport ontvangen over het functioneren van Staatsbosbeheer. Daarin staan behartigenswaardige aanbevelingen van de evaluatiecommissie. Wij hebben daarop een reactie van de minister ontvangen. De PvdD deelt de conclusie van de commissie-d'Hondt dat de huidige positie van Staatsbosbeheer dient te worden gehandhaafd, maar met een sterkere rol voor de raad van toezicht. De minister zegt daarover dat zij in overleg met Staatsbosbeheer heeft afgesproken dat daarvoor een toezichtkader wordt opgesteld. Hoe gaat het met de toekomstige benoemingen van de personen die zitting hebben in de raad van toezicht? Het heeft onze voorkeur dat deze mensen onafhankelijk zijn en de benoeming niet meer door de minister geschiedt. Het lijkt alsof de raad van toezicht in een spagaat zit. De raad moet functioneren als ogen en oren van de minister, maar tegelijkertijd is de raad een onafhankelijk bestuurlijk toezicht voor het operationeel bestuur. Kan de minister dit punt verduidelijken? Is het de bedoeling van de minister om de verslaglegging van Staatsbosbeheer te laten voldoen aan de normen die onlangs door de Algemene Rekenkamer zijn geformuleerd? De minister kent ongetwijfeld deze normen en als dat niet zo is, kan ik deze normen opnoemen. Ik denk dat het omwille van de tijd niet wenselijk is. Wij vinden dat duidelijkheid moet komen over het steviger maken van de rol van de raad van toezicht en de onafhankelijke benoemingen.
Hoe zit het met de voorzitter van Staatsbosbeheer die tot 31 december 2009 in functie zou zijn? De heer Brinkman is tevens voorzitter van Bouwend Nederland. Was dit een wenselijke situatie? De heer Brinkman zou niet herbenoembaar zijn, maar wij hebben hierover niets gehoord. Ik zie de minister fronsen, wellicht verstaat zij mij niet.

Minister Verburg: Mevrouw Ouwehand sprak over het aan-, op- of aftreden van de heer
Brinkman.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Er is aangekondigd dat de heer Brinkman per 31 december zou aftreden. Wij hebben daarvan geen persberichten gezien. Wat is de status? Wij vinden een duidelijker natuurprofiel wenselijk voor de voorzitter. Wij hebben over een aantal opvallende punten uit het rapport zorgen. De commissie heeft geconstateerd dat de feitelijke beheerskosten voor verschillende natuurdoeltypen aanzienlijk hoger zijn dan de kosten die LNV aan Staatsbosbeheer heeft betaald. Dat is zorgelijk op zichzelf, maar zeker ook als wij in verschillende beheerplannen kunnen zien dat vooral wordt ingezet op beheer in plaats van op preventie van het aanrichten van schade. Wie gaat opdraaien voor die kosten? Wat gaat de minister daaraan doen? Het met beheersmaatregelen trachten oplossen van aangerichte schade, levert een enorme
kostenpost op. Hoe gaat de minister dat invullen? Als wij tegemoet moeten komen aan die kostenpost, dan kunnen wij geen beheerplannen goedkeuren waardoor Staatsbosbeheer straks met een enorm gat in de begroting zit.
Het viel de commissie op dat een duidelijk beeld van de ecologische cultuurhistorische of maatschappelijke ontwikkeling in de verschillende gebieden ontbreekt om een goed inzicht te krijgen in de ontwikkeling van de natuurkwaliteit van de terreinen in de tijd. De commissie zegt dat het aanbeveling verdient dat LNV in overleg met de provincies op korte termijn besluiten neemt over een landelijk monitoringsysteem. Wil de minister hierop reageren?

Mevrouw Jacobi (PvdA): Wat is de mening van de PvdD om een gezamenlijke backoffice te organiseren en zo kostenbesparingen te bewerkstelligen?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik kan geen ja of nee zeggen, maar ik zou de voor- en nadelen daarvan rustig willen bekijken. Ik wijs het idee niet op voorhand af. Het Planbureau voor de Leefomgeving zegt dat het niet goed gaat met het realiseren van de natuurdoelen. De biodiversiteit ontwikkelt zich niet goed. Op een aantal terreinen is een toename van soorten geconstateerd, maar een deel van de terreinen van Staatsbosbeheer laat waarneembaar een achteruitgang van soorten zien. Er is geen landelijk overzicht van de huidige situatie in natuurtypen waartegen het bereikte doel kan worden afgezet. Het lijkt mij belangrijk om dit hier te memoreren. Het Planbureau voor de Leefomgeving zegt dat de systematiek op nationaal niveau niet transparant is. Dit is een belangrijk zorgpunt, zeker in het licht van de beheerplannen die worden of zijn ontwikkeld. Hoe kijkt de minister hier tegenaan en op welke manier denkt de minister de duidelijkheid te gaan verschaffen?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Het CDA zegt dat de boeren van alles tot stand hebben gebracht. Dat kan zo zijn, maar de boeren hebben in natuurgebieden ontzettend veel schade toegebracht. De overheid kan lang vooruit kijken en met een goed saneringsplan komen voor boeren die met ammoniakuitstoot hebben te maken. Dat is niet gebeurd. Die mensen zijn daar gevestigd en het gebied verslechtert. In de voorliggende plannen en naar de huidige praktijk moet veel beheerwerk worden uitgevoerd om de natuurdoelen te halen. Als de suggestie wordt opgeworpen dat de erfpachters de kosten voor de EHS moeten gaan dragen, dan lijkt mij dat een magere voostelling van zaken. Is het CDA bereid te kijken naar de gevolgen van het niet willen ingrijpen in de vee-industrie en de daaruit vloeiende kosten voor Staatsbosbeheer en in een later stadium voor de erfpachter?

De heer Mastwijk (CDA): Ik zie absoluut niet de link tussen de intensieve veehouderij en de kosten van Staatsbosbeheer voor het onderhoud van natuur. Wij spreken in dit land natuurdoelen af. Overigens kunnen wij daarover van mening verschillen. Als Staatsbosbeheer terug wil naar de natuur dan weet ik niet over welke natuur zij het hebben. Spreekt Staatsbosbeheer over de natuur van 1500, 1700, 1800, begin negentiende of twintigste eeuw? Ik neem waar dat de boeren in Nederland door de eeuwen heen hebben bijgedragen aan de kwaliteit van het landschap. Ik heb verwezen naar het coulissenlandschap. Ik heb een folder overhandigd. Kom in Drenthe fietsen en daarvan genieten. De agrarische sector is wel degelijk in staat om bij te dragen aan het realiseren van natuurdoelstellingen en het onderhoud van de natuur.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Hier gaat het niet om. Wij spreken over de Nederlandse handtekening onder de Vogel- en Habitatrichtlijn en de natuurdoelstelling die op papier staat. Staatsbosbeheer zit in beheerplancommissies. De afspraak is dat niet wordt ingegrepen in de intensieve veehouderij waardoor de ammoniakdeposities blijven bestaan. Het plegen van beheer is dan nog de enige manier om de natuurdoelstellingen enigszins te kunnen halen. Dat levert hoge kosten op voor Staatsbosbeheer.

De heer Mastwijk (CDA): Ik stel vast dat dit onderwerp vandaag niet op de agenda staat. Wij hebben het over de werkwijze van Staatsbosbeheer. Ik stel vast dat de boeren kunnen helpen om het werk van Staatsbosbeheer makkelijker te maken.

Minister Verburg: De heer Brinkman is eind 2009 afgetreden. Ik krijg voordrachten over zijn opvolging in de raad van toezicht en doe een voordracht aan onze Majesteit voor aanvulling van de raad van toezicht. Ik doe dat zeer gewetensvol.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Krijgt de Kamer van tevoren de voordracht te zien? Het is niet
wenselijk dat wederom een voorzitter met een passie voor bouwen wordt benoemd.

Minister Verburg: Dat is het voorrecht en de verantwoordelijkheid van de minister. Ik draag voor en de Majesteit benoemt.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Welke criteria legt de minister aan? Mogen wij aansturen op een duidelijk groen profiel?

De heer Polderman (SP): Er staan een aantal aanbevelingen in het rapport over de hoogte van de vergoedingen maar ook over de nevenfuncties. Neemt de minister de aanbevelingen over?

Minister Verburg: De evaluatie is niet alleen bedoeld voor Staatsbosbeheer maar voor allen die zijn betrokken bij Staatsbosbeheer. Het maakt niet uit of het gaat om de aansturende positie of toezichtpositie. De Kamer is in staat om mijn werk, de uitvoering van het werk van Staatsbosbeheer en indirect de werkwijze van de raad van toezicht te beoordelen in de gepresenteerde resultaten. De Kamer heeft niet zo lang geleden met vertegenwoordigers van de raad van toezicht gesproken. Dat is een van de mogelijkheden waarvan de Kamer gebruik kan maken.
Ik heb Staatsbosbeheer gewezen op de normen van de Algemene Rekenkamer. Ik zal volgen of zij zich daaraan houden en anders is dat een punt van bespreking. Er wordt gewerkt aan de meetsystemen betreffende de achteruitgang van soorten. Er is een vastgestelde index natuur en landschap. Die voorziet in een transparant systeem om kwaliteit te monitoren. De systemen moeten transparant en effectief zijn om het te kunnen volgen. Ik heb gesproken over natuur en indicatoren om te zien of Staatsbosbeheer de gewenste ontwikkeling doormaakt. In het jaarverslag komt aan de orde de doelrealisatie, bijvoorbeeld natuurdoeltype en de kwaliteit daarvan. De Kamer kan een en ander lezen in het jaarverslag van Staatsbosbeheer waarin wordt gerefereerd aan de opdracht en gemaakte afspraken die jaarlijks worden opgenomen in het jaarwerkplan. Wij laten van tijd tot tijd de werkwijze van Staatsbosbeheer benchmarken. Er is niet zo lang geleden een benchmark geweest met andere natuurbeheerorganisaties. Daaruit blijkt dat Staatsbosbeheer het heel goed doet.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. De minister is onvoldoende ingegaan op de positie van de raad van toezicht en de aanbevelingen die de commissie daarvoor heeft gedaan om dat te versterken. Ik kan de minister verklappen dat wij scherp zullen kijken naar de voorstellen die in de beheerplannen liggen. Wij willen duidelijkheid over de kosten die daarmee zijn gemoeid. Als in de beheerplannen grote posten zitten voor beheer, dan willen wij van de minister weten wie dat gaat betalen.