Bijdrage Ouwehand AO Binnen­vis­serij


3 februari 2010

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Het gebeurt niet zo vaak, maar als de Partij voor de Dieren de minister steunt, klinkt er van mijn kant tromgeroffel. Dat moeten we vieren. Vorige week was dit het geval in het debat over de Oostvaardersplassen. Wij steunen de minister ook in haar beleid met betrekking tot het Aalbeheerplan en de wolhandkrab. Wij hadden het Aalbeheerplan graag nog wat scherper gezien. Mijn collega's maken zich zorgen over de vraag of andere lidstaten zich wel aan de afspraken houden. De minister zou misschien kunnen dreigen met de Nederlandse inzet voor een totaal Europees vangstverbod voor paling. Dat zou de andere lidstaten wat angst kunnen aanjagen. We kennen de minister als daadkrachtig, dus wie weet kan zo'n dreiging helpen. Ik zou er erg voor zijn; dat is geen geheim.

De heer Polderman (SP): Ik ken het standpunt van de Partij voor de Dieren over het Aalbeheerplan. Dat kan ik volgen. Steunt mevrouw Ouwehand ook de lijn van de minister met betrekking tot de wolhandkrab? Concludeert ze daarmee dat de vangst van de wolhandkrab ook maar afgelopen moet zijn? Daar komt het namelijk op neer. Dat is toch merkwaardig. Mevrouw Snijder zei net al dat de wolhandkrab een exoot is. Wij zouden blij moeten zijn dat deze gevangen wordt. Dat vissers er iets mee verdienen, is mooi meegenomen. Het verbaast me dat mevrouw Ouwehand dit niet goedkeurt en de sector deze bron van inkomsten wil onthouden. Dat kan ik niet rijmen met haar algemene visie op exoten en dat soort zaken.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Volgens mij is het de inschatting van de minister dat het geen invasieve exoot is. Het is dus niet per se nodig om deze dieren uit de wateren te vangen. De heer Polderman kent natuurlijk heel goed onze grote zorgen over met name de manier waarop krabben, kreeften en zeker ook vissen aan hun einde komen. Zolang deze dieren een vreselijke dood tegemoet gaan, staan wij nooit te springen om visserij op welke diersoort dan ook. Kan de minister inzicht geven in de manier waarop de in Nederland gevangen krabben en kreeften aan hun einde komen? Welke technieken zijn er inmiddels onderzocht en beschikbaar om deze beesten een wat humanere dood te bezorgen, dan levend het kokende water in te gaan?

De heer Polderman (SP): Mevrouw Ouwehand zou zich eens moeten verdiepen in de mensonterende manier waarop de prooidieren van de wolhandkrab aan hun einde komen. Dat is pas schrikbarend. De natuur is echt niet zo lief als mevrouw Ouwehand misschien denkt. Wat dat betreft vind ik haar verontwaardiging wat eenzijdig.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ons wordt wel eens verweten dat we dieren gelijkschakelen met mensen. Dat doen we nooit. Ik hoor alleen de heer Polderman een soortgelijk argument inbrengen. Ik denk dat mensen met het ingrijpen in de natuur, bijvoorbeeld vissen, jagen of zelfs bijvoeren, een heel andere verantwoordelijkheid hebben dan twee vissen of twee krabben die elkaar tegenkomen onder water en vanuit dringende eerste levensbehoefte de wetten van de natuur volgen. Dat is misschien een heel andere visie dan de SP erop na houdt. Wij denken dat dieren geen mensen zijn en andersom, al valt daar natuurkundig wel wat over te zeggen.
Ik heb zojuist de minister gesteund in haar aalbeheerplan en de beslissingen met betrekking tot de wolhandkrab. Dan is het natuurlijk wel weer uit met de pret, want de minister kent ons als buitengewoon kritisch op haar beleid met betrekking tot de visserij. Ik moest glimlachen bij de inbreng van mijn collega's over de visstandbeheercommissies. Ik moest denken aan een kleuterklas. Er is een grote zak met snoep en iedereen staat erom te vechten. Wij gedragen ons hier als de kleuterjuf die de snoepjes eerlijk tussen Jantje en Pietje moet verdelen. Ik begrijp heel goed dat er botsende belangen zijn, niet alleen tussen de sportvisserij en de beroepsvisserij, maar ook op het gebied van waterbeheer en natuurbescherming. Echter, voor botsende belangen is de overheid uitgevonden. Deze commissie is breed voorstander van het werken met beheercommissies en beheerplannen, ook bijvoorbeeld bij Natura 2000. Wat zien we daar? We maken er vechtcommissies van. We kunnen wel zeggen dat de overheid zich nergens mee moet bemoeien, maar we zitten hier uiteindelijk wel weer te debatteren over de ruzies die daar ontstaan.
Ik vind dat er veel duidelijker kaders gesteld moeten worden. De beslissingen moeten hier vallen. We moeten het beheer van de wateren niet overlaten aan polderclubjes, waarin belangen op individueel niveau worden uitgevochten. Ik vind de insteek van die commissies dus verkeerd.

Mevrouw Jacobi (PvdA): Mevrouw Ouwehand, u hebt twee oren, maar volgens mij hebt u daar een poosje niets mee gedaan. Dat hebben we namelijk net allemaal gezegd. U trekt een vergelijking met een kleuterklas, maar ik heb niemand iets anders horen zeggen dan dat de VBC's betere sturing moeten hebben. U doet nu alsof u dit zelf hebt bedacht. Uw oren mogen wel eens gewassen worden.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dat kan wel zijn, maar we blijven wel werken met zulke visstandbeheercommissies als het aan de PvdA ligt. Ik hoor mevrouw Jacobi niet zeggen dat we vandaag gaan bepalen wat de doelstellingen zijn en er desnoods een verdere uitvoering aan geven. Mevrouw Jacobi is voor deze commissies.

Mevrouw Jacobi (PvdA): Ja, om het beheer te organiseren.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dan had u duidelijker moeten zeggen dat het u alleen maar om de uitvoering gaat van hier vastgestelde plannen. Dat is het verschil tussen ons standpunt en dat van de Partij van de Arbeid.

Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD): Wij hebben allemaal duidelijk gevraagd om meer sturing. Wat wilt u? Wilt u zeggen dat we alles wel kunnen afschaffen, omdat er toch niet meer gevist wordt?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De Partij voor de Dieren is opgericht om de belangen van dieren te verdedigen, niet om een fanclub te zijn van de vsiserij. Er zijn botsende belangen, vooral met waterkwaliteit en natuurbeheer. Dat geluid kent u bijvoorbeeld ook van ons bij Natura 2000, maar we miskennen de plek van ondernemers zeker niet. Voor botsende belangen is de overheid in het leven geroepen, vinden wij. Ik heb mijn collega's alleen maar horen spreken over de sportvisserij en de beroepsvisserij die er samen niet uitkomen, maar hoe zit het met de implementatie van de Kaderrichtlijn Water? Wie komt er op voor de natuurbelangen? Dat belang is zo kwetsbaar; daarom vind ik dat we dit hier veilig moeten stellen in plaats van in zo'n visstandbeheercommissie.
Door de interrupties is het al duidelijk dat de Partij voor de Dieren geen voorstander is van het in het leven roepen van polderclubs waarin publieke belangen onderling worden uitgevochten. Wij vinden dat er duidelijke rijksdoelstellingen moeten zijn voor deze commissies. We leggen ons neer bij de realiteit dat deze commissies er komen; we krijgen ze niet afgeschaft. Daarom moet er wel zo veel mogelijk gestuurd worden. Dat is dus een ander uitgangspunt dan mijn collega's vandaag hebben verwoord, maar we hebben maar twee zetels in de Kamer op een totaal aantal van 150. Vanuit de gedachte dat we dus niet om die commissies heen kunnen, vraag ik de minister welke mogelijkheden zij ziet om de doelstellingen voor die commissies duidelijker te krijgen. Het gaat ons vooral om doelstellingen vanuit een ecologische benadering, de Kaderrichtlijn Water, natuurbescherming en dierenwelzijn. Er moet gekeken worden naar de manier waarop er wordt gevist en de dieren aan hun einde komen. Laten we vooral ook de Habitatrichtlijn niet vergeten. Welke voorstellen gaat de minister daarvoor doen?
De minister schrijft in haar brief dat het opstellen en het naleven van het visplan de verantwoordelijkheid is van alle deelnemers in de commissie. Het is toch niet de bedoeling dat het naleven alleen maar aan de bereidwilligheid van de commis sieleden wordt overgelaten en dat we geen handhaving hebben op bijvoorbeeld de naleving van de Kaderrichtlijn Water? Wie gaat die plannen toetsen? Komt er een toets van die plannen op de vigerende natuurwetgeving?
Dan kom ik bij de Gedragscode van de sportvisserij. De minister heeft in de Nota Dierenwelzijn aangekondigd dat er een evaluatie komt. In de voortgangsrapportage heeft ze geschreven dat die evaluatie in 2009 klaar zou zijn. Dat is kennelijk niet gelukt; we hebben in ieder geval nog niets gezien. Hoe zit het met de bezorgdheid van de minister over het welzijn van de dieren die voor de lol of voor de hobby uit het water worden gehaald en al dan niet worden teruggezet? Ik vraag de minister om een visie daarop. Ik ben benieuwd wanneer de evaluatie komt en of de minister de Gedragscode meestuurt naar de Kamer. Vooralsnog heb ik er nog niet veel over kunnen vinden. Op de website van Sportvisserij Nederland staan drie aandachtspunten, bijvoorbeeld dat men natte handen moet hebben als men een vis beetpakt, maar die lijken me voor een gedragscode nogal magertjes. Wat kan de minister daarover zeggen?
Het lijkt me een slecht plan om het vergunningenstelsel voor de nacht- en electrovisserij af te schaffen. Anderen hebben dit ook al gezegd. Kan de minister hierop reageren?

(…)

Minister Verburg: Voorzitter. Ik dank de Kamer voor haar inbreng in eerste termijn. Ik ben erg blij dat we vandaag spreken over de binnenvisserij, omdat ik denk dat daar alle reden toe is. De binnenvisserij bevindt zich in woelig water en heeft te maken met grote uitdagingen, waarbij veel ondernemerschap en toekomstgerichtheid worden gevraagd. De binnenvisserij heeft te maken met nieuwe ontwikkelingen, net zoals de sportvisserij. De sportvisserij is een sector met een behoorlijke omzet. Er zijn 2 miljoen beoefenaren van de sportvisserij. De sportvisserij heeft ook een effectieve en goede organisatie. Beide sectoren hebben in toenemende mate te maken met een aantal maatschappelijke ontwikkelingen en ook met nieuwe doelen, zoals het belang van natuurontwikkeling, waterbeheer, visstandbeheer en dierenwelzijn. Deze stellen allemaal eisen voor nu en voor de toekomst aan beide sectoren en de overheid. Daarom gaan we stevigere beleidsvoornemens neerzetten met betrekking tot de binnenvisserij. Deze heb ik eind vorig jaar aan de Kamer gestuurd.
Een van de belangrijkste onderwerpen is het steviger inzetten op de visstandbeheercommissies. Ik ben blij dat de Kamer daar ook voor voelt. We zijn al tien jaar bezig om die commissies te stimuleren. We gaan dit nu met wat meer voortvarendheid doen, omdat we zien dat in een aantal gebieden de drive en de motivatie er is om met een
visstandbeheercommissie te gaan werken, maar dat er ook gebieden zijn waar dit niet zichtbaar is. In die gebieden heb ik al een aantal keren iemand gevraagd om met de mensen om de tafel te zitten om te kijken of er visstandbeheercommissies tot stand gebracht kunnen worden. Er zijn heel wat burgemeesters in Nederland die geprobeerd hebben om daartoe te komen, met uitnodigingen en ook door het uitoefenen van iets meer druk. Dat heeft allemaal niet geholpen. In sommige gebieden blijft een soort tegendruk bestaan om te komen tot die
visstandbeheercommissies. Ik herinner me heel helder de debatten die we in de Kamer hebben gevoerd over het Aalbeheerplan. Ook daar werd de bijna wanhopige vraag gesteld: waarom werken in sommige gebieden de visstandbeheercommissies niet? Waarom zijn die er nog niet? In alle gebieden hadden die visstandbeheercommissies er kunnen zijn, als degenen die een rol daarin spelen het belang en de meerwaarde ervan zouden zien. Deze spelers hebben namelijk een belangrijke rol. Het heeft meerwaarde om met elkaar in een commissie te zitten en afspraken met elkaar te maken over de uitvoering, de handhaving en de registratie. Partnerschap heeft meerwaarde. Dat had men moeten zien. Ik ben de Kamer zeer erkentelijk voor de steun om meer verbindend werk te maken van de visstandbeheercommissies dan tot nu toe is gebeurd of gelukt.

Mevrouw Jacobi (PvdA): U gaat het toch in de Visserijwet opnemen?

Minister Verburg: Ja, maar ik heb veel liever dat de meerwaarde ook in de praktijk wordt
erkend. Ik verwijs graag naar de manier waarop we er met de mosselsector en de
natuurorganisaties in het Waddengebied zijn uitgekomen. Ik heb al eerder gezegd dat men,
na jaren elkaar de tent uit te vechten, een jaar met elkaar bezig is. Beide organisaties vinden
het vreemd dat ze er zo lang over gedaan hebben, omdat ze nu heel plezierig
samenwerken. Dit is echt een win-winsituatie. Sterker nog, ze vinden elkaar zelfs aardig.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dat is natuurlijk prachtig en die champagne zal best goed gesmaakt hebben, toen dat convenant werd gesloten. Het gaat erom dat er afspraken zijn over de bescherming van de natuur en dat deze ook door de overheid worden nageleefd. Dat gebeurde echter niet bij het voorbeeld dat de minister aanhaalt. Er was overeenstemming over de mosselvisserij in de Waddenzee, maar uiteindelijk bleek deze niet te voldoen aan onze Natuurbeschermingswet. Toen deze beslissing werd aangevochten door een andere club, moest de Raad van State met een uitspraak komen. Dit is toch geen voorbeeld om aan te geven dat het werkt? Dat mensen elkaar aardig vinden, is misschien leuk, maar dat was het doel niet.

Minister Verburg: Het is jammer dat mevrouw Ouwehand er weer over begint. Op de vergunning was al dat voorbehoud gemaakt. De natuurbeschermingsorganisaties hebben ingestemd met die stap. Vervolgens is er een organisatie die nog meer wil en naar de Raad van State stapt. Dat is haar goed recht, maar ik vind het in de hele ontwikkeling wel erg jammer.

(…)

Minister Verburg: Er moet natuurlijk een balans zijn in ecologie en economie, waarbij ook de sportvisserij betrokken is. U bedoelde dat ongetwijfeld. Alle spelers zitten om de tafel. Het gaat om de balans, waarbij men rekening houdt met de eisen van goed waterbeheer, de Kaderrichtlijn Water en de natuurlijke omstandigheden.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Wie voert de toets uit op de Kaderrichtlijn Water en de Habitatrichtlijn? Welke mogelijkheden zijn er om een beheerplan dat kwalitatief niet helemaal op orde is, bij te sturen? Kan de minister dit doen? Of wordt het overgelaten aan een beroepsmogelijkheid bij de rechter? Wat is de juridische status?

Minister Verburg: Zo'n visplan is bindend. De waterbeheerder is in veel gevallen ook verantwoordelijk voor goed waterbeheer. Dat valt onder andere onder de Kaderrichtlijn Water. De Kaderrichtlijn Water en de Vogel- en Habitatrichtlijn zijn niet één op één gelijk, maar liggen wel in elkaars verlengde en worden zorgvuldig beheerd. Een visplan wordt gezamenlijk vastgesteld. Als een van de partijen het er niet mee eens is, is een gang naar de rechter mogelijk. In de praktijk komt men in gebieden waar een visplan werkt en waar een visstandbeheercommissie is tot goede afspraken. De naleving ervan is ook goed geregeld.

(…)

Minister Verburg: Hoe gaan we verder met de wolhandkrab? Dit is een belangrijk punt. Een aantal sprekers
verbaasde zich erover dat het nog niet is geregeld terwijl zelfs de AID heeft gezegd dat het een goed voorstel is. Het is inderdaad nog niet geregeld. De AID zit hier op mijn verzoek constructief in om het mogelijk te maken. We zijn er nog niet helemaal uit, want het moet controleerbaar en handhaafbaar zijn. Ik vind de wijze van samenwerken en samen zoeken naar een oplossing die iedereen past en handhaafbaar is in ieder geval vruchtbaar. We hebben nog even de tijd. Ik zeg toe dat ik de Kamer voor het zomerreces zal informeren
over de vraag hoe we dit bij de komende sluitingsperiode vorm zullen geven. (...) Mevrouw Ouwehand had een vraag over de Gedragscode voor de sportvisserij. Deze wordt geëvalueerd. Dit voorjaar is de evaluatie afgerond. Ik zal de Kamer dit rapport, met een reactie, toesturen. (…) Mevrouw Ouwehand heeft gevraagd hoe het zit met het doden van krabben en kreeften. Het beleid rond dierenwelzijn en het doden van vis is in eerste instantie in Nederland gericht op gekweekte soorten zoals paling en meerval. Daar wordt goede voortgang geboekt. Op dit punt hebben wij verder geen aparte acties en activiteiten lopen. Het welzijnsbeleid voor vis moet nog helemaal ontwikkeld worden. We moeten speerpunten ontwikkelen. Voor krabben en kreeften is er dus nog geen nieuws te melden.

(…)

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik ben benieuwd naar de stand van zaken met betrekking tot humanere dodingsmethoden voor paling. Dit loopt al heel erg lang. Ik ben teleurgesteld dat de minister zegt dat er nu niets is voor krabben en kreeften. Zij kan natuurlijk wel wat doen. Ik hoor dat de collega's vragen hebben over de visstandbeheercommissies, maar ik wil ze scherper stellen vanuit het perspectief dat ik in eerste termijn al schetste. Wij zullen de belangenafweging moeten maken. Wat gebeurt er als in een visstandbeheercommissie overeenstemming wordt bereikt en de waterbeheerder zijn goedkeuring geeft, maar uiteindelijk blijkt dat het vastgestelde visplan niet voldoet aan de eisen die de Kaderrichtlijn Water en eventueel de Vogel- en Habitatrichtlijn stellen? Vindt die toets wel plaats? Hoe zit het met de rechtspositie van ondernemers die zich baseren op de afspraken in de VBC als de toets op de wetgeving niet wordt gedaan? Daar zit het fundamentele verschil tussen mij en de collega's, denk ik.