Bijdrage Ouwehand wijziging Wet gewas­be­scher­mings­mid­delen en biociden (land­bouwgif) (tweede termijn)


16 februari 2011

Bekijk de bijdrage via debatgemist.nl

Klik hier voor de bijdrage 1e termijn

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Er is veel mis met het landbouwgif in ons land en met de manier waarop wij daarmee omgaan. Ik heb dit in het eerste deel van dit debat reeds betoogd. Wij stellen bovendien al jarenlang schriftelijke vragen, maar krijgen voortdurend onbevredigende antwoorden. Ik heb een aantal amendementen ingediend waar het kabinet niet naar tevredenheid op heeft geantwoord. Ik vind dat heel erg jammer. Ik zal mijn tweede termijn dan ook moeten besteden aan het voorlezen van een flink aantal moties om te redden wat er nog te redden valt van onze biodiversiteit, waterkwaliteit en de gezondheid van omwonenden en kinderen die buiten spelen. Ik begin daarom met het voorlezen van de moties.

Motie voor het intrekken van het toelaten van middelen die in verband worden gebracht met bijensterfte

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 16 (32372).

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik kom nu op het gezondheidsonderzoek waartoe wetenschappers hebben opgeroepen. Dit is een onderzoek naar de effecten van langdurige blootstelling van omwonenden aan akkers die veelvuldig bespoten worden. De staatssecretaris van Landbouw heeft gezegd dat hij afwacht wat de Gezondheidsraad zal doen. Het blijft mij bevreemden dat de minister van VWS nog steeds niet heeft willen reageren. Wij hebben die vragen expliciet ook aan haar gesteld. Ik dien nu een motie in om ervoor te zorgen dat dit onderzoek er toch komt.

Motie voor een gezondheidsonderzoek naar het effect van langdurige gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 17 (32372).

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Er zijn allerlei middelen toegelaten die tot nu niet getoetst zijn op de effecten op de gezondheid van omwonenden. Ook daarover dien ik een motie in.

Motie om de reeds toegelaten chemische bestrijdingsmiddelen opnieuw te beoordelen op de effecten op de gezondheid van omwonenden

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 18 (32372).

Motie om de reeds toegelaten bestrijdingsmiddelen opnieuw te toetsen op de effecten op de gezondheid van bijen

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 19 (32372).

Motie om in 2012 een ruim budget beschikbaar te stellen voor verdere ontwikkeling en opschalen van alternatieve bestrijdingstechnieken

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 20 (32372).

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Er zijn nog meer dingen mis met de toelatingsprocedure, de zogenaamde mengseltoxiciteit.

Motie om de reeds toegelaten chemische bestrijdingsmiddelen opnieuw te toetsen op de mengseltoxiciteit

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 21 (32372).

Motie om de mengseltoxiciteit mee te nemen als criterium bij de toelatingsprocedure van chemische bestrijdingsmiddelen

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 22 (32372).

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik heb ook moratorium over de gezondheid van omwonenden.

Motie om een toets aan de effecten op de gezondheid van omwonenden mee te nemen in de toelatingsprocedure voor nieuwe bestrijdingsmiddelen

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 23 (32372).

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Wij maken ons grote zorgen over het feit dat de watertoets uit de Wet gewasbeschermingsmiddelen verwijderd wordt. Wij hebben een amendement ingediend om die toets in de wet te houden. Dat is in ons land van groot belang. Er is veel water, landbouwgronden zijn doorkruist met sloten en de Europese situatie kan niet garanderen dat ons oppervlakte- en ons grondwater voldoende vrij blijven van chemische middelen. Ik vind het onbegrijpelijk dat het kabinet dit amendement niet wil overnemen. Er wordt uiteraard over gestemd in de Kamer. Mocht het amendement niet worden aangenomen, wat ik echt niet hoop, dan heb ik hier een motie om te redden wat er te redden valt.

Motie om de Europese toetsingslijst van stoffen naast de lijst van probleemstoffen in het Nederlandse oppervlaktewater te leggen

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 24 (32372).

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Nogmaals, ik hoop dat ik deze motie niet in stemming hoef te brengen en dat het via het amendement gewoon in de wet blijft staan.
Ik heb ook een motie over de drinkwatergebieden. Wettelijke bescherming van drinkwatergebieden is broodnodig. Ik vraag de staatssecretaris, daarvoor met spoed een regeling te treffen. Aanpassing van de voorliggende wetswijziging heeft onze voorkeur.

Motie voor een voorstel om de bescherming van drinkwatergebieden wettelijk te regelen

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 25 (32372).

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Mijn laatste moties gaan over het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in de openbare ruimte. In België is een actieplan afgekondigd voor een concrete uitfasering per 2014. Ik vind dat wij dat voorbeeld moeten volgen. Die stoffen kunnen negatieve effecten hebben op de gezondheid van met name kinderen. Wij kunnen ons goed voorstellen dat die méér dan volwassenen in contact komen met zojuist bespoten straten, speelpleinen en noem maar op. De motie luidt als volgt.

Motie voor het zo spoedig mogelijk uitfaseren van het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen bij openbare ruimten en particuliere tuinen

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 26 (32372).

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Gelet op de vraag van de heer Koopmans in eerste termijn wat wij aan het gifgebruik door particulieren doen, heb ik de volgende motie. Ik heb leden van de CDA-fractie vaker horen zeggen dat vooral particulieren moeten ophouden met het spuiten van gif. Ik ben het daarmee helemaal eens. Ik hoop dan ook dat de heer Koopmans deze motie kan ondersteunen. Ook de huidige staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu heeft toen hij nog Kamerlid was gezegd dat hij zich daarvoor wel sterk kon maken. Ik hoop dus op een positieve reactie.

Motie voor een plan van aanpak voor het terugdringen van het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen door particulieren

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 27 (32372).

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Voor het gebruik van al die chemische middelen worden helaas dieren opgeofferd in laboratoria waarop al die stoffen worden getest. De Partij voor de Dieren wil zo snel mogelijk een einde aan het gebruik van al die chemische middelen in de landbouw. Wij vinden het al helemaal onverteerbaar, als voor steeds weer nieuwe middelen steeds weer nieuwe dierproeven worden gedaan.

Motie tot het terugdringen en beëindigen van gebruik van proefdieren voor gewasbeschermingsmiddelen

De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 28 (32372).

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik ben erg teleurgesteld dat de Partij voor de Vrijheid niet aan dit debat heeft willen deelnemen. Juist de volksgezondheidsdiscussie had ik graag met hen aangegaan. Ik begrijp dat zij de voorstellen van het CDA en de VVD zonder zelf deel te nemen gewoon hebben gesteund. Mij stelt dat bijzonder teleur. Ik hoop ze nog eens te treffen in een ander debat om de degens te kruisen.

De voorzitter: De heer Koopmans heeft een vraag aan u.

De heer Koopmans (CDA): Het gaat om een feitelijke onjuistheid. Mevrouw Ouwehand zegt dat de ondertekenaar, in dit geval mevrouw Gerbrands, de zaken niet mee heeft doorgenomen. Dat is niet waar; zij heeft dat uitdrukkelijk met ons besproken.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dan ben ik erg teleurgesteld over de uitkomst.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik heb ook een motie ingediend over een gezondheidsonderzoek. Ik geef in overweging aan de heer Van Gerven om daar zijn naam onder te zetten. Of ziet hij grote verschillen tussen zijn en mijn motie?

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Zijn de heer Koopmans en de CDA-fractie bekend met Roundup Ready-soja en de genetisch gemanipuleerde katoengewassen in India?

De heer Koopmans (CDA): Ja.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Weet de heer Koopmans ook dat daarvoor bakken meer bestrijdingsmiddelen worden gebruikt dan vooraf was beloofd?

De heer Koopmans (CDA): Nee.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dan moet de heer Koopmans zich echt beter inlezen. Er is nog geen enkel bewijs geleverd voor de voortdurend herhaalde belofte dat genetisch gemanipuleerde gewassen minder bestrijdingsmiddelen nodig hebben. De CDA-fractie gaat uit van het rentmeesterschap, maar zegt steeds dat we deze onbewezen belofte vooral een kans moeten geven. We hebben duidelijke aanwijzingen dat de bij het loodje gaat leggen. De CDA-fractie blijft er in dit geval echter aan vasthouden om niet in te grijpen, tot er sluitend bewijs is. Wat voor rentmeester denkt de CDA-fractie dan te zijn?

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik zeg nogmaals dat dit bewijs niet is geleverd. Wel zien we dat in India katoenboeren bij bosjes zelfmoord plegen. De belofte die de heer Koopmans hier staat te doen, namelijk dat er minder bestrijdingsmiddelen nodig zijn, wordt structureel niet waargemaakt. Dat geldt voor India en voor hier. Ik druk de CDA-fractie op het hart om niet te experimenteren met genetische manipulatie en vage beloftes, nota bene in een debat waarin we proberen te redden wat er te redden valt voor de veiligheid van ons water en ons milieu. Nu komt de heer Koopmans aan met ggo's om het bestrijdingsmiddelengebruik even terug te dringen. Ik vind dit echt diep beschamend.

De heer Koopmans (CDA): We gaan niet experimenteren. We hebben het niet over genetische manipulatie, maar over cisgenese. We hebben het over de strenge randvoorwaarden die FSA stelt. Dat alles bij elkaar opgeteld kan leiden tot mogelijkheden, onder de strikte toepassing van de richtlijnen zoals FSA ze toepast. Wij vinden dat dit vergemakkelijkt moet worden. Daardoor kun je op tal van terreinen organiseren, goed gemonitord en goed geborgd, dat er sprake is van minder bestrijdingsmiddelengebruik en daardoor ook van een grotere voedselzekerheid. Dat speelt namelijk ook een rol.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik vind dat het onduidelijk blijft, voorzitter. Ik heb in eerste termijn deze vraag ook gesteld. De staatssecretaris antwoordde toen: wij zijn aan de bal. Ik hoor nu in antwoord op vragen van collega's: Er zal rekening mee worden gehouden, en: Wij hebben het erover. Dat begrijp ik. Er kan een situatie ontstaan waarin de verschillende toelatingsinstanties, door welke motieven dan ook gedreven, zich gezamenlijk moeten buigen over een bepaald middel. Kan de staatssecretaris uitsluiten dat er compromisvorming optreedt?

Staatssecretaris Bleker: Ik denk dat er geprobeerd wordt maximaal rekening te houden met de specifieke omstandigheden van de diverse lidstaten. Als je dat een compromis noemt, ben ik een voorstander van compromissen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Dat kan dus betekenen dat er voor Nederland een heel specifieke situatie geldt en dat ons Ctgb die inbrengt. Bij de andere toetsingscolleges in zo'n overleg kan echter sprake zijn van een sterke lobby. Dan kan het zo zijn dat een bepaalde situatie namens Nederland wel wordt ingebracht, maar dat het uiteindelijke besluit niet 100% tegemoet komt aan de bescherming die in Nederland nodig is vanwege het feit dat er een compromis gesloten wordt. Ik begrijp dat dit de uitkomst kan zijn van de switch naar zonale toelating.

Staatssecretaris Bleker: Mevrouw Ouwehand hanteert wel heel veel donkere vooronderstellingen. Als die allemaal tegelijkertijd bij één beoordelingsproces aan de orde zouden zijn, zou dat inderdaad kunnen gebeuren. Ik wijs er wel op dat Nederland een belangrijke lidstaat is in Europa. Nederland is op een goede manier grootverbruiker. Ik weet dat mevrouw Ouwehand daar niet echt blij mee is. Wij hebben daar dus wel wat te zeggen. Wij kijken mee en wij kunnen eventueel in gebruiksvoorschriften nog nadere maatregelen treffen. Heb vertrouwen in deze Europese aanpak. Wij rapporteren erover. Het is van A tot Z transparant.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik ben blij, voorzitter, dat de staatssecretaris in elk geval bereid is toe te geven dat het in potentie een verslechtering kan zijn voor Nederland. Natuurlijk heb ik donkere scenario's geschetst omdat ik wilde weten of de staatssecretaris die kon uitsluiten. Dat is dus niet het geval. Voor het verdere verloop van dit debat wil ik graag eerst van de staatssecretaris horen hoe hij nu kijkt naar het amendement van de coalitiepartijen. Ik heb goed onthouden dat hij vorige keer heeft gezegd dat het hem niet verstandig lijkt om ons te binden en uit te sluiten dat wij zelf nog regels toevoegen. Ik druk hem op het hart dat amendement met klem te ontraden en dan zetten wij daarna dit debat voort.

Staatssecretaris Bleker: Dank u wel voor dit advies, mevrouw Ouwehand.

[…]

De heer Van Gerven (SP): Als die nieuwe wet wordt aangenomen, concludeer ik dat deze toch een achteruitgang is ten opzichte van de huidige situatie, waarin een land wel een uitzonderingspositie kan bedingen.

Staatssecretaris Bleker: Dat vind ik echt onzin, om het even kort te zeggen. De richtsnoer stelt eisen die hoger zijn dan wat nu gangbaar is. Ook op gezondheidsterrein worden de eisen aangescherpt. Het wordt transparant. Er zijn andere landen die ook heel kritisch naar dit soort dingen kijken. De heer Van Gerven denkt kennelijk dat het achteruitgang betekent als anderen kijken en als de Europese richtsnoer er is, met een hoge standaard. Ik ben gisteren in Rusland geweest en toen dacht ik ook: we doen het altijd zo goed, we hebben altijd het vingertje omhoog, maar nu even niet, of niet altijd.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Daar hebben we de Russen weer. Ik probeer met een casus helder te krijgen wat voor de staatssecretaris acceptabel is, als de coalitiepartijen hun amendement willen aanpassen. Het gaat ons erom dat die mogelijkheid overeind blijft voor Nederland, gezien de situatie, de omstandigheden en de ervaring met het gebruik. Het kan zijn dat toepassers in andere landen niet deskundig zijn, maar dat kan hier ook. In Noordwijk is in het oppervlaktewater een overschrijding van 4774 keer de norm voor imidacloprid geconstateerd, maar dat kan ook met een andere stof gebeuren. Stel dat we zoiets aantreffen, of iets wat minder ernstig is, vindt de staatssecretaris dan dat het Nederlands parlement of het kabinet zelfstandig nog iets over dat middel kan zeggen en de vergunning kan intrekken? Is dat de randvoorwaarde die de staatssecretaris wil stellen? Het zou mij wel enigszins geruststellen als dat amendement nog wordt aangepast.

Staatssecretaris Bleker: Nee, ik sta de volgende procedure voor. Als een middel met deze stof in Duitsland door een Duitse autoriteit of instantie wordt beoordeeld, doen wij onze uiterste best om de specifieke omstandigheden in het gebied waarover u spreekt, onder de aandacht te brengen. Dat kan uiteindelijk leiden tot een beoordeling waarbij het middel toelaatbaar wordt geacht. Die toelating is waarschijnlijk al met een reeks van randvoorwaarden omgeven die specifiek op onze situatie betrekking heeft. Ik vind dat wij die beoordeling vervolgens moeten volgen. Daarom kiezen wij voor Europa, met hoge standaarden. Vervolgens kan Nederland zeggen: wij volgen dat een middel is toegelaten. De omstandigheden in Nederland zijn echter zo specifiek dat wij nadere gebruiksvoorschriften formuleren om het bedoelde effect te voorkomen. Dat is de methode die ik voorsta. Daarover wil ik over vier jaar, of hoeveel jaar dan ook, verantwoording laten afleggen. Dan weet de Kamer of het op een goede manier is gebeurd. Dan gaan wij dus heel ver met elkaar.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dan de vervolgvraag. Het middel is toegelaten. Er zijn gebruiksvoorschriften en desnoods worden die expliciet gespecificeerd voor de Nederlandse situatie. Dan blijkt dat die niet worden gevolgd. Daarvoor waarschuwen de waterschappen. Die zeggen dat het heel erg moeilijk is om te achterhalen wie precies het goedje in het water heeft gedeponeerd.

De voorzitter: Mevrouw Ouwehand, geen inleidingen meer alstublieft, maar een korte vraag.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter, dit is waar het om gaat. Als wij constateren dat de gebruiksvoorschriften niet opgevolgd worden, welke mogelijkheden houdt de staatssecretaris dan met deze wet, inclusief het amendement, om in te grijpen? Dat wil ik weten.

Staatssecretaris Bleker: Dan gaan wij handhaven richting de overtreder. Dan gaat het echter niet meer om het middel, maar om de toepasser die zich niet aan de regels houdt.
Mevrouw Ouwehand (PvdD): En als wij de toepasser niet kunnen vinden? Volgens de waterschappen is dat de praktijk. Zij waarschuwen daarvoor.

Staatssecretaris Bleker: Niet kunnen vinden?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ja, wel vervuild water, maar niemand kunnen aanwijzen als overtreder.

Staatssecretaris Bleker: In strijd met de gebruiksvoorschriften handelen is in strijd met de regels handelen. Daarvoor geldt de normale opsporing. Ik kom tot de moties. De heer Atsma en ik hebben daarbij een werkverdeling gevonden. De motie op stuk nr. 16 ontraad ik. Een moratorium voor de gehele groep van stoffen waarover gesproken wordt, de neonicotinoïden, heeft een omvangrijk effect op het beschikbare middelenpakket in diverse teelten. Er zullen duidelijk meer problemen komen in kleine teelten die economisch voor Nederland van grote waarde zijn. Gebruik van biologische bestrijders in met name de bedekte teelt van groenten en sierteeltgewassen zal moeilijker worden als wij dit verbieden en bij het wegvallen van het gebruik van deze middelen als correctiemiddelen. Om meerdere redenen, ook biologische overwegingen, ontraad ik de motie. De motie op stuk nr. 20 ontraad ik eveneens. De argumentatie daarvoor heb ik bij de voorafgaande motie gegeven. De motie op stuk nr. 21 ontraad ik ook. Het is nu voorbarig om hierop in te gaan. Het actieplan in 2012 zal daar mogelijkerwijs meer informatie over bevatten.

De voorzitter: Dat is de motie over de chemische bestrijdingsmiddelen?

Staatssecretaris Bleker: Dat is de motie waarin wordt gesproken over de Vlaamse overheid.

[…]

Staatssecretaris Atsma: Dat is uiterlijk aan het einde van het eerste kwartaal, dus in het eerste kwartaal. Verschillende afgevaardigden, onder anderen de heer Grashoff maar ook mevrouw Ouwehand en de heer Van Gerven, heb ik nog eens hun zorgen naar voren horen brengen over de grondwaterwinningsgebieden en de drinkwaterkwaliteit. Vorige week heb ik al gezegd dat er wordt gehandhaafd als de normen voor drinkwater worden overschreden, conform hetgeen collega Bleker net naar voren heeft gebracht. Indien "foute" stoffen worden gevonden, zit er een lek in het systeem. Daar ga ik overigens niet van uit. Als er sprake is van een overschrijding doordat het gebruik niet op de juiste wijze plaatsvindt, is handhaving uiteraard ook aan de orde. Ik kan en hoef daaraan verder niets toe te voegen. Datgene wat is verwoord, is namelijk volstrekt helder.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik kan mij voorstellen dat een kabinet zegt: we zetten in op handhaving, hoelang dat ook duurt. De vraag is welke mogelijkheden dit wetsvoorstel -- de Kamer stemt daar misschien deze week nog over -- laat om te kiezen voor ingrijpen, bijvoorbeeld als de handhaving een probleem blijkt. Gelet ook op het amendement dat nog wordt gewijzigd en opnieuw wordt ingediend

Staatssecretaris Atsma: Als de wettelijke norm wordt overschreden en er niet toegestane stoffen worden gebruikt, moet ik daarop ingrijpen en het controle- en handhavingsapparaat erop loslaten. Als de gebruikers in de fout gaan, is ook helder wie er aan de beurt zijn.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Met permissie, maar het gaat niet over handhaving. Daarover kunnen verschillende Kamers en verschillende kabinetten verschillend denken. De vraag is: welke wettelijke mogelijkheden blijven overeind om te besluiten om een middel uit de markt te halen als handhaving problematisch blijkt te zijn? Zit die mogelijkheid er straks nog in, ook met het amendement, of niet? De staatssecretaris zal die beslissing waarschijnlijk niet nemen, maar een toekomstig kabinet mogelijk wel.

[…]

Staatssecretaris Atsma: Mevrouw Ouwehand vraagt in de motie op stuk nr. 26 om een actieplan voor het uitfaseren van chemische middelen voor de openbare ruimte en particulier gebruik. Ik heb vorige week al gezegd dat je juist in een actieplan impulsen kunt geven aan het verminderen van het gebruik van chemische middelen in de openbare ruimte. Ik heb toen gezegd dat je juist over zo'n punt overleg met de VNG moet willen hebben. Ik ben dus voornemens dat te doen. Dat komt terug in het actieplan. Ik wil het echter niet op voorhand vaststellen. Ik vraag mevrouw
Ouwehand derhalve om de motie aan te houden of in te trekken en mij de ruimte te geven om via het overleg met de VNG te bezien wat ik in het actieplan kan realiseren.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik ben bereid om de motie even aan te houden, maar dan niet tot het hele actieplan er is. De staatssecretaris treedt in overleg met de VNG. Als hij dit idee aan de VNG voorlegt en de uitkomst daarvan in een brief aan de Kamer meldt, wil ik mijn motie tot dat moment wel aanhouden.

Staatssecretaris Atsma: Ik stel vast dat mevrouw Ouwehand geen tijdpad in de motie noemt, dus ik kan die toezegging doen, want ik weet niet wanneer het overleg met de VNG is afgerond. Ik zal zorgen dat het royaal vóór het opstellen van het plan van aanpak is. Dat betekent dus na de zomer.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik wil eigenlijk wel voor de zomer weten hoe de VNG tegen dit idee aankijkt. Is dat haalbaar?

Staatssecretaris Atsma: Ik heb de VNG niet aan een touwtje. We weten hoe weerbarstig dit soort overleggen soms zijn. Ik doe mijn best. Ik hoop dat we het eens zijn over de intentie.

De voorzitter: […] Mevrouw Ouwehand, houdt u uw motie op stuk nr. 26 in?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ja, ik heb het zo begrepen dat de staatssecretaris het idee bespreekt met de VNG. Ik hoop vóór de zomer een reactie te krijgen. Ik houd de motie even aan.