Bijdrage Ouwehand Wetge­vings­overleg water


5 december 2011

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik kom wel meteen met kritiek op de vage en onvoldoende financiering van de doelen voor ons drinkwater. Er gaan miljarden naar spoor en vooral naar asfalt. Het waterdossier van dit ministerie komt er heel wat bekaaider van af, vooral als het gaat om de Kaderrichtlijn Water. Daar is geen geld voor en al het geld dat naar water gaat, gaat naar veiligheid. Dat is gewoon niet goed genoeg. Ook ons drinkwater verdient voldoende aandacht.
Bij het AO Waterkwantiteit nodigde de staatssecretaris de Kamer bijna uit om er een amendement over in te dienen. Ik hoor graag van de staatssecretaris hoe hij zou reageren als ik dat inderdaad zou doen. Hoeveel geld heeft hij nodig, bij welk bedrag zegt hij "oordeel Kamer", en wanneer mag het niet meer van de minister van Infrastructuur? We zouden vandaag alsnog kunnen regelen dat we voldoende geld hebben om ook de kwaliteitsdoelen voor het water te halen. Dan doen we dus maar wat minder asfalt.

Ik heb beperkte spreektijd. Ik houd het daarom bij de Kaderrichtlijn Water en de incidentele peilverhogingen. Wij hebben daar zorgen over. De laatste keer is dit bij het IJsselmeer gebeurd om de gevaren van de droogte het hoofd te bieden. Ondanks dat dit natuurlijk niet de bedoeling was, zijn er toen toch duizenden bij wet beschermde vogels verdronken. De uitvoering van het project vond plaats in de broedperiode. In dat kader werd er dus geen rekening gehouden met beschermde diersoorten. Is de staatssecretaris bereid om in het kader van het Deltaprogramma nadere randvoorwaarden te stellen voor incidentele peilverhoging en daarbij rekening te houden met de habitat van de in die gebieden levende dieren? Dit kan door handiger te plannen in de tijd ten opzichte van het begin van het broedseizoen. Als dit bij het IJsselmeerproject was gedaan, was de schade wellicht minder geweest. Het zou ons heel blij maken als de staatssecretaris toezegt dat hij hier in de toekomst naar wil kijken. Wij moeten natuurlijk extreme situaties voorkomen. Het toestaan van het verder uitzakken van het peil met 10 cm extra kan misschien al helpen.

Mij heeft het bericht bereikt dat de suggesties van de natuurbeheerders in deze kwestie niet zijn overgenomen in de evaluatie van Arcadis. Is dat waar? Ik zou het erg prettig vinden als de inzichten van natuurbeheerders op dit punt worden meegenomen bij de randvoorwaarden voor de peilverhoging. Kan de staatssecretaris dat toezeggen? Is dat niet het geval, dan zal ik daar een motie over indienen. Ik hoop dat dit niet nodig is.
Omwille van de tijd wil ik het hierbij laten.

[…]

Staatssecretaris Atsma: Voorzitter. Dank voor de vragen die nu zijn gesteld en die eerder schriftelijk zijn gesteld over een veelheid aan onderwerpen. De achtergrondinformatie die de Kamer heeft gekregen, beslaat inderdaad duizenden pagina's tekst.

[…]

Staatssecretaris Atsma: […] We stellen vast dat er een paar problemen zijn. Die zijn niet de geringste, want ze betreffen waterveiligheid. Wij menen dat we met voorrang in deze problemen zouden moeten investeren. Voor de financiering vinden we als volgt een oplossing. We kijken naar de al aanwezige budgetten, naar datgene wat in het kader van het bestuursakkoord met de waterschappen is afgesproken én in een aantal voorkomende gevallen, zoals de Afsluitdijk, zeggen wij: laten we iets van het geld nemen dat na 2020 beschikbaar komt, omdat het land het niet verdient dat we dit specifieke project nog langer laten wachten. Dan moet natuurlijk niet een term als "klaploper achter initiatieven" in de mond worden genomen, want dat is volstrekt niet passend. Als de veiligheid centraal staat, zorg je ervoor dat de dekking van datgene dat je nodig hebt, op tijd geregeld wordt. Het gros van de investeringen voor de korte en de middellange termijn is gedekt. Zoals de Kamer ook zegt, zal uit het HWBP-3 natuurlijk een nieuwe financiële vraag naar voren komen. Overigens weten wij totaal nog niet wat de omvang van dat bedrag zal zijn, net zo min als we op dit moment weten wat de zoetwatervoorziening aan aanvullende vragen zal opleveren.

[…]

Staatssecretaris Atsma: […]Ik ben van mening dat je pas met een heldere mening kunt komen als je weet dat de bedragen kloppen en dat er geen miljarden verschil tussen zit. Dit is van de redenen waarom wij hebben gezegd: pas op voor het te snel noemen van bedragen, want je moet weten dat dit geld straks echt nodig is. Ik begrijp heel goed ieders wensen, maar tussen wat wenselijk is en wat absoluut noodzakelijk, zit soms ook nog een verschil. Ik kom daar straks nog op terug in het kader van de normering. Wij hebben daarover misschien niet allemaal dezelfde opvatting.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik vraag mij af wat de staatssecretaris nu verdedigt. De hydraulische maatregelen zijn nog niet bekend. Wij hebben vorige week een debat gevoerd over het mestbeleid. Hij heeft daar zijn handtekening onder gezet, terwijl een van de grootste waterleidingbedrijven heeft laten weten dat de kosten met 15 mln. oplopen. Ik zeg dit ook nadrukkelijk in de richting van de fractie van de PVV die zich altijd zorgen maakt over bijvoorbeeld de energierekening van Henk en Ingrid.
De waterrekening gaat ook stijgen. Ik vraag me gewoon af hoe de staatssecretaris met zulke onzekerheden deze begroting kan verdedigen. Zou hij niet liever gewoon eerlijk zeggen: jongens, ik gooi misschien wel een rekening naar de toekomst, want wie weet komen er ingebrekestellingen? Die boetes zijn heel hoog en komen dan nog boven op de stijgende kosten van de drinkwaterbedrijven en alle herstelmaatregelen -- die duurder zullen zijn -- om alsnog de water- en natuurkwaliteit te herstellen.

Staatssecretaris Atsma: Ik herhaal mezelf nog maar eens een keer: als je de veiligheid niet kunt garanderen, houdt alles op. Dan hoef je niet eens meer na te denken over waterkwaliteit. Het begint en eindigt met veiligheid, dus daarop zet ik volop in. De discussie over waterkwaliteit voeren we natuurlijk; die moet ook gevoerd worden. We hebben een ambitie die we moeten realiseren. Ik heb het ook tegen de Europees Commissaris gezegd: als we onze waterveiligheid en onze zoetwatervoorziening niet op orde hebben, kunnen we de kwaliteit wel vergeten. Deze zaken hangen nauw met elkaar samen. Het begint toch echt met veiligheid. Ik durf deze begroting voluit en fier te verdedigen -- misschien vindt mevrouw Ouwehand dat me dat niet past -- want Nederland heeft volgens mij de best beveiligde delta ter wereld. Laten we ons daarvan bewust zijn en proberen om dat zo te houden. Daarom durf ik deze begroting te verdedigen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik ben er niet gerust op. Er zitten zo veel onzekerheden in. De staatssecretaris weet dat mijn partij het heel erg droevig vindt om dingen alleen maar te doen omdat Europa het van ons vraagt. Maar als dat het enige is waardoor dit kabinet zich laat dwingen: Europa komt niet controleren hoe breed onze A6 is en met een boete zwaaien, maar kijkt wel of onze waterkwaliteit op orde is. Waarom laat deze staatssecretaris niet doorschemeren dat hij graag iets meer uit zijn eigen ministerie zou willen hebben om zijn eigen beleid tot een goed einde te brengen? Dat kan toch best? Moet je zien wat voor bedragen er voor asfalt staan. De staatssecretaris geeft aan dat hij nog niet weet wat hij nodig heeft, maar wij weten dat er meer nodig is dan wat er nu gebeurt. Daarom willen we graag met een amendement komen. Waarom blijft de staatssecretaris achter deze keuzes staan? Zo bang zijn we toch niet voor de VVD?

Staatssecretaris Atsma: Mevrouw Ouwehand, op dat laatste heb ik u inderdaad nog nooit kunnen betrappen. Omgekeerd geldt het ook zeker niet. Daarin wil ik echter niet treden; dat is aan de Kamer. Ik wil u bevestigen in uw standpunt dat u voor niemand bang bent. Dat anderen evenmin voor u bang zijn, hebt u ook mogen ervaren. Wij zijn niet bang voor Europa en Europa is niet bang voor ons. Ik zeg wel tegen Brussel: let op, er is meer dan alleen waterkwaliteit. Het is goed om primair te kijken naar de waterveiligheid en ook de zoetwatervoorziening goed in de gaten te houden. Dat laatste heb ik, overigens mede op aandringen van de Kamer, dit voorjaar nog eens een keer bij de Europees Commissaris onder de aandacht mogen brengen. "Moeten brengen" eigenlijk, en dat vind ik ook zeer terecht. Aan die prioritering houd ik vast en ik schaam me er niet voor. Droge voeten is toch het allerbelangrijkste dat mensen willen hebben.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Wat betreft de financiering is de Partij voor de Dieren niet gerustgesteld. Laat ik het simpel formuleren: willen we asfalt of droge voeten? Het gaat niet alleen om de waterkwaliteit -- die we niet kunnen halen -- maar ook om de veiligheid. Daarvoor staan scheve proporties op de begroting van I en M. Als we straks supersnelwegen hebben, maar er met een rubberbootje overheen moeten, zijn er duidelijk verkeerde keuzes gemaakt. De staatssecretaris kan nog een amendement van mijn fractie op dit punt tegemoet zien.

Ik heb vragen gesteld over de incidentele peilverhogingen. Daar heb ik de staatssecretaris echter niet over gehoord. Daarom dien ik de volgende motie in.

[...]

Staatssecretaris Atsma: Ten slotte kom ik op de motie van mevrouw Ouwehand. Ik noemde haar naam omdat zij vorige week, tijdens een ander debat, aangaf dat de aanwezigheid van Nederland in Durban wellicht niet echt dringend noodzakelijk is. In haar motie op stuk nr. 89 verzoekt zij de regering om in het kader van het Deltaprogramma nadere randvoorwaarden op te stellen aan incidentele peilverhoging, zodat de risico's van schade aan de natuur tot een minimum worden teruggebracht. Deze motie lijkt heel sympathiek. Het vervelende van watercalamiteiten, en calamiteiten anderszins, is echter dat zij zich niet laten voorspellen. Je kunt dus moeilijk aan het begin van het seizoen zeggen: nu komt er 10 cm water bij of gaat er 10 cm af in het IJsselmeer. Hoe sympathiek deze motie ook lijkt, ik kan niet anders dan haar met de grootst mogelijke stelligheid ontraden. Vandaag hebben wij te veel water maar overmorgen hebben wij misschien te weinig water, en dan wordt weer gezegd: had er maar 10 cm bijgedaan. Ook daarbij is de kwetsbaarheid van de flora en de fauna in het geding.