Bijdrage Ouwehand AO Mestvisie


1 december 2011

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Het is jammer dat de heer Koopmans even weg is, want ik had hem willen vragen wat hij ervan vindt dat we boeren nu gaan verplichten om te investeren in mestverwerking terwijl we pas over een paar jaar weten of Europa daarmee akkoord gaat. Misschien heeft hij er in tweede termijn nog een antwoord op. Voorzitter. We weten inmiddels dat er tien ambtenaren fulltime bezig zijn met het mestdossier, al jarenlang. De Kamer heeft ruim een jaar moeten wachten op de nieuwe mestaanpak van beide staatssecretarissen, die alle problemen zou oplossen in dit met mest overspoelde landje. Toen kwam de brief, met een hele persconferentie eromheen. Daar komt wat, dachten we! En wat ligt er? Dit debat heet eufemistisch "AO Mestvisie", maar wat stelt die langverwachte en erg vaak uitgestelde aanpak daadwerkelijk voor? Helemaal niets! En zelfs dat is nog niet uitgewerkt. In het voorjaar hebben we een groot mestdebat gevoerd over de herinvoering van de compartimentering, althans, de Partij voor de Dieren heeft daar een groot debat van gemaakt omdat die langverwachte mestvisie maar niet kwam. We hebben indertijd een amendement ingediend om de dierrechten ook na 2015 te behouden. Dat amendement kreeg brede steun, maar haalde het dankzij de dwarsliggende coalitie toch niet. De staatssecretaris zei echter dat de mestvisie, als die dan eindelijk zou komen, weleens dicht bij de voorstellen van de Partij voor de Dieren zou kunnen liggen. Nou, niets is minder waar gebleken, alleen al omdat de voorstellen van de Partij voor de Dieren wetenschappelijk waren onderbouwd en de aanpak van de regering helemaal niet. De Partij voor de Dieren zou Nederland natuurlijk ook nooit voor zijn stroom en warmte afhankelijk maken van de bioindustrie.

Het is een ridicule gedachte dat je dit het sluiten van kringlopen noemt als je daarvoor massaal veevoer importeert uit landen die best ver weg liggen van ons eigen landje. Dat gaat dus helemaal niet. We willen ook de misstanden in de bio-industrie aanpakken. Dat gaat natuurlijk ook niet als we ons afhankelijk maken van een systeem waar we van af moeten. Dat is echter wel precies wat deze mestaanpak in combinatie met de beloofde miljoenensubsidie voor zogenaamd groen gas dan doet. De Partij voor de Dieren zou werk maken van de enorme noodzaak om de mestproductie in Nederland in te dammen. We hadden erop gehoopt dat dit zou gebeuren. Er is ook een heel simpele oplossing die een einde kan maken aan de jaarlijks terugkerende debatten, aan het gezeur in Europa of we alsjeblieft meer mogen vervuilen dan afgesproken, aan de enorme ambtenareninzet, aan het geworstel en aan het hoofdpijndossier van het ministerie, maar zeker ook van de boeren. Kies voor een echte oplossing en zorg ervoor dat het duidelijk is voor iedereen: minder dieren, minder mest, minder problemen. Dat is niet alleen eenoplossing voor het mestprobleem, maar ook voor de natuur, de megastallen en de volksgezondheid. Daarnaast is dit het goedkoopst.

Omdat we al jaren het mestplafond overschrijden, verwacht de Europese Commissie stevige maatregelen van Nederland. Ik vraag de staatssecretaris hoe Brussel heeft gereageerd op het uitblijven van echte maatregelen. Is er in Brussel ook zo hard gelachen om de aanpak van het kabinet? Hoe vond Potocnik het dat wij, door het verder uit de hand laten lopen van de mestproductie in Nederland, nooit kunnen voldoen aan de kwaliteitsdoelen voor ons oppervlaktewater, de Kaderrichtlijn Water? En hoe vindt Ciolos het dat we ons niet zullen kunnen houden aan de Nitraatrichtlijn? Is hij bereid, het mestproductieplafond af te schaffen van het land dat dit plafond al jaren achter elkaar overschrijdt? Dat zal toch niet! Het is echt wel bijzonder: de brief staat vol feitelijke constateringen die de ernst van ons enorme mestoverschot tonen. Vervolgens schrijft de staatssecretaris dat we alle mestproductiebeperkingen die we hebben ervan af halen. De sector zou het probleem, dat dan overigens alleen maar groter wordt, dan zelf wel oplossen. De staatssecretaris zei in het debat over de hercompartimentering dat hij zeer breed in de sector de diepgewortelde wens bespeurde om af te komen van dierrechten en productierechten. Ik hoor echter andere geluiden. De melkveehouders pleiten al een tijdje voor het behouden van de melkquota. Ik word gemaild door varkensboeren om de productierechten alsjeblieft in stand te houden. Zij zijn verbaasd dat ze daarvoor bij de Partij voor de Dieren moeten aankloppen. De ZLTO vreest een toename van de veestapel als de productierechten worden losgelaten en ziet zelfs dan heel grote problemen voor de sector, zeker in combinatie met de verduurzamingsslag die de veehouderij zal moeten maken. Uit onderzoek van Wageningen University blijkt dat mestvergisting financieel niet rendabel is en niet automatisch leidt tot het oplossen van het mestprobleem via de weg van minder kunstmestgebruik. Het LEI vreest een koude sanering van de varkenshouderij door het mestoverschot. De Partij voor de Dieren is, zoals bekend, een groot voorstander van een sanering van de varkenshouderij, maar niet via de door dit kabinet ingezette route. De grote jongens zullen overblijven na een kille sanering van de gezinsbedrijven. Het aantal dieren zal gelijk blijven, maar alleen in handen van een paar grote cowboys zijn. Ik blijf erop hameren: minder dieren, minder mest, minder problemen voor ons allemaal, inclusief de boeren. Wanneer erkent het kabinet dat eens?

[...]

Staatssecretaris Bleker: [...] Ik ga in op de dierrechten. De dierrechten vervallen per 1 januari 2015 van rechtswege. Het nieuwe stelsel van verantwoord en verplicht mest afzetten komt hiervoor in de plaats. Ik ben van mening dat het nieuwe stelsel stuurt op waar het om gaat, namelijk het koppelen van productie aan afzetruimte. Het nieuwe stelsel wordt, als het maar even kan, per 1 januari 2013 van kracht. Er ligt dus geweldig veel druk op de sector om de mestverwerkingscapaciteit op orde te krijgen. Om dat mogelijk te maken, moet het planologische spoor goed functioneren. Als het stelsel werkt, kunnen de dierrechten als stok achter de deur vervallen. Daarmee is eigenlijk de hele discussie over de wijze waarop wij de dierrechten zien, gevoerd. Zij vervallen onder de voorwaarde dat wij de eerste twee jaar een goed functionerend alternatief hebben.

[...]

Staatssecretaris Bleker: [...] De Partij voor de Dieren vroeg hoe Brussel hierop heeft gereageerd. De grote vriend van de Partij voor de Dieren is altijd Brussel. Als de partij twijfels heeft bij een voorstel van het kabinet, richt zij altijd haar hoop op Brussel omdat men het daar ook wel niet goed zal vinden. Zover zijn wij echter nog niet. Wij zullen eerst het debat hier voeren. Ik heb het idee - - misschien is dat preken voor eigen parochie -- dat er behoorlijk wat steun is voor de algemene lijn die in het mestbeleid is verwoord. Wij zijn er nog lang niet, maar het beleid is ambitieus en er is toch wel behoorlijk wat steun voor, dus wij gaan voortvarend aan de slag om het verder uit te werken. In dat kader zullen wij begin volgend jaar ook intensief met de Europese Commissie spreken.

[...]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik ben net op tijd terug om te kunnen zeggen dat de verkoop van digestaat aan Braziliƫ volgens de Partij voor de Dieren helemaal niet het walhalla is. Wij hebben twee staatssecretarissen met een boerenachtergrond en we hebben woordvoerders met een boerenachtergrond, maar veel van landbouw snappen zij niet. Je kunt niet volhouden dat je een kringlooplandbouw voert, als je het voer van de andere kant van de wereld versleept naar Nederland en als je de nutriƫnten weer helemaal terugsleept. Er wordt gelachen; de boerenpartijen hebben er na een hele dag debatteren wel lol in, geloof ik. Als het lachen voorbij is, zal men echter inzien dat het een absurde situatie is. De Partij voor de Dieren zou graag een integrale visie zien op de problemen die de aarde teisteren. Het is bittere noodzaak om de totaliteit van die problemen te bekijken, mede in het licht van het energiedebat en het klimaatdebat. Aan schijnoplossingen hebben wij niets: de boeren niet, de dieren niet, de aarde niet. Het gaat om echte landbouw. Ik voorspel dat wij hier nog twintig jaar mee doormodderen.