Bijdrage Ouwehand Wetge­vings­overleg over het Jaar­verslag en de verant­woor­dings­stukken 2013 van het minis­terie van Econo­mische Zaken L&N


24 juni 2014

Eerste termijn

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik houd mijn eerste termijn kort, want ik wil straks nog wat moties indienen. Wij lezen dat de staatssecretaris spreekt van een ontwikkeling naar een duurzame veehouderij. Wij hebben het afgelopen jaar aandacht besteed aan de vraag hoeveel koeien er eigenlijk nog in grupstallen staan, permanent aangebonden. De staatssecretaris heeft daarop een niet erg geruststellend antwoord gegeven: zij denkt dat het fenomeen vanzelf zal verdwijnen. Wij denken dat het niet bij de ontwikkeling van een duurzame veehouderij past als je niet echt afscheid neemt van het permanent aanbinden van dieren en, naar wij hebben begrepen, het gebruiken van stroomstoten om de dieren te laten opstaan zodat zij een stapje achteruit doen voordat zij gaan mesten. Graag een reactie op dit punt, want ik heb hier moties voor voorbereid.

In 2013 is de Wet dieren van kracht geworden. De staatssecretaris werkt aan verschillende onderdelen van die wet. Wij hadden graag gelezen dat het verbod op het gebruik van wilde dieren in circussen inmiddels van kracht was geworden. Ik vraag de staatssecretaris om ook het verhuren van wilde dieren voor bedrijfsfeestjes aan te pakken. Daar wachten wij met smart op. Hoe kijkt zij aan tegen het nog steeds voortduren van tradities waar dieren de dupe van worden? Gelet op de geest van de Wet dieren verdient dit enige reflectie. Tot zover mijn bijdrage in eerste termijn.

Beantwoording door de staatssecretaris

Mevrouw Ouwehand vroeg mij naar de stand van zaken met betrekking tot het verbod op wilde dieren in het circus. Zij wilde ook nog een reflectie. Zoals ik al eerder heb gezegd, is er een onderzoek gaande naar de zeeleeuw in het kader van de circussen. Ik verwacht dat ik de Kamer na het zomerreces kan informeren over de voortgang. Dus er wordt aan gewerkt. Reflectie doe ik graag op het moment dat er een voorstel ligt. Dan reflecteer ik van harte met u mee.

(...)

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik schrik eigenlijk wel van de beantwoording van de staatssecretaris over het verbod op wilde dieren in circussen. Dat verbod zou er al voor de zomer van 2013 zijn. De staatssecretaris heeft het nu over na de zomer. Kunnen we dan wellicht een datum afspreken?

Staatssecretaris Dijksma: Ik probeer het gewoon zo snel mogelijk bij u te hebben maar het zijn heel veel stukken die richting de Kamer gaan, niet in de laatste plaats de antwoorden op alle vragen van mevrouw Ouwehand zelf en allerlei andere leden. Het lukt in alle gevallen niet om alles op tijd klaar te hebben maar we doen wel ons best.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De staatssecretaris stuurt het niet totdat ze het stuurt, maar ze had niet dat aanvullend onderzoek naar zeeleeuwen behoeven te doen. Ook zeeleeuwen horen niet in het circus, dat weet zij best. Als zij dan meent dat er zo veel vragen worden gesteld, zou ik haar willen vragen om nog even in te gaan op de vragen die ik zojuist heb gesteld over het permanent aanbinden van koeien en de zogenaamde koetrainers die nog steeds in groepstallen worden gebruikt en waarbij sprake is van elektrische schokken.

Staatssecretaris Dijksma: Ik vind het lastig om op dat laatste punt specifiek in te gaan, omdat ik op dit moment niet goed weet wat de reikwijdte is en hoe vaak zich dat precies voordoet. Anders zou ik als het ware een schot hagel organiseren en dat lijkt mij niet verstandig.

(...)

Interrupties

Mevrouw Lodders (VVD): De staatssecretaris zegt terecht dat innovatie vooral onder minister Kamp valt. Wat mijn fractie betreft is dat de reden waarom wij dit soort belangrijke stukken van het departement graag in gezamenlijkheid bespreken. De Nederlandse land- en tuinbouw, maar zeker ook de visserij maken onderdeel uit van het ministerie van EZ. Daarmee trek ik het begrip "innovatie" breed, niet alleen voor EZ. Dat was de achterliggende gedachte bij mijn vraag. Dat geldt dus ook voor duurzaamheid.

Staatssecretaris Dijksma: Ik denk dat wij het begrip ook breed invullen. Het is een begrip dat binnen EZ breed gedeeld wordt. Zeker als het om innovatie gaat, zien wij dat juist de twee topsectoren die de verbinding hebben met de agrosector heel sterk zijn. Daar ben ik heel blij mee. Dat laat zien wat de kracht is van onze sector. Die ligt vooral in innovatie. Daarmee zijn wij misschien ook soms wel een voorbeeld voor andere industriële sectoren. Dat merk je elke dag als je op mijn plek zit. Ik denk dat dat ook geldt voor de plek van de ondernemers in het veld.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik heb dit vaker van de staatssecretaris gehoord. Ik heb haar vaker horen zeggen dat Nederland wereldkampioen landbouw is, maar wij zijn natuurlijk een heel erg klein landje. Dus ergens gaat iets niet goed. Wij kunnen alleen maar wereldkampioen zijn door een enorm beslag te leggen op landbouwgronden elders. Ziet de staatssecretaris het voor zich dat wij in komende jaarverslagen ook die impact -- economische platvoeten is misschien te ludiek uitgedrukt -- van onze landbouw op gebieden elders goed in zicht krijgen? Dan krijgen wij het perspectief wat scherper.

Staatssecretaris Dijksma: Dat zal heel lastig zijn. Het is overigens wel waar. Als wij soja importeren, leggen wij daarmee beslag op gebieden elders. Daartegenover staat dat de effectiviteit van de Nederlandse landbouw zo groot is, dat wij met onze koeien, maar ook met onze groenten- en fruitproducten twee keer meer met de inzet van twee keer minder kunnen produceren. Dat is een van de redenen waarom Nederland leidend is in The Global Alliance for Climate-Smart Agriculture. Samen met mensen van de VN, de FAO en de Wereldbank mogen wij daaraan werken. Dat doet men niet als men niet het gevoel heeft dat juist ook die ecologische voetafdruk vol op het netvlies staat van de Nederlandse agrarische sector. Het is een belangrijke uitdaging. Als er één land is dat daar raad mee weet, dan is het Nederland.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik doe een poging in de herkansing. Ik heb het niet over de voetafdruk per kilogram kip, maar over het totale plaatje. Kunnen wij wel zo veel vlees blijven eten en zo veel melk blijven drinken? Ook dat moeten wij terugzien in de jaarverslagen. Ziet de staatssecretaris het voor zich dat wij het totaalbeeld beter in kaart gaan brengen? Heeft zij voornemens om daar in elk geval een aantal stappen in te zetten?

Staatssecretaris Dijksma: Dat vind ik lastig. Waar begint of eindigt het totaalbeeld? Ik zal zo meteen iets meer zeggen over indicatoren. Hoe kunnen wij daar preciezer in zijn? Dat lijkt mij op zichzelf al een belangrijke stap. Ik weet niet zeker of ik daarmee mevrouw Ouwehand helemaal tevreden stel. Vermoedelijk niet.

Tweede termijn

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. In het kader van coherentie van beleid heb ik de volgende moties.

Motie Ouwehand/Thieme: aanbinden van koeien uitfaseren

Motie Ouwehand/Thieme: einde maken aan het gebruik van koetrainers

Motie Ouwehand: verbied het verhuren van wilde dieren

Motie Ouwehand: einde maken aan tradities die inbreuk maken op de integriteit of het welzijn van dieren

Beantwoording door de staatssecretaris

Mevrouw Ouwehand heeft een vraag gesteld over het verbieden van stroomschokken en heeft er vervolgens een motie over ingediend. Het geven van stroomschokken met een veeprikker is onder bepaalde voorwaarden toegestaan; het moet kortdurend zijn en het moet heel zorgvuldig gebeuren. Er is begin van dit jaar een schriftelijk overleg geweest. Daarin heb ik gezegd dat ik de NVWA heb gevraagd om hier strikt op te handhaven. De motie moet ik ontraden. De veeprikker is onder bepaalde omstandigheden toegestaan. In feite vraagt mevrouw Ouwehand in haar motie een geheel andere beleidsinzet en die kan ik niet plegen.

In de motie op stuk nr. 12 verzoekt mevrouw Ouwehand om een plan van aanpak om het permanent aanbinden van koeien uit te faseren. Ook deze motie moet ik ontraden, want Europese regelgeving voor de biologische veehouderij verbiedt het aanbinden van dieren in grupstallen maar met uitzondering van kleine bedrijven. In de gangbare veehouderij komen deze grupstallen op deze wijze ook nauwelijks voor. Ik vind een verbod daarom te ver gaan.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Volgens onze informatie gaat het om nogal wat stallen waarin koeien permanent staan aangebonden. Een van onze geweldige medewerkers heeft gebeld met een bedrijf dat die koetrainers verkoopt. Op de vraag of je zo'n koetrainer zo kan aanschaffen of dat je er eerst een ontheffing voor moet aanvragen was het antwoord: ontheffing?, nee hoor, die dingen lopen als een dolle. Dus ik zou de staatssecretaris willen aanbieden om deze twee moties aan te houden maar dat zij de Kamer er in de tussentijd wel over informeert om hoeveel dieren het gaat, wat precies het tempo is waarmee die grupstallen en het permanent aanbinden daadwerkelijk verdwijnen, hoe vaak die stroomdraden nog worden gebruikt en hoe de controle daarop is.

Staatssecretaris Dijksma: Als u, een partijgenoot van u of iemand anders het gevoel heeft dat er tegen de regels in bepaalde zaken gebeurens, zou ik willen zeggen: meld dat bij de NVWA. Dat is echt belangrijk. Soms wordt hier geprobeerd iets bij motie te managen terwijl het misschien veel beter is om het bij de handhavende instantie te melden. Ik heb nu overigens geen beeld van de precieze cijfers. Ik weet ook niet heel erg zeker of het lukt om een en ander te inventariseren. Dat zouden we aan de NVWA moeten vragen. Ik kan het dus wel navragen. Mijn indruk is overigens dat het echt om heel kleine percentages gaat. Dus als we die informatie snel zouden kunnen leveren, is dat geen punt. Echter, als ik daar een enorm onderzoek naar moet laten doen, dan ben ik daar niet toe bereid, want daar hebben we gewoon geen capaciteit voor.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dan houd ik de moties even aan als de staatssecretaris kan toezeggen om in ieder geval te laten weten of het gaat lukken of niet.

Staatssecretaris Dijksma: Ja, dat is goed.

De voorzitter: Op verzoek van mevrouw Ouwehand stel ik voor, haar motie (33930-XIII, nr. 11) en haar motie (33930-XIII, nr. 12) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Staatssecretaris Dijksma: Voorzitter. In haar motie op stuk nr. 13 verzoekt mevrouw Ouwehand het verhuren van wilde dieren te verbieden. Ik wil deze motie ontraden. Ik heb zo-even gezegd dat we in het regeerakkoord een verbod op het gebruik van wilde dieren in het circus hebben vastgelegd. Ik heb ook toegezegd dat ik na de zomer met mijn voorstel ter zake kom. Laten we op basis van dat voorstel dan het debat voeren en niet op voorhand op basis van moties.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dan hoop ik dat deze motie overbodig blijkt omdat in het voorstel ook een verbod is opgenomen op het verhuren van wilde dieren. Ik houd de motie aan en hoop dat dit niet al te lang hoeft te zijn.

De voorzitter: Op verzoek van mevrouw Ouwehand stel ik voor, haar motie (33930-XIII, nr. 13) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Staatssecretaris Dijksma: Voorzitter. In haar motie mop stuk nr. 14 verzoekt mevrouw Ouwehand om een eind te maken aan tradities in het teken van volksvermaak en folklore die ten koste gaan van het welzijn van dieren. Ook die motie moet ik ontraden. Het welzijnsaspect wordt altijd in ogenschouw genomen en soms wordt de NVWA ook actief benaderd om te handhaven, maar niet elke traditie of folklore is per definitie iets wat tot een aantasting van het welzijn van dieren leidt. Ik vind het niet verstandig om deze motie op deze manier aan te nemen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Als er geen sprake is van aantasting van de integriteit of het welzijn van dieren is er ook niets aan de hand. Ik heb echter sterk de indruk dat een aantal van de dingen die we nog steeds normaal vinden in Nederland, toch niet geheel in lijn zijn met de geest van de Wet dieren, die toch duidelijk aangeeft dat de intrinsieke waarde inhoudt dat geen welzijnsaantastingen worden toegestaan als het doel dat er tegenover staat niet helemaal redelijk is. Ik vraag mij af of de staatssecretaris kan uitsluiten dat dit soms toch gebeurt.

Staatssecretaris Dijksma: Dat laatste zou ik nooit kunnen uitsluiten. Dat kan niemand. Tegelijkertijd is de rechter in ons land degene die toetst of iets in overeenstemming is met de wet. Dat lijkt mij ook de geëigende route.

De voorzitter: Wat betekent dit voor de motie?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik denk niet dat ik deze ga aanhouden.