Bijdrage Ouwehand Wetge­vings­overleg Energie


21 november 2011

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik heb een quote: "Als minister behartig je de belangen van je land. Nu verzamel ik informatie en zie ik de zaken vanuit een ander perspectief." Aldus Maria van der Hoeven, de voormalige minister van Economische Zaken. Inderdaad, Nederland heeft er alle belang dat wij precies op het goede spoor zitten van een wereldwijde temperatuurstijging van zes graden en dat de fossiele brandstoffen straks op zijn. Regeren is vooruitzien. Dat betekent dat je keuzes moet maken voor een houdbare toekomst. Dit kabinet kiest, net als mevrouw Van der Hoeven destijds, voor de belangen van nu, voor de belangen van de gevestigde partijen van nu. We moeten nu concluderen dat de energietransitie die tien jaar geleden is gestart, stap voor stap is ingekapseld door het gas- en olieregime. De machtreflex van het fossiele energieregime heeft zich gemanifesteerd als een dubbele hindermacht. De machtige fossiele energielobby is in de energietransitie geslopen en heeft de transitieagenda overgenomen en bepaald. De energietransitie is geïnstitutionaliseerd, wat wil zeggen dat er structuren zijn gecreëerd waardoor de energietransitie is ingemetseld in het gevestigde bureaucratische regime in Den Haag.

Tegen deze minister, die vanuit zijn achtergrond als historicus wel eens een sneer wil geven naar de milieubeweging, kan ik zeggen dat dit niets te maken heeft met de milieubeweging, die dan eventueel bedrijven zwart zou willen maken. Nee, dit heeft alles te maken met het feit dat de politici die aan de macht zijn, de bedrijven die invloed gunnen en daar dan ook naar handelen. Dat is het grote debacle voor eigenlijk alle partijen aan tafel en daar moeten wij dus vanaf. We zien dat het CDA tegen alle natuurregels in vergunningen verleent voor een kolencentrale. Als er andere partijen aan de macht zijn, wordt die kolencentrale gewoon afgebouwd. Waar blijft het lef om de keuzes te maken die nodig zijn voor de toekomst? We moeten durven kiezen voor een energievraag die wij in de toekomst haalbaar achten. We moeten dus afscheid nemen van de gedachte dat wij steeds maar meer energie kunnen blijven vragen. Daarnaast moet je de energie die wij nodig hebben, anders durven opwekken.

Daarbij zijn dus de volgende vragen aan de orde. Gaan we kolencentrales bouwen om de energieverslaafde industriële landbouw van hun chemische producten te kunnen voorzien? Of gaan wij biologisch boeren, zodat de natuur het werk voor ons kan doen en wij geen brandstoffen hoeven te verspillen? Gaan we oerbossen kappen om kippen- en koeienstront te kunnen produceren, zodat wij onszelf kunnen wijsmaken dat we heel groen zijn in ons kikkerlandje? Of gaan we minder vlees eten en onze veestapel inkrimpen, zodat we de problemen met het klimaat, energie, biodiversiteit en -- ja, mevrouw Van der Werf -- honger wel kunnen oplossen? Ik zie niets van die keuzes in het beleid en in het wensenlijstje van deze minister.

Ik ben bang dat ik al bijna door mijn tijd heen ben en ik wil ook moties indienen. Ik sluit mij aan bij het pleidooi van een aantal fracties voor het faciliteren van decentrale energieopwekking. De energie die wij gaan gebruiken, moeten wij zo opwekken: schoon, gratis en zonder te stampen op de draagkracht van de aarde.

[…]

Interrupties andere partijen:

De heer Samsom (PvdA): Ik erken dat elk beleid, hoe consistent ook, onderhevig is aan democratische grillen. Ik geloof dat ik daar niet iets aan zou willen doen. Ik wil het wel zo standvastig mogelijk maken.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik hoor de heer Samsom vaak zeggen dat hij zijn kinderen een goed antwoord wil kunnen geven als die hem later vragen wat hij gedaan heeft. Ik hoor ook de kritiek van de VVD-fractie dat de PvdA niet consistent zou zijn. Mijn bange vermoeden is echter dat de PvdA juist wél heel consistent is. Dat betekent dat de PvdA geen afstand durft te nemen van de gevestigde belangen. Ik wijs maar even op de bijmengverplichting. Ik ben benieuwd of de PvdA-fractie nog steeds aan de hand van het CDA achter het uithollen van de Natuurbeschermingswet staat waardoor er weer luchtwassers op de veestallen worden geplaatst die meer energie slurpen. Ik zou graag zien dat de PvdA de zaak integraal durft te bekijken -- wat je op natuur doet, heeft invloed op je energiebeleid -- en afstand durft te nemen van de gevestigde belangen. Wanneer gaan we dat zien?

De heer Samsom (PvdA): Ik tippelde met mevrouw Ouwehand mee richting die luchtwassers, maar bij de laatste stap was ik haar kwijt. Ik vind het knap hoe zij elke keer weer in twee zinnen op zoiets kan uitkomen. Allereerst dank ik haar voor het compliment dat we zo consistent zijn, maar ik denk dat zij bedoelt dat zij niets ziet in het bijstoken van biomassa. Wij zien daar wel iets in. Het gebruik van biomassa voor energiedoeleinden is een "noodzakelijk kwaad" om onze energievoorziening duurzaam vorm te geven. Het kan ook echt duurzaam. Een kwart van onze energievoorziening wereldwijd kan met biomassa worden opgewekt en dat geldt dus ook voor Nederland.
Dat is wel hard werken. Het vergt duurzame criteria. Het vereist streng opletten, en zonder scrupules dingen eruit snijden die niet goed zijn. Maar dat is niets nieuws. Dat doen we met al het beleid. Makkelijk zal het niet worden -- dat hebben wij ook nooit beweerd -- maar het is wel nodig.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik geloof dat het hart van de Partij van de Arbeid op de goede plek zit, maar ik zou deze partij zo graag echt in het groene kamp trekken, weg van de bestuurlijke gerichtheid, naar het lef om keuzes te maken. Ik ben bang voor de keuze van de PvdA inzake de bijmengverplichting. Ik ben ook bang voor wat ik de Partij van de Arbeid zie doen aan de hand van het CDA. Ik vraag mij af wat de heer Samsom tegen zijn dochter zegt als zij vraagt: pap, je wist toch hoeveel energie er omgaat in de vleesproductie; dat zouden we toch anders doen?

De heer Samsom (PvdA): Die vraag komt in het gezin Samsom niet zo snel voor, want wij zijn met z'n allen vegetariër. Mijn dochter is vegetariër omdat zij het zielig vindt, en wij zijn het vanuit milieuoogpunt. Gezamenlijk hebben wij daar goede redenen voor.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Maar papa Samsom faciliteert het wel namens het Nederlandse kabinet. Dat is wel een beetje jammer.

De heer Samsom (PvdA): Dat weet ik. Ik kom een keer terug op vleesconsumptie. Bij mijn oneindig optimisme over wat wij met negen miljard mensen op deze aardbol duurzaam met elkaar kunnen doen in grote welvaart, past namelijk één kanttekening: dat gaat niet met het huidige carnivorendieet van West-Europeanen en Amerikanen. Ik denk ook niet dat dat zal blijven. Dat zal langzaam maar zeker veranderen, misschien mede onder invloed van mevrouw Ouwehand, mijn complimenten daarvoor. Ook daar ben ik optimistisch over. Ik ben het echter met mevrouw Ouwehand eens dat de dierlijke-eiwitconsumptie van de West-Europeaan geen duurzame bezigheid is.

[…]

Mevrouw Van der Werf (CDA): Morgen hebben wij de begrotingsbehandeling Infrastructuur en Milieu. Ik zal dan zeggen dat ik vind dat de linkse partijen de milieudiscussie voor een deel gegijzeld hebben. Wij komen wellicht op hetzelfde uit, dus er is iets anders aan de hand in de samenleving. De milieudiscussie is gegijzeld door het bedrijfsleven, de "gevestigde orde", als vies, vuil en onbetrouwbaar af te schilderen. Er is een moralistisch hoge grond gezocht. Als mens zou je bijna niet kunnen bestaan. Wij moesten consuminderen, het moest minder en minder, het bedrijfsleven moest met allerlei regels worden ingeperkt. Dat motiveert niet. De grote doorbraak op het gebied van duurzaamheid en duurzame energie is daardoor uitgebleven. Ik deel dat standpunt van de minister dus.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ook ik dacht dat er best goede voorstellen uit de CDA-fractie kwamen, maar ik schrok echt van het feit dat de duurzaamheidswoordvoerder van de CDA-fractie meegaat in een analyse van de milieubeweging door nota bene de vicepremier; een vicepremier moet vicepremier zijn van alle Nederlanders. Laat ik even opmerken dat hij er elf jaar over heeft gedaan om af te studeren als historicus en ook geen aantoonbare relevante historische achtergrondstudies heeft gedaan.

De heer Leegte (VVD): Voorzitter, dit is volgens mij buiten de orde van deze vergadering.

De voorzitter: Mevrouw Ouwehand, u moet zich beperken tot een vraag aan mevrouw Van der Werf.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Die analyse van de milieubeweging wordt gedeeld door de duurzaamheidswoordvoerder van de CDA-fractie. Ik wil haar adviseren om daar afstand van te nemen. Ik wil ook opmerken dat ik het werkelijk een gotspe vind dat het CDA het zo'n schande vindt dat de westerse consument niet meer zou mogen bestaan, omdat wij het over "consuminderen" hebben. Weet het CDA wel hoe weinig mensen in ontwikkelingslanden te eten hebben omdat wij ons hier zo nodig moeten volproppen?

De voorzitter: Voordat ik mevrouw Van der Werf het woord geef, meld ik dat de minister vindt dat dit een persoonlijk feit is in zijn richting, waarvan akte.

Mevrouw Van der Werf (CDA): Ik weet in alle eerlijkheid niet waar het over gaat. Ik kan op dat punt dus geen antwoord geven. Ik zei dat ik qua benadering een verschil constateer tussen links en rechts: links gaat ten aanzien van de manier waarop wij leven en ondernemen, uit van een beperkende visie op het milieu, waarin de mens een onderdeel is van het probleem. Bij deze minister zie ik dat je ook kunt uitgaan van kansen, waarbij de mens een onderdeel is van de oplossing. Zo simpel is het. Ik voel mij meer thuis bij die laatstgenoemde richting dan bij het linkse gedachtegoed waarin de mens een onderdeel van het probleem is.

De voorzitter: Mevrouw Ouwehand, afrondend.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De lezing die de minister heeft gegeven, was een regelrechte schoffering van de hele milieubeweging. Ik had van de duurzaamheidswoordvoerder van de CDA-fractie op z'n minst de terughoudendheid verwacht om zich daar niet bij aan te sluiten. Het was immers letterlijk het verhaal dat wij al decennia horen van de vervuilers binnen de CDA-fractie. Ik had zo gehoopt dat de CDA-fractie ook andere gezichten zou hebben. De CDA-fractie heeft dissidenten van niks en nu dus ook duurzaamheidswoordvoerders van niks. Ik baal daar echt van, omdat er eerder juist hoop uit het betoog sprak. Dat is dus allemaal weer van tafel.

Mevrouw Van der Werf (CDA): Het betoog blijft natuurlijk staan als een huis. U kunt mij verwijten dat ik niet weet waar u precies op doelt. Zo ervaar ik dat ook. U merkte op dat ik mij ergens bij aansloot, maar ik kan mij niet bij iets aansluiten waar ik geen weet van heb. Dat is dus echt volstrekte onzin. Ik vind het ook een beetje flauw wat u nu doet. Het betoog staat als een huis.

[…]

Beantwoording door de minister:

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De heer Samsom heeft terecht opgemerkt dat veel oplossingen in het energiebeleid weerstand oproepen. Is de minister het met mij eens dat juist kleinschalige, decentrale vormen van energieopwekking veel minder impact hebben en dat daaraan meer waarde kan worden toegekend -- los van de investeringen daarin -- omdat zij minder weerstand oproepen, zij gemakkelijker zijn te implementeren en zij zelfs als inkomenspolitiek kunnen worden gezien, omdat mensen niet afhankelijk worden van stijgende energierekeningen? Erkent de minister die blik op kleinschalige vormen van decentrale energieopwekking?

Minister Verhagen: Ik ben het niet in alles met mevrouw Ouwehand eens. Ik zou er verre van willen blijven om via energierekeningen inkomenspolitiek te voeren. Dat is tot nu toe ook de lijn die de meerderheid van de Kamer mijns inziens terecht heeft gevolgd. Ik zie overigens wel degelijk voordelen in decentrale opwekking, maar ik kom daar dadelijk in het betreffende blokje nog over te spreken, ook naar aanleiding van de uitspraken van mevrouw Van Veldhoven.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik weet dat er een blokje komt, maar het gaat mij om de visie. Met het voeren van inkomenspolitiek in dit verband bedoel ik dat we heel solide voorspellingen over een stijgende energierekening voor de kiezen hebben gekregen en dat de mensen geholpen kunnen worden om op die kosten te besparen. Ik was er benieuwd naar of de minister dat tenminste wilde erkennen, maar daar lijkt het niet op.

Minister Verhagen: Het was geen vraag!

De voorzitter: De minister gaat over zijn eigen antwoord!

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik heb de minister geen keuzes horen maken. Misschien wil hij nog reflecteren op de enorme kansen die er liggen, als wij onze landbouw anders inrichten.

Minister Verhagen: Voorzitter. Ik weet dat mevrouw Ouwehand het liefst de landbouw wil afschaffen en het liefst ons allemaal wil verbieden vlees te eten. Dat zou inderdaad een effect hebben, maar wij maken een andere keuze; een keuze die mevrouw Ouwehand niet onderschrijft.