Bijdrage Ouwehand/Thieme Debat Burger­ini­ti­atief inzake dier­proef­ex­pe­ri­menten


13 september 2011

Bekijk de bijdragen via debatgemist.nl

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. U maaide wel wat gras voor mijn voeten weg, want ik wilde beginnen met te zeggen dat dit debat gaat over de vraag of de Kamer een burgerinitiatief in behandeling moet nemen of niet, en wel het burgerinitiatief waarmee de Kamer wordt gevraagd, een verbod in te voeren op dierproeven op honden en katten. Ik laat het gedrukte exemplaar van het initiatief even zien: Gerdje, een verhaal met een staartje. De initiatiefnemer is de antidierproevencoalitie.

Het is niet voor de eerste keer dat er discussie is over de vraag of een initiatief voldoet aan de regels die wij daarover hebben afgesproken. Wij voeren dit debat omdat de Partij voor de Dieren van mening verschilt met de commissie over de vraag of dit specifieke initiatief aan de regels voldoet.
Uit de reacties die ik kreeg via Twitter en e-mail, merkte ik dat de indruk bestond dat wij vandaag over de inhoud van het burgerinitiatief zouden spreken, maar dat is dus niet het geval. Het gaat over de spelregels die zijn vastgesteld voor burgerinitiatieven en over de vraag of dit initiatief hieraan voldoet. Pas als dat is vastgesteld, kan de Kamer het initiatief in behandeling nemen en een inhoudelijk debat voeren over het voorstel.

Zoals bekend, wil de Partij voor de Dieren zo snel mogelijk een einde aan alle dierproeven. Wij kijken dus erg uit naar dat debat, maar eerst moeten wij het hebben over de spelregels. De commissie voor de Verzoekschriften en de Burgerinitiatieven, die ik bij dezen dank voor haar werk, heeft geoordeeld dat dit burgerinitiatief aan alle procedurele voorwaarden met betrekking tot indiening, formulering en ondertekening voldoet. Tot zover zijn wij het met elkaar eens. Er staan meer dan 40.000 handtekeningen van kiesgerechtigde Nederlanders onder, vergezeld van naam en woonplaats. Dat is allemaal op orde.

De commissie vervolgt echter met te stellen dat het burgerinitiatief niet voldoet aan de voorwaarde dat het onderwerp waarover het initiatief gaat, de afgelopen twee jaar niet aan de orde mag zijn geweest in de Kamer. Dat is onjuist, en ik zal uitleggen waarom. De commissie wijst onder meer op een groot aantal moties die door de Partij voor de Dieren zijn ingediend en door de Kamer zijn aangenomen, om het proefdiergebruik terug te dringen, kritischer te kijken naar dierproeven en alternatieven te stimuleren. Het onderwerp dierproeven heeft met onze entree in het parlement inderdaad een vaste plek gekregen op de Kameragenda, maar dat de Kamer heeft gesproken over de beleidslijn voor dierproeven en over dierproeven gestemd heeft, betekent niet automatisch dat het specifieke voorstel van dit burgerinitiatief aan de orde is geweest. Die vraag is bij eerdere burgerinitiatieven ook aan de orde geweest: Gaat het expliciet om een nieuw specifiek voorstel en heeft de Kamer zich daarover al uigelaten of niet? In dat licht wijs ik ook op het burgerinitiatief over de verhoging van de AOW-leeftijd, dat onlangs door de commissie wel ontvankelijk is verklaard. Over de AOW spreken wij in dit huis heel regelmatig. De indieners van het desbetreffende voorstel hebben echter een specifieke vraag voorgelegd. De commissie was toen van oordeel dat dit nieuw en specifiek was en dat het expliciet de afgelopen twee jaar nog niet in de Kamer was besproken. Voor dit burgerinitiatief geldt dit ook. Ik vraag mij af waarom de commissie op deze twee punten een verschillend oordeel heeft.

Ik spreek uit wat het specifieke verzoek is van het burgerinitiatief, om daarover expliciet duidelijkheid te krijgen. De vraag is namelijk niet om in algemene zin het dierproevengebruik terug te dringen en alternatieven te stimuleren. De vraag van het burgerinitiatief is: "Als verontruste burger en dierenvriend verzoek ik mijn volksvertegenwoordigers dringend om een verbod in te stellen op het gebruik van honden en katten in proefdierexperimenten". De 57.000 mensen die dit burgerinitiatief hebben ondertekend, willen vermoedelijk ook best graag een einde aan experimenten op andere dieren, maar de vraag is: stel een verbod in op het gebruik van honden en katten. Die afweging heeft de Kamer eerder wel gemaakt toen het ging over het gebruik van mensapen, maar dat was in 2003. De Kamer heeft toen gezegd: deze diersoort willen wij expliciet buiten het dierproeventraject houden. De Kamer wordt nu gevraagd, zich ook over die vraag te buigen wat betreft honden en katten.

Dat betekent dat de initiatiefnemers een extra ethisch dilemma zien bij het gebruik van deze specifieke diersoorten. Ze vragen in hun burgerinitiatief ook hoe de Kamer het aan een natie waarin miljoenen honden en katten bij mensen thuis wonen, kan uitleggen dat deze dieren in laboratoria voor experimenten worden gebruikt. Dat is dus het verschil tussen wat de Kamer de afgelopen jaren heeft gedaan en waar zij over gesproken heeft, en de vraag van de initiatiefnemers.

De conclusie van de PvdD is dat dit burgerinitiatief dus wel aan de criteria voldoet. De spelregels zijn keurig gevolgd. De PvdD vraagt de commissie dan ook om haar voorstel om het burgerinitiatief af te wijzen, te herzien en om de Kamer voor te stellen, het initiatief alsnog in behandeling te nemen. We hopen dat de commissie tijdens dit debat terugkomt op haar eerdere inzichten en als dat niet zo is, dan zullen wij via een motie de Kamer om een uitspraak vragen.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Wat de heer Koopmans daar zegt, is nogal wat. Hij wil toch niet beweren dat hij de indruk heeft dat de PvdD om politieke redenen dit debat heeft aangevraagd, omdat wij graag debatten voeren over het gebruik van dieren in dierproeven en de ethische rechtvaardiging daarvan en dat wij daarom de commissie vragen om haar oordeel te herzien?

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Het allereerste burgerinitiatief dat de Kamer in behandeling heeft genomen was het initiatief van Milieudefensie "Stop fout vlees". Ik weet nog heel goed dat de CDA-fractie toen bezwaar had gemaakt tegen het oordeel van de commissie dat dit burgerinitiatief inderdaad voldeed aan de criteria. Maar daar zaten natuurlijk geen politieke redenen achter.
Voorzitter. Even terug naar de vraag. Ik heb het rapport van de commissie natuurlijk ook goed gelezen en ik daag de heer Koopmans uit om aan te geven op welke dag en in welk debat het specifieke punt dat we honden en katten niet langer willen laten gebruiken in dierexperimenten aan de orde is geweest.
[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De heer Koopmans weigert dus in te gaan op mijn vraag. Ik heb in mijn bijdrage aangegeven dat het wel degelijk over proefdieren is gegaan de afgelopen jaren -- ik was daar altijd zelf bij, dus ik kan het mij nog heel goed herinneren -- maar dat een algemene bespreking van het dierproevenbeleid nog geen specifiek voorstel is. Het is goed gebruik in dit huis tot nu toe, volgens mij, om de spelregels die wij met elkaar hebben afgesproken daadwerkelijk na te leven. Ik kan eigenlijk niet anders dan concluderen dat de CDA-fractie om politieke redenen dit burgerinitiatief niet wil behandelen.

[…]

Mevrouw Thieme (PvdD): Ik ben het helemaal eens met de stelling "regels zijn regels". Wij moeten objectief kijken in hoeverre dit burgerinitiatief voldoet aan de regels. Er is, zoals mijn collega Ouwehand al heeft gezegd, al behoorlijk wat gezegd over dierproevenbeleid, maar nog nooit over een specifiek verbod op het gebruik van honden en katten. Vindt mevrouw Dille dan niet, met de fractie van de PvdD, dat als 57.000 burgers vinden dat dit op de agenda moet komen, dit verzoek moet worden ingewilligd? Dit is immers nooit eerder aan de orde geweest in de Kamer.

[…]

Mevrouw Thieme (PvdD): Ik vraag niet om een inhoudelijk oordeel over de vraag of er een verbod moet komen. De regel is dat een onderwerp de afgelopen twee jaar niet mag zijn behandeld in de Kamer. Wat moet er niet zijn behandeld? De vraag of honden en katten niet meer mogen worden gebruikt in dierproeven? Die vraag is nooit behandeld in de Tweede Kamer. Daarmee voldoet dit burgerinitiatief dus aan de regel. Welke overwegingen heeft de PVV-fractie om het alsnog af te wijzen?

Mevrouw Dille (PVV): Het is duidelijk dat de PvdD hierover van mening verschilt met de PVV en de commissie. Wij volgen het eindoordeel van de commissie en gaan daar niet van afwijken.

Mevrouw Thieme (PvdD): Het moet objectief vast te stellen zijn, los van politieke kleur, of een bepaald onderwerp aan de orde is geweest in de Tweede Kamer. Daar kunnen de Handelingen op worden nageslagen, dus de verslagen van de vergaderingen. Daarin is nergens te zien dat er gesproken is over een verbod op proeven op honden en katten. Dat is objectief vast te stellen.
Als dat zo is, kun je dus niet, anders dan dat je een politieke keuze maakt, voorbijgaan aan dat feit. Dus ik vraag nogmaals aan de PVV-fractie welk objectief argument zij dan heeft om toch te zeggen dat dit burgerinitiatief niet kan worden toegelaten.

Mevrouw Dille (PVV): Er is wat de PVV betreft maar één argument, namelijk dat onzes inziens alle regels en protocollen zijn gevolgd en dat er geen andere conclusie mogelijk is.

[…]

Mevrouw Thieme (PvdD): Is mevrouw Neppérus met mij van mening dat de commissie zich niet hoeft te laten leiden door de vraag of zij een bepaald onderwerp sympathiek vindt? Mevrouw Neppérus zei namelijk: hoe sympathiek dit burgerinitiatief lijkt. Dat is iets waar noch de Kamer noch de commissie een oordeel over hoeft uit te spreken?
Ook het feit dat de commissie tot tweemaal toe bijeen is geweest om over dit burgerinitiatief te praten, omdat dierproeven gevoelig liggen, vind ik een beetje vreemd. De commissie gaat namelijk niet over de inhoud, maar bekijkt simpelweg of iets dergelijks in de Tweede Kamer aan de orde is geweest of niet. Ik neem dat over de AOW ook niet tweemaal bij elkaar gekomen is.
Mevrouw Neppérus (VVD): Ik zei dit, omdat wij wisten hoe gevoelig dit ligt. Bij eerdere initiatieven hebben wij gezien wat een afwijzing teweegbrengt. Daarom hebben wij het nog een keer willen bespreken. Wij hebben de griffier om een nadere notitie gevraagd. Wij hebben ons besluit zo zorgvuldig mogelijk willen nemen. Bij eerdere besluiten hebben wij gezien wat een teleurstelling het geeft als je het afwijst. Ik denk even aan het energiepunt. De commissie heeft er met het oog daarop nog een keer over willen praten. Wij hebben de griffier gevraagd hoe precies de geschiedenis van de bepaling is geweest. Wat zat er precies achter?

Mevrouw Thieme (PvdD): Ik ben blij dat dit even wordt opgehelderd. Het gaat er dus om dat de commissie rekening wilde houden met de gevoelens die in de samenleving en bij de initiatiefnemers leven. Het was meer dát dan gevoeligheid bij de commissie zelf. Die indruk kreeg ik even.

Mevrouw Neppérus (VVD): Er zijn inmiddels twaalf initiatieven ingediend. Een afwijzing blijkt steeds tot veel emotie, tot boze reacties te leiden. Om die reden hebben wij een aantal zaken extra willen uitzoeken. Wij wilden zo zeker mogelijk van onszelf zijn bij het voorleggen van ons ontwerpbesluit.

Mevrouw Thieme (PvdD): Was het dan niet verstandiger geweest om geen impliciet oordeel te geven in de zin van "dit kabinet doet al best veel voor dieren die in experimenten gebruikt worden"? Ik denk dan aan het inleidende gedeelte over de algemene beleidslijn van het kabinet-Balkenende IV. De schijn is gewekt dat de commissie een bepaalde mening over het onderwerp heeft.

[…]

Mevrouw Thieme (PvdD): Voorzitter. Ik wil de commissie danken voor de antwoorden. De commissie heeft aangegeven dat ze op basis van een analyse van wat er de afgelopen twee jaar over dierproeven is gezegd, komt tot de conclusie dat het burgerinitiatief niet kan worden toegelaten tot de agenda van de Tweede Kamer, en wel om vijf redenen. Het gaat om een aantal moties, en om een richtlijn in Europa. Geen van deze punten heeft ook maar enigszins te maken met het burgerinitiatief. Het gaat over een motie van mevrouw Ouwehand, het gaat over subsidies voor dierproeven, die niets te maken hebben met de ethische vraag of er een verbod moet komen op het gebruik van honden en katten voor dierproeven, het gaat over een amendement van mevrouw Ouwehand over het budget voor alternatieven, wat ook niets heeft te maken met de ethische vraag om een verbod op het gebruik van honden en katten voor dierproeven, en het gaat om een motie van mevrouw Ouwehand over innovatiesubsidies op het terrein van levensmiddelentechnologie, wat ook niets te maken heeft met ethische vragen over honden en katten.
En het gaat over een motie van Ouwehand en Waalkens over niet-menselijke primaten in het wetenschappelijk onderzoek. We weten allemaal dat honden en katten niet behoren tot de niet-menselijke primaten.

Ten slotte nog het punt dat er een Europese richtlijn zou zijn betreffende het gebruik van honden en katten bij dierproeven. Die gaat er alleen maar over dat de dieren alleen uit fokkerijen mogen komen en niet van de straat geplukt mogen worden. Het heeft dus ook niets te maken met de ethische vraag of we überhaupt honden en katten mogen gebruiken voor dierproeven.
Dus al die vijf punten die de commissie noemt op basis waarvan zij tot de conclusie komt dat het burgerinitiatief niet ontvankelijk is, zijn niet steekhoudend. Daarom dien ik de volgende motie in.