Bijdrage Ouwehand Spoed­debat scha­de­re­geling voor de land- en tuinbouw rondom Moerdijk


3 februari 2011

Bekijk de bijdrage via debatgemist.nl

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ook de Partij voor de Dieren maakt zich ernstig zorgen over de hoeveelheid chemische bedrijven in ons land waarvan wij het bange vermoeden hebben dat de inspecties niet op orde zijn en dat er niet voldoende wordt opgetreden als er zaken niet door de beugel kunnen. Ik onderdruk de neiging om het debat dat wij nu voeren, daarover te laten gaan. Zoals aangekondigd, zal ik bij de regeling vragen om een brief. Ik vind dat wij hierover spoedig een plenair debat moeten voeren. Het gaat nu over de situatie van de land- en tuinbouwers in de omgeving van Moerdijk. De brand bij Chemie-Pack heeft daar voor schade gezorgd. Ik verbaas mij over de weerstand bij de coalitiepartijen en de gedoogpartij tegen het oprichten van zo'n noodfonds. Volgens mij is het niet zo moeilijk voor de overheid. Voor de ondernemers is het wel moeilijk. Ik voorzie het volgende. Er komen schadeclaims bij Chemie-Pack. Het bedrijf gaat zeggen: ja maar de overheid, ja maar ik voldeed wel aan de regels want er is niet ingegrepen. Dat wordt een proces van jaren. Ik voorzie dat Chemie-Pack een punt zal hebben als het bedrijf zegt dat het niet allemaal aan hem te wijten is. Er is namelijk nogal wat te doen over de communicatiestrategie van de autoriteiten en de beeldvorming die dat heeft opgeleverd. Er is een negatief imago ontstaan rond de boeren en hun producten, die je wel of niet kunt eten. Dat wordt een enorm gevecht. De oplossing is simpel: de overheid richt nu een schadefonds op en gaat zelf het gevecht met Chemie-Pack aan. Individuele boeren, die geen enkele schuld dragen voor die chemische brand en de gevolgen daarvan, hoeven daar niet voor op te draaien. Wij vergoeden de schade en wij voeren het juridische gevecht met Chemie-Pack. Wij zullen dan wel zien wie er wat moet betalen. Wat ons betreft hoeft dat niet automatisch de overheid te zijn, maar als de overheid iets te verwijten valt, dan zullen de verantwoordelijke bewindspersonen daarvoor de verantwoordelijkheid moeten dragen en dan zal de staatskas daarvoor open moeten. Het debat over de communicatiestrategie gaan wij nog voeren, maar het nu instellen van een noodfonds is wel het minste wat deze staatssecretaris kan doen. Nogmaals, ik begrijp echt de weerstand van VVD, CDA en PVV niet. Het zijn partijen die bij hoog en bij laag volhouden dat het een grote schande is dat agrarische ondernemers in onzekerheid blijven zitten. Ik begrijp er niets van dat zij niet thuis geven op het moment dat zij iets kunnen doen.

De voorzitter: De heer Koopmans is de volgende spreker. Wij zullen zien of hij het wél begrijpt.

[…]

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie): […] Kortom, het is zeer urgent dat de schade op zo kort mogelijke termijn wordt getaxeerd en dat er een schaderegeling wordt geopend. Daarom wil ik direct in eerste termijn de motie van 13 januari opnieuw indienen.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Als de motie in tweede termijn wordt ingediend en mevrouw Wiegman dat op prijs stelt, mag mijn naam er ook onder. Mijn naam stond ook onder de eerste motie. Ik heb een vraag. Ik heb de eerste motie van mevrouw Wiegman van harte medeondertekend en ondersteund. Ik vind namelijk dat individuele ondernemers die op geen enkele manier schuld dragen aan wat hier gebeurd is, niet met jarenlange procedures en gedoe mogen worden geconfronteerd. Ik begrijp de initiatieven van de ChristenUnie ook zo. Wat is het verschil met de situatie bij de Q-koorts? Toen zijn personen slachtoffer geworden van een dierziekte. Zij kunnen daar niets aan doen. Zij zijn chronisch ziek en hebben jarenlang gedoe.

De voorzitter: Wat is uw vraag?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Toen heeft de ChristenUnie het voorstel om een noodfonds op te richten om de schade te vergoeden, niet gesteund. Wat is dan het verschil tussen wat mevrouw Wiegman nu voorstelt, waarvan ik een groot voorstander ben, en de situatie bij de Q-koorts en andere zoönosen?

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie): Over deze vraag heb ik in het debat over de Q-koorts ook met collega Thieme van gedachten gewisseld. Volgens mij is hier wel een verschil. Voor mensen die ziek zijn, hebben wij gelukkig goede verzekeringen in Nederland, waarmee mensen toegang kunnen krijgen tot gezondheidszorg. Dat staat. Hier gaat het echter om schades die niet verzekerd zijn. Dat is voor mij de reden om hier op deze wijze aandacht voor te vragen. Ik wijs wel graag op de andere zaken die wij in het debat over de Q-koorts naar voren hebben gebracht. Wij hebben toen bijvoorbeeld de moties gesteund om absoluut aandacht te vragen voor de getroffen mensen en de ontstane situatie.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik begrijp het nog steeds niet. Er zijn natuurlijk verzekeringen voor je gezondheid. De directe schade die op dag één optreedt, is gedekt. De ChristenUnie kan echter niet om mensen heen die chronisch ziek of arbeidsongeschikt worden en jarenlang last daarvan hebben. Dit is schade die je misschien niet in de eerste minuut ziet, maar zeker wel vanaf een halfjaar. Daar zou de overheid ook iets mee moeten willen. Ik snap het gewoon niet.

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie): Ook voor de gevolgen van de ziekte en de schade die mensen naar aanleiding daarvan kunnen ondervinden, zijn er verzekeringen en regelingen in Nederland. Als je getroffen wordt door een ziekte en dit de gevolgen zijn, geeft dat een heel wrang gevoel. Dat is absoluut zo. Daarom heb ik tijdens het debat ook duidelijk medeleven uitgesproken. Ik wijs wel op de regelingen en mogelijkheden die er nu al zijn voor mensen die getroffen zijn door de Q-koorts.

[…]

De heer Koopmans (CDA): Voorzitter. Het gebied rondom Moerdijk heeft te maken met fikse schade, dat moge duidelijk zijn. Een ding is zeker: de spruitjestelers, de vollegrondstelers zelf hebben part noch deel aan het ontstaan van die schade. Maar het gaat om de vraag wie verantwoordelijk is voor het betalen van die schade. Allereerst vindt de CDA-fractie dat het niet anders kan zijn dan dat dat Chemie-Pack en zijn verzekeraar zijn. Zij zijn verantwoordelijk voor het betalen van de schade.

[…]

Dat is de reden waarom de CDA-fractie niet vanaf dag één al te gemakkelijk roept: ja, die schade moet maar worden vergoed door de overheid. Nee, dat zeggen wij niet. De wet die nu aan de orde is -- de Wet tegemoetkoming schade bij rampen en zware ongevallen -- formuleert wanneer sprake is van een ramp en wanneer niet, en wanneer sprake is van schadetoekenning.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Niemand heeft gezegd dat de overheid al die schade moet gaan betalen. Het gaat om een garantstelling. Wat een overheid namelijk wel aankan -- ze heeft juristen in dienst, en ze heeft een lange adem -- is een waarschijnlijk jarenlang durend proces. De individuele boeren kunnen dat niet aan. Waar staat u nou, als boerenpartij?

De heer Koopmans (CDA): Dank voor het laatste compliment. Inderdaad, wij zijn een boerenpartij die graag en vaak staat voor de boeren….

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Daar blijkt niets van, hoor!

De heer Koopmans (CDA): Mevrouw, u hebt mijn totale bijdrage nog niet gehoord! Omdat ik alle bijdragen, nu en in eerdere debatten, heb gehoord gaat het mij erom dat in mijn ogen veel te gemakkelijk mensen hier vinden dat de overheid alles maar moet regelen. Ik vind dat gewoon te gemakkelijk. Ik zet dat in het perspectief van de door Tweede Kamer en Eerste Kamer aangenomen vigerende wet, overigens nog door niemand genoemd, wat ik ook heel bijzonder vind. Die wet is het kader waarbinnen kan worden gewerkt. Als je daarbuiten wilt werken, zul je dat heel goed moeten motiveren. Ik kom er straks op dat de regering op dat punt nogal wat heeft uit te leggen, en misschien iets zou moeten doen. Maar de uiteindelijke conclusie trek ik in tweede termijn, als de regering antwoord heeft gegeven op een aantal vragen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Een conclusie: het CDA laat de boeren lelijk in de steek. Twee: ik ga het onthouden dat het CDA vindt dat er veel te gemakkelijk wordt geroepen dat de overheid het maar moet regelen. Die krijgt u terug, hoor!

[…]

De heer Leegte (VVD): […] Graag hoor ik ook de visie van de staatssecretaris op de rol van de overheid bij de schade in het licht van de adviezen die de overheid heeft gegeven. Is hier niet in eerste instantie een rol voor de verzekering weggelegd?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Uw principiële kijk op de samenleving. Ik vroeg het ook al in een interruptiedebatje met de CDA-woordvoerder, maar ik wil het ook graag van u weten. Als de normen voor dioxine in veevoer ergens worden overschreden, moet de overheid dan in het geweer komen als de hele sector daarvan last heeft? Moet zij met andere woorden ondernemers die daarmee op zichzelf niets van doen hebben, schadeloos stellen, bijvoorbeeld via een vangnet?

De heer Leegte (VVD): Natuurlijk kunnen wij dit interruptiedebatje overdoen, maar ik herhaal toch maar gewoon dat er een verantwoordelijkheid ligt bij de samenleving en de bedrijven. De VVD staat overigens voor vrijheid én verantwoordelijkheid. Niets is namelijk zo makkelijk als problemen op te lossen met andermans geld. Daar zijn wij dus niet zo van! Er is in mijn optiek geen principieel verschil tussen de Spar in Vathorst, Amersfoort, die door een recall van spulletjes schade lijdt en een teler onder de rook van Moerdijk. Dat is in principe hetzelfde. Het is dus in mijn ogen slechts de vraag waar de verantwoordelijkheid komt te liggen als de overheid heeft geadviseerd om iets te doen. Het antwoord op die vraag wacht ik nu af.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Die principes zijn mooi en ik ben ook helemaal niet bang voor eigen verantwoordelijkheid. Ik voel mij dan ook helemaal niet aangesproken. Er ligt een plan om de Europese portemonnee te trekken voor een opslagregeling voor varkensvlees. Moet ik uit uw antwoord opmaken dat de VVD de partij is van de varkens- en kippenboeren, maar niet van de agrariërs rondom Moerdijk?

De heer Leegte (VVD): Ik ga niet over de conclusies van mevrouw Ouwehand. Ik vind, en daarmee herhaal ik mijzelf, dat de overheid risico's beheersbaar moet maken. Dat is ook de reden dat ik het GroenLinks-voorstel steun om in kaart te brengen welke risico's er aan bedrijven kleven en hoe wij die beheersbaar kunnen maken. Het opvangen van de gevolgen van een ramp is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de samenleving zelf.

[…]

Tweede termijn

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Wat krom is, valt niet recht te praten en dat hebben wij vandaag weer gemerkt. Waarom wel regelingen voor de opslag van varkensvlees? Waarom dure Europese promotiecampagnes om imagoschade in de pluimveesector op te lossen, om melk drinken te bevorderen en niet een garantstelling voor de landbouwers rondom Moerdijk, die zich nu geconfronteerd zien met mogelijk jarenlange juridische processen? De CDA-fractie snapt het wel, want die wees ook naar een rol van de overheid in dezen. Wellicht valt er iets te zeggen voor een tegemoetkoming vanuit de overheid, omdat die boeren het gezondheidsadvies hebben opgevolgd. Daar zit precies ons punt. Dat gaat een jarenlang juridisch steekspel worden en dat moet je de boeren niet willen aandoen. Ik doe een dringend beroep op de partijen die zich boervriendelijk noemen om hier gewoon een goede en verstandige keuze te maken. Het gaat niet om grote uitgaven uit de staatskas. Waar dat wel moet, zullen wij dan wel zien. Maar dat gaat over jaren pas blijken, voorspel ik u. Die garantstelling is toch het minste wat wij de boeren daar kunnen gunnen.

[…]

Staatssecretaris Bleker: […]Mocht het zo zijn dat er een regeling komt, laat dat onverlet de primaire positie van het bedrijf waar de brand is geweest. Dat doet dus niet af aan de primaire verantwoordelijkheid van dit bedrijf. Ook het advies van de autoriteiten om de oogst te staken en het op de markt brengen van producten achterwege te laten, laat onverlet de aansprakelijkheid van het bedrijf Chemie-Pack.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Over de verantwoordelijkheid van Chemie-Pack is geen discussie nodig. Dat is de vraag ook niet. Daarin zij wij het eens met de staatssecretaris. De staatssecretaris moest een beetje lachen toen ik zei dat het CDA de boeren lelijk in de steek laat. Het gaat mij om de vraag wanneer de overheid zich moet opwerpen en wanneer niet. Ik begrijp deze staatssecretaris niet. In Europa zegt hij in verband met de dioxinecrisis wel: laten wij een pot maken en varkensvlees opslaan omdat het zo vervelend is voor de ondernemers die nu met lage prijzen te maken hebben. Waarom zegt hij dat daarbij wel en is hij in dit geval zo aarzelend en terughoudend, en vindt hij dat we er eerst nog maar eens goed naar moeten kijken? Wat is het verschil?

De voorzitter: Helder. De staatssecretaris.

Staatssecretaris Bleker: Er is een heel groot verschil. Als het gaat om de dioxinekwestie is er een bestaande Europese regeling, een Europese interventiemaatregel. In geval van ernstige verstoring van de markt als gevolg van omstandigheden zoals aangegeven, de dioxinekwestie in Duitsland, zijn er deze opslagregeling en nog een aantal andere interventiemogelijkheden. Dat is het grote verschil. Het gaat in het geval dat wij nu bespreken om een lokale situatie, waarvoor wij dus niet direct Europese regelgeving of een Europese interventiemogelijkheid kunnen inzetten.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dan verschillen wij dus van mening over de inschatting of het hierbij wel of niet mogelijk is. Als het mogelijk zou zijn, zou de staatssecretaris immers allang dat noodfonds of dat schadefonds hebben opgericht. Mag ik het zo begrijpen?

Staatssecretaris Bleker: Mevrouw Ouwehand maakte de vergelijking met de dioxinezaak: waarom wel de tijdelijke opslagregeling in het geval van de dioxinezaak en hierbij niet enige regeling? Daarop heb ik geantwoord dat er een groot verschil tussen beide situaties is, niet meer en niet minder. Dat was ook de vraag van mevrouw Ouwehand.