Bijdrage Ouwehand Raming 2015 – begroting van de Tweede Kamer


23 juni 2014

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Het debat over de ramingen is het jaarlijkse debat over de werkwijze van de Kamer. De Partij voor de Dieren heeft altijd twee lijnen waarlangs zij haar inbreng levert. Als eerste noem ik: staan voor ons parlementaire werk en dus ook doen wat daarbij hoort. Daarover zeg ik later meer. Als tweede noem ik: als volksvertegenwoordiging het goede voorbeeld geven op het gebied van duurzaamheid, mensenrechten en andere maatschappelijk verantwoorde thema's.

Ik ga eerst in op de kern van ons parlementaire werk. Uit onderzoek blijkt dat het voor een Kamerlid een beetje taboe is om in het openbaar toe te geven dat ons parlement een van de slechtst ondersteunde parlementen van Europa is en dat wij eigenlijk beter ondersteund zouden moeten worden. Uit anonieme verslagen blijkt dat bijna 70% van de Kamerleden het daarmee eens is en zegt meer ondersteuning te willen omdat zij hun werk daardoor beter kunnen doen. In het openbaar willen zij er echter niet aan herinnerd worden. Nou was er eens een Kamerlid dat wél in de publiciteit toegaf dat de manier waarop de Kamer wordt ondersteund, concreet betekende dat hij -- het was een man -- met anderhalve man en een paardenkop het volledige ministerie van OCW moest controleren. Ik noem verder geen namen, maar ik weet dat hij inmiddels in het Presidium zit. Ik hoop een beetje dat het pleidooi dat de Partij voor de Dieren steeds wil inbrengen, wordt ondersteund, zeker gezien de bezuinigingen die aan de Kamer worden opgelegd.

Ik heb waardering voor de prioriteiten die het Presidium heeft gesteld. Bureau Wetgeving is een ontzettend belangrijke dienst, die ons ondersteunt. Het belang van de ondersteuning door de Griffie, die ons op de Europese ontwikkelingen wijst, wil ik ook zeker noemen. Daar hebben wij als fractie heel veel aan omdat wij het kabinet op het gebied van landbouw zo het vuur behoorlijk aan de schenen kunnen leggen. Dat is volgens mij ook precies waarom wij hier zijn en waarom het volk ons gekozen heeft. We hebben alle waardering voor de diensten die de Tweede Kamer ondersteunen. Ik ben het er erg mee eens dat wij dat goed financieren. Er is veel waardering en dank voor alle medewerkers in de ondersteuning, maar de medewerkers van de fracties werken ook heel hard. Daar kunnen we niet van wegkijken. Dat is belangrijk omdat zij ons in staat stellen de regering te controleren, om diepgaande vragen te stellen die mogelijk projecten tegenhouden waar wij anders spijt van zouden hebben gehad. Een van de voorbeelden daarvan zijn de Olympische Spelen die voor 2028 op de rol stonden.

Het lijkt er sterk op dat als de Kamer dat niet met prangende vragen had tegengehouden, we daar als samenleving als geheel een behoorlijke kostenpost aan hadden gehad.

Ik vind het dus altijd wat plat en goedkoop om te zeggen: iedereen moet bezuinigen, wij moeten dus ook de broekriem aantrekken. Dit is de kern van onze democratie. Wij zitten hier namens het volk. Onze taak is om de regering goed te controleren en een goede medewetgever te zijn. Daar staat iets tegenover. De Partij voor de Dieren maakt zich zorgen over de bezuinigingen die al zijn doorgevoerd en de bezuinigingen die er nog aan zitten te komen. Daarover wordt weliswaar in de raming voor 2016 gesproken, maar ook nu al wordt niet uitgesloten dat die de fracties zullen raken. Wil de Voorzitter bevestigen dat het Nederlandse parlement niet het best ondersteunde parlement van de wereld is? Wil zij bevestigen dat dit iets betekent voor de kwaliteit van ons werk? Het is misschien wel mogelijk om als Voorzitter, als Presidium, in de richting van het kabinet wat steviger te zeggen: tegenover macht hoort gewoon goede tegenmacht; dan kan het niet zo zijn dat wij nog bezuinigen op een begroting van 24 miljoen terwijl we een begroting van 260 miljard moeten controleren. Dat zou ik graag zien. Ik vind dus dat het geen taboe moet zijn om je uit te spreken voor het belang van het parlementaire werk. Je moet ook durven toegeven dat dat dus iets kost.

Dat was het belangrijkste punt over de werkwijze van de Kamer. Ik kan me aansluiten bij een aantal opmerkingen van de woordvoerder van D66 over de bureaucratie. We moeten ervoor waken dat we niet te veel bureaucratiseren. Ik vind het een goed voorstel om in de plenaire zaal bij de regeling, als er geen steun is voor een plenair debat, meteen een algemeen overleg af te spreken. Dat scheelt veel gedoe in de commissies. Je vraagt in een aantal gevallen een plenair debat aan, omdat je het in de commissie simpelweg niet voor elkaar krijgt om over dat onderwerp een algemeen overleg af te spreken. Dat zou dus veel kunnen schelen. Als je in de regeling om een brief voorafgaand aan een debat vraagt, dan konden andere Kamerleden vroeger aanvullende vragen stellen. Dan zei je: prima, ik steun de brief en ik zou graag zien dat het kabinet ingaat op deze twee aanvullende punten. Nu moet dat achteraf gebeuren met een mail. Dat levert veel gedoe op. Dat vind ik een voorbeeld van onnodige bureaucratisering die de snelheid en efficiency van ons werk niet ten goede komt. Ik hoor graag een reactie op dit punt.

Ik kom te spreken over de duurzaamheid. Wij hebben als Kamer de afspraak gemaakt om buitenlandse werkbezoeken binnen een straal van 500 km in principe met de trein te doen. Ik heb vorig jaar een voorstel gedaan om die cirkel wat te vergroten. Er gebeurde toen iets geks. Ik had tijdens het debat over de raming een motie ingediend met een ondertekening die tot een Kamermeerderheid zou moeten leiden. Ook D66 steunde het voorstel om bijvoorbeeld naar Berlijn in principe met de trein te gaan, en niet met het vliegtuig. Maar toen we erover gingen stemmen, was D66 opeens tegen. Ik stel D66 graag in de gelegenheid om dat foutje te herstellen. Of de Voorzitter moet hier toezeggen dat we inmiddels wel toe zijn aan het vergroten van die cirkel. Vliegen naar je buurland, echt duurzaam is dat niet! Als we met elkaar afspreken dat we dergelijke reizen in principe met de trein doen, dan laten we ook zien dat we op duurzaamheid een aantal stapjes zetten.

Ik wil mijn complimenten geven aan het restaurantbedrijf. Ik heb gezien dat de maaltijden met vlees duurder zijn dan de vegetarische maaltijden. Dat is eerlijk. De vervuiler betaalt. Ik ben natuurlijk benieuwd of dat principe ook wordt doorgevoerd bij de schepschotels, waarover we vorig jaar een interessant debat hadden. Ik hoor voorts graag hoeveel procent van het aanbod inmiddels biologisch is in het restaurant.

Ik wil ten slotte een nogal vervelende conclusie trekken. Ons wetenschappelijk bureau heeft met behulp van de Eerlijke Bankwijzer onderzoek gedaan naar onze huisbankier: de Royal Bank of Scotland. Wat blijkt: onze huisbankier haalt op geen enkel maatschappelijk verantwoord thema een voldoende. De RBS scoort veel slechter dan gemiddeld. Vindt de Voorzitter ook dat de Tweede Kamer in principe een huisbankier moet hebben die voldoendes halen bij de Eerlijke Bankwijzer? Is zij bereid om te kijken naar een andere bank? De gemeente Amsterdam heeft om dezelfde redenen besloten om weg te gaan bij huisbankier ING. De Royal Bank of Scotland doet het echt niet goed op het gebied van klimaatverandering, mensenrechten, arbeidsrechten en dierenwelzijn. De score laat veel enen zien. Ik denk dat het tijd is dat we een bank zoeken die het beter doet.

Beantwoording door de Voorzitter van de Kamer

Mevrouw Van Miltenburg: Voorzitter. Net als de heer Van Nispen wil ik graag beginnen met het geven van een groot compliment aan de organisatie, aan alle ambtenaren die ervoor zorgen dat de Kamer draaiend blijft. Ondanks het feit dat de werkdruk hier hoog is en de Kamerleden veel van de ambtenaren vragen, is het ziekteverzuim nog nooit zo laag geweest. Ook heeft de accountant voor de vijfde keer op rij een goedkeurende verklaring afgegeven, wat in het verleden wel anders is geweest. Er zijn nog nooit vergaderingen geschorst vanwege technische storingen, omdat het licht uitviel of het computersysteem faalde. Het gebeurde weleens dat e-mailverkeer even niet mogelijk was, maar het basiscomputersysteem faalde nooit. Het Presidium is daar trots op. Met de heer Van Nispen ben ik het eens dat je dit af en toe ook hardop moet kunnen zeggen.

Op de vraag van mevrouw Ouwehand of ik het ermee eens ben dat het Nederlandse parlement onvoldoende ondersteund wordt, wil ik in het licht van het voorgaande dan ook volmondig nee zeggen. Ik ben het daar gewoon niet mee eens. Als Voorzitter van de Kamer spreek ik veel met buitenlandse collega's. Bij hen is er unaniem waardering voor de effectiviteit en de kwaliteit van het Nederlandse parlement. De ondersteuning die wij daarbij krijgen, speelt daarbij een belangrijke rol. Ieder jaar komen veel delegaties uit de hele wereld kijken in ons parlement, zoals men in De Staat van de Kamer heeft kunnen lezen. Zij spreken altijd hun waardering uit voor de effectiviteit. Ik ben het dus niet eens met de opmerking van mevrouw Ouwehand, maar ik realiseer mij wel dat het voor een kleine fractie niet altijd gemakkelijk is om al het werk dat in de Kamer gedaan moet worden, te kunnen doen. Dat is echter een ander oordeel dan het oordeel dat mevrouw Ouwehand nu heeft uitgesproken.

(…)

Ik ben eigenlijk heel blij om te horen dat er zo'n brede meerderheid -- in het verleden pleitte vaak alleen de SP voor verandering van het vragenuur -- behoefte heeft aan voorstellen. Ik ga dit met spoed oppakken. Deze zomer zullen door de Griffie voorstellen worden voorbereid die al direct na de zomer in de commissie voor de Werkwijze aan de orde zullen komen. Ik hoop, mijnheer Schouw, dat dit niet leidt tot het beeld dat u hebt opgeroepen, namelijk een ellenlange discussie die uiteindelijk wel tot resultaat leidt maar toch lang duurt. Ik hoop dat wij er spoed achter kunnen zetten. Ik proef een ruime meerderheid voor verandering dus ik hoop dat wij dat snel kunnen doen. Dat moet wel zorgvuldig gebeuren.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De Partij voor de Dieren is geen voorstander van het grondig herzien van het vragenuur. De zorg daarover werd zojuist door de voorzitter geuit. Ik hoorde haar iets zeggen over grote, meeslepende thema's die voldoende kijkers moeten trekken. Wie bepaalt dat? Wat worden de criteria? Er zit een kabinet dat er zelf voor kiest om thema's die mijn partij maar ook een belangrijk deel van de bevolking belangrijk vindt -- ik noem klimaatverandering -- te beleggen bij een staatssecretaris. Wordt dan een debat over de klimaatverandering niet meer relevant gevonden voor het vragenuur? Wat worden dan de grote, meeslepende thema's? Ik ben erg bang dat de diversiteit aan onderwerpen waarop het volk zijn vertegenwoordigers heeft gekozen, zo een beetje in de knel komt.

Mevrouw Van Miltenburg: Dat is een van de onderwerpen die aan de orde moet komen in de notitie die naar de commissie voor de Werkwijze wordt gestuurd. De Kamer kan wel besluiten dat de premier elke week moet komen maar als hij vervolgens bij alle onderwerpen zegt "daarvoor moet u niet bij mij wezen maar bij een van de leden van mijn kabinet" dan weten we zeker dat het vragenuur minder leuk wordt. In ieder geval zal het dan heel veel irritatie opleveren. Dat is een probleem dat we met elkaar moeten oplossen. Overigens bedoelde ik zeker niet dat onderwerpen op het gebied van duurzaamheid, die misschien maar één lid in deze hele Kamer van belang vindt maar die wel degelijk interessant zijn voor de achterban, niet "groots" en "meeslepend" kunnen zijn.

Ik bedoel meer de actualiteitswaarde en ook, zoals sommigen van u het hebben genoemd, de amusementswaarde van het vragenuurtje. Daarmee geef je als Kamer aan dat het om zaken gaat waarover mensen het hebben 's morgens in de bus op weg naar hun werk of samen met een groepje op de fiets en die ze graag willen terugzien in het vragenuur in de Kamer. Dat is het spanningsveld waarbinnen wij opereren. Je hebt weleens leuke vragenuren. Er is niemand die er zoveel bijwoont als ik. Ik heb vragenuren gehad waarvan ik dacht: dit was een heel leuk vragenuur met veel aanvullende vragen. Dan zie je dat het bij een breed deel van de Kamer leeft, ook al wilde op dat moment maar één Kamerlid die vraag stellen. Die levendigheid, die betrokkenheid van een groot deel van de Kamer, die herkenbaarheid in de samenleving; ik heb het gevoel dat dat de achterliggende gedachte is van de verandering van het vragenuur. Wij moeten er wel voor zorgen dat wij die doelstelling behalen. Ik heb uw opmerkingen in mijn oren geknoopt. Ik hoop dat u in de commissie voor de Werkwijze mee komt praten als wij het over deze onderwerpen hebben.

De voorzitter: Is dit voldoende, mevrouw Ouwehand?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ja.

(…)

Mevrouw Van Miltenburg: Ik neem nu ook even mee het praten in de media voordat de Kamer geïnformeerd is. Dat is echt een grote zonde. Daar ben ik altijd, met u, heel erg boos over. Ik vind echt dat dat niet kan. Ook daar spreek ik regelmatig over. Als het gebeurt tussen donderdag en dinsdag en er worden mondelinge vragen over gesteld, dan weet de bewindspersoon zeker dat hij dan ook naar het vragenuurtje moet komen om zich hierover te verantwoorden. Dan heb ik wel een bijzondere positie en dan neem ik die ook altijd. Voor de rest werkt namen en shamen het best.

Vorige week had ik een voorbeeld van hoe het niet hoort. Een bewindspersoon die in het buitenland is, verstuurde 's morgens om 5.00 uur een mailtje met een stuk aan de Kamer. De Griffie werkt veel en hard, maar niet om 5.00 uur 's morgens. Dat stuk is dus niet meteen bij de Kamerleden, maar om 6.00 uur stond er wel een groot interview in een landelijke ochtendkrant met de bewindspersoon. Mevrouw Ouwehand knikt, want zij weet precies waar het over gaat. Dat is niet hoe we dat horen te doen. In dit geval ging het om staatssecretaris Dijksma die op dat moment in Vietnam was. Het lijkt mij niet dat zij dat interview heeft gegeven terwijl ze in Vietnam was. Dit is gewoon slecht en daar ben ik boos over. Dat soort dingen mogen niet voorkomen. Bewindspersonen weten ook dat de Griffie 's nachts niet werkt en dat we de tijd moeten hebben om de stukken te verspreiden onder Kamerleden. Daar zit een spanningsveld tussen en daar heb ik al een keer een brief over naar de Kamer gestuurd, na overleg met het Presidium. Ook hiervoor geldt dat het uiteindelijk de Kamer is die daar in meerderheid een uitspraak over kan doen. Soms doet ze dat en anders laat ze het aan mij over en dan neem ik die rol met verve op mij, maar helaas niet altijd met succes.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik wil hier graag bevestigen dat ik de handelwijze van de Voorzitter heb gesteund. Die wet was inderdaad om 5.00 's morgens naar de Kamer gestuurd. Ik wil mijn waardering ervoor uitspreken dat de Griffie niet van de Voorzitter om 5.00 uit bed moest om dat stuk zo snel mogelijk naar de Kamer te krijgen, omdat de staatssecretaris toevallig een interview had gegeven dat om 6.00 uur zou verschijnen. Steun daarvoor en dank ook voor het noemen van dit voorbeeld. Ik neem aan dat ze op het ministerie de verontwaardiging van de Voorzitter op dit punt al hebben gehoord.

(…)

Mevrouw Van Miltenburg: Mevrouw Ouwehand sprak over reizen met de trein in plaats van met het vliegtuig. Er zijn situaties waarin de trein een heel goed alternatief is, maar dat is niet altijd zo. We hebben het vorig jaar ook gehad over Luxemburg. Dat valt net binnen de afstand dat je met de trein moet gaan, maar dat kost ongelofelijk veel tijd, omdat er een slechte verbinding is. Uiteindelijk is het dan met het oog op de tijd en de kosten beter om met het vliegtuig te gaan. Het houdt onze aandacht. De commissies besluiten zelf regelmatig om met de trein te gaan, ook al zouden ze met het vliegtuig mogen. Dat is dan een keuze die de commissies in sommige gevallen zelf maken.

(…)

Er liggen nog twee vragen van de Partij voor de Dieren. De eerste gaat over de duurzame inkoop. Hoeveel procent van de aangeboden producten is biologisch? Er zijn rijksbrede afspraken gemaakt over 100% duurzame inkoop in combinatie met biologische inkoop. Dat is een voorwaarde. Wij hebben het aanbesteed en deze twee zaken zijn daarbij als voorwaarde gesteld. We voldoen aan de eis om 50% van het gehele assortiment in te kopen en aan te bieden … Ik lees dit nu voor, maar ik snap het niet helemaal. Ik geloof echter dat we op de goede weg zijn. De ongelooflijk grote verandering die dat voor ons heeft betekend, is dat we niet met één leverancier werken maar met heel veel verschillende leveranciers, die samen kunnen voldoen aan de eis rondom duurzame en biologische inkoop. We doen dus heel erg ons best om dat steeds verder te verbeteren.

De laatste vraag ging over de Royal Bank of Scotland die slecht scoort op de barometer van maatschappelijk verantwoord ondernemen.

De keuze voor RBS, die slecht scoort in de parameters voor maatschappelijk verantwoord ondernemen, komt voort uit een rijksbrede aanbesteding uit 2009. Daar zitten wij aan vast.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Heb ik goed begrepen dat de contractuele verplichtingen aflopen in 2015 of 2016 en dat de Kamer daarna de mogelijkheid heeft om over te stappen op een andere huisbankier?

Mevrouw Van Miltenburg: U hebt gelijk dat wij eind 2015 een nieuwe aanbesteding moeten doen, dus in theorie zouden wij dan een andere bank kunnen kiezen. Daar zouden wij naar kunnen kijken. Door mensen die er verstand van hebben, wordt mij nu ingefluisterd dat het heel lastig is om alleen naar dit specifieke punt te kijken, omdat wij op meer punten een bank willen hebben die goed scoort. In het algemeen kan ik stellen dat wij altijd proberen om waar mogelijk met goede en verantwoord werkende organisaties samen te werken, maar soms zijn zij op het ene punt heel goed, terwijl zij op het andere punt wat minder scoren. Het is dan een kwestie van smaak wat je belangrijker vindt.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik dank de Voorzitter voor haar antwoord. Uit het rapport van de Amsterdamse gemeenteraad had ik begrepen dat de aanbesteding rijksbreed is geweest, maar dat er voor individuele onderdelen van het Rijk mogelijkheden zijn om na afloop van de contractuele verplichtingen te zoeken naar een andere bank. Ik zal het rapport doorsturen. Het gaat om een score naast de breed geaccepteerde scores bij de Eerlijke Bankwijzer. De bank die wij nu hebben, doet het op alle fronten slechter. Nogmaals, ik zal het rapport aan de Voorzitter en de woordvoerders doen toekomen.

(…)

Tweede Termijn

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Dank ook aan de Voorzitter voor haar beantwoording. We zijn het niet eens over de mate waarin ons parlement ondersteund zou mogen worden. Natuurlijk werken we allemaal heel hard en goed en zijn we reuze efficiënt. We zijn een voorbeeld voor velen, maar dat neemt niet weg dat we met een echt schamel bedragje -- ik noem de cijfers toch nog even -- van 24 miljoen een rijksbegroting van 260 miljard zitten te controleren. We moeten niet doen alsof we dat zomaar even uit onze mouw schudden. We moeten erkennen dat anderhalve medewerker per Kamerlid echt aan de magere kant is, maar we gaan dat meningsverschil vandaag niet beslechten, denk ik.

Op twee punten wil ik een motie indienen.

De eerste gaat over de treinreizen, zoals gezegd vorig jaar ook al besproken. Klopt het dat de Voorzitter het heeft over Luxemburg? Dat is een ingewikkeld geval, maar mijn verzoek, en ook de motie, laat daar ruimte voor. Als het zo ontzettend veel tijd en ingewikkelde logistiek kost om een reis per trein te doen, dan laat de principeafspraak alsnog ruimte voor het vliegtuig als dat echt veel scheelt. Ik wil de motie dan ook toch indienen.

Motie Ouwehand: Dienstreizen van de Kamer tot 750 km met de trein ipv het vliegtuig

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Mijn volgende motie betreft de huisbankier van de Tweede Kamer. Dat is inderdaad onderdeel van de aanbesteding geweest voor alle rijksdiensten, maar er komt een moment waarop we zelf zouden kunnen bekijken of die huisbankier wel voldoende maatschappelijk verantwoord onderneemt om de huisbankier van de Tweede Kamer te mogen zijn. De Partij voor de Dieren heeft daar sterke twijfels over. Het rapport dat daarover is uitgebracht, zal ik nog via de mail rondsturen, want dat scheelt weer papier.

Motie Ouwehand: Laat bankzaken van de Kamer regelen door een eerlijke bank

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik voeg hieraan toe dat deze motie nadrukkelijk ruimte laat voor het uitdienen van de contractuele verplichtingen en dat het op geen enkele manier de bedoeling is dat er wordt gevraagd om tussentijds contracten op te zeggen. Maar zodra het kan, vinden wij wel dat we de stap moeten zetten naar een bank die beter scoort in de Eerlijke Bankwijzer.

Mevrouw Van Miltenburg: (…) Mevrouw Ouwehand zei dat wij een luttele 24 miljoen ter beschikking hebben om ons werk te doen. Dat klopt niet helemaal, of eigenlijk helemaal niet: we hebben 110 miljoen. Dat is ruim vier keer zoveel en het is toch geen schamel bedrag, zou ik zeggen. We blijven het niet helemaal met elkaar eens over de vraag of dat voldoende is. Ik kan de verleiding niet weerstaan om te zeggen dat als je veel meer geld hebt, het er ook om gaat of dat geld wordt uitgegeven aan het controleren van de regering of bijvoorbeeld aan een hogere schadeloosstelling of een heel hoge werkkostenregeling voor Kamerleden. We weten dat dergelijke bedragen in het buitenland vele malen hoger liggen dan bij ons. Het algemene budget is dan verhoogd, maar daarbij kun je je afvragen of dat geleid heeft tot het beter controleren van de regering, of tot comfortabelere reizen van de volksvertegenwoordigers.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik kan dan natuurlijk de verleiding niet weerstaan om te zeggen dat ik dat er niet mee bedoeld heb, maar dat het mij echt gaat om de ondersteuning van het parlementaire werk. Ik hoorde de Voorzitter in haar beantwoording in de eerste termijn ook zeggen dat we zo goed gewaardeerd worden door collega-parlementariërs. Dat kan allemaal waar zijn, maar ik merk dat de mensen die ons gekozen hebben met z'n allen wel heel vaak dingen aangeven als "waarom kun je deze vraag niet ook eens aan de minister-president stellen, want het klopt gewoon niet en ik heb daar rapporten over" en "moet u dit eens eventjes lezen". De verwachting die terecht bij het volk leeft dat wij de informatie die het ons aandraagt ook daadwerkelijk kunnen gebruiken in debatten, kunnen we niet altijd waarmaken met de beperkte ondersteuning die wij hebben. Ik denk niet dat ik alleen voor onszelf als kleine fractie spreek, want ik merk dat ook bij andere collega's. Daar gaat mijn pleidooi over en niet over een rianter vervoersmiddel voor Tweede Kamerleden.

Mevrouw Van Miltenburg: Daarom zaten we natuurlijk naar elkaar te knipogen, maar dat zie je inderdaad niet terug in de Handelingen, dus het is goed dat u dat nog eventjes onderstreept hebt.

Er zijn twee moties ingediend door mevrouw Ouwehand. Over de eerste op stuk nr. 11, die gaat over reizen met de trein, laat ik het oordeel aan de Kamer. Ook over de andere, die op stuk nr. 12, laat ik het oordeel aan de Kamer. Daarmee meen ik alle vragen te hebben beantwoord.