Bijdrage Ouwehand Plant- en Dier­ge­zond­heids­pakket


18 september 2013

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik dank de rapporteur en de ondersteuning voor het rapport. Mijnheer De Liefde, van harte gefeliciteerd met uw verjaardag. Voor deze gelegenheid zijn de VVD en de Partij voor de Dieren het eens! Speciaal voor de verjaardag van de heer De Liefde.
Dit pakket gaat ver. De manier waarop de regels straks worden ingevuld en waarop de besluitvorming gaat plaatsvinden, bevalt ons helemaal niet. Wij vinden het fijn dat de staatssecretaris kritisch is over de grote hoeveelheid gedelegeerde handelingen en de reikwijdte daarvan, maar ik vraag mij af of zij bereid is om daar richting de Europese Commissie consequenties aan te verbinden. Is zij bereid om officieel over te brengen dat deze hoeveelheid van wat er later nog gedelegeerd en uitgevoerd wordt, onbehoorlijk is en dat wij dat niet kunnen accepteren? Daarmee worden de parlementen van de lidstaten en het Europees Parlement ook nog eens buitenspel gezet. Graag krijg ik daarop een reactie.
Dan heb ik enkele inhoudelijke opmerkingen over het teeltvoorstel. Ik maak mij zorgen over de impact van dit voorstel op de agrobiodiversiteit en daarmee op de duurzaamheid van onze landbouw en de voedselzekerheid op lange termijn. De Kamer heeft de motie (21501-32, nr. 710) hierover unaniem aangenomen. De staatssecretaris geeft in het fiche aan dat zij een deel van het verzoek in de motie gaat uitvoeren. Zij lijkt terughoudend om, zoals ook in de motie staat, te bepleiten dat Nederland het recht houdt om af te wijken van de Europese regels, als dat in het belang van een duurzame landbouw, het tegengaan van monopolisering en het waarborgen van voedselzekerheid en agrobiodiversiteit is. Graag krijg ik een reactie op dit punt. Het zou mooi zijn als zij de motie integraal uitvoert, en dan druk ik mij nog voorzichtig uit. De SP heeft het al gehad over het vrijstellen van rassen met een kleine jaaromzet. Daar sluit ik mij graag bij aan. De Partij voor de Dieren maakt zich grote zorgen over de gevolgen van het voorstel op de diergezondheid. Dat zal de staatssecretaris niet verbazen. Wij komen er nog over te spreken, maar gelet op alle dingen die gedelegeerd gaan worden, maak ik mij er zorgen over dat wij deze vragen misschien niet meer kunnen stellen of dat wij er in ieder geval geen invloed meer op hebben. De SP heeft al gevraagd wat er dan gebeurt en welke vrijheid Nederland straks nog heeft om een eigen aanpak te kiezen bij de uitbraak van een zoönose. Dat soort vragen zullen wij de komende tijd hebben. Hoe ziet de staatssecretaris de behandeling daarvan?

Beantwoording door de staatssecretaris van EZ:

Staatssecretaris Dijksma: Voorzitter. Eerst heb ik een paar algemene opmerkingen. Daarna kom ik op de vragen over de teeltverordening. Het derde onderwerp is de controleverordening. Ten slotte kom ik op het punt van diergezondheid.
De heer Van Gerven zei terecht dat hij tegen te veel gedelegeerde bepalingen is. Meerdere leden hebben dat opgemerkt. Ik ben het daarmee zeer eens. Veel andere lidstaten zijn hier kritisch over. We kunnen dus samen optrekken.
Over het teeltmateriaal is inderdaad veel te zeggen. Ik heb wat dat betreft dezelfde ontwikkeling doorgemaakt als de rapporteur. Toen het voorstel aanvankelijk naar buiten kwam, werd er veel in de media over bericht. Dat waren niet alleen de Nederlandse media, maar ook de Duitse media. Toen dacht ik bij mijzelf: het zal toch niet zo zijn! Het voorstel voor teeltmateriaal is inderdaad zeer bediscussieerd. Ik herken de zorgen van de Kamer. Ik neem die zeer serieus. De Kamer heeft niet voor niets de motie-Ouwehand aangenomen, waarin werd gevraagd om mij sterk te maken om de negatieve gevolgen voor biodiversiteit, hobbyisten en biologische landbouw tegen te gaan. Ook werd in de motie gevraagd om ruimte te houden voor nationale ruimte en afwegingen met als doel om de duurzame landbouw te bevorderen, monopolisering van onze voedselvoorziening tegen te gaan en de agrobiodiversiteit te bevorderen. Ik heb over deze motie aangegeven dat ik haar als ondersteuning van beleid zie en dat ik mijn inzet ook langs deze lijnen vormgeef. Ik zeg met de heer De Liefde en anderen dat het heel slecht zou zijn wanneer de wereldvoedselvoorziening afhankelijk zou worden van één of twee giganten in de wereld, want dan is het einde zoek en hebben wij een heel groot probleem. Ik hoef dus niet overtuigd te worden van de noodzaak om hier heel scherp aan de wind te varen. Ik zie ook
kansen om dat te doen, omdat dit voorstel zich echt alleen richt op degenen die teeltmateriaal commercieel in de handel brengen. Mevrouw Dikkers zei dat terecht. Particulieren en hobbytuinders kunnen aanplanten wat zij willen. Nog belangrijker is dat iedereen zaden kan ruilen met elkaar. De voorgestelde regels voor het op de markt brengen van allerlei categorieën teeltmaterieel worden juist vereenvoudigd en versoepeld. Die versoepeling is belangrijk voor traditionele
rassen en voor teeltmateriaal voor de zogenaamde nichemarkten. Dat is belangrijke winst, want daarmee versterk je de agrobiodiversiteit. Ik zal met de Kamer scherp blijven opletten dat er ruimte voor deze zaken blijft. Wij hadden immers net eigenlijk al afgesproken dat wij dat samen zouden doen. Daarbij zal ik er ook nog op letten dat onnodige lasten voor het bedrijfsleven worden voorkomen. Er zal dus nog over heel veel aspecten onderhandeld gaan worden. Het belang van de traditionele rassen en de belangen van de biologische landbouw moeten wij dus op een goede manier dienen. Het moet niet leiden tot een beperking van de diversiteit en tot een monocultuur. Daartegen zal ik mij verzetten, als dat aan de orde zou zijn. Ik zou dan binnen de Unie steun zoeken bij Duitsland, België, Denemarken, het Verenigd Koninkrijk en Oostenrijk. We hebben dus wel een aantal stevige bondgenoten.
De heer De Liefde heeft gevraagd hoe je kunt garanderen dat de regelgeving echt alleen betrekking heeft op professionals. Dat blijkt uit hetgene dat nu op papier wordt voorgesteld. Het gaat om bedrijven die beroepshalve bezig zijn met veredeling en verhandeling van teeltmateriaal. Het is dus niet van toepassing op liefhebbers, hobbyisten, amateurtuinders en privétuinders. Nogmaals, een particulier kan met andere niet-professionele tuinders zaden, bollen, knollen en stekken uitwisselen zonder onder de regels van de verordening te vallen.
De heer Van Gerven heeft gevraagd of je rassen met een omzet van maximaal €1.000 per jaar per ondernemer kunt vrijmaken van controle- en registratiekosten. Hij sprak over Bionext. Die beoogt het aanbod van rassen, ook in de biologische landbouw, zo divers mogelijk te houden. Dat is een mooi streven. Het is overigens ook een van de doelen van de nieuwe verordening. Daarbij moet je je natuurlijk altijd afvragen of je als boer onrendabele rassen wilt verbouwen. Wij moeten natuurlijk goed kijken naar nichemarkten. Ook moeten wij bekijken of wij de diversiteit van de rassen in de landbouw kunnen vergroten. Laten wij met Bionext en andere organisaties blijven spreken in het verdere onderhandelingstraject.
Op welke gevolgen dat eventueel financieel heeft, wil ik nu niet vooruitlopen, want dat moet wel kunnen allemaal. Laten wij dat gesprek eerst maar eens aangaan. De heer Dijkgraaf heeft verzocht om bepaalde groenterassen in aanmerking te laten komen voor heterogeen materiaal. De verordening biedt juist meer ruimte, ook aan andersoortig teeltmateriaal. Daarover heb ik net ook al iets gezegd. Ook gaat er nog een experiment met de categorie heterogeen materiaal lopen de komende tijd. Daar kunnen de groentegewassen wat mij betreft onder vallen. Dat moet gewoon kunnen.

(...) Ten slotte, mevrouw Ouwehand en de heer Van Gerven hebben vragen gesteld over de diergezondheid. Ik ben over het algemeen positief over het voorstel in de Verordening diergezondheid. Het is overigens een uitwerking van een strategie die al in 2006 is gepubliceerd, in lijn met heel veel van wat Nederland belangrijk vindt. Het is meer risicogebaseerd, er is meer aandacht voor preventie, een positieve houding ten aanzien van vaccinatie, aandacht voor antibioticaresistentie en aandacht voor een beperking van de administratieve lasten. Ik begrijp dat de bevoegdheidsvraag bij ingrijpende bestrijdingsmaatregelen als preventieve ruiming en afschermplicht gevoelig ligt -- dat is ook zo -- maar op dat punt verandert er echter weinig. Wij moeten de ruimte nemen om maatregelen te nemen die wij nodig achten. Dat moeten wij ook in de loop van de discussie bepleiten. Wij moeten er ook rekening mee houden dat wij, als er ergens een uitbraak van een ziekte is, dan ook willen dat andere lidstaten meteen scherp handelen en dat niet laten lopen. Dat zijn zaken waarbij wij wederom een gemeenschappelijk belang hebben, maar dan moet er wel de ruimte zijn voor de Nederlandse inbreng. Daarbij wil ik het laten, want ik ga ervan uit dat wij elkaar nog veel vaker over dit belangrijke onderwerp zullen spreken.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Volgens mij ziet de staatssecretaris het goed en is dit een van de zeldzame momenten dat Kamer en regering er hetzelfde in zitten, omdat wij hetzelfde willen. Ik snap de aarzelingen van de heer Van Gerven echter, want wij kennen onze pappenheimers in de EU. Is er nog een kans dat het hele pakket van tafel gaat als monopolisering en minder ruimte voor duurzame landbouw het gevolg zijn, en als Nederland dan samen met een aantal andere belangrijke lidstaten zegt: ammenooitniet?

Staatssecretaris Dijksma: Ik heb ten aanzien van onderhandelingen geleerd dat je altijd de absolute en de meest robuuste opties in je eigen denken overeind moet houden. Als je niet uiteindelijk nee durft te zeggen, als het je niet bevalt, kun je ook niet scherp onderhandelen. Als het nodig zou zijn, omdat het ons echt niet bevalt, moeten wij gewoon nee durven zeggen.