Bijdrage Ouwehand AO Landroof


18 september 2013

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Landroof wordt door de groeiende honger van de Westerse landen naar goedkoop voedsel en biobrandstoffen een steeds groter probleem. De brief van de minister met de beloofde aanpak hiervoor blijft vaag. Ze onderkent dat landroof bestaat en ernstige gevolgen heeft voor mensen, maar weigert hier echte consequenties aan te verbinden. De minister haast zich om te zeggen dat niet elke grootschalige landtransactie neerkomt op landroof. Dat is logisch, omdat veel grote Nederlandse financiële instellingen betrokken zijn bij dergelijke transacties. Dat zijn transacties die de minister weigert te beoordelen als landroof en dus ook in zichzelf weigert te beoordelen. Zo komen we natuurlijk nergens. Het is mooi dat Nederland participeert in allerlei overlegclubjes over dit onderwerp, maar het is onacceptabel dat Nederland weigert in eigen huis orde op zaken te stellen. Nederland is de grootste importeur van soja en palmpitten voor veevoer en een erg grote speler op de wereldmarkt voor biobrandstoffen en biomassa voor bijstook in onze vervuilende kolencentrales. Voor eigen gebruik en voor verdere doorvoer in Europa komen jaarlijks tonnen biomassa Nederland binnen. Laat nu net de teelt van deze gewassen voor een zeer groot deel verantwoordelijk zijn voor de massale land grab die gaande is.

Ik heb een aantal voorbeelden dat ons heeft bereikt vanwege het harde werken van maatschappelijke organisaties om dit probleem tegen te gaan. Allereerst een palmolieplantage in Uganda. Arme boeren verliezen zonder compensatie hun land en bos wordt platgebrand. Voor een nieuwe plantage blijken tientallen boerengezinnen onrechtmatig van hun land te zijn verdreven. Zij hebben nu geen land meer om in hun onderhoud te voorzien. Hun kinderen kunnen niet meer naar school en ze kunnen niet genoeg voedsel verbouwen voor hun gezinnen. Werk op de nieuwe plantage is er niet of betaalt heel slecht. Daarnaast is er minimaal 3.600 hectare bos gekapt voor de aanleg van de plantage. De palmolie is gecertificeerd met het duurzaamheidskenmerk RSPO (Roundtable on Sustainable Palm Oil). Deze plantage werd mede mogelijk gemaakt door Rabobank en ING.

Een ander voorbeeld is suikerriet in Sierra Leone, met het duurzaamheidscertificaat van de Roundtable on Sustainable Biomaterials, mede mogelijk gemaakt door onze ontwikkelingsbank FMO. Een gebied dat voorheen in staat was voldoende voedsel te produceren, is verworden tot een gigantische monocultuur van suikerriet voor de productie van bio-ethanol voor de Europese markt. Daar heerst nu honger. Hoe beoordeelt de minister dit project? Durft ze toe te geven dat hier grove fouten zijn gemaakt, onder andere door FMO? Op welke manier gaat zij de ernstige negatieve gevolgen van dit project verzachten voor de lokale bevolking? Hoe gaat zij herhaling hiervan voorkomen?

In Mato Grosso, Brazilië, leeft een volk al jaren langs een gevaarlijke snelweg met veel dodelijke slachtoffers tot gevolg. Op het land waar zij vroeger vreedzaam woonden, staan nu soja en suikerriet, onder andere soja dat op de Nederlandse markt verantwoord wordt genoemd via certificering van de RTRS (Round Table on Responsible Soy).

Wat we bij deze voorbeelden zien, is dat de breed bejubelde duurzaamheidskenmerken van de ronde tafels gewoon geplakt zitten op bio-ethanol, palmolie en soja dat is geproduceerd op grond die schaamteloos van de oorspronkelijke eigenaar is afgepakt. Kan de minister dat bevestigen? Wat gaat zij daaraan doen? Is zij bereid deze duurzaamheidscriteria niet langer te erkennen en niet langer te ondersteunen met geld van het Initiatief Duurzame Handel, zolang zij niet kan garanderen dat het ook echt duurzaam is?

Amnesty International wijst ons er ook op dat inheemse volkeren ten onrechte niet genoemd worden als specifieke groep slachtoffers. Is de minister bereid deze groep alsnog te erkennen? Wat gaat zij doen om de Nederlandse financiële instellingen, bedrijven en multinationals die hun hoofdkantoor hebben in Nederland te dwingen tot transparantie? Alleen maar wijzen op de OESO-richtlijnen en deze instellingen en bedrijven lief vragen of ze die wel kennen en zich daaraan willen houden, gaat niets doen. Dat weet de minister ook.

Olivier de Schutter, de speciaal rapporteur voor het recht op voedsel van de Verenigde Naties heeft in 2009 al een set aanbevelingen gedaan om mensenrechtenschendingen als gevolg van landroof te stoppen. Uiteraard staat daarbij het recht op voedsel centraal. Het is een lijst van minimale voorwaarden, waaraan investeringen in het land moeten voldoen. Kent de minister deze lijst? Zo niet, is zij dan bereid die snel op te vragen en hem naast de door haarzelf geformuleerde beleidsregels te leggen en de aanbevelingen van de mensenrechtenrapporteur integraal over te nemen? Pas als een investering de lokale voedselzekerheid bevordert door de productiviteit van het land te verhogen en door lokale markten te bedienen, is een investering gerechtvaardigd, zegt deze mensenrechtenrapporteur. Is de minister dat met hem eens? Is zij dan ook bereid om dit uitgangspunt te omarmen in haar beleid voor het tegengaan van landroof?

Interrupties bij andere partijen

De heer Van Laar (PvdA): Wij willen natuurlijk geen producten van landroof in onze schappen hebben. Dat is het doel. Hoe je dat bereikt is een heel ingewikkelde weg. Nederland kan dat in elk geval niet alleen doen. We moeten dan Europees optrekken. We hebben allemaal gezien hoe de discussie in Brussel rond landroof en biodiesel is gegaan. Ook daar is het niet gelukt om de 5% te handhaven. Het is dus een heel moeilijke weg.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Het is goed om de Partij van de Arbeid te horen zeggen dat we producten waar landroof aan kleeft niet in onze schappen willen hebben. Voelt de Partij van de Arbeid er dan ook voor om mee te denken en te kijken naar wat de drijvers voor die landroof zijn? Nederland heeft op dat punt wel degelijk een rol, bijvoorbeeld door de enorme import van veevoer en palmolie. We kunnen natuurlijk zelfstandige keuzes maken in hoeverre we zulke grote hoeveelheden hier zouden willen opmaken in Nederland. Is de Partij van de Arbeid bereid om ook naar die drijvers te kijken?

De heer Van Laar (PvdA): Die vraag komt niet onverwacht. Ik zag onlangs nog een tweet van de Partij voor de Dieren, waarin werd gesteld dat als we geen bioline meer produceren en geen veevoeder meer kweken we vier miljard mensen meer van groente en fruit kunnen voorzien. Dat zal zeker waar zijn, maar de realiteit is natuurlijk dat er dieren zijn en dat we die ook opeten. Die discussie loopt al langer.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): We hebben dat getwitterd omdat wetenschappers het heugelijke nieuws brachten dat we vier miljard mensen meer kunnen voeden -- dan hoeven we niet eens allemaal vegetariër te worden -- als we onze vleesconsumptie iets minderen. Dat lijkt mij een mooi uitgangspunt. We kunnen landroof daarmee aanpakken. De vraag is dus simpel: is de Partij van de Arbeid bereid om ook naar die oplossingsroute te kijken? Volgens mij kun je het namelijk niet dichtregelen, maar kun je wel zeggen: wat we zelf kunnen doen om de druk op landgebruik te verminderen en dus het risico op landroof te verkleinen, kunnen we alvast zelf regelen.

De heer Van Laar (PvdA): Als het gaat om voedselzekerheid zien wij in ieder geval meer in het intensiveren van de productie van de bestaande landbouwbedrijven. Als je kijkt naar landen als Tanzania en Ethiopië, waar we waren, dan is een verviervoudiging van de opbrengst van landbouwgrond zeer goed mogelijk, met relatief beperkte middelen. Als het gaat om de bestrijding van landroof, dan denken wij eerder aan het maken van goede afspraken met bedrijven, vrijwillig dan wel met wat duwtjes, dan aan het verminderen van de biobrandstofproductie of het niet meer kweken van veevoeder.

Beantwoording door de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

Mevrouw Ouwehand sprak over Uganda, een vrij omvangrijk dossier. Daar worstelen we met hetzelfde vraagstuk als in Sierra Leone. Aan de ene kant is er grote onvrede over de investeringen van BIDCO, terwijl aan de andere kant redelijk onverdachte bronnen positieve ontwikkelingen rapporteren. Nederland ondersteunt het voorstel om land centers op te zetten, waarmee lokale mensen in staat worden gesteld hun landrechten te materialiseren. Afgelopen juli is er een lokale multi-stakeholdersbijeenkomst geweest, met onder andere Milieudefensie, IFAD, de lokale en de centrale Ugandese overheid, vertegenwoordigers van de bevolking en van BIDCO. Daar is een breed gedragen actieplan uit voortgekomen, waarin is geleerd van gemaakte fouten en waarin wordt geprobeerd het in de toekomst beter te doen. Mijn informatie is dat alle partijen zich comfortabel voelen bij dat actieplan. De ambassade daar houdt de voortgang in de gaten. (...)

Mevrouw Ouwehand had een vraag over het rapport van de heer De Schutter. Ik ben het niet per se met hem eens dat grootschalige landbouw niet goed is. Hij zet zeer in op kleinschalige landbouw. Ik denk -- en met mij iemand als Louise Fresco -- dat het ook mogelijk moet zijn om landbouw op een grootschalig niveau te bedrijven, maar dan op een goede manier. Naast de problemen die de heer De Schutter noemt, vind ik het probleem van de post-harvest losses enorm groot. In een land als India gaat 40% van de oogst verloren in het hele proces. Daar moet in blijven worden geïnvesteerd. Ik zeg mevrouw Ouwehand graag toe dat ik nog eens ga kijken naar de integratie van de aanbevelingen van de heer De Schutter in mijn beleid, voor zover dat nog niet gebeurt.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dank. Ik moet nu overigens naar de plenaire zaal voor een ander debat.

Minister Ploumen: Dan ben ik blij dat ik net op tijd uw vraag heb beantwoord!