Bijdrage Ouwehand Nota-overleg preven­tienota Gezondheid dichtbij


5 maart 2012

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ook voor mij geldt een enorm korte spreektijd. Het voordeel van laatste spreker zijn, is dat ik mij kan aansluiten bij de inbreng van de oppositie. Over het schrappen van "stoppen met roken" en dieetadvisering uit het basisadvies, maakt de Partij voor de Dieren zich erg grote zorgen. Paradoxaal genoeg -- als laatste spreker kan ik een aantal concluderende opmerkingen maken -- zien de VVD en deze minister de mens onder het mom van vrijheid toch vooral als een machine. Alsof er geen sociale psychologie is, geen marketingtheorie, en niet allerlei kennis over hoe het werkt om in een omgeving rond te lopen waarin allerlei verleidingen voor het oprapen liggen. Alsof er geen kennis is over de manier waarop mensen daar in het algemeen mee omgaan. De VVD en de minister laten de burger één keer weten dat het zijn verantwoordelijkheid is, waarna het dus goed moet gaan. Alsof de mens een machine is, waar je één keer een softwareprogramma op zet en waarbij die mens op de schroothoop terechtkomt als de software niet deugt. Zo vrij vind ik dat allemaal niet. Ik vind het ook een merkwaardig mensbeeld voor mensen die de vrijheid voorstaan.

Mij valt het ook op dat ik niemand heb horen pleiten voor het schrappen van regels die de markt op dit moment in de weg zouden zitten, ook de VVD niet. Dat betekent dus de manier waarop het nu gaat, ongeveer is zoals de VVD het wil. Dan zeg ik: kijk naar de cijfers waaruit blijkt hoeveel mensen er ziek zijn, hoe groot de overwichtepidemie is en wat het ons allemaal kost. Ik roep de minister dus op om deze rekening niet door te schuiven naar de volgende minister van VWS. Er kan zoveel meer. Als de minister zegt dat zij vooral wil verleiden, vraag ik haar eens goed te kijken. Zij staat op achterstand. De verleidingen zijn heel groot. Wij moeten dus bekijken hoe we de omgeving inrichten waarin kinderen opgroeien en mensen hun verantwoordelijkheid ook moeten kunnen nemen. Dat is mijn oproep.

Ik heb heel veel individuele ideeën, maar ik heb al eerder opgemerkt dat ik moties heb ingediend voor een groene leefomgeving en voor groenere speeltuinen. Daar wilde de minister niet aan. Laat ik mij ook eens constructief opstellen, hoewel dit voor de Partij voor de Dieren betreft niet ver genoeg gaat. Ten aanzien van het klimaat, waar dit kabinet ook niet zo heel veel zin in heeft, ligt er wel een akkoord met de Nederlandse gemeenten. Specialisatieteams, bestaande uit vijf wethouders, proberen goede initiatieven op het gebied van het klimaat samen te brengen. Je verplicht helemaal niets, maar je verbiedt ook helemaal niets, maar je bekijkt wel hoe je krachten kunt bundelen en van elkaar kunt leren. Voelt de minister ervoor om zoiets ook te doen voor een gezonde leefomgeving? Ik denk dat dit enorm veel winst kan opleveren en dat het misschien zelfs bij haar eigen insteek past om vooral niet voor te schrijven en niets vanuit het Rijk te leveren. Ik hoop in tweede termijn nog tijd over te hebben voor het indienen van een motie.

De voorzitter: Jawel hoor, u hebt nog twee minuten. U had collega Mulder uitgelokt, maar die heeft zijn vraag "opgezouten", om in de termen van de nota van vandaag te blijven.

Mevrouw Joldersma (CDA): Ik heb nog een vraag. Ik zit met de uitdrukking "krachtige, gezonde leefomgeving". Mevrouw Ouwehand zegt het via moties te willen doen. Wij hebben de Gezonde School, we hebben de Gezonde Kantine en we hebben de Gezonde Gemeenten. Allemaal toestanden. Wat wil zij daar nog bij?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Een hoogleraar op het gebied van diabetes die ook in de Gezondheidsraad zit, heeft een aantal jaren geleden de knuppel in het hoenderhok gegooid en in de krant geschreven "verbied de roltrap en de kroket" met de bedoeling om een discussie uit te lokken, want het was niet zijn echte plan om dat te verbieden. Hij zegt heel terecht: onze omgeving is zo ingericht -- een van de andere sprekers had het erover: gemak dient de mens -- dat wij veel te weinig bewegen en veel te veel voedsel binnenkrijgen. Je kunt veel doen in de bebouwde omgeving: hoe richt je speelplaatsen in, gebruik je wel of geen groen? Mijn voorstel is om samen met gemeenten te bekijken of het mogelijk is om de omgeving gezonder in te richten. De minister kan dat vragen, omdat zij een begroting heeft die onbetaalbaar wordt. Ik stel voor om daarop een akkoord te sluiten en ambassadeurs aan te wijzen.

Interrupties bij andere partijen.

De heer Mulder (VVD): Ik heb op zichzelf niets tegen spotjes, maar het gaat me om de effectiviteit ervan. Als spotjes effectief blijken te zijn om andere maatregelen die een kabinet neemt, te ondersteunen, dan kun je ze natuurlijk uitzenden, maar blijkbaar is dat niet zo. Mijn probleem met zenden is niet dat de boodschap niet goed is, maar dat die niet aanslaat bij de doelgroep. Als je iets wilt bereiken, moet je op dezelfde frequentie zitten als de doelgroep. Je moet niet communiceren op een manier die niet aanslaat bij de doelgroep. Je moet aansluiten bij de belevingswereld van de doelgroep. Dan ben je effectief. Als je de mensen top-down met een geheven vingertje vertelt dat ze zus en zo moeten leven, slaat dat niet aan. Dan denken ze: dat is een campagne die bedacht is door gezonde mensen, maar dat is mijn leefwereld niet. Daarom pleit ik ervoor om alleen effectief voor te lichten.

[...]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De heer Mulder legt terecht de vinger op de zere plek. Het is heel moeilijk om gedrag met campagnes te sturen. Bovendien wordt het moeilijker in een omgeving waarin de verkopende partijen heel goed weten hoe zij bij de doelgroep moeten aansluiten; is de heer Mulder dat met mij eens? Een van de fractieleden van de VVD is ongeveer de uitvinder van de Magnum, ook wel aangeduid als een pakje boter op een stokje. Bij Unilever, waar de Magnum vandaan komt, zal men echt niet heel duidelijk, in grote letters aangeven hoeveel calorieën er in zo'n Magnum zitten en hoe slecht die is. Is de heer Mulder het met de PvdD eens dat er veel op overheidsuitgaven aan gedragsspotjes te besparen is als wij een duidelijke etiketteringsplicht opleggen, waarmee wij het onszelf minder moeilijk maken?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De heer Mulder gaat niet in op mijn pleidooi dat het ongelooflijk veel moeite en geld kost om mensen weerbaar te maken als wij ons intussen simpelweg neerleggen bij de macht die de marktpartijen hebben om de verleidingen zo groot mogelijk te maken. Daarin zit de kern van mijn vraag. Zouden wij in dat opzicht niet duidelijker moeten zijn? Wij begrijpen dat een bedrijf zijn product wil verkopen, maar men moet wel eerlijke en basale informatie geven en mensen niet in het ootje nemen. Dat is stap één. Daarover moeten wij afspraken maken. Bedrijven moeten eerlijk en duidelijk etiketteren.

De voorzitter: Dat was een constatering, neem ik aan?
**

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik vraag mij af of de VVD gevoelig is voor dat argument. Ze erkent namelijk wel dat er verleidingen zijn, maar als je die ongelimiteerd laat, valt er niets beginnen of kost het heel veel geld.

De heer Mulder (VVD): Als je ongelimiteerde verleidingen wilt tegengaan, zou je bepaalde ijsjes moeten verbieden. Ik weet niet of de Partij voor de Dieren dat zegt. Natuurlijk moet er op een product staan wat er in zit. Je behaalt echter de meeste winst als kinderen en ouders bewust zijn van de risico's die ze lopen als ze te veel van een bepaald product eten.

[...]

De heer Mulder (VVD): Ik kom op de antibioticaresistentie. Antibiotica zijn belangrijk tegen infectieziekten, maar langzamerhand worden sommige ziekteverwekkers immuun voor de werking ervan. Dat heeft ernstige gevolgen voor de volksgezondheid. Nederland heeft traditiegetrouw een vrij laag percentage antibioticaresistentie. Wij doen het in Europa en zeker in de wereld, bijvoorbeeld in vergelijking met India, heel goed. Er lijkt geen reden tot paniek. Maar ook hier geldt weer dat je een probleem moet oplossen voordat het een probleem wordt. Een van de problemen is dat er relatief weinig nieuwe antibiotica worden ontwikkeld. Waarom is dat het geval? Omdat het businessmodel vervelend is. Je ontwikkelt een medicijn dat je het liefst zo min mogelijk gebruikt. De winstmarges voor bedrijven zijn laag en de terugverdientijden lang. Het is mogelijk dat de markt niet van de grond komt. Voor liberalen kan dat een reden zijn voor overheidsinterventie. Hoe zorgen wij ervoor dat er wél nieuwe antibiotica worden ontwikkeld? Faalt de markt echt en wat zou een overheid kunnen doen? Kan bijvoorbeeld aan meerdere landen tegelijk worden gevraagd om vaccins te ontwikkelen? Moeten wij -- dat gaat heel ver -- zelf nieuwe antibiotica ontwikkelen?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dit kan ik niet laten gaan. De heer Mulder zegt dat er, als er onvoldoende marktwerking is, als de ontwikkeling van nieuwe antibiotica niet van de grond komt, voor de VVD reden kan zijn om tot marktinterventie over te gaan. Dat heilige huisje wordt dus omgeschopt. Waarom kan dat wel en blijft de VVD de marktwerking in de veesector met het koppelgebruik van antibiotica -- bijna 100% van alle kip is besmet met de gevaarlijke ESBL-bacterie -- gewoon steunen? Waarom mag dat heilige huisje nooit eens om?

De heer Mulder (VVD): Als liberale partij weten wij als geen ander dat de markt kan falen. Er zijn altijd producten die op de markt niet van de grond komen. Een belangrijk voorbeeld is een leger. Er is geen particulier in Nederland die een leger zal oprichten. Dat geldt ook voor de politie. Dat zijn "goederen" die de overheid niet aan de markt kan overlaten. Als de markt faalt, moet je je afvragen of er een taak voor de overheid is. Het is dus niet zo dat hier iemand van zijn standpunt valt. Nee, dit is gewoon een suggestie van de een realistische partij.
De veesector wordt besproken in de commissie voor Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. Volgens mij zijn daar afspraken gemaakt om het antibioticagebruik onder de dierenartsen te halveren. Vlak voor kerst is daarover nog een debat gevoerd met deze minister en de staatssecretaris van Landbouw. In de ogen van de VVD gaat dat in ieder geval de goede kant op.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dan luistert de VVD niet goed. Alle experts zeggen dat er nu en veel steviger moet worden ingegrepen. Eerlijk gezegd ben ik onthutst dat de woordvoerder Volksgezondheid over antibiotica zegt: ik geloof dat dat in de commissie ELI wordt besproken en ik denk dat dat wel de goede kant opgaat. Vandaag beginnen de besprekingen in het Catshuis. Als er één post is waar wij ons zorgen over moeten maken, is het wel die van de zorgkosten. Mijnheer Mulder, doe uw huiswerk en zorg er alstublieft voor dat wij mensen niet onnodig ziek maken. Om te beginnen is het vervelend voor de mensen zelf, maar er moet ook enorm veel geld in om de problemen weer op te lossen. Misschien moet de woordvoerder Volksgezondheid de baas worden in de VVD-fractie in plaats van de woordvoerder veehouderij.

De heer Mulder (VVD): Ik zal het stenogram van dit gedeelte van de vergadering doorsturen naar mijn fractievoorzitter Blok. Ik praat een beetje ingehouden, want wij zijn de grootste fractie en daarom heb ik als eerste het woord. Een nadeel daarvan is dat door de taakverdeling binnen de fractie mijn collega Snijder bij het debat over de antibiotica in de dierhouderij is geweest. Mevrouw Ouwehand is bij alle debatten aanwezig, want de Partij voor de Dieren heeft twee zetels. Zij weet exact wat daar is gezegd. Volgens mij is het beeld dat er wel degelijk afspraken worden gemaakt met de sector om te komen tot minder gebruik van antibiotica, dus dat het de goede kant opgaat. Ik zeg dat iets minder stellig, omdat ik weet dat mevrouw Ouwehand bij dat debat was en ik zelf niet, dus ik moet het uit de tweede hand halen. Dat zit erachter.

[...]

Mevrouw Joldersma (CDA): Mijn fractie blijft nog wel met het volgende punt zitten. Wat doe je met mensen die hun ongezond gedrag systematisch op de overheid afwentelen? Het verleiden tot gezond gedrag vinden wij op zich prima. Als mensen hun ongezonde gedrag echter systematisch afwentelen op de overheid en haar laten betalen voor de kosten van hun ongezonde gedrag, vind ik het toch wel wat ingewikkelder worden. Ik denk bijvoorbeeld aan meeroken in cafés. Sommige mensen zeggen dan dat zij zich niet storen aan het feit dat hun roken consequenties heeft voor anderen. Ik denk ook aan mensen die onder invloed van alcohol geweld en overlast veroorzaken en dan de politie of de ambulance voor de kosten laten opdraaien. Ik pleit er niet voor om mensen die kosten zelf te laten betalen, maar ik vind wel dat mensen die systematisch de overheid op kosten jagen, zelf iets van de consequenties mogen voelen. Preventie moet op dat punt wel tanden hebben. We kunnen er een schepje bovenop doen.

[...]

De voorzitter: Mevrouw Ouwehand, uw laatste interruptie.
**

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik hoor de woordvoerder van het CDA het volgende zeggen: als je met je ongezonde gedrag structureel andere mensen schade berokkent en structureel de overheid belast, zou je daar misschien voor moeten betalen. Mevrouw Joldersma sprak over mensen. Geldt dat dan ook voor ondernemers die met hun gedrag mensen ongezond maken waardoor die mensen naar de dokter moeten? Bij wie komt de rekening dan te liggen?

Mevrouw Joldersma (CDA): Ik heb net heel duidelijk gezegd dat ik mij er zorgen over maak dat mensen de kosten van hun ongezonde gedrag op de overheid afwentelen. Ik heb helemaal niet gezegd dat ik de rekening daarvoor bij die mensen wil leggen. Ik heb juist gezegd dat ik dat niet wil doen. Ik heb mij afgevraagd of wij het niet moeten zoeken in bijvoorbeeld betere handhaving. Daardoor kunnen mensen er beter van doordrongen raken dat wij de norm die wij hebben gesteld serieus nemen.
Wat het bedrijfsleven betreft, steun ik de aanpak van de minister, bijvoorbeeld op het gebied van het gebruik van zout. Bedrijven die gigantisch veel zout in hun producten stoppen, spreekt zij aan op hun eigen verantwoordelijkheid om het initiatief te nemen, al zie ik dat dat initiatief nog niet genoeg wordt genomen. Het is beter om mensen hun verantwoordelijkheid te laten nemen dan van bovenaf te zeggen hoe zij het moeten doen, want dan werkt het soms niet.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Je kunt het standpunt innemen: als je dat structureel op de overheid afwentelt, moeten wij er misschien iets mee. Ik wil graag een reactie van het CDA horen op het volgende voorbeeld. Mensen in Drenthe die jarenlang in een mooie en gezonde omgeving hebben gewoond, krijgen een bollenboer om de hoek die werkt met gevaarlijk landbouwgif. Zij krijgen daar last van en zeggen: wij willen niet dood voor een ander z'n brood. Kan zo'n bollenboer dan misschien ook in dat cirkeltje van het CDA worden opgenomen? Zegt het CDA dan ook: wij vinden het eigenlijk een belasting van de overheid en wij moeten er wat mee?

Mevrouw Joldersma (CDA): Net als bij de heer Mulder legt mevrouw Ouwehand haar grote kennis van dat soort onderwerpen nu bij mij neer met de vraag om er eens op te reageren. Ik heb er lang niet alle kennis van. De basisbenadering in deze preventienota is verantwoordelijkheid rond gezondheidsbescherming. Heeft de rijksoverheid een rol als het gaat om gevaarlijke stoffen? Als zij die niet heeft, zeggen wij: het gezonde alternatief in de buurt. Dat vind ik ook een heel helder signaal. Vervolgens kom je bij de mensen zelf. Ik kan niet inschatten hoe dat precies zit bij die bollenboer in Drenthe en hoe gevaarlijk die stoffen zijn. Ik laat dat graag aan deskundigen over, maar die benadering spreekt mij aan: niet de overheid direct voor je karretje spannen, wel als het nodig is.

Beantwoording door de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Minister Schippers: Voorzitter. Ik zal een korte inleiding houden. Ik weet dat u ervan houdt dat mijn inleidingen kort zijn. Ik probeer wel uitgebreid op de vragen van de Kamer in te gaan. Dan is daar ook meer tijd voor.

[...]

Minister Schippers: Hier valt volgens mij echt een wereld te winnen, op ieder niveau en onder eenieders verantwoordelijkheid.
Mevrouw Ouwehand gaf al de voorbeelden van roltrappen en kroketten. Niet dat zij ervoor pleitte, maar moet dat niet minder voor de hand liggend zijn? Het eerste wat je ziet bij het binnenkomen van een gebouw zijn de liften en niet de trappen. Als het trappenlopen aantrekkelijker wordt gemaakt -- daar zijn heel leuke dingen op bedacht -- nemen veel meer mensen de trap. De voorbeelden daarvan kennen wij allemaal. De heer Mulder vroeg of de overheid dit moet afdwingen. Naar mijn mening moeten wij door publiek-private samenwerking ieder op eigen terrein onze verantwoordelijkheid nemen. De architecten moeten dat doen ten aanzien van het ontwerpen en bouwen van gebouwen. De supermarkten moeten het doen ten aanzien van de inrichting: bots je eerst tegen fruit en groente op en vind je pas later, in een minder aantrekkelijk deel van de supermarkt, de wat ongezondere producten? Als wij hierin allemaal onze eigen verantwoordelijkheid nemen, zouden wij al een heel stuk verder zijn. Daar zet ik in eerste instantie op in, ook in de gesprekken die ik met andere partijen voer.

[...]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik hoor de minister nu voor de tweede keer zeggen: het hangt samen met zorg, want de huisarts zegt op een zeker moment ook tegen iemand die aan de cholesterolverlagers en de maagzuurremmers zit, dat die persoon eigenlijk zou moeten afvallen. Maar de huisarts heeft het wel moeilijk. De minister zegt dat zij niet wil sturen in het gedrag, omdat zij alles betutteling vindt. Dan komt die verantwoordelijkheid wel op het bordje van de huisarts terecht. Die mag en moet zelfs zeggen: u moet afvallen. Dus wat de minister moeilijk vindt om te zeggen, schuift ze op het bordje van de huisartsen, die toch al tot over hun oren in het werk zitten en waar bovendien nog een bezuiniging overheen gaat ook. Ik zou graag zien dat de minister ook zelf iets van die verantwoordelijkheid durft te nemen. Ik vind echt dat zij dit niet kan maken!

Minister Schippers: Het is een misverstand dat ik alles betutteling vind. Ik heb ergens in het begin, in reactie op het betoog van de heer Mulder, gezegd dat de overheid sowieso normatief is bij de wetten die zij maakt. Die normatieve overheid is er dus. Het is evident dat levensstijl een effect heeft op de gezondheid. Het is evident dat je kunt zeggen: u hebt een bepaalde levensstijl, die zorgt voor een bepaalde ziekte; die ziekte kunnen wij niet verhelpen als u uw levensstijl niet verandert. Dat ligt voor de hand. Het is onze taak, maar ook zeker een taak van de artsen, om mensen te informeren welke effecten bepaalde gedragingen hebben voor hun eigen gezondheid.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De minister is wel in overleg, maar er is nergens concrete actie. Ik noem het voorbeeld van de bus. We weten uit onderzoek dat als je geconfronteerd wordt met iets lekkers, je dat gaat opeten. Zet ook thuis vooral geen snoep op tafel, want dan ga je het opeten. Als het ergens ver in een kast ligt, is de kans groot dat je het laat liggen. Als de minister daar geen streep onder trekt, dan gaat iedereen aan de Snickers, de Magnums en de hamburgers. Dan mag de huisarts zeggen: maar eigenlijk moet u afvallen. Dat is dan de boeman. Ik vind echt dat de minister in het voortraject meer moet doen. Met mooie woorden alleen komen we er niet.

Minister Schippers: Er gebeurt ontzettend veel op dat gebied. Ik vind het echt een misvatting dat er helemaal niets op dat vlak gebeurt. Er zijn ongelooflijk veel partijen, van de cateraars tot de automatenbranche, die bezig zijn om de gezonde kantine voor elkaar te krijgen. Wij zijn bezig met de gezonde school en genotsmiddelen. Wij hebben daarvoor onderwijsprogramma's.

[...]

Minister Schippers: Mevrouw Ouwehand vraagt of ik samen met gemeenten wil kijken naar goede initiatieven om de leefomgeving gezonder te maken. Dit is eigenlijk de kern van mijn beleid. De hele activiteit van het preventief beleid op lokaal niveau is dat wij samen met de gemeenten handreikingen geven, voorbeelden verspreiden en initiatieven stimuleren zoals de Gezonde Wijk, Sport en Bewegen in de Buurt en de Gezonde School. Het gaat nu juist om de gezonde groene omwegen en niet alleen het veldje dat er ligt, maar dat vol blikjes en poep ligt en waarop geen kind gaat spelen. Het is van belang dat je dan in de gemeente rond de tafel gaat zitten: wij hebben hier een prachtig speelveldje, hoe maken wij dit zo dat kinderen ervan gebruikmaken? Ook bij JOGG, rookvrije schoolpleinen en Gezonde Slagkracht krijgt dit aandacht. In mijn ogen doe ik wat mevrouw Ouwehand vraagt. Het is de kern van het beleid om samen, publiek en privaat, aan de slag te gaan om dat beleid lokaal van de grond te trekken.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik zei al dat ik mij constructief opstel. Ik vraag volgens mij niet zoveel. Ik vraag de minister om er net een stapje bovenop te doen, om het net wat concreter te maken, analoog aan de klimaatambassadeurs die dit kabinet heeft aangewezen. Nogmaals, het kabinet loopt voor het klimaat ook niet erg warm, maar er is een concreet akkoord met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en een paar mensen worden trekker van het uitwisselen van initiatieven. Ik vraag de minister om het net een stapje concreter te maken, bovenop datgene wat zij al doet en wat zij zojuist heeft genoemd.

Minister Schippers: Mevrouw Ouwehand vraagt naar wat er al is en als ik dat toezeg, stapel je wat er al is met een soort factor twee. Dit kabinet zet in op preventie die juist op lokaal niveau moet plaatshebben. Daarvoor zijn er trekkers, waarom mevrouw Ouwehand vraagt. Die trekkers doen het ontzettend goed. Wij maken hen tot voorbeeld. Het Centrum Gezond Leven zet ze in de etalage: gemeenten, als u dit ook wilt, bekijk dan eens hoe deze gemeente dat aanpakt.
Andere gemeenten kunnen daar hun beleid van kopiëren. Die kunnen het dus bekijken en zeggen: dat vinden wij eigenlijk ook wel goed, in onze gemeente moet het ietsje worden aangepast, maar dan gaan we het ook doen. Het systeem van trekkers en van zaken in de etalage zetten, hebben we dus al met dit beleid.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Laat ik dan een concrete vraag stellen ter afronding. Kan de minister mij zeggen wat er vanuit die trekkers precies wordt gedaan met de wetenschap dat kinderen in een groene leefomgeving 15% minder overgewicht hebben en minder depressies hebben en dat de bebouwde omgeving op dit moment niet uitnodigt tot bewegen? Welke acties kunnen we op dit gebied zien? Is het misschien nodig om dit element in het overleg nadrukkelijker aan de orde te stellen, opdat we echt speelplaatsen krijgen? De minister wil sportcoaches, maar de natuur is een gratis sportcoach die iedere dag open is en die vanzelf uitnodigt tot bewegen. Het kan in de buurt, maar ik zie het niet gebeuren.

Minister Schippers: Dat is zo, maar komend uit een klein Drents dorp, weet ik dat je heel veel natuur om je heen kunt hebben en dat er toch niet in bewogen wordt. De buurtsportcoaches zijn bedoeld om mensen wel te laten bewegen. De trekkers, die een en ander hebben ontwikkeld, kunnen zeggen wat zij tijdens die ontwikkeling hebben ervaren, wat niet goed werkte en wat heel erg goed werkte. Andere gemeenten die aan de slag moeten gaan, kunnen op de site al die dingen bij elkaar zien. Zij kunnen nagaan welke ervaring is opgedaan, en datgene eruit kunnen pikken wat het beste aansluit bij hun gemeenten. Die best practices worden dus actief verspreid.

Tweede termijn.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik heb eerder gezegd dat ik mij vandaag constructief zou opstellen. Ik dien daarom een motie in waarvan ik denk dat de minister er niet tegen zal zijn.