Bijdrage Ouwehand AO Mili­euraad


1 maart 2012

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Soms zou je mensen met pek en veren over straat willen jagen, maar vanmorgen hebben wij bij de actie van Milieudefensie gezien dat teerzand net zo goed gebruikt kan worden voor dat afschuwelijke doel. Toen de actie nog in volle gang was, kwam de staatssecretaris aanlopen. Hij legde zijn hand op de arm van een van de arme Zeeuwse meisjes die met teerzand werden overgoten. Daarbij bleef er wat aan zijn handen kleven en zei hij: nou, dat is wel rotzooi! Dat klopt, het is ongelooflijke rotzooi.
Men weet, de PvdD heeft al gepleit voor een importstop. Het is jammer dat mevrouw Van der Werf weg is. Wij kunnen er immers wel degelijk voor zorgen dat wij zelf niet meewerken aan het vernietigen van in elk geval het Canadese landschap en aan de desastreuze opwarming van de aarde. Een motie daarover heeft het niet gehaald. Nu ligt er een voorstel van de Commissie. Nederland moet dat voorstel gewoon steunen. De administratieve lasten lijken een schijnargument. Ik wil van de staatssecretaris de garantie dat er beperkingen komen voor teerzand en dat wij van minstens dezelfde opdracht en criteria uitgaan en dezelfde transparantie eisen als die voor biobrandstoffen.

De heer De Mos (PVV): Ik zal het niet over de Zeeuwse meisjes hebben, hoe verleidelijk ook.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Waar was u eigenlijk? Het was heel leuk.

De heer De Mos (PVV): Als ik geweten had dat er ook Zeeuwse meisjes waren, was ik zeker gekomen. Mevrouw Ouwehand stelt dat het landschap in Canada wordt verwoest, maar Shell heeft toch meer dan één miljoen bomen geplant? Het Canadian TREE Fund heeft 76 miljoen bomen geplant. De bomen rijzen tot aan de hemel, heb ik mij laten vertellen. Het schijnt zo te zijn dat de Canadese bomenkappers verplicht zijn om bomen te herplanten. Ik snap deze paniek dan ook niet zo.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik vraag mij af wat de heer De Mos ervan vindt of zou vinden -- ik weet niet hoe hij woont, maar misschien heeft hij een tuintje -- als iemand het volgende zegt. "Wij gaan uw tuin lekker kapotmaken zodat u nooit meer buiten kunt zitten en niet meer kunt leven zoals u gewend was. Maar in plaats daarvan plaatsen wij bij iemand anders een bos zodat die persoon het wel leuk heeft." Dat is een vreemde redenering. Bomen planten is altijd goed. De PvdD is daar altijd voor. Dit voorjaar gaan wij een nieuw bos planten, dus kom gezellig meedoen; hartstikke leuk. Maar het landschap verwoesten, het klimaat opwarmen en de inheemse bevolking in Canada verstoten van haar gebruikelijke activiteiten? Dat doe je niet.

De heer De Mos (PVV): Het is helemaal nieuw voor mij dat er tuintjes zijn in de wouden van Canada. Volgens mij woont daar alleen de grizzlybeer. Als er teerzand gewonnen wordt, wordt hij tijdelijk weggestuurd, waarna hij weer mag terugkomen als er is herplant. Nogmaals, ik snap deze paniek niet.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Grappig is dat. De PvdD wordt er altijd van beticht dieren te vermenselijken, maar voor zover ik weet kun je niet tegen een grizzlybeer zeggen "joh, even drie maanden weg en dan kun je over een paar maanden weer terugkomen". Maar goed, de PVV heeft kennelijk andere inzichten. Laat ik het erop houden dat ook de heer De Mos niet zou willen dat zijn eigen leefomgeving wordt verwoest en er in plaats daarvan ergens anders een mooi bos komt. Mijn vraag aan de staatssecretaris staat.
Ik hoop dat de PVV ook goed meeluistert naar een ander punt, namelijk Europa en wat Europa wel of niet wil opleggen. Nederland is gekomen met een voorstel om ervoor te zorgen dat lidstaten zelf kunnen beslissen of ze gentechgewassen willen toestaan in hun land. Dat lijkt mij echt iets waar lidstaten zelf over moeten gaan. Ik hoop dat de PVV ons hierin steunt. Het vervelende is dat dit voorstel allerlei juridische haken en ogen heeft. Daar zijn wij al heel ontevreden over, maar nu heeft Denemarken het voorstel zelfs veranderd, zo heb ik begrepen. Als een lidstaat wil besluiten dat het geen gengewas op zijn akkers wil, moet het eerst aan de fabrikant van de gewassen vragen of hij dat goed vindt. Met andere woorden: je gaat naar Monsanto, die grote jongen die ons voedsel domineert, met de vraag of hij het goed vindt dat je weigert om zijn gewassen te telen. Monsanto zal natuurlijk nee zeggen. Ik wil van de staatssecretaris weten wat de stand van zaken is met betrekking tot de Kamervraag over de verbetering van de juridische houdbaarheid. Tegen het voorstel van Denemarken moet hij hard ageren, maar Frankrijk moet hij steunen. Dat land wil MON 810, een gevaarlijk gewas, verbieden. Nederland moet daar achter gaan staan. Wij willen graag weten wat de stand van zaken is met betrekking tot het voorstel om lidstaten zelf te laten beslissen of er wel of geen gengewassen op hun akkers staan.
Naar Rio heb ik eerder gevraagd. Toen zei de staatssecretaris dat de voorbereidingen in april begonnen. Informatie over de Nederlandse inzet zou op tijd komen. Dat zou een actualisatie zijn van de goede inzet van 1992. Wij hebben echter niets ontvangen, maar er wordt al wel over gesproken in de Europese Raad. Ik heb de minister-president er dinsdag al naar gevraagd. Hij heeft het met potlood in zijn agenda geschreven. Misschien gaat hij zelf; dat zou mooi zijn. Behalve een paar vage woorden weten wij tot nu toe nog niets van de Nederlandse inzet. Wij verlangen in ieder geval een duurzame en diervriendelijke landbouw.
De regeringsleiders moeten het voortouw nemen. Kan de staatssecretaris inzicht geven in de inzet van de Nederlandse regering? Wij willen nauwlettend meekijken.
Verder wil ik nog een paar woorden wijden aan de maritieme strategie voor de Atlantische Oceaan. Er is een fiche. De Commissie wil erkenning dat de Europese Unie medeverantwoordelijk is voor het beheer van de wereldoceanen. Dat vind ik eigenlijk wel mooi. Nederland krabbelt een beetje terug en ziet geen verantwoordelijkheid voor de Europese Unie. Ik hoop dat één woord voldoende is: horsmakreel. Daaraan kunnen wij zien dat Europa wel degelijk een verantwoordelijkheid heeft voor de wereldoceanen. Wij willen dan ook dat Nederland het voorstel steunt en niet terugkrabbelt voor deze verantwoordelijkheid.

Interrupties bij andere partijen.

Mevrouw Van der Werf (CDA): Voorzitter. Er staan veel onderwerpen op de agenda van de Milieuraad. Een aantal staat vandaag zeer in de belangstelling. Ik begin met de teerzandoliediscussie. Ik vind dit ongelooflijk vies spul. Het wordt op een heel nare manier gewonnen. "Naar" in de zin dat bij de winning een heleboel CO2 vrijkomt en het landvervuilend is. Vervelend spul dus dat in de toepassing een hoge CO2-waarde kent.
Canada heeft meer teerzandolie dan Saudi-Arabië olie heeft. Ik denk niet dat wij dit in één keer kunnen stoppen. Wij moeten er dus zo verstandig mogelijk mee omgaan.

[...]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Teerzand zit vooral in de grond. Het CDA is enthousiast over biobrandstoffen, in tegenstelling tot de PvdD. Voor biobrandstoffen gelden duurzaamheidseisen. Is mevrouw Van der Werf tevreden over de transparantie ten aanzien van de biobrandstoffen? Vindt zij niet dat dit minstens ook moet gelden voor teerzand en wellicht nog aangescherpt moet worden? Ik hoor regelmatig kritische vragen over de biobrandstoffen. Volgens mij moeten wij hierin nog een stap zetten en minstens dezelfde verplichtingen opleggen voor teerzand.

Mevrouw Van der Werf (CDA): Nederland zegt op landelijk niveau te gaan labelen. Teerzandolie labelen wij sowieso in de zwaarste categorie. Wij maken bekend welk percentage van de totale invoer van olie teerzandolie betreft. Ik vind dat zeer transparant. Voor het CDA is het niet nodig om nog een stap verder te gaan door op bedrijfsniveau te registreren. Ik vind de transparantie dus al voldoende geborgd.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Wij zijn geen fan van biobrandstoffen, maar het CDA steunt ze. Binnenkort verschijnt er een overzicht waaruit blijkt welke oliemaatschappij in 2011 welke biobrandstof heeft bijgemengd en waar deze vandaan kwam. Over die administratieve meerkosten wordt niet geklaagd. Vindt mevrouw Van der Werf dit voldoende? Ik hoor haar regelmatig kritische vragen stellen over biobrandstof. Vindt zij dat er nog een stap bij moet? Moeten wij dat dan ook niet -- gelijke monniken, gelijke kappen -- voor teerzand doen?

Mevrouw Van der Werf (CDA): Wij zijn op weg naar duurzaamheidscriteria voor biobrandstoffen. Dat is een heel belangrijke zaak. Zoals gezegd staat het CDA niet te juichen over teerzandolie. Er is opgemerkt dat teerzandolie niet strookt met het streven naar duurzaamheid. Ik ben mijn betoog begonnen met de opmerking dat wij er niet blij mee moeten zijn dat er teerzandolie op de wereld is. Wij kunnen dat allemaal wel vinden achter deze tafel, maar laten wij wel realistisch zijn. Teerzandolie blijft. Als het hier niet komt, gaat het naar China. Laten wij proberen er zo zorgvuldig mogelijk mee om te gaan.

[...]

Beantwoording door de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu:

[...]

Staatssecretaris Atsma: Met betrekking tot de ggo's moet ik eigenlijk mevrouw Wiegman als eerste noemen, omdat zij met een motie een stevig verleden op het dossier heeft. Ik zou mevrouw Ouwehand natuurlijk tekort doen als ik haar motie niet zou noemen, maar ik heb het vooral over moties die het hebben gehaald. Maar dat terzijde, want ook mevrouw Ouwehand ziet regelmatig
moties de eindstreep halen.
Wat is er gebeurd? U kent allen de enorme impasse. Denemarken heeft nu als voorzitter geprobeerd om uit die impasse te komen en heeft er een soort tweetrapsraket van gemaakt.
De ene trap is dat een bedrijf dat teelt wil realiseren de kans wordt gegeven om de lidstaten te laten zeggen: wij willen dit niet. Dat is allemaal WTO-proof, dus dat zou juridisch houdbaar zijn. Een lidstaat kan gewoon zelf aangeven ja of nee. De andere trap is dat een lidstaat altijd achteraf kan zeggen, op het moment dat teelt is toegelaten: wij willen dit niet. U kent de discussie in Europa en u weet dat Europa tot op het bot verdeeld is. Nederland wil er wel uitkomen en onze inzet blijft dezelfde, zeg ik in de richting van mevrouw Wiegman. Er is ons veel aan gelegen om een breed draagvlak te krijgen voor het standpunt dat de Kamer de afgelopen jaren heeft verwoord. Dat is de marge waarbinnen wij moeten opereren. Dan moet je bekijken wat het beste resultaat en de beste garantie kan geven om daar te komen.
Juist om een breed draagvlak te creëren, hebben de Denen heel veel geschrapt in de eisen en criteria. Wij hebben in het verleden gesproken over de milieueisen. Men heeft het systeem zo flexibel mogelijk gemaakt in de hoop en verwachting dat daarmee wel een breed draagvlak binnen de EU tot stand kan worden gebracht. Ik ben er niet optimistisch over. Als er ook maar enig zicht is op een breed draagvlak, zullen wij pogen om daaraan een bijdrage te leveren binnen de marges die de Kamer heeft aangegeven. Onze inzet is onveranderd. De zorg van mevrouw Ouwehand is dat een groot bedrijf nu ineens gaat meepraten, maar dat kan natuurlijk altijd. Als een bedrijf de ambitie heeft om iets in Europa te doen, kan het altijd met lidstaten overleggen: wat vinden jullie ervan? Als een lidstaat zegt "laat ons er alsjeblieft buiten", zal het bedrijf de desbetreffende lidstaat niet meer meenemen in de aanvraag. Dat kan het alleen maar makkelijker maken om uit een impasse te komen. In die zin is het, redenerend naar de tegenstanders, alleen maar de goede kant van een voorzorgsbeginsel. Als een concern iets wil doen en er in Europa draagvlak voor is, waarom zou je het dan niet toestaan? Het is alleen maar verstandig, want dan heb je minder tegenstanders. Het bedrijf gaat niet in het desbetreffende land zitten, dus dat voorkomt problemen. Bovendien is het WTO-proof. Dat is de enige reden geweest waarom Denemarken heeft gezegd: laten wij ook deze optie er inbrengen. Nogmaals, als het leidt tot een acceptabele uitkomst die breed wordt gedragen, is dat prima. Ik ben er niet optimistisch over. Althans, ik heb het afgelopen jaar veel discussies meegemaakt en het loopt mijlenver uit elkaar.
EFSA heeft een document over sysgenese geproduceerd. Ook dat zal ongetwijfeld de komende maanden op de agenda komen, waarbij de insteek van Nederland niet anders is dan wij de afgelopen jaren met u hebben besproken. Dat thema komt niet volgende week, maar wellicht in een eerstvolgende Raad iets scherper op de agenda. Ik heb met u de kranten gelezen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik ben helemaal niet gerust op de redenering van de staatssecretaris dat het een goed idee is om Monsanto mee te laten bepalen of er een nationaal teeltverbod moet komen. Ik wil concreet horen wat de inzet wordt op de komende Raad. Ik wil de garantie dat Nederland zich tegen welk voorstel dan ook keert, als dat niet onomstotelijk juridisch betekent dat een lidstaat zelf kan zeggen "ik wil het niet" en als er nog allerlei andere voorwaarden bijkomen. Als Nederland wel zou willen telen en Duitsland niet, hoe zorgen wij er dan voor dat Duitse boeren er niet de dupe van worden? Dat hoort er allemaal nog bij. Ik wil dit echt horen van de staatssecretaris, want het mag geen schijnoplossing worden waardoor lidstaten die willen verbieden een beetje worden gesust, maar er in de praktijk een juridisch onwerkbaar voorstel komt te liggen waarmee Nederland heeft ingestemd en een lidstaat toch die teelten moet toestaan als de rechter daarover heeft moeten oordelen.

Staatssecretaris Atsma: De juridische houdbaarheid kan ik hier niet beoordelen. De Denen komen niet voor niets hiermee, dus ik ga ervan uit dat het juridisch houdbaar is. Het is een van de discussiepunten die volgende week aan de orde komen. Niemand hier of in welke zaal dan ook van de 27 lidstaten zal een voorstel toejuichen dat juridisch niet houdbaar is. Dat was in het verleden ook een van de heikele punten. Daarom hebben de Denen nu een aantal voorwaarden geschrapt: als het niet juridisch houdbaar is, schiet het niet op. Ik heb er geen zekerheid over. Ik kan die ook niet geven. Ik vind wel dat wij op dit moment buitengewoon geïnteresseerd moeten luisteren wat de tegenstanders en de voorstanders van het Deense voorstel vinden. Wij vinden dat het een aanzet geeft om een brug te slaan. Wij zijn niet de meest prominente speler. Dan weet u ook waarom wij die positie nu innemen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik wil de concrete toezegging dat de staatssecretaris de discussie daar beluistert en de mogelijkheden bekijkt, maar dat er geen groen licht wordt gegeven voordat wij een goede analyse hebben van de juridische implicaties.

Staatssecretaris Atsma: Ik heb al gezegd dat ik niet optimistisch ben over de vraag of wij er volgende week uitkomen. Als er een kans is om met een breed draagvlak eruit te komen, vind ik dat het niet aan Nederland is om dat tegen te houden. Daarbij is de vraag over de juridische risico's natuurlijk aan de orde, maar Nederland zal niet gaan blokkeren als er draagvlak lijkt te zijn voor een al jarenlang voortslepend dossier. Ik hoop dat mevrouw Ouwehand het wel met mij eens is dat het beter is om een next best-oplossing te vinden, ook al plaatst zij er kanttekeningen bij, dan niks te doen. Er zijn veel vragen gesteld over Rio+20. Ik kan ze kortheidshalve afdoen met de toezegging die ik eerder heb gedaan dat de Nederlandse inzet in april aan de Kamer zal worden
voorgelegd, niet eerder en ook niet later. De inzet is om toch de duurzaamheidscriteria, die wij in Nederland op heel veel terreinen al hebben ingevoerd, naar voren te brengen als voorbeeld van wat je zou kunnen doen om de vergroening van de economie een stap dichterbij te brengen. Maar de wereld is groter dan Nederland en Europa alleen. Als je ziet hoe moeizaam de discussies de afgelopen jaren in Durban en in andere landen zijn geweest, weet je ook dat het geen gemakkelijke route is. Wij zetten gewoon in op onze eigen vergroeningsagenda, zoals wij die met de Kamer hebben besproken. Dat is de inzet op hoofdlijnen. Wij komen bij de Kamer terug op de specifieke punten wat je vanuit Europa wel of niet zou moeten doen en wat haalbaar en realistisch is.

Tweede termijn

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik ben er niet gerust op hoe de staatssecretaris nu in het gentechdossier wil opereren. Het was nota bene Nederland -- inderdaad, ere wie ere toekomt, via de motie van mevrouw Wiegman -- dat de boer is opgegaan om ervoor te zorgen dat lidstaten zelf kunnen besluiten over gentechteelten. Dan kan het natuurlijk niet zo zijn dat het kabinet, dat zegt "alles wat wij willen, moet haalbaar en betaalbaar zijn", in Europees verband zegt: als wij het eens worden, is dat ook goed, ook al is het juridisch onhoudbaar; dat maakt dan niet uit. Ik wil van de staatssecretaris de toezegging dat er een juridische analyse komt voordat eventueel overeenstemming wordt bereikt met instemming van Nederland. Dat zou ook recht doen aan de aangenomen motie van mevrouw Wiegman, waarin zij vraagt om bindende maatregelen en niet om een maatregel die iedereen leuk vindt, maar die geen stand houdt.

Staatssecretaris Atsma: Mevrouw Ouwehand vraagt 100% zekerheid over de juridische houdbaarheid. 100% zekerheid heb je nooit. Dat is pas nadat de rechter heeft geoordeeld. Wij hebben helaas een wereld waarin iedereen soms de weg naar de rechter weet te vinden. De Juridische Dienst van de Europese Commissie is positief over de juridische houdbaarheid. Dat is natuurlijk
geen garantie dat het 100% juridisch houdbaar is, maar je moet je dan daarop baseren. Als mevrouw Ouwehand dat niet vertrouwt, is dat haar afweging. Ik baseer mij op de analyse van de Juridische Dienst van de Europese Commissie, die positief is over het Deense voorstel. Men is positief, omdat de toevoeging niet zozeer de WTO-discussie raakt. Op zichzelf is het allemaal goed verklaarbaar, maar zekerheid koop je nooit. Zelfs als de ene rechter A zegt, wil dat niet zeggen dat de tweede rechter ook A zegt. Dan is het nog wel eens een keertje B. Ik zeg het ook in de richting van mevrouw Wiegman. Die 100% zekerheid heb je niet en krijg je niet, maar natuurlijk is dat onze inzet.