Bijdrage Ouwehand Landbouw- en Visse­rijraad 6 maart 2017


24 maart 2017

Landbouwbeleid (melkveehouderij)

Voorzitter. Dit is het laatste landbouwdebat van deze Kamer met de Staatssecretaris. De Partij voor de Dieren mag inmiddels tien jaar aan dedebatten meedoen en bespeurt een patroon. Het landbouwbeleid wordt gedomineerd door de traditionele landbouwpartijen, of het CDA nou in de regering zit of niet. Wij hadden gehoopt dat het anders zou zijn, maar het maakt eigenlijk niks uit. Het is doorgaan op de oude weg, doen wat de traditionele landbouwpartijen willen. Dat is het beleid. Het doet ons pijn om te constateren dat de Partij van de Arbeid en D66 zich daar de afgelopen periode bij hebben aangesloten. De regering voert het netjes uit en vervolgens zijn die partijen niet tevreden. Heel de tijd worden vragen gesteld en worden oproepen gedaan: het gaat zo slecht; waarom is dit niet goed geregeld?; hoe zit het met de stoppotregeling?; kom met een knelgevallenregeling. Mijn oproep aan de Staatssecretaris is om daarvan te leren en de conclusie te trekken: ik kan het toch niet goed doen; als ik doe wat ze willen, zijn ze daarna toch boos; dan kan ik net zo goed doen wat ik zelf wil. Wij hebben vanochtend een gesprek gevoerd over het ammoniakbeleid. Daarbij was prof. Erisman aanwezig. Onlangs heeft hij het ook in de Eerste Kamer gezegd. Er zijn verschillende dossiers op landbouwgebied: fosfaat, ammoniak, klimaat, dierenwelzijn. Zou het niet eens goed zijn om een integrale visie te ontwikkelen? De Staatssecretaris kan zich helemaal vrij voelen. De vriendschap met de VVD is binnen drie weken over. Kom met een plan! De vriendschap was sowieso al geen vriendschap, begrijp ik. Het meest pregnante voorbeeld van het falende landbouwbeleid van de afgelopen decennia is natuurlijk dat deze Kamer erop heeft aangedrongen het melkquotum af te schaffen en in te stemmen met ongebreidelde groei van de melkveestapel, waardoor er nu duizenden dieren op kosten van de belastingbetaler worden afgeslacht. Nou, als je je daar niet voor schaamt, dan weet ik het niet meer. De Partij voor de Dieren heeft hier echt grote zorgen over, ook over de tientallen biologische boeren die in de problemen komen en de circa 6.000 biologische koeien die geslacht dreigen te worden. Vanaf 1 maart komt er een boete van € 240 per maand per overtollige koe en daarbij wordt niet gekeken of die koe duurzaam of gangbaar wordt gehouden – dat zijn de maatschappelijke waarden die wij graag willen beschermen – maar wel of zij veel of weinig melk en dus fosfaat produceert. Met andere woorden: er komt een boete te staan op ietsje duurzamer produceren. Dat kan toch niet de bedoeling zijn?

GLB

De Staatssecretaris moet wat ons betreft echt aan de bak om duidelijk te maken dat het in de landbouw anders moet. Dat geldt ook voor de herziening van het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Het is een mooie kans om ervoor te zorgen dat de consultatie die nu start er niet toe leidt dat de gevestigde belangen, de oude denkers, weer de overhand krijgen. Wat gaat de Staatssecretaris doen om dat te borgen?

Hormoonverstoorders en Landbouwgif

Deze Kamer heeft zich uitgesproken voor een Europees verbod op het gebruik van imidacloprid, een neonicotinoïde. Wie schetst onze verbazing? Deze Staatssecretaris heeft ingestemd met een verlenging van de toelating. In een motie heeft de Kamer uitgesproken dat zij wil naar minder neonicotinoïden in Europa. Waarom heeft de Staatssecretaris ingestemd met een verlenging van de toelating? Wat gaat hij nu alsnog doen om de aangenomen motie gestand te doen? Er moet in Nederland een verbod komen op die neonix en er moet een Europees moratorium komen. Ik ben echt verbaasd over de actie van de Staatssecretaris. Er ligt een nieuw voorstel van de Europese Commissie over hormoonverstorende stoffen. Op zichzelf heeft het kabinet daar een goede inzet op gehad. Wij hebben gezien dat de criteria een beetje in de goede richting zijn bijgesteld. Wat vindt de Staatssecretaris van de veranderingen en het nu voorliggende voorstel? Wij zijn bezorgd over de waarschuwingen van deskundigen, dat ondanks deze veranderingen er nog steeds een onevenredig hoge bewijslast is om een hormoonverstoorder te kunnen verbieden. Daardoor zullen de stoffen gewoon op de markt blijven. Hoe ziet de Staatssecretaris dat? Is hij bereid om zich achter de oproep van het Europees Parlement te scharen om op korte termijn niet alleen hormoon-verstoorders in landbouwgif aan te pakken, maar ook die in cosmetica, voedselverpakkingen en ons kraanwater?

Natuurbescherming

De Staatssecretaris heeft een klap om de oren gekregen over de bescherming van de Europese natuurgebieden. Op papier is het goed geregeld, in de praktijk niet. Het Wereldnatuurfonds heeft er een aantal gebieden uitgehaald, niet alleen in Nederland. Maar in Nederland speelt wel de Doggersbank, het ecologische hart van de Noordzee. Op papier is het gebied beschermd, in de praktijk is slechts 5% van het gebied gesloten voor schadelijke visserij. Gaat de Staatssecretaris daar verandering in brengen?

Visserij (tonijn) en Dolfijnslachtingen

Over visserij gesproken, het voorgestelde partnerschap met Ghana, een tonijnakkoord, gaat wat de Partij voor de Dieren betreft niet door. Wij hopen dat de Staatssecretaris zich daarbij aansluit. Om toch enigszins in harmonie te kunnen eindigen, is het ook traditie dat de hele Kamer de illegale walvisvangst door Japan en die gruwelijke dolfijnenslachtingen afkeurt. Wij vragen het kabinet om daartegen in actie te komen. Onlangs heeft Minister Koenders naar aanleiding van het vrijhandelsakkoord dat Europa van plan is te sluiten met Japan, beloofd de walvisjacht en die dolfijnenslachtingen nog eens aan te kaarten. Dat vond ik een mooie aanleiding om ook aan deze Staatssecretaris toch nog eens te vragen wat hij heeft gedaan met de aangenomen motie uit 2013 om die dolfijnenslachtingen te stoppen. De Staatssecretaris zei dat hij eigenlijk niet zoveel kan doen, maar dat hij zich probeert in te zetten in de IWC-vergadering. Daarvan hebben wij dus gezien dat er niets geregeld is om de jacht op de Faeröer-eilanden, maar ook in Taiji te stoppen. Is de Staatssecretaris bereid om een extra inzet te plegen om die dolfijnenslachtingen te beëindigen?

Interrupties andere partijen

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Wat hoopt de ChristenUnie nou te bereiken door wel in detail het drama dat zich nu afspeelt in de melkveehouderij te beschrijven, maar alleen maar te zeggen voor welke opgave de melkveehouderij staat? Dit is toch de opgave waar de ChristenUnie de melkveehouderij in heeft geduwd? Waar is de zelfreflectie?

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie): Dat laatste ben ik absoluut niet met mevrouw Ouwehand eens. Ik verwijs naar alle debatten die wij hierover gevoerd hebben. Mevrouw Ouwehand vraagt, in mijn eigen woorden, waarom ik het verhaal van die boerin in dit debat heb ingebracht. Dat heb ik gedaan omdat ik het heel belangrijk vind dat we duidelijk maken waar het nu om gaat. In de media wordt vaak over boeren gesproken op een manier die hun geen recht doet. Er wordt over koeien gesproken op een manier die geen recht doet aan de intrinsieke waarde van dieren. Dat zal mevrouw Ouwehand, als lid van de Partij voor de Dieren, met mij eens zijn. Ik vind het belangrijk om die kant van het verhaal wel te belichten. We kijken hier niet alleen op een instrumentele manier naar, maar we kijken echt naar het leed dat hier speelt. De ChristenUnie heeft dat niet veroorzaakt. Absoluut niet! Er zijn andere redenen voor aan te wijzen. Maar dit is nu wel aan de hand en ik vind het belangrijk om een stem te zijn voor die mensen in dit politieke debat.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik ben het er zeer mee eens dat we moeten benoemen wat er gebeurt, ook als dat pijnlijk is, maar ik ben het er niet mee eens dat de eigen rol van politieke partijen daarin niet eerlijk benoemd wordt. Boeren hebben het hartstikke druk. Zij kunnen dit soort politieke debatten niet volgen, maar worden gewoon geconfronteerd met de uitkomsten van wat hier gebeurd is. Het is wel zo fair om niet te doen alsof dit probleem uit de lucht komt vallen, maar er netjes bij te vertellen dat je zelf om die groei van de melkveestapel hebt gevraagd, terwijl dat voorzichtig uitgedrukt toch heel risicovol was. Het was gokken met de fosfaatverplichtingen ..

De voorzitter: En uw vraag is?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Mijn vraag is of we hier het fatsoen kunnen opbrengen om eerlijk te zijn over ons eigen aandeel daarin. Ik vind het tegenover de boeren echt niet fair als je dat niet doet.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie): Ik heb eerder in politieke debatten al aangegeven dat hier meerdere oorzaken aan ten grondslag lagen. Er was geen back-up na het afschaffen van het melkquotum. De sector is verdeeld. De politiek is verdeeld. De twee coalitiepartijen zijn het structureel oneens over dit debat. LTO heeft te laat aan de bel getrokken. Dat is allemaal al eerder gewisseld in politieke debatten. De ChristenUnie probeert waar zij het kan, de boeren in ons land te steunen. In het pleidooi van de Partij voor de Dieren hoor ik dat zij een bepaald segment van de boeren steunt, maar niet naar alle andere boeren omkijkt, terwijl dat wel de boeren zijn die nu hun koeien weg moeten doen. Dat gaat mij aan het hart. Ook voor die boeren sta ik pal, in dit debat en op alle andere momenten.

Beantwoording staatssecretaris

GLB

Er ligt nog een andere vraag van de heer Leenders, over de toekomst van het GLB en over de klimaatdoelen die daarin opgenomen zouden moeten zijn. We hebben het hier het afgelopen jaar al redelijk vaak over gehad. De Kamer heeft kunnen lezen in het paper dat ik heb gepubliceerd ten behoeve van de informele Landbouwraad die we hebben georganiseerd, dat ik vind dat we de directe inkomenssteun die we nu kennen, zouden moeten vervangen door steun die is gericht op maatschappelijke prestaties en het stimuleren van innovaties. Bij die maatschappelijke prestaties gaat het om het tegengaan van klimaatverandering, dus bijdragen aan de klimaatdoelstellingen, en om prestaties op het gebied van natuur en landschap. Dat is geheel conform de inzet zoals ik die voor mij zie. Daarover spreken we de komende maanden. Een definitieve inzet ontvangt de Kamer van mij voor het zomerreces. Mevrouw Ouwehand zei dat dit allemaal niet mag leiden tot het borgen van gevestigde belangen. De Kamer heeft gehoord wat mijn inzet ongeveer is en ontvangt de definitieve inzet voor de zomer. Ze heeft gehoord dat die niet uitgaat van het handhaven van de status quo, maar juist van een grote verandering in en grote modernisering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid.

Stoppersregeling melkveehouderij

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dit wordt een nieuwe vraag. Of je haar nu duidt in termen van stoppers, slachtpremies of, zoals in de kranten staat, sterfsubsidies, deze regeling is inderdaad afgetimmerd op 42 miljoen. Ik begrijp uit de reactie van de Staatssecretaris op de vraag van de SGP om meer geld dat hij daarvoor openstaat, dat er mogelijk nog meer belastinggeld wordt uitgegeven aan het voortijdig naar de slacht sturen van gezonde koeien of het laten stoppen van bedrijven.

Staatssecretaris Van Dam: De bedragen waar het om gaat, zijn niet allemaal belastinggeld. Mevrouw Ouwehand suggereert dat wel, maar dat is niet het geval. Ik maak gebruik van geld dat ik uit Brussel gekregen heb, dat bedoeld is om Europees geld dat bedoeld is om de melkveesector in te krimpen. Daarvoor is dat geld uit Brussel bestemd. De andere helft wordt gefinancierd door het bedrijfs-leven. Het is dus niet allemaal belastinggeld. Het wordt door de helft gefinancierd door het bedrijfsleven. Daarmee is deze regeling een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Zij is ook uitgedacht door het bedrijfsleven. Daarom overleggen wij met de sectororganisaties over hoe wij verdergaan met deze regeling.

De voorzitter: Tot slot.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dat betekent dus dat de Staatssecretaris de deur openhoudt voor het besteden van meer belastinggeld, want of het nou vanuit Nederland naar Brussel en dan weer naar ons potje komt, het is wel een keer opgebracht door de belastingbetaler, even los van het feit dat het bedrijfsleven ook een deel betaalt, wat het ook aan andere dingen had kunnen besteden, maar goed. De Staatssecretaris zegt hier eigenlijk: er zou zomaar nog meer belastinggeld kunnen vloeien naar de oplossing van dit probleem.

Staatssecretaris Van Dam: Nee, die Europese subsidie staat vast en die verandert ook niet meer. Die heb ik hieraan besteed.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De Staatssecretaris geeft geen antwoord op de vraag. Het lijkt mij fair als hij gewoon zegt: ja, daar ben ik toe bereid.

Staatssecretaris Van Dam:

Mevrouw Ouwehand vroeg waarom er geen uitzondering is voor biologische boeren binnen de regeling fosfaatreductie. Zoals wij ook eerder met elkaar hebben besproken, geldt er een uitzondering voor de grondgebonden boeren. Dat geldt voor de meeste biologische bedrijven, niet allemaal. Ze zijn niet allemaal grondgebonden. Als ze niet grondgebonden zijn, vallen ze onder dezelfde regels als andere niet grondge-bonden bedrijven. Ook biologische boeren hebben op 2 juli 2015 te horen gekregen: niet langer groeien en als u dat toch doet, dan is dat voor uw eigen rekening en risico. Bij het fosfaatproductieplafond gaat het immers niet om welke koe precies de mest produceert. Het gaat om de totale mestproductie door de totale Nederlandse veestapel. Mevrouw Dik-Faber vroeg naar grondgebonden bedrijven die een knelgeval zijn. Dat gaat om het moment waarop de fosfaatreferentie bekend wordt gemaakt. Die wordt tijdig voor de inwerkingtreding van het fosfaatrechtenstelsel bekendgemaakt: op 1 januari 2018. Zo weten bedrijven tijdig waar ze aan toe zijn.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De Staatssecretaris gaat voorbij aan de vraag die ik heb gesteld over de boetes. Als je het per liter melk omrekent, is de boete hoger voor bedrijven die duurzaam en extensief werken en rekening houden met het welzijn van hun koeien. Die koeien zijn namelijk niet gefokt om maximaal te produceren. Wat gaat de Staatssecretaris doen om dit te voorkomen als hij tenminste ook vindt dat dit niet rechtvaardig is?

Staatssecretaris Van Dam: Mevrouw Ouwehand spreekt over een boete per liter, maar de boete wordt berekend per koe. Je krijgt een boete over het aantal koeien dat je meer hebt dan op 2 juli 2015. Op 2 juli 2015 is heel duidelijk gezegd: u moet niet verder groeien en daarbij maakt het niet uit wat voor bedrijf u heeft. Dat die boete voor bedrijven die veel koeien hebben die relatief weinig melk produceren, relatief steviger uitvalt, zal het geval zijn, maar de oorzaak daarvan is dat men meer koeien heeft dan men wist dat verstandig was. Op 2 juli 2015 is echt duidelijk gezegd dat verdere groei voor eigen rekening en risico was. Als je dan nu zegt «het was voor eigen rekening en risico maar die rekening en dat risico bevallen me niet», dan is dat wel gewoon een gevolg van de keuzes die men sindsdien heeft gemaakt.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Eigenlijk zegt de Staatssecretaris dus dat het geen kabinetsbeleid is om de biologische sector verhoudingsgewijs te laten groeien en de intensieve jongens wat in te dammen. Hij zegt: gelijke monniken, gelijke kappen.

De voorzitter: En uw vraag is?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ondanks de groeipotentie van de biologische sector, onderstreept hij hiermee dat het kabinet het prima vindt dat als het erop aankomt deze boeren naar verhouding een hogere boete krijgen.

Staatssecretaris Van Dam: Nee, ze hebben naar verhouding niet een hogere boete. Ze krijgen namelijk exact dezelfde boete per koe als elk ander bedrijf.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Per liter melk! De Staatssecretaris weet best dat het daarom gaat.

Staatssecretaris Van Dam: Nee, het gaat hier om «per koe». Alle melkveehouderijen, ongeacht of ze biologisch of grondgebonden zijn, hebben op 2 juli 2015 te horen gekregen: u moet niet meer groeien, want anders hebben we voor de hele melkveehouderij een te groot probleem. Het is bekend dat allerlei bedrijven dat wel hebben gedaan, want anders hadden we hier niet zo vaak met elkaar om de tafel gezeten. Dat ook biologische boeren dat hebben gedaan, is het gevolg van een eigen keuze. Ook zij wisten dat dat niet verantwoord was. Dat er groeipotentie is voor de biologische sector doet daar niks aan af. Je had gewoon niet moeten groeien. Als je dat wel hebt gedaan, krijg je nu een boete voor iedere koe die je te veel hebt, tenzij je die koe wegdoet.

Staatssecretaris Van Dam: Mevrouw Ouwehand vroeg of er meer bescherming mogelijk is voor de Doggersbank. Overigens heeft zij een ander beeld van de mate van bescherming dan ik. Er is langdurig overlegd met de betrokken landen. Er ligt een akkoord waardoor 34% van de Doggersbank wordt beschermd door een verbod op bodemberoerende visserij. De procedure om dat vast te leggen start binnenkort.

Visserij

Staatssecretaris Van Dam: Mevrouw Ouwehand vroeg naar de visserijovereenkomst met Ghana. Er ligt nog geen akkoord met Ghana, maar de Europese Commissie heeft een conceptmandaat voorgelegd. Er vissen nu al Europese schepen in de economische zone van Ghana op basis van private overeenkomsten. Onder een partnerschap en een akkoord kun je meer randvoorwaarden stellen aan de verduurzaming van die visserij dan op dit moment mogelijk is. We hebben hier vaker gesproken over de verschillende visserijak-koorden en het is dus bekend dat ik de onderhandelingen over een dergelijk visserijakkoord steun. Ik ben voornemens de Commissie te steunen in haar voorstel om de onderhandelingen met Ghana te starten omdat het meer waarborgen oplevert.

Walvisjacht

Staatssecretaris Van Dam: Mevrouw Ouwehand vroeg ook naar de walvisjacht en de dolfijnenslach-tingen. Nederland heeft er de afgelopen jaren steeds op aangedrongen dat kleine walvisachtigen en dus ook dolfijnen onder de werking van de International Whaling Commission worden gebracht. Dat is recent, in oktober, gebeurd. Japan en enkele andere landen zijn ertegen en daarom worden er nog geen stappen gezet. Nederland draagt ook financieel bij aan het onderzoek naar kleine walvisachtigen. In elk contact dat wij met Japan hebben, komt het ter sprake. Of ik dat ben of een van de hoge ambtenaren van het departement: wij zetten altijd de Nederlandse positie uiteen.

Hormoonverstoorders en landbouwgif

Staatssecretaris Van Dam: Mevrouw Ouwehand vroeg naar de verlenging van de toelating in Europa van neonicotinoïden. Ik heb haar eerder herhaaldelijk geïnformeerd over de motie (21501–32, nr. 683) om een algeheel moratorium in te stellen. Ik heb toen ook gezegd dat een dergelijk moratorium juridisch niet haalbaar is. Inmiddels is de Commissie bezig om in navolging van de maatregel op het gebruik van neonicotinoïden in 2013 de risico’s opnieuw te beoor-delen. Daarbij wordt alle beschikbare wetenschappelijke informatie meegenomen. Totdat die evaluatie is afgerond, blijven de huidige strikte maatregelen en verboden van kracht. Die zijn opgenomen in de uitvoe-ringsverordening en zoals mevrouw Ouwehand weet hanteert het Ctgb (College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden) in Nederland voor imidacloprid een extra strenge lijn. Mevrouw Ouwehand heeft een vraag gesteld over het voorstel voor hormoonverstorende stoffen. Zij vroeg eigenlijk wat ik vind van de voorstellen. Zij zegt steeds, ook in eerdere debatten, dat het moeilijker zou zijn om te bewijzen dat een stof hormoonverstorend is. Dat is nu juist zowel bij het eerdere voorstel van de Commissie als bij dit voorstel niet het geval, omdat de Commissie precies aansluit bij de criteria van de Wereldgezondheidsorganisatie, wat betekent dat er geen bewijs vereist is dat een stof hormoonverstorend is, aangezien er uitgegaan wordt van het criterium van de waarschijnlijkheid dat een stof hormoonverstorend is. Ik heb dat criterium steeds gesteund en ik ben voornemens om dat te blijven doen. De Kamer krijgt zo snel mogelijk een brief van mij met informatie hierover, omdat het voorstel volgende week wordt geagendeerd in de commissie die daarover moet besluiten.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Het voorstel voor hormoonverstorende stoffen gaat de goede kant op, want die oneigenlijke uitzonderingsbepaling is eruit gehaald. Hartstikke mooi! We worden door deskundigen wel gewaarschuwd dat er wel degelijk sprake is van een hoge bewijslast en dat in de praktijk zo’n hormoonverstoorder daardoor toch niet verboden kan worden. Zou de Staatssecretaris daar nog op wil reageren en ook op mijn vraag of hij bereid is zich te scharen achter de oproep van het Europees Parlement? Imidacloprid. Dat gaat echt niet goed! De Kamer heeft tegen het kabinet gezegd: richt je daarop en doe alles wat je kunt om een Europees moratorium voor elkaar te krijgen en dan komt er tussentijds toch een verlenging van de toelating. Zelfs de EFSA (European Food Safety Authority) heeft ons daarvoor gewaarschuwd. En wat lees ik dan in de media? Dat Nederland voor dat imidacloprid heeft gestemd! Dat kan, gelet op die motie, helemaal niet. Is de Staatssecretaris bereid om daarvoor zijn excuses aan te bieden en dit in Europa te herstellen door te zeggen: jongens, zo hadden we het niet bedoeld; we gaan alsnog voor een volledig moratorium? Tot slot neemt de Staatssecretaris de uitdaging van de Partij voor de Dieren niet op om integraal te kijken naar het landbouwbeleid van de afgelopen jaren en te zeggen: dat moet beter. Hij zal niet de eerste bewindspersoon zijn die na afloop van zijn verblijf op deze post zegt: Poeh, dat landbouwbeleid is echt een doodlopende weg, hoor. Ik zou hem willen uitdagen om in de paar maanden dat hij er nog zit, te reflecteren en een voorstel te doen waar de nieuwe Kamer mee aan de slag kan om de problemen wel integraal aan te pakken. Deze cirkel, deze varkenscyclus hebben we nu wel lang genoeg gehad.

Staatssecretaris Van Dam:

Ik kom zo nog even terug op de algemene opmerking van mevrouw Ouwehand. Ik herhaal om te beginnen over de hormoonverstorende stoffen en de bewijslast dat in mijn optiek het voorstel van de Europese Commissie ervoor zorgt dat het juist makkelijker wordt om aan te tonen dat ... Ik zeg het verkeerd: je hoeft daarin niet meer aan te tonen dat een stof hormoonverstorend is. Het is voldoende om de waarschijnlijkheid daarvan aan te tonen. Als het plausibel is dat een stof hormoonverstorend is, mag die stof in principe niet worden toegestaan. Zij verwijst daarbij ook naar de uitzonderingsgrond die daarvoor al aanwezig is in de bestaande regelingen. Ik ben overigens al ingegaan op de bewijslast in de brief die ik de Kamer eind december heb gestuurd. Mevrouw Ouwehand vroeg ook of ik bereid ben om mij te scharen achter het voorstel van het Europees Parlement voor hormoonverstorende stoffen. Het kabinet streeft ernaar om hormoonverstorende stoffen te reguleren, zoals ook staat in het BNC-fiche dat zij in december heeft ontvangen. Wat mevrouw Ouwehand vroeg, betreft meerdere bewinds-lieden en die hebben allemaal aandacht voor de problematiek waarop zij wees. Mevrouw Ouwehand vroeg wederom naar de neonicotinoïden. Volgens mij heb ik eerder aangegeven dat een totaal verbod op neonicotinoïden binnen het huidige juridische raamwerk van de Europese Unie geen optie is. De motie vroeg daar wel om en in die motie werd dus iets gevraagd wat niet kan.

Landbouwbeleid

Ik heb de vraag van mevrouw Ouwehand laten liggen waarin zij vroeg om een reflectie op het brede landbouwbeleid. Ik zal dat heel kort doen, voorzitter! Mevrouw Ouwehand meende in eerste termijn te moeten zeggen dat ik in de kleine anderhalf jaar dat ik hier zit, vooral beleid heb gevoerd waar de traditionele landbouwpartijen heel blij mee waren. Ik heb dat niet altijd zo ervaren; laat ik het zo maar zeggen. Mevrouw Ouwehand en ik zijn het over de wenselijkheid van sommige veranderingen best eens, maar we verschillen weleens van mening over de manier waarop en de instrumenten waarmee we die verandering tot stand kunnen brengen. Zij heeft vaak gepleit voor dwingende ingrepen. Zo zag ik in haar verkiezingsprogramma staan dat de Nederlandse veestapel de komende vier jaar met 70% moet worden gereduceerd. Ik laat de vraag of dat realiseerbaar is maar even liggen.

Ik heb anderhalf jaar missionair op deze post gezeten – hoelang er demissionair bij komt, wacht ik af – en al die tijd heb ik nooit gedacht dat dwingende wet- en regelgeving de veranderingen tot stand zou brengen die mevrouw Ouwehand misschien maar ik in ieder geval zeker zou willen zien. Wet- en regelgeving kun je na verkiezingen altijd weer veranderen. Een verschuiving van de budgetten kun je na verkiezingen ook altijd weer ongedaan maken. Wat je niet kunt veranderen, is de maatschappelijke dynamiek. Die maatschappelijke dynamiek gaat evident in een bepaalde richting en die vraagt een verandering van de Nederlandse landbouw- en voedselsector.

Ik heb de afgelopen anderhalf jaar geprobeerd om die maatschappelijke dynamiek te versterken, omdat ik ervan overtuigd ben dat die doorgaat en dat we die niet kunnen terugdraaien. Consumenten vragen andere dingen van de Nederlandse voedselsector en van de Nederlandse landbouw-sector. Ze vragen om verandering, verduurzaming en meer dierenwelzijn. Ze vragen om andersoortige producten, waaronder meer plantaardige producten. Dat zijn veranderingen die door zullen zetten en ik heb geprobeerd om daaraan een bijdrage te leveren. Ik denk dat dat veel meer oplevert, zeker op de lange termijn, dan continu met elkaar in de clinch liggen over de vraag of je wet- en regelgeving moet doorvoeren, waarvan je je moet afvragen of die überhaupt uitvoerbaar en politiek haalbaar is en die altijd weer kan worden teruggedraaid. Dat wat er nu gebeurt, de maatschappelijke dynamiek die is ontstaan rondom landbouw en voedsel en waaraan ook mevrouw Ouwehand een bijdrage heeft geleverd, kan niet meer worden teruggedraaid!

Landbouwgif

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik heb nog een principieel punt over uitvoering van de door de Kamer aangenomen motie. De Staatssecretaris zegt dat het opnemen van een moratorium voor neonicotinoïden juridisch niet kan. Daar is discussie over; die laten we even liggen. Over een van die neonicotinoïden, imidacloprid, wordt dan in Europa gestemd als het gaat om de vraag of dat middel nog langer op de markt moet worden gehouden of niet. De Staatssecretaris heeft een uitspraak van deze Kamer in zijn zak dat we daar helemaal van af willen, en dan stemt hij toch voor verlenging van die toelating. Dat klopt niet, hoor.

Staatssecretaris Van Dam: Ik heb aangegeven dat er nog een beoordeling zal plaatsvinden door de Europese Commissie. Juist die nieuwe beoordeling is het moment om op basis daarvan beslissingen te nemen over nieuwe toelatingen. Dat er tussentijd verlengd wordt is één, maar het gaat juist om de nieuwe beoordeling die de Commissie nu uitvoert. Op basis daarvan kan een beslissing genomen worden. Dan bent u er vast wel weer bij om dat met het kabinet te bespreken wat daarop de inzet zou moeten zijn.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik heb in de media gelezen dat Nederland heeft voorgestemd. Klopt dat niet? Dat ligt toch niet in lijn met wat de Kamer heeft gevraagd?

Staatssecretaris Van Dam: Ik ga het nog even na. Daarna informeer ik de Kamer daarover.