Bijdrage Ouwehand dertigle­den­debat over het advies van de Raad voor de Leef­om­geving en Infra­structuur over een houdbaar voed­sel­systeem


28 maart 2019

Voorzitter,

Als je gezond, lekker, duurzaam en zonder dierenleed te veroorzaken kan eten, waarom zou je dat dan niet doen? Dat is mijn eerste vraag aan de minister. Nederland slacht 650 miljoen dieren per jaar. Dat zijn er meer dan 1.200 per minuut. Dat is niet alleen heel erg vervelend voor die dieren, maar ook voor de biodiversiteit en het klimaat. Het vorige kabinet heeft de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur gevraagd: wat moeten we nou met ons voedselsysteem, gelet op de klimaatdoelen? Nogmaals, de Partij voor de Dieren vindt dat je naar veel meer moet kijken, om te beginnen naar de belangen van de dieren zelf, maar het gaat even over klimaat. De Raad voor de leefomgeving kwam in maart 2018, een jaar geleden dus, met een uitgebreid rapport. Daarin staan twee belangrijke dingen. Een: we moeten veel minder dierlijke eiwitten eten; minder vlees en zuivel. Dat is niet nieuw. Dat zei het kabinet-Balkenende IV ook al. Dat is tien jaar geleden. En twee: krimp van het aantal dieren dat in Nederland wordt gefokt en gedood, is onvermijdelijk. Dus begin er nou maar mee, want hoe langer je wacht, hoe vervelender het wordt, niet in de laatste plaats voor de boeren. Mijn tweede vraag is dus: erkent de minister dat wachten met maatregelen de boeren niet vooruithelpt en dat niemand zit te wachten op ingrijpen op het allerlaatste moment?

De coalitiepartijen hebben toen het volgende gezegd. "Nee joh, wat zo'n adviesorgaan van de regering vindt, vinden we allemaal niet belangrijk. Dat stoppen we in een la. We vragen andere partijen wel even wat zij nou een verstandige koers vinden om om te gaan met de veehouderij en ons voedselsysteem. We vragen het aan LTO en de supermarkten." Nou, LTO zegt: nee joh, dat is helemaal niet nodig. En de supermarkten zijn de afgelopen vier jaar 28% meer gaan stunten met vlees. Dat vind ik niet heel verstandig. Is de minister bereid om aan de voedselkant iets te doen? Voor de krimp van de veestapel hebben we al duizend voorstellen gedaan, maar het kabinet beweegt niet. Dat vind ik erg onverstandig. Maar aan de voedselkant liggen er zo veel opties die de minister gewoon kan kiezen om ervoor te zorgen dat we daadwerkelijk wat duurzamer, diervriendelijker en voor de toekomst beter gaan eten, en gezond ook.

Ik zeg: kom met een dierenleedbelasting. Noem het een slachttaks, noem het een vleestaks, noem het een zuiveltaks, maar maak de producten waarvoor dieren zijn gefokt, gebruikt en gedood simpelweg duurder. Dat zegt de Raad voor de leefomgeving ook. Die producten zijn te goedkoop. In tijden dat je dat nodig had om gezond te blijven, was dat misschien nog te rechtvaardigen, maar dat is nu niet meer het geval. Kom met een verbod op vleesreclame, verbied de kiloknaller, investeer in plantaardige-eiwitinnovaties of doe ten minste mee aan de Week zonder Vlees. Maakt de minister een van deze keuzes?

Voorzitter. Mijn favoriet, de laatste keus die ik haar voorleg, is het idee "Carnivoor? Geef het door!". Dat betekent dat het niks kost. Je draait gewoon de norm om. Je maakt het aanbod standaard plantaardig en als iemand met alle geweld vlees of zuivel wil eten, dan kan dat, maar dan moet die persoon er even om vragen. Wat is nou zo ingrijpend aan dat idee? Nu moeten vegetariërs of veganisten altijd zeggen: hé, let op, ik wil geen dierenleed eten. Als je dat omdraait, heeft iedereen dezelfde keuzevrijheid, maar maak je het standaardaanbod wel zo diervriendelijk en wel zo klimaatvriendelijk.

Dank u wel.

Interruptie bij CDA:

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Twee korte vragen. Erkent het CDA dat het heel vervelend is voor boeren als je op het laatste moment toch nog moet ingrijpen? Staat het CDA verder achter de koers die de minister voert op de consumptiekant? Zij zegt: ik streef de Schijf van Vijf na. Staat het CDA daarachter?

De heer Geurts (CDA):

Korte antwoorden. Op die eerste: nee. En op de tweede vraag die mevrouw Ouwehand stelt: ik vind het helemaal niet erg als getracht wordt om ons voedselpatroon te veranderen. Prima. Wil iemand vegetarisch worden, even goede vrienden. Maar we moeten oppassen dat we dat gaan opleggen aan onze samenleving. Ik ben het ook zeker niet eens met mevrouw Ouwehand als ze zegt: dan moet het allemaal zoals wij als Partij voor de Dieren willen. Dus iedereen moet veganistisch worden. In ieder geval moet dat het grootste aanbod zijn en als u dan wat anders wilt, moet u het maar vragen. Van die lijn ben ik niet en dat weet mevrouw Ouwehand heel goed.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik heb een aantal opties aan de minister voorgelegd en daar kan ze gewoon uit kiezen. Het is wel interessant, want de minister zegt: nee hoor, ik doe de Schijf van Vijf. Dan zit je eigenlijk al te hoog met het aandeel vlees en zuivel dat je dan nog kan consumeren voor de duurzaamheidsdoelen. Maar zelf als je het daarbij zou laten — en dat is dus vrij conservatief — dan wordt er gemiddeld 12 kilo vlees te veel gegeten door Nederlanders. Als die Schijf van Vijf je koers is, dan moet je wat doen. Dan moet je beleid inzetten om ervoor te zorgen dat die vlees- en zuivelconsumptie ook echt een beetje daalt.

De voorzitter:

En uw vraag.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Wat gaat het CDA dan doen om dat te realiseren?

De heer Geurts (CDA):

Overal waar "te" voor staat, is verkeerd. Te veel van iets lijkt me nooit goed. De Schijf van Vijf is prima. Wij hebben ook gezegd: prima dat dat geprobeerd wordt. Maar de dwang die ik merk bij de Partij voor de Dieren, is niet mijn dwang.

Interruptie bij D66

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Volgens mij sluit het rapport van de Rli helemaal niet uit dat je dan ook nog nadenkt over hoe je de landbouw en de veehouderij als geheel verder kunt verduurzamen. Natuurlijk, aandacht voor de bodem en voor de kringlopen, maar het cruciale punt is: stel je kaders of niet? Die kringloopvisie heeft een hoog gehalte aan wensdenken. Zegt D66 hier nu dat de minister in de uitwerking duidelijke kaders moet stellen en wel het doel voorop moet stellen dat in het rapport van de Rli wordt geschetst, met alle invullingen en dingen die in de landbouwvisie van D66 ook nog kunnen gebeuren?

De heer De Groot (D66):

Het hangt af van de kaders. Je gaat nieuwe spelregels maken voor de productie. De omvang vind ik niet eens zo interessant. Je moet gewoon zorgen dat je een veehouderij, een voedselsysteem hebt dat de aarde niet belast en dat ook goed is voor dierenwelzijn. Als je dat hebt, maakt die omvang ook niet zo heel veel uit. En dan is het ook nog interessant. Als andere landen ook leren wat Nederland hopelijk tegen die tijd wel kan, hebben we ook op de hele wereld een voedselsysteem dat duurzaam is. We kunnen de kennis die we daarover opdoen dan ook exporteren. Maar om nu van tevoren al te zeggen dat het zo en zo groot moet zijn. Daar zie ik het nut niet van in.

De voorzitter:

Afrondend, mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

De kringloopvisie van de minister, waar D66 en eigenlijk alle coalitiepartijen aan hebben meegeschreven, is nu nog heel vrijblijvend. Als die niet wordt aangescherpt, dan staan we hier in 2030 en moeten we concluderen dat er alsnog moet worden ingegrepen in de landbouw. D66 erkent toch dat dat voor boeren heel vervelend is? Daar waarschuwt de Rli voor. Dat is én voor de boeren, én voor de samenleving onnodig ingewikkeld en onnodig duur. Wordt die uitwerking nu dus met scherpe kaders, of blijft het vrijblijvend en staan we hier in 2030 met alle ellende van dien?

De heer De Groot (D66):

De uitwerking is aan de minister, maar als het aan D66 ligt, gaat die gepaard met kleine stappen op de drie punten voer, mest en bodem. Je gaat dan elke keer kijken of je met kleine betekenisvolle stappen naar een systeemwijziging kunt toewerken. Het gaat dan niet om laaghangend fruit, maar om stappen die wel tot discussie leiden en die hier en daar ook winnaars en verliezers opleveren. Het is echt wel iets heel anders qua voedselproductie. Je kunt dus niet van tevoren een blauwdruk maken en zeggen: het moet er zo, en zo, en zo uitzien. Wat je wel kunt doen, is op die gebieden elke keer de politieke moed hebben om stappen te zetten. Daar gaat het D66 om. Dan heb je richting 2030 een totaal ander systeem.

Interruptie bij PVV:

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik heb gewoon een simpele vraag: erkent de PVV dat het voor de dieren wel fijner is als we ze minder fokken, doden en opeten?

De heer Madlener (PVV):

Nee, nee, nee. Dat erken ik niet. Een dier heeft helemaal niet in de gaten dat het gefokt wordt om te worden opgegeten. Dat weet dat dier niet. Het dier moet goed gehouden worden en een dierwaardig leven kunnen leiden, het liefst zo veel mogelijk in zijn eigen natuurlijke habitat. Wij streven dus wel naar een beter dierenwelzijn. Ook als je een dier doodt, moet dat humaan gebeuren, dus geen halalslachterijen en dat soort praktijken. Maar nee, wij vinden niet per se dat je geen dier moet eten omdat dat per se leed zou veroorzaken. Een dier weet echt niet dat het naar de slacht wordt gebracht.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Dit vind ik toch een beetje teleurstellend. Je kunt van mening verschillen over welk gevolg je daaraan moet verbinden. Maar de PVV zou toch moeten erkennen dat het voor een dier dat niet dood wil worden gemaakt, maar toch het slachthuis wordt ingejaagd, geen gezellig feestje is daar binnen? Ik wijs hem erop dat de meneer van de zogenaamd meest diervriendelijke manier van eieren produceren — Kipster — laatst gezegd heeft: ik heb het gezien, we hebben het zo goed mogelijk geprobeerd, maar er bestaat niet zoiets als diervriendelijk slachten. Dat zou je toch in elk geval moeten erkennen?

De heer Madlener (PVV):

Ik denk dat er wel zoiets bestaat als niet-dieronvriendelijk slachten, want een dier weet dat niet. Als je een dier goed slacht, heeft het niet eens door dat het geslacht of gedood wordt. Het wordt trouwens pas geslacht als het al dood is. Natuurlijk heeft een slachthuis heel belangrijk werk. Wij willen dan ook het toezicht op de slachthuizen verbeteren. Een dier wordt niet het slachthuis ingejaagd; het wordt daar naar binnen gebracht en daarna doodgemaakt. Dat heeft dat dier helemaal niet door als het goed gebeurt. En het moet goed gebeuren. Wij zijn absoluut niet tegen het eten van vlees. Voor ons is de mens een omnivoor. Omnivoren eten zowel plantaardige als dierlijke eiwitten. Dat willen wij graag zo houden. Wij vinden de vrije keuze daarin ook heel belangrijk.

Interruptie bij minister Schouten:

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

De minister geeft geen helder antwoord op de heldere vraag: erkent zij dat als je nu niet de stappen zet die de Rli adviseert — geef duidelijkheid over de productieruimte die er is, maak beleid zodat boeren de tijd hebben om om te schakelen — je het risico loopt dat je op een later moment, op een veel later moment, op een ongunstiger moment, alsnog maatregelen moet treffen, en dat het dan dus voor de samenleving en de boeren ingewikkelder en duurder is? Erkent zij dat?

Minister Schouten:

Het suggereert dat wij dat niet aan doen zijn. Ik heb volgens mij net uitgelegd dat wij juist de visies aan het uitwerken zijn waarin we die richting voor de boeren gaan geven.

De voorzitter:

Mevrouw Ouwehand, afrondend.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Belooft de minister dan dat die uitwerking zo scherp is dat dat risico niet ontstaat, dat die duidelijkheid er is over de ruimte die boeren dan nog hebben in 2030 en 2050 en dat ze de gelegenheid hebben om daar naartoe te werken? Wordt dat zo scherp? Worden dat scherpe kaders of blijft het een vrijblijvende aanpak?

Minister Schouten:

Mevrouw Ouwehand mag de plannen beoordelen op het moment dat ze hier in de Kamer liggen.