Monde­linge vragen Van Kooten over konij­nen­fokkers die over lijken gaan


2 april 2019

De voorzitter:

Ik ga nu naar mevrouw Van Kooten-Arissen voor haar vragen aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, die intussen is gearriveerd. Ik heet de minister van harte welkom. De vraag gaat over het doorfokken van konijnen. Het woord is aan mevrouw Van Kooten-Arissen.

Mevrouw Van Kooten-Arissen (PvdD):

Voorzitter, dank u wel. In Nederland hebben hobbyfokkers van konijnen vrij spel. Ze gaan letterlijk over lijken. Exemplaren die niet mooi genoeg zijn, een vachtje hebben met verkeerde stippen, strepen of kleur worden zonder pardon gedood. Ze belanden bij het afval, in een emmer water, worden doodgeslagen, hun nek wordt gebroken en ze worden opgegeten. "Ruimen" noemen de fokkers dat. De schokkende reportage van EenVandaag bracht deze veelvoorkomende lugubere praktijk in beeld via undercoverbeelden. Ook de Universiteit Utrecht trekt aan de bel in haar onderzoeksrapport uit 2018. Het eigenhandig breken van de nek is verboden, maar het ontbreekt aan controle op deze malafide praktijken. Dat constateren de onderzoekers en ze concluderen dat striktere en duidelijkere wetgeving en regelgeving aanknopingspunten kunnen bieden om handhaving en controle mogelijk te maken.

Is de minister het met de Partij voor de Dieren eens dat de zogenoemde "tekening rasfok" afschuwelijk is, dat dit absoluut niet mag gebeuren in Nederland en dat daar hard tegen opgetreden moet worden? Hoe kan het zo zijn dat 400 fokkers simpelweg vrij spel hebben en dat er een undercoverteam voor nodig is om dit aan het licht te brengen? Waarom mogen deze mensen nog dieren houden en vrij hun gang gaan, terwijl het mishandelen en doodslaan van het dier een strafbaar feit is? Waar blijft het houdverbod dat naar de Kamer zou komen? Vindt de minister het voor deze notoire dierenmishandelaars niet passend om de rechter mogelijkheden te geven een levenslang houdverbod op te leggen voor het houden van alle dieren? Hoe is uit te leggen dat de NVWA slechts vijf medewerkers heeft — vijf medewerkers! — die zich bezighouden met de controle op het welzijn van gezelschapsdieren? Hoe kan het dat er al jarenlang, dus van kabinet op kabinet, zodanig bezuinigd wordt op het toezicht en de handhaving dat de NVWA, de organisatie die verantwoordelijk is voor de controle, volledig kapotbezuinigd is en verworden is tot een tandeloze toezichthouder? Erkent de minister dat de dierenpolitie meer mankracht moet krijgen en dat er niet alleen taakaccenthouders moeten komen maar ook fulltime dierenpolitieagenten? Wil zij zich daar samen met haar collega-minister van Justitie en Veiligheid sterk voor maken?

De voorzitter:

Het woord is aan de minister.

Minister Schouten:

Dank u wel, voorzitter. Dank aan mevrouw Van Kooten-Arissen voor de gestelde vragen. Ik heb de reportage bij EenVandaag ook gezien. Ik moet zeggen dat ik vind dat met de in deze uitzending getoonde praktijken ook morele grenzen worden overschreden. Dat dieren vanwege een verkeerde kleur doodgemaakt worden, stuit ook mij tegen de borst, want een dier met een verkeerde kleur — ik vind het bijna raar om dat uit te spreken, maar het gaat om een kleur die iemand niet bevalt — kan nog prima verkocht worden of nog ergens naartoe gebracht worden waar dat dier wel goed verzorgd wordt. In de reportage worden ook dodingsmethoden genoemd die verboden zijn.

We hebben in Nederland regels ter bescherming van dieren. Voor door hobbyisten gehouden konijnen gelden naast het verbod op verwaarlozing en mishandeling, dat voor alle dieren geldt, ook algemene huisvestings- en verzorgingsnormen. Op dit moment zijn wij bezig met de evaluatie van de Wet dieren. In de Wet dieren is opgenomen dat gekeken wordt met welke methoden bepaalde dieren gedood mogen worden. Voor honden en katten zijn bijvoorbeeld vrij specifieke regelingen opgesteld. Mijn voorgangers hebben eerder al aangegeven dat ze bij de evaluatie van de Wet dieren zullen bekijken hoe om te gaan met andere gezelschapsdieren. Die evaluatie loopt nu. Ik stel dus voor dat we die discussie dan voeren. Ik heb al gezegd dat ik vind dat dit een discussie waard is. Dan hebben we ook de gegevens die hierop betrekking hebben. Daarnaast wordt er vanuit mijn ministerie jaarlijks een gesprek gevoerd met de vertegenwoordigers van de hobbyhouders. In dat gesprek zal ik ook aan laten kaarten wat de manieren zijn om deze dieren te houden, wat de methoden van doden zijn en hoe de sector zelf zijn verantwoordelijkheid neemt om daarin verbetering aan te brengen.

Mevrouw Van Kooten-Arissen (PvdD):

Heel fijn dat de minister aangeeft dat deze praktijk ook haar tegen de borst stuit en dat ze het fijn vindt dat hier in de Kamer een discussie wordt gevoerd. Die discussie is inderdaad hoognodig, want de dieren zijn nogal vaak het ondergeschoven onderwerp. Ze geeft aan dat er sprake is van regelgeving en dat die geëvalueerd wordt. Maar nu gaat de minister voorbij aan mijn vragen over de NVWA. Feit is dat slechts vijf medewerkers bij de NVWA gaan over de controle op de gezelschapsdieren. Al deze vijf medewerkers hebben geen studie diergeneeskunde afgerond. Dat is schokkend weinig. Ik maak mij er ook zorgen over dat er een gebrek aan kennis is om goed te controleren. Tegenover deze vijf handhavers, controleurs, staan 400 hobbyfokkers, waarbij het dagelijkse praktijk is dat zij de konijnen die niet aan de goede kleur voldoen, zomaar bij het afval werpen en waarbij dierenmishandeling dus dagelijkse praktijk is. Ik vraag de minister om niet meer te wachten, niet meer te treuzelen, de dierenpolitie uit te breiden met meer mankracht en de kennis van de NVWA uit te breiden. Gaat de minister de daad bij het woord voegen door met de minister van Justitie en Veiligheid te pleiten voor een levenslang houdverbod voor dierenmishandelaars? Want anders gaat dit niet stoppen.

Minister Schouten:

Er is nu een wetsvoorstel betreffende het houdverbod in consultatie geweest; die consultatie is afgerond. Dat wetsvoorstel zal zeer binnenkort naar deze Kamer worden gezonden. Dat wetsvoorstel ligt bij mijn collega van JenV, maar ik ben daar uiteraard nauw bij betrokken. Het zal dus zeer binnenkort naar deze Kamer komen en dan kan het hier ook behandeld worden. Het tweede punt betreft de inzet van de NVWA en de dierenpolitie. De dierenpolitie ligt ook bij mijn collega van JenV, maar ik praat wel met hem over de inzet en de verdeling van de taken. Zoals mevrouw Van Kooten-Arissen weet, heeft dit kabinet juist geïnvesteerd in de NVWA. Daarnaast hebben we ook nog de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming, waar ik ook op inzet en die ik ook bekostig. Op die manier zijn er dus meerdere kanalen waarmee wordt ingezet op dierenwelzijn en het handhaven daarvan. Op die manier proberen we de praktijken die we onwenselijk vinden, een halt toe te roepen.

De voorzitter:

Tot slot, mevrouw Van Kooten-Arissen.

Mevrouw Van Kooten-Arissen (PvdD):

Fijn dat de minister wil inzetten op verbetering. Maar we zien dat er een groot tekort aan handhavers is. Er wordt ook continu bezuinigd op de dierenpolitie; het is daar een taakaccent in plaats van een fulltimetaak. En bij de NVWA ontbreekt de nodige kennis. De Partij voor de Dieren pleit ervoor om de handhaving en het toezicht echt op te schalen en de dieren de bescherming te geven die zij verdienen.

Minister Schouten:

Ik heb net aangegeven hoe de inzet is vormgegeven. Op die manier proberen we ook breder, bijvoorbeeld bij de evaluatie van de Wet dieren, te kijken naar de wet- en regelgeving, maar spreken we ook de sector zelf aan op de eigen verantwoordelijkheid om zo ongewenste praktijken uit te bannen.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Van Kooten.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):

De minister zegt aan de ene kant: er zijn regels en die zijn er ter bescherming van het dierenwelzijn. Aan de andere kant zegt zij ook: de sector zelf moet gaan zorgen voor handhaving van die regels. Legt de minister dat bij de sector neer uit gebrek aan middelen om het zelf te controleren of zit daar een andere filosofie achter?

Minister Schouten:

Ik heb net proberen uit te leggen dat we in de Wet dieren op dit moment geen speciale bepaling hebben voor de methode waarmee in dit geval konijnen gedood mogen worden. Voor honden en katten hebben we dat wel vastgelegd in de Wet dieren. De vraag of je dit breder moet trekken voor gezelschapsdieren wordt op dit moment meegenomen in de evaluatie van de Wet dieren, omdat die regel nog niet bestaat. Dat is een discussie die we dan gaan voeren. Daarnaast hebben we regulier de LID en de NVWA. Bovendien gaan we de sector zelf aanspreken, omdat ik vind dat die daar een rol in moet hebben.

De voorzitter:

Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit mondelinge vragenuur. Ik schors de vergadering. Na de schorsing gaan we stemmen.