Bijdrage Ouwehand: dertigle­den­debat over de afname van de insec­ten­po­pu­latie in Nederland


1 februari 2018

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. Eind vorig jaar kwam het bericht naar buiten dat uit grootschalig, langdurig onderzoek in Duitsland is gebleken dat in nog geen 30 jaar tijd driekwart van de insectenpopulatie is verdwenen. Je zou kunnen zeggen dat dat een op zichzelf staand bericht is, maar daarna volgde het bericht over de ammoniakdepositie in Nederland dat de aanpak faalt en dat de biodiversiteit ook daaronder fors te lijden heeft.

Wat er gebeurd is, is dat de beweging die al heel lang actief is in Nederland en die erop wijst dat de manier waarop de Nederlandse landbouw is ingericht ons misschien wel veel heeft gebracht kort na de Tweede Wereldoorlog maar dat we inmiddels met dat intensieve systeem ver zijn weggedreven van het optimum en dat het nu veel meer nadelen kent, met name voor het kunnen behouden van cruciale ecosysteemdiensten voor de mens op zichzelf en voor de landbouw, en dat het dus tijd is voor een radicale herziening van het landbouwbeleid. Die beweging is op gang gekomen, daar gaat dit debat over.

Zojuist zei de minister in een ander debatje dat de Partij voor de Dieren misschien een beetje te laat was geweest bij het aanscherpen van een actieprogramma dat bedoeld is om de grondwaterkwaliteit te beschermen. Ik zie dat als een uitnodiging. Er lopen nog onderzoeken. De minister heeft gezegd: we gaan kijken hoe het in Nederland zit met die teruggang, de insectensterfte. Er wordt gewerkt aan een deltaplan biodiversiteit. Maar in dit debat denken wij dat het wel tijd is om de richting alvast mee te geven die de minister op moet gaan.

Dus de vraag is: heeft zij, heeft haar ministerie, ook goed meegeluisterd met het rondetafelgesprek dat is georganiseerd? Voor de Partij voor de Dieren was er weinig nieuws te horen, maar het is wel ontzettend goed dat het gebeurd is, omdat daar ecologen, wetenschappers, landbouwexperts, allemaal zeiden: als we vasthouden aan die industri├źle en die intensieve landbouw, dan gaan we de doelen niet halen. Niet voor de bodem, niet voor het water, niet voor de biodiversiteit, noem ze allemaal maar op.

In juli van vorig jaar hebben wij van het toenmalige kabinet, van staatssecretaris Van Dam een brief gekregen over de scenario's die we zouden kunnen volgen voor het overschakelen naar natuurinclusieve landbouw. Daar zijn mooie scenario's uitgewerkt en ook goede ambitieniveaus onderscheiden die je zou kunnen kiezen.

In die brief stond toen: ik ga het niet meer doen, dat is aan het volgende kabinet. De vraag aan deze minister is, met haar beloftes dat ze gaat kijken naar integrale aanpak van de problemen waar de landbouw mee kampt: welk ambitieniveau gaat zij kiezen voor het overschakelen naar natuurinclusieve landbouw? Welke aanpak gaat zij daarbij volgen en welke planning kunnen we daarbij van haar verwachten? En hoe staat het met de uitvoering van de aangenomen moties om minstens in Europa te pleiten voor een totaalverbod op het gebruik van dat supergevaarlijke landbouwgif, alle neonicotinoïden?

Dank u wel.