Inbreng Van Raan schrif­telijk overleg BTW


26 januari 2018

De leden van de PvdD-fractie zijn van mening dat de overheid de taak heeft om aanjager van verduurzaming van onze economie te zijn en de btw kan hier ook een instrument in zijn. De regering dient zich hiertoe inzetten voor een btw-richtlijn met maximale beleids- en tariefvrijheid van de lidstaten.. De leden hebben hierover enkele vragen en opmerkingen.

Algemeen

Bij het laatste AO van 2 juni 2016 is de motie Thieme – Groot aangenomen waarin de regering wordt verzocht, zich in te zetten voor een btw-richtlijn met maximale beleids- en tariefvrijheid van de lidstaten. De leden van de PvdD-fractie willen graag van de staatssecretaris van Financiën weten op welke concrete wijze aan deze motie tot op heden invulling is gegeven en hoe in 2018 verdere opvolging gegeven wordt?

Erkent de staatssecretaris dat de lijst van goederenleveringen en diensten waarop de verlaagde tarieven mogen worden toegepast (bijlage III) de tariefvrijheid van lidstaten beperkt? Zo niet, wat is de meerwaarde van deze lijst? Zal de staatssecretaris in Europees verband pleiten voor het afschaffen van deze restrictieve lijst? Welke Europese landen staan historisch de voorgestelde beleids- en tariefvrijheid in de weg en op welke onderdelen van de lijst?

Europese Unie-rechters hebben geoordeeld dat het lagere btw-tarief in het Verenigd Koninkrijk voor energie-efficiëntie bij woningen onwettig is (4 juni, 2015) [1].

Groot-Brittannië had als onderdeel van de ‘Green deal’ een verlaagd btw tarief voor de installatie en levering van "energiebesparende materialen" voor huisvesting, maar het Europese Hof van Justitie (EHvJ), dat zich uitspreekt over EU-rechtspunten, was in Luxemburg het eens met de Europese Commissie en oordeelde dat de lagere prijs de btw-richtlijn schond. De Europese Commissie heeft de lidstaten opgeroepen om "energie-efficiëntie eerst" in te voeren. De Energy Union-strategie van de uitvoerende macht noemt de renovatie van gebouwen als een van zijn belangrijkste doelstellingen.

Hoe kijkt de staatssecretaris aan tegen bovenstaande casus in het Verenigd Koninkrijk? Is Groot-Brittannië in bovenstaand geval ondersteund door de Nederlandse regering in Europees verband?

“Grootste hervorming” van btw-regels in een kwarteeuw

De leden van de PvdD-fractie hebben de aankondiging gelezen dat de Europese Commissie plannen presenteert voor de grootste hervorming van de btw-regels van de EU in een kwarteeuw: een definitief btw-stelsel voor de eengemaakte Europese markt om ter vereenvoudiging en fraudebestendiging.

De voorgestelde maatregelen om nu óók BTW te heffen op grensoverschrijdende transacties en het één loket systeem van innen in het land van oorsprong worden door de PvdD ondersteund om fraude door “gewetenloze ondernemingen” (quote EC) te bestrijden. Het mooie hiervan is volgens de PvdD-fractie dat eenvoud samengaat met beleidsvrijheid van lidstaten om zelf de grondslag en tarieven van btw vast te stellen.

De fractieleden van de PvdD hebben een aantal vragen/overwegingen over de overstap naar het beginsel van “bestemming”, waarbij het definitieve btw-bedrag altijd aan de lidstaat van de uiteindelijke consument wordt afgedragen en de btw volgens het tarief van die lidstaat wordt geheven. De leden van de PvdD-fractie begrijpen hierin de overweging dat hierdoor de prikkel weggenomen wordt voor bedrijven om zich te vestigen in een land met een lage btw. Onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) “Fiscale vergroening: belastingverschuiving van arbeid naar grondstoffen, materialen en afval (2017)” stelt dat belasting zo dicht mogelijk bij de bron geheven dient te worden om het markt falen te corrigeren. Volgens het PLB hebben eindconsumenten beperkt invloed op verduurzaming in de keten (“bestemming”) en het land waar het saleskantoor waar een onderneming (vaak fictief) gevestigd is (om belasting te ontwijken) zou tevens niet de uiteindelijke ontvanger van de belastinginkomsten moeten zijn (“bron”). De leden van de PvdD-fractie vragen zich af of er niet een derde optie is? Kan de staatssecretaris aangeven of in de overweging voor de keuze van “bron”of “bestemming” ook andere vormen zijn meegenomen/ afgewogen?

Bijvoorbeeld om de btw te heffen bij de partijen waar waarde onttrokken wordt (grondstoffen, productie) en de inkomsten neer te laten slaan bij de landen waar overheidsinvesteringen zijn gedaan om de diensten of goederen mogelijk te maken (infrastructuur, onderwijs, innovatie) en/of ter herstel van de natuurlijke omgeving na grondstoffenwinning. Graag ontvangen de leden van de PvdD-fractie een reactie van de staatssecretaris hierop. Welke belemmeringen en mogelijkheden ziet de staatssecretaris hiertoe?

Een echt grootse hervorming die wat betreft de leden van de PvdD-fractie onderzocht zou moeten worden is een belasting onttrokken waarde in plaats van een belasting op toegevoegde waarde. De overheid denkt hier al meer dan twintig jaar over na, maar komt tot weinig. Deelt de staatssecretaris deze conclusie? Het Ex’tax project toont wel degelijk het win-win karakter van een belasting onttrokken waarde. Ook het OESO stelt in een recent rapport[2] dat “reële belastinginkomstenbelangen kunnen worden gecombineerd met effectief milieubeleid. Meer bewustzijn van het inkomstenpotentieel kan er zelfs voor zorgen dat keuzes voor slechte inkomsten worden vermeden”. Is de staatssecretaris bereid om vervolgonderzoek te doen naar hoe milieubelastingen kunnen samengaan met het genereren van belastinginkomsten?

Vergroening – samenhang btw en milieubelastingen

De vorige minister van Financiën (en het PBL) stelde dat belastingen niet primair bedoeld zijn om mensen te sturen. In de praktijk is dit echter wel het geval. Al jaren worden grootverbruikers middels belastingkortingen en marktfalen gestimuleerd om maar zoveel mogelijk aardgas te gebruiken, aardgas uit Groningen was immers economisch gezien ‘goedkoop’. Dat het maatschappelijk gezien duur is werd echter vergeten. Burgers werden door de hypotheekrenteaftrek gestimuleerd om maar niet hun huis af te lossen en we weten hoe dat voor veel mensen tijdens de crisis heeft uitgepakt. Of deze regering het nu wil of niet, belastingen beïnvloeden gedrag. Net zoals dat marktprijzen gedrag beïnvloeden. Belastingen kunnen en moeten een rol spelen in het corrigeren van markt falen. Is de staatssecretaris het eens met deze conclusie?

We leven in een wereld waarin klimaatverandering één van de grootste bedreigingen van onze tijd vormt. Dit wordt onderschreven in het deze week verschenen rapport van 745 leden van het World Economic Forum[3]. Ook de VN stelt in 2017 dat klimaatverandering de grootste bedreiging voor wereldwijde veiligheid[4] en het IMF herhaalt in 2017 de waarschuwing van een ‘donkere toekomst’ als klimaatdreiging genegeerd wordt[5].

Het op grote schaal winnen van grondstoffen bedreigt niet alleen de doelstelling om de temperatuurstijging onder de 1,5 graden te houden maar ook de biodiversiteit, water- en grondkwaliteit, en dieren- en mensenrechten. In het Rijksbrede programma ‘Nederland Circulair in 2050’ onderkent het kabinet dit met de ambitie om onze economie om te buigen naar een duurzaam gedreven, volledig circulaire economie in 2050. Het eerste doel is ambitieus maar niet onhaalbaar: 50% minder verbruik van primaire grondstoffen (mineraal, fossiel en metalen) in 2030. “Om dit doel te bereiken moeten we op alle niveaus van onze samenleving actie ondernemen en duidelijke mijlpalen stellen.”

Het huidige btw-stelsel dat primair bedoeld is om belastinginkomsten te genereren slaat hierin de plank volledig mis. Het PBL stelt dat wanneer het doel is om de totale hoeveelheid afval en grondstoffengebruik te verminderen, een uniforme btw-verhoging (belasting over de toegevoegde waarde) niet direct bijdraagt aan een meer circulaire economie en dus een weinig effectief instrument is. De leden van de PvdD-fractie willen weten of de staatssecretaris de PBL-conclusie onderkent?

Volgens het PLB is de btw wel effectief om in algemene zin de consumptie te ontmoedigen. Specifieke milieubelastingen en –heffingen stimuleren een circulaire economie meer. In het rapport Fiscale vergroening (2017) benadrukt het PBL echter dat milieubeprijzing interacteert met bestaande belastingprikkels zoals de btw en de vpb. Deze moeten dus in samenhang onderzocht worden. Is de staatssecretaris hiertoe bereid? De leden van de PvdD-fractie zien voor de btw, naast de functie van belastinginkomsten, ook een grotere rol in de vergroening van onze economie om ervoor te zorgen dat geen tegengestelde fiscale prikkels ontstaan en het belastingstelsel geen grote rondpompmachine wordt, waarbij aan de ene kant btw geheven wordt bij eindgebruikers op ‘schone’ producten om het aan de andere kant terug te geven. Deelt de staatssecretaris de mening van de fractieleden van de PvdD dat het huidige btw-stelsel met ontheffingen en vrijstellingen voor grootvervuilende sectoren gecombineerd met alleen algemene btw verhogingen voor consumenten, zoals het kabinet nu doorvoert, de milieuschade van vervuilende grootverbruikers niet kan inprijzen? Welke visie heeft de staatssecretaris ten aanzien van de samenwerking tussen de btw en milieubelastingen?

Het PBL stelt in hetzelfde rapport dat de gedachte van een ecologisch voetafdruk vraagt om het gedifferen­tieerd belasten van verschillende producten, afhankelijk van de gemeten milieuvoetafdruk. De Europese Commissie stelt dat milieuheffingen een duidelijk positief effect heeft gehad op het milieu (bijvoorbeeld de afvalstoffenheffing in Nederland). Is de staatssecretaris het eens met de conclusie van de Europese Commissie? Zo nee, waarom niet? Helaas is het nu zo dat de inkomsten uit milieubelastingen binnen Europa in de afgelopen jaren af- in plaats van toenemen[6]. Wat gaat de staatssecretaris doen om deze trend te keren, zowel binnen Nederland als op Europees niveau? Ziet de staatssecretaris hiertoe voor Nederland een rol om een kopgroep te vormen binnen Nederland met andere welwillende landen om milieuschade beter in te prijzen?

Milieuschade – btw en milieubelastingen

Het PBL heeft onderzocht dat de totale berekende milieuschade (nog exclusief maatschappelijke schade zoals bijvoorbeeld aardbevingsschade in Groningen) door de emissie van stoffen, met name naar de lucht, ruim 38 miljard euro is voor alleen al de productie in Nederland. Inkomsten van milieubelastingen en –heffingen bedragen ongeveer 25 miljard euro (CBS, 2016). Waarbij huishoudens bijna twee derde van de lasten dragen. Dit staat zelfs los van de btw waar consumenten rechtstreeks voor opdraaien. De totale milieuschade veroorzaakt in Nederland binnen de sector waarin de genoemde materialen en halffabricaten worden gemaakt, is gelijk aan ongeveer 7 miljard euro. Het gaat hierbij om ongeveer 18 procent van de totale milieuschade in Nederland. Deze ontvangsten zijn bij benadering gelijk aan 13 procent van de btw-ontvangsten (53 miljard euro op basis van Rijksoverheid (2017)). De bovengrens van een mogelijke tariefsverlaging is dus ongeveer 2.5 procentpunten voor de btw.

Zoals het PBL in het onderzoek aantoont voor energie, zal ook gelden voor verschillende producten en grondstoffen, dat de totale belasting (milieubelastingen en btw) voor sommige producten en gebruikers de milieuschade overtreft terwijl deze voor anderen veel te laag is. De leden van de PvdD-fractie zijn van mening dat pas wanneer dit helder is, stappen gemaakt kunnen worden om ons btw-stelsel eerlijker en eenvoudiger te maken.

Is de staatssecretaris bereid om, bovenstaand overwegende, in 2018 nog een onderzoek te laten uitvoeren naar 1) de discrepantie tussen de milieuschade van verschillende grondstoffen en producten en de toegepaste belasting inclusief de samenhang met de btw, daarbij meenemend waar in de keten (fase 1-4, grondstoffenwinning tot consument) de belastingdruk neergelegd wordt en 2) aan het PBL de opdracht te geven om de beleidsopties opgenomen in het rapport Fiscale vergroening (2017, zie bijlage 1) verder uit te werken teneinde de resultaten mee te nemen in het Belastingplan 2019?

Vervuiler moet ook btw betalen

Een recent OESO rapport[7] stelt dat “goede praktijken een brede dekking vereisen, sterke en stabiele prijzen (in de loop van de tijd stijgend voor de uitstoot van broeikasgassen) en sociaal productief gebruik van de inkomsten. De huidige praktijk heeft een beperkte dekking, lage en soms volatiele snelheden in de meeste sectoren behalve transport, en sterke tariefdifferentiatie over en ook binnen sectoren van de economie. Tariefdifferentiatie tussen sectoren kan zinvol zijn als rekening wordt gehouden met de volledige set van relevante externaliteiten en als doelstellingen voor het genereren van inkomsten in aanmerking worden genomen. Tariefdifferentiatie binnen sectoren als gevolg van compensatie voor sommige belastingbetalers is echter veel moeilijker te verdedigen.” Is de staatssecretaris het eens met deze conclusie van de OESO? Zo nee, waarom niet?

Dat de lucht- en zeevaart nog steeds ontzien wordt is wat betreft de leden van de PvdD-fractie onacceptabel: deze sectoren betalen geen btw op kerosine, aanschaf, onderhoud en (vlieg- en vaart)tickets. Er is geen enkel argument dat dit belastingvoordeel rechtvaardigt:

Zeker met de voorgestelde maatregelen van de Europese Commissie om nu óók BTW te heffen op grensoverschrijdende transacties en het één loket systeem van innen te faciliteren;

Vliegtickets zijn een verbruiksproduct, zelfs een luxeproduct. Terwijl over basisrechtelijke producten zoals groente- en fruit en zelfs water btw geheven wordt;

Gelijk speelveld in internationaal transport: coach en internationale passagier
het vervoer per spoor is in veel gevallen onderworpen aan btw;
Vanuit een fiscaal-strategisch argument stelt de EC dat ‘verbreding van de belastinggrondslag te verkiezen is boven het verhogen van de belastingtarieven’. Afschaffing van deze btw vrijstelling geeft hier gehoor aan;

Vanuit een milieu perspectief is de luchtvaart veruit de meest klimaatintensieve wijze van vervoer.

In het regeerakkoord is opgenomen dat ingezet wordt op Europese afspraken over belastingen op luchtvaart in het kader van de voor 2019 geplande onderhandelingen over de klimaatdoelen van ‘Parijs’. De leden van de PvdD-fractie verzoeken de staatssecretaris om een plan van aanpak ten aanzien van de inzet van Nederland betreffende de btw-heffing voor de lucht- en zeevaart.

Nationale kwesties betreffende btw

Het is wat betreft de leden van de PvdD-fractie onterecht dat op diergeneeskundige handelingen 21% belasting geheven wordt. Hierin wordt de PvdD ondersteund door onder anderen het Collectief Praktiserende Dierenartsen, de KNMVD (de beroepsorganisatie van dierenartsen[8]) en de Koningin Sophia-Vereeniging. Die laatste heeft in 2015 nog 37 duizend handtekeningen gepresenteerd aan de commissie van Financiën. Onderkent de staatssecretaris dat adequate medische zorg voor dieren noodzaak is en geen luxedienst? Met een verlaging van de btw naar het lage tarief wordt diergeneeskundige zorg toegankelijker en zal het dierenleed afnemen dat wordt veroorzaakt doordat huisdiereigenaren de hoge dierenartskosten niet kunnen of willen dragen. Onderkent de staatssecretaris dat verschillende btw tarieven zijn ingesteld om laagste inkomens te ontzien ten aanzien van basisproducten? Dat is namelijk precies waar de leden van de PvdD-fractie op wil sturen. Op grond van de EU btw-richtlijn is het mogelijk om diergeneesmiddelen tegen het verlaagde tarief te belasten al mogelijk en daar maakt Nederland al gebruik van. Kan de staatssecretaris uitleggen waarom diergeneesmiddelen wel onder het lage btw mogen vallen maar geneeskundige handelingen niet? Is de staatssecretaris het met de PvdD fractieleden eens dat belastinginkomsten geen reden mag zijn om diergeneeskundige handelingen in het hoge btw tarief te houden? Ziet de staatssecretaris, met het opheffen van vrijstellingen van de vervuilende luchtvaart, mogelijkheden om de derving van inkomsten uit diergeneeskundige handelingen te compenseren? Is de staatssecretaris voornemens om de inconsistentie in de btw-tarieven tussen diergeneesmiddelen en diergeneeskundige handelingen op Europees niveau aan te kaarten?

Het CBS becijferde (onderzoek augustus 2017) dat roomijs, suiker, chocolade, frisdrank, sappen vol suikers, jam en allerlei zoetwaren steeds minder zwaar op de portemonnee drukt. Datzelfde geldt voor varkensvlees, kip, rund- en kalfsvlees. Voor gezonde voeding geldt het omgekeerde. Consumenten betalen voor deze producten ruim 50 procent meer dan in 2000. “De prijsverschillen tussen junkfood en gezond eten worden al jarenlang alleen maar groter. De supermarkt schappen liggen vol spotgoedkoop junkfood. Een donut kost 55 cent, een Mars pakweg 36 cent, een roze koek 16 cent en een appelkoek 11 cent. Een appel daarentegen kost 59 cent, een paprika 99 cent en een avocado al snel meer dan een euro”, aldus Foodwatch. Hoe waardeert de staatssecretaris het feit dat cijfers aangeven dat het huidige overheidsbeleid om gezondheid te bevorderen met deze cijfers faalt?

Onderzoek van de UvA laat zien dat groente en fruit 25% goedkoper maken ertoe leidt dat gezinnen bijna 1 kg per week meer groente en fruit kopen[9]. En dat niet meer geld besteed wordt aan ongezonde ‘snacks’. De PvdD-fractieleden willen dat gezonde producten voor huishoudens met een beperkte portemonnee gestimuleerd worden. Net zoals dat sigaretten uitgezonderd worden van het lage btw tarief op voedingsmiddelen zou het toepassen van het hogere btw-tarief (of verhoging van andersoortige belastingen/heffingen) op ongezonde en milieubelastende voeding, zoals vlees, bij gelijktijdige verlaging van het btw tarief op groente en fruit het huidige marktfalen corrigeren. Daar plukt iedereen de vruchten van. Is de staatssecretaris van mening dat belastingen, waaronder de btw, een rol kunnen en moeten spelen om het marktfalen dat CBS signaleert betreffende ongezond eten te keren? Is de staatssecretaris, op basis van de UvA resultaten, bereid stappen te nemen? De leden van de PvdD-fractie vragen of de staatssecretaris bereid is een onderzoek te laten uitvoeren welke fiscale maatregelen, inclusief uitvoering, andere landen inzetten om dit markt falen te corrigeren en wat de effectiviteit hiervan is?

De leden van de PvdD-fractie zien dat de voedingsmiddelenindustrie net als de supermarkten er niet gebaat is om groente en fruit goedkoper te maken, daar liggen hun marges niet. Juist bewerkt voedsel zoals koekjes of kant-en-klare maaltijden kan goedkoper gemaakt worden door goedkopere minder gezonde synthetische stoffen te gebruiken en te misleiden. De appelkoek die hierboven genoemd wordt bijvoorbeeld bevat maar liefst 0,8% appelconcentraat. De concentratie zou een factor 6,1 zijn, wat betekent dat er per koek maar liefst 2 gram ‘appel’ is gebruikt[10]. De stelling dat de markt het zal (kunnen) oplossen vindt de PvdD derhalve naïef. Welke kwalificatie geeft de staatssecretaris hieraan en welke vervolgmaatregelen stelt hij op basis van bovenstaande voor?

[1] https://www.euractiv.com/section/uk-europe/news/uk-s-green-vat-ruled-illegal-by-eu-judges/

[2] https://www.oecd.org/tax/tax-policy/environmental-fiscal-reform-G7-environment-ministerial-meeting-june-2017.pdf

[3] https://www.weforum.org/agenda/2017/01/these-are-the-most-likely-global-risks-2017/

[4] http://www.un.org/sustainabledevelopment/blog/2017/10/op-ed-climate-change-is-a-threat-to-rich-and-poor-alike/

[5] https://www.businessgreen.com/bg/news/3019789/reports-imf-repeats-warning-of-dark-future-if-climate-change-threat-is-ignored

[6] http://ec.europa.eu/eurostat/web/environment/environmental-taxes

[7] https://www.oecd.org/tax/tax-policy/environmental-fiscal-reform-G7-environment-ministerial-meeting-june-2017.pdf

[8] De KNMvD bevordert de professionele ontplooiing van de dierenarts op het terrein van dierenwelzijn, diergezondheid, volksgezondheid en voedselveiligheid.

[9] https://ijbnpa.biomedcentral.com/articles/10.1186/1479-5868-9-11

[10] http://daskapital.nl/2015/01/daar_gaan_we_weer_appelkoeken.html