Bijdrage Ouwehand debat insec­ten­sterfte


14 maart 2019

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

We mogen maar heel wenig vragen stellen, dus ik probeer het scherp te houden bij het CDA. Toen de Partij voor de Dieren wees op het belang van biodiversiteit in de steden werden we jaren geleden weggehoond door het CDA: o, wil de Partij voor de Dieren een schutting- en tegelverbod? Nu staan we hier te debatteren over de grote, grote schade die de landbouw toebrengt aan de biodiversiteit en dan zegt het CDA: nee, we moeten het in de steden zoeken. Een: gaat het CDA dat ook echt doen? En twee: waarom kiest het CDA ervoor om een gerenommeerd instituut als het Planbureau voor de Leefomgeving hier in één adem weg te zetten als mensen die maar een beetje goochelen met cijfers? Want dat deed het CDA net aan het begin van de bijdrage.

De heer Geurts (CDA):

Dit lijkt mij een interruptie die is voorbereid zonder dat er geluisterd is naar mijn tekst. Ik heb een goed geheugen, met name als het gaat om wat ik zelf gezegd heb in de jaren waarin ik Kamerlid ben. Volgens mij heb ik nooit de woorden gebruikt die mevrouw Ouwehand hier bezigt. Zij heeft het over decennia geleden. Ik heb net de getallen genoemd als het gaat om de afname van landbouwgrond. Ja, in 1950 dacht het CDA, de voorlopers van het CDA in die tijd, daar iets anders over. Waar het om gaat, zo zeg ik tegen mevrouw Ouwehand, is dat we elkaar de hand geven en dat we proberen om de biodiversiteit in Nederland te verbeteren. Daarom ben ik zo blij met het Deltaplan, waarmee men elkaar de hand toesteekt en waarmee gewerkt wordt aan verbetering. Ja, het kan altijd beter, maar laten we dan ook werken aan die verbetering.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Dit is precies waarom je niet kan samenwerken met het CDA. Samenwerken met een partij die ontkent wat het Planbureau opschrijft, namelijk dat de landbouw een belangrijke veroorzaker is. Samenwerken met een partij die alle pogingen om landbouwgif terug te dringen, tegenhoudt. Samenwerken met een partij die het hele land vol mestfabrieken wil zetten. Dat gaat dus niet werken. Samenwerken kan alleen als de kaders worden gerespecteerd. Dat betekent dat deze minister, die verantwoordelijk is voor de biodiversiteit in Nederland, de doelen moet halen die nota bene CDA-minister Verburg heeft opgeschreven. Als het CDA daar nu van terugkomt en zelfs het PBL probeert zwart te maken, dan kan je dus niet samenwerken met zo'n partij.

De heer Geurts (CDA):

Dat is meer een mening. Mevrouw Ouwehand heeft ook weleens tegen ons, het CDA, en tegen mij, als persoon, gezegd: de aartsvijand. Het zal zo zijn. Het gaat erom dat we in deze samenleving met elkaar samenwerken. Als u goed geluisterd had naar mijn tekst — maar dat heeft mevrouw Ouwehand niet gedaan — dan had u gehoord dat ik heb aangegeven dat er verschillende factoren zijn. Ik ontken niet dat ook de landbouw en de landinrichting een factor zijn. Dus ja, kom dan niet met deze rabiate taal. Het brengt u niks, het brengt de samenleving niks en het brengt de insecten uiteindelijk ook niks.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Geurts. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Ouwehand namens de Partij voor de Dieren.

Mevrouw Ouwehand (PvdD)

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voorzitter. "Het beste moment om een boom te planten is twintig jaar geleden, maar het een na beste moment is vandaag". Die uitspraak van Confucius heeft heel veel in zich: als je wilt beschermen wat van waarde is, is het belangrijk om op tijd te beginnen. Het tweede dat je ervan kunt leren is dat je weliswaar kunt blijven hangen in "we hadden het anders moeten doen", maar dat het belangrijk is om te handelen op het moment dat je, in dit geval, de stukken leest en tot je door laat dringen wat er aan het gebeuren is en wat je eigen verantwoordelijkheid is.

We spreken vandaag over de biodiversiteit. Voor de mensen die dat niet weten: biodiversiteit is het leven op aarde. De Partij voor de Dieren vindt dat al het leven op aarde zijn waarde heeft in zichzelf, los van het nut voor de mens. Het allerbelangrijkste wat we moeten zien te leren als samenleving is dat er andere levende wezens zijn die net zulke zwaarwegende belangen hebben als de mens zelf. Voor ons gaat het om vijf minuten eerder thuis zijn als we weer eens ergens natuur opofferen voor asfalt of 130 km/u mogen rijden. Maar voor dat leven, dat aan de kant moet, is het letterlijk de dood. De mensenbelangen die altijd maar weer prevaleren, zijn geen levensbedreigende belangen. Het is niet zo dat we er dood van gaan als we niet 130 km/u mogen rijden of als dat stukje asfalt niet doorgaat of als er weer een nieuw kantoorgebouw komt omdat die leegstaande ons niet bevallen. Voor mensen zijn het heel vaak futiele belangen, maar we maken wel de rest van het leven dood. De bomen verdwijnen, de insecten verdwijnen, de vogels verdwijnen: alles moet dood. Als we daarop reflecteren, dan zou je alleen al vanuit dat beginsel veel meer waarde moeten toekennen aan de natuur. Maar zelfs als je dat niet wilt, als je niet wilt erkennen dat het andere leven op aarde ook gewoon zijn belangen heeft en respect van ons verdient, dan zou je nog kunnen denken aan de gevolgen voor onszelf. We zijn volledig afhankelijk van de biodiversiteit.

De voorzitter zei laatst, toen ik een debat aanvroeg over hoe de biodiversiteit en de crisis daarin de toekomst van ons voedsel wereldwijd bedreigt: misschien moet u even een kopje koffie met uw collega's drinken en dan een ander voorstel doen voor een debat. Koffie is een van de dingen die we kwijtraken als we de biodiversiteit niet weten te herstellen. 80% van de voedselgewassen is afhankelijk van bestuivers zoals de bij. Hoe kunnen we er prat op gaan dat we de meest intelligente soort op aarde zijn en onze eigen leefomgeving zo drastisch vernietigen? Ik begrijp het werkelijk niet. Ik kan het ook niet uitleggen aan mensen die mij vragen hoe het kan dat de politiek hiermee instemt. Hoe kan dat nou? Ik denk dat de verklaring is dat hier, in dit land, samenwerken al als winst wordt gezien, en dat LTO tevreden moet worden gesteld. Nee, als LTO niet mee wil werken, dan wordt het natuurlijk niks met de biodiversiteit. Hallo, LTO is een belangenorganisatie! En de minister is verantwoordelijk voor het beschermen van de biodiversiteit. De enige goede reden om je doelen naar beneden bij te stellen, wat in de afgelopen decennia is gebeurd, is dat het misschien wel meeviel: o, we dachten dat het biodiversiteitsverlies een groot drama was, maar we hebben nu cijfers waaruit blijkt dat alles is gelukt; we hoeven dus niks meer. Maar dat was niet het geval. De biodiversiteitsdoelen zijn niet gehaald. Dat zijn doelen die VVD, D66 en de Partij van de Arbeid onder Paars II hebben afgesproken, en later waren het CDA, Partij van de Arbeid en ChristenUnie. Dus de minister kan gewoon tegen deze Kamer zeggen: hallo, ik ben verantwoordelijk, dus we gaan het doen zoals het moet en niet achteroverleunen en wachten op vrijwillige samenwerking in een biodiversiteitsplan waar geen enkele verplichting in zit. Er moet een einde komen aan landbouwgif, er moet een einde komen aan de vermesting van onze natuur, en de minister is aan zet.

Ik heb een boompje meegenomen, dat ik aan het einde van het debat graag aan de minister wil aanbieden. Dit is haar kans. Het een na beste moment om een boom te planten is vandaag. De boodschap is: de minister moet vandaag laten zien welke verantwoordelijkheid zij neemt bovenop die vrijwillige afspraken in het deltaplan tussen natuurorganisaties en de sector.

De heer Geurts (CDA):

Ik zal proberen de vraag heel kort te formuleren. Zijn mevrouw Ouwehand en de Partij voor de Dieren bereid om samen te werken in dit land om doelen te halen?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Zeker, maar zolang de partijen die de meerderheid in handen hebben ervoor kiezen om de belangen van LTO belangrijker te maken dan het publieke belang van onze natuur, is er geen gesprek mogelijk. De Partij voor de Dieren zegt: je moet de natuur beschermen, en dus moet je bij het begin beginnen; de overheid moet zorgen voor een verbod op landbouwgif en een einde aan de overbemesting. Als het CDA dat niet deelt, dan kan de Partij voor de Dieren niet samenwerken, want de bal ligt wel hier en niet aan een tafeltje tussen natuurorganisaties en LTO.

De heer Geurts (CDA):

Ik begrijp uit dit antwoord dat samenwerken bij de Partij voor de Dieren betekent dat het onder de voorwaarden moet waar de Partij voor de Dieren wil eindigen. Iedereen die wil samenwerken met de Partij voor de Dieren zal dus alles moeten inleveren en het zal op de lijn van de Partij voor de Dieren moeten gebeuren. Dat gaat in deze samenleving gewoon niet landen, zeg ik tegen mevrouw Ouwehand. Ik hoop dat ze dat begrijpt.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Was dat maar waar. De lijn van de Partij voor de Dieren is dat we respecteren dat het andere leven op aarde belangen heeft en dat we dat niet mogen platwalsen. Dat is de lijn van de Partij voor de Dieren. Daar is het CDA nog lang niet in de buurt. Wat ik hier oplees, zijn de voorstellen van CDA-minister Verburg. Ik lees ze voor. "Per 2010 en daarna wordt de achteruitgang van de biodiversiteit in Nederland gestopt, en in 2020 is er sprake van duurzame condities voor het voortbestaan van alle soorten en populaties die in het recente verleden (1982) van nature in ons land voorkwamen." Dat was de belofte van het CDA. Maar dat zit de landbouw in de weg, en dus komt het CDA daarop terug en staat de Partij voor de Dieren hier nu te boek als een partij die heel veel onmogelijke dingen wil. U moet uw eigen beloftes nakomen. Dat verdienen de kiezers en dat verdient de natuur.

INTERRUPTIE

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Het verwijt dat ik het CDA maak, maak ik ook de VVD. Ik zou willen dat het anders was, maar het was een VVD-kabinet dat in 2000 stelde dat de landbouw in tien jaar tijd, dus in 2010, ten volle rekening zou houden met de veiligheid en gezondheid van mens, dier en ecosysteem en dat 10% biologisch zou zijn. We zitten op 3,9% in 2019. Voelt de VVD zich geroepen om meer te doen? Een tweede vraag: als de VVD prijst dat natuurorganisaties en LTO samen aan die tafel zitten, hoe geloofwaardig vindt de VVD dan LTO, die tijdens die gesprekken actief heeft gelobbyd tegen een besluit van de minister om in te stemmen met een Europese beperking van drie soorten landbouwgif? Vindt de VVD dat zelf geloofwaardig?

De heer Weverling (VVD):

Ik denk dat het heel goed is om juist met elkaar samen te werken. Daarom is dat Deltaplan Biodiversiteit gewoon goed. Ik hoorde bijvoorbeeld ook wat mevrouw Bromet zojuist gezegd heeft, maar in ons geval denk ik dat we gewoon kunnen zeggen dat het glas halfvol is. Laten we blij zijn dat al die verschillende partijen een bepaalde mate van consensus hebben, dat er bewustwording is en dat we gezamenlijk proberen te zorgen voor het zetten van stappen in die biodiversiteit. Dat is al winst, wat mij betreft.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Dan graag nog even antwoord op mijn eerste vraag: graag nog een reactie op de belofte van de VVD dat uiterlijk in 2010 de landbouw volledig rekening zou houden met ecosystemen. En dan nog een keer terug naar LTO. De VVD zegt: het is goed dat ze samen aan tafel zitten. De analyses zijn al jarenlang dat landbouwgif een van de belangrijkste veroorzakers van de insectensterfte is. LTO zit aan tafel met goedwillende natuurbeschermers en zet intussen een lobby op in de richting van de politiek om die moeizaam bevochten beperking van landbouwgif — drie neonics chloorprofam — onderuit te schoffelen. LTO is actief bezig om dat kleine stapje onderuit te schoffelen. Hoe geloofwaardig is de inzet van LTO voor de bescherming van biodiversiteit?

De heer Weverling (VVD):

Ik sta hier niet om LTO-woordvoerder te zijn. Ik heb alleen gezegd dat wij het fijn vinden dat het Deltaplan Biodiversiteitsherstel zo breed gedragen wordt en dat er een zekere mate van consensus is. Ik heb gisteren op tv een mooi debat gezien vanuit Loppersum. Ik was trots op de boeren die daar zo heel goed wisten te onderbouwen waarom zij doen wat zij doen. Zij zorgen voor voedsel. Zij zorgen ervoor dat wij met z'n allen kunnen eten, en dat doen ze op een fantastische manier. Ik zou u aanraden om dat nog een keer terug te kijken.

De voorzitter:

Mevrouw Ouwehand voelt zich natuurlijk geroepen om hierop te reageren.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ja. Daar zat een varkensboerin die er trots op was dat ze de productie wist te verhogen. Ook weer een belofte die niet is gehaald. De biggensterfte zou in tien jaar tijd worden teruggebracht. Dat is niet gelukt. We krijgen er gewoon weer vijf jaar bij. Ik constateer dat ik geen antwoord krijg op mijn vraag waarom de VVD vindt dat ze er zo makkelijk mee weg kan komen. Nota bene in het jaar 2000 sprak ze al af dat in tien jaar tijd de landbouw volledig rekening zou houden met ecosystemen. Die reflectie is blijkbaar pijnlijk.

INTERRUPTIE D66

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Dank u wel, voorzitter, en ook dank aan de heer Graus. Mijn vraag gaat over de toelating van bestrijdingsmiddelen. D66 stond eerder op de lijn van de Partij voor de Dieren, maar heeft laatst toch ingestemd met een verlengde toelating van glyfosaat, terwijl D66 zelf ook vraagt om een beperking van de toepassing ervan. We hebben gisteren gezien dat D66 en zelfs de VVD in het Europees Parlement hebben gezegd dat er een volledig verbod moet komen op alle neonicotinoïden en neonicotinoïdenachtige stoffen, even los van wat de EFSA zegt. Daar was ik erg verheugd over. Die stemming is in het Europees Parlement geweest. D66 was ervoor. Mogen we nu alsjeblieft rekenen op een zelfde positie van D66 hier, in dit huis?

De heer De Groot (D66):

De vraag roept verwarring op, want neonicotinoïden zijn wat anders dan glyfosaat. Het was D66 dat hier een motie heeft ingediend om het gebruik van glyfosaat in de landbouw te beperken. Dat is een belangrijke stap. Dat zijn van die kleine, betekenisvolle stappen, omdat het erom gaat om het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen terug te dringen. Dat is een heel duidelijke uitspraak van de Kamer geweest. De vraag aan de minister is of zij bereid is om die motie uit juni 2018 uit te voeren, en dan ook nog versneld, gezien de vertraging.

INTERRUPTIE MINISTER

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Fijn dat de minister de urgentie deelt, maar daarin is zij echt niet de eerste. Ik heb nota bene gewezen op Paars II, met de VVD aan boord. Waar ik van schrik, is dat de minister zegt: er is niet één knop. Dat klopt, maar de knop die zij in handen heeft, moet ze wel indrukken. Dus waarom doet ze dat niet? We hebben een rondetafelgesprek gehad met de initiatiefnemers van dat plan. Daar zaten de supermarkten en LTO bij. Daar werden twee dingen niet besproken: aan de voorkant beginnen met een einde aan landbouwgif en de export. Er wordt wel gesproken over wat de Nederlandse consument zou kunnen bijdragen door meer te betalen voor voedsel — daar ben ik het mee eens — maar als je 80% exporteert, dan wordt het nog een hele opgave om al die buitenlandse consumenten hetzelfde te laten doen. Dus wat gaat de minister op die twee belangrijke punten doen?

Minister Schouten:

Ik heb in mijn inleiding proberen aan te geven dat het een heel stel maatregelen is die je allemaal tegelijk moet bekijken. Dat wordt ook in het deltaplan onderkend. Daar zit ook niet één knop in die moet worden ingedrukt. Ik constateer dat mevrouw Ouwehand er nu twee uitlicht. Dat mag, maar ik zou toch willen zeggen: het is breder dan dat. Laten we het punt van de gewasbescherming nemen, want mevrouw Ouwehand vindt dat alle gewasbescherming eruit moet. Ik wil haar erop wijzen dat er ook biologische gewasbescherming is en dat er ook laagrisicomiddelen zijn. Dus ik denk niet dat mevrouw Ouwehand generiek bedoelt te zeggen: geen gewasbeschermingsmiddelen. Maar dat vul ik maar even voor haar in.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik zeg altijd "landbouwgif" en dan weet de minister heel goed wat ik bedoel.

Minister Schouten:

We krijgen nog een hele discussie over gewasbeschermingsmiddelen in het algemeen overleg dat binnenkort gaat komen.

De voorzitter:

Ja, dat klopt. Op 24 april.

Minister Schouten:

Maar laat ik het zo zeggen: ik ben bezig om met partijen afspraken te maken over een visie op gewasbescherming en over wat we de komende jaren gaan doen. Die visie gaat u binnenkort krijgen, zeer binnenkort, voor het AO over gewasbescherming. Daarin kan het debat gestructureerder plaatsvinden over wat we daar nu allemaal mee bedoelen. Het tweede punt is de export. Ik zou zeggen: bekijk het aan de voorkant. Ga aan de voorkant kijken hoe je in het verdienmodel van onze boeren biodiversiteit al kunt meenemen. Een heel belangrijke rol daarin heeft het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Het is dus niet alleen maar dat ik afspraken met supermarkten probeer te maken. Ja, daar ben ik ook mee bezig, dus het is op verschillende plekken. Maar als je er bijvoorbeeld voor zorgt dat in het GLB ook bepaalde prestaties worden gewaardeerd, bijvoorbeeld ten aanzien van de biodiversiteit, dan stel je die boeren ook in staat om op die manier te produceren. Of dat voor de binnenlandse of de buitenlandse markt is, is dan minder relevant, maar je moet ze op die manier in staat stellen om dat te doen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Wat de consument betreft vroegen wij aan het CBL, het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel: wat is dan jullie rol? Want zij stunten met goedkoop vlees, zij betalen boeren een paar centen voor een komkommer. Wat was het antwoord? "De Autoriteit Consument en Markt, of de AFM" — weet ik veel — "moet ietsje" ... Er wordt dus meteen naar iemand anders gewezen! Dus de Kamer kreeg nou niet bepaald de indruk dat de supermarkten zelf van plan zijn om de boeren te helpen. De tweede vraag ging over de chemische bestrijdingsmiddelen. Het is goed dat de minister met een visie komt; daar gaan we het nog uitgebreider over hebben. Maar ik wil vandaag aan haar vragen of zij bereid is om als Nederlandse regering een positie in te nemen die veel andere Europese lidstaten ook innemen: mooi zo'n advies van EFSA, maar wij maken onze eigen politieke afweging. Frankrijk protesteert bijvoorbeeld tegen de verlenging van glyfosaat. Dat had Nederland ook kunnen doen, maar Nederland zegt: wat EFSA zegt, volgen wij blind. Is de minister bereid om daar een andere positie voor te stellen?

Minister Schouten:

Frankrijk heeft zelf ingestemd met de verlenging van glyfosaat voor vijf jaar. Je kunt dus wel zeggen dat je ertegen protesteert, maar als je het eerst zelf toestaat, vind ik dat ook niet heel consequent. Laat ik het daar maar op houden. Maar ik ben het eens met mevrouw Ouwehand dat we erg moeten kijken naar geïntegreerde gewasbescherming. Dat hebben we gedaan. Daar zitten verschillende stappen in, waarbij je de hoogrisicomiddelen als sluitstuk van het hele gewasbeschermingsdossier zou moeten nemen. Moeten daar nog stappen ondernomen worden? Ja, ik ben ermee bezig om dat uit te werken, met de partijen die daarbij betrokken zijn. Dus daar worden zaken in opgenomen. Ik vind het een beetje goedkoop om eerst in te stemmen met de toelating van een middel om vervolgens te protesteren tegen de toelating van dat middel. Dat vind ik niet consequent, dus dat doe ik dan ook niet. Ik vind wel dat we veel meer mogelijkheden moeten onderzoeken om vóór die hoogrisicomiddelen uit te gaan komen. Dat is de weg die we aan het bewandelen zijn.

De voorzitter:

Echt tot slot, mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Excuus, Frankrijk was een verkeerd gekozen voorbeeld. Maar er zijn lidstaten die tegen voorstellen van de Europese Commissie stemmen, al ligt er een EFSA-advies. Je kunt daar een zelfstandige positie innemen. Het is een adviesorgaan en vervolgens maak je je eigen politieke weging. Daar gaat mijn vraag over. En wat de geïntegreerde gewasbescherming betreft, spijt het me om te moeten zeggen dat de plannen daarvoor ook al zo oud zijn als de weg naar Rome. Dat is ook uit de tijd van minister Verburg. Dat traject is al geprobeerd. Dus we moeten aan de voorkant, bij het toelaten van die middelen, ook een beweging maken, en daar roep ik de minister echt toe op.

Minister Schouten:

Ten aanzien van de manier waarop Nederland zijn standpunt bepaalt in het SCoPAFF, waar dit soort keuzes worden gemaakt, ben ik altijd heel helder geweest. Wij volgen de twee instanties, EFSA en Ctgb. Dat zijn de instanties die ook de onderzoeken naar de risico's bij dit soort middelen doen. Het is altijd bijzonder, want de ene keer is de ene kant van de Kamer boos als ik het advies volg en de andere keer is de andere kant van de Kamer boos als ik dat volg. Dat lijkt me dan de bevestiging dat het een helder richtsnoer is