Bijdrage Ouwehand Landbouw en Visse­rijraad


13 maart 2019

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voorzitter. Partij vóór de Dieren heten we officieel.

Vandaag is de dag dat het Planbureau voor de Leefomgeving de doorrekening van het klimaatakkoord presenteert, terwijl we hier zitten. De eerste conclusie is dat de doelen om de opwarming van de aarde naar rato van de Nederlandse bijdrage te beperken tot 2°C waarschijnlijk niet worden gehaald. Misschien wel, maar dan alleen maar als echt alles, alles, álles meezit en ál die 600 maatregelen worden uitgevoerd. Dat lijkt me niet zo'n heel gezellige startpositie.

Dus mijn vraag aan de minister, die ik haar al eerder heb voorgelegd, is deze. Voor het Europees gemeenschappelijk landbouwbeleid ligt nu een voorstel op tafel voor de komende zeven jaar, om 365 miljard aan belastinggeld uit te geven aan die landbouwsubsidies. Het is toch waanzinnig om daarbij geen toets te laten uitvoeren op de klimaatdoelen die we moeten halen, niet alleen Nederland maar ook de andere Europese lidstaten, en op de biodiversiteitscrisis die we het hoofd moeten zien te bieden? Dus dat het GLB wordt uitgesteld, is goed nieuws. In de tussentijd moet de minister wat de Partij voor de Dieren betreft een Nederlandse positie innemen die zegt "jongens, klimaatdoelen, eerst laten zien hoe we dat kunnen gaan bereiken en dáár passen we het gemeenschappelijk landbouwbeleid op aan. En het budget dat er is, zetten we in voor de transitie die nodig is, zodat we boeren kunnen helpen omschakelen naar een landbouw die wél binnen de klimaat- en de biodiversiteitsdoelen past." Kan de minister daar positief op reageren? Dat zou mooi zijn.

Het is namelijk óók de Week Zonder Vlees en het lijkt ons van ontzettend groot belang dat er geen subsidie meer gaat naar dierlijke productie als je doelstelling officieel is dat we een grote verschuiving moeten zien te realiseren van dierlijke eiwitten naar plantaardige eiwitten, omdat dat voor iedereen en op de lange termijn echt het allerbeste is. Kan de minister in deze bijzondere werk — doorrekening klimaatakkoord, de Week Zonder Vlees — toezeggen dat dat haar inzet ook is?

Voorzitter. Dan de lopende discussie over het Bee Guidance-document. Mevrouw Bromet sprak ook al even over de toetsing van landbouwgif voordat het op de Europese markt mag. Ook de Partij voor de Dieren heeft sterk de indruk dat EFSA áchter de wetenschappelijke feiten aanloopt en dat de Europese Commissie dat nog verdedigt ook. En omdat er groot risico is van die middelen voor bijen is er dan nu een richtsnoer. Maar wij hebben zorgen dat het oorspronkelijke voorstel wordt uitgehold. De minister heeft eerder gezegd: nee hoor, daar is geen sprake van. Maar in de beantwoording van de vragen die we net binnenkrijgen, schrijft ze toch dat een deel van dat richtsnoer wel kan worden ingevoerd en een ander deel niet, omdat er bezwaren zijn en dat die zouden gaan over de grenswaarden voor de chronische toxiciteit voor honingbijen en de gehanteerde veiligheidsfactoren voor hommels. Dat betekent toch dat er gediscussieerd wordt over uitholling van het richtsnoer? Ik heb de minister via een motie gevraagd om zich in deze discussie in te zetten voor optimale bescherming van bijen en hommels en toen zei ze: dat vind ik een beetje een vage motie. Ik snap het niet. We zien dat er gedreigd wordt met uitholling van dat richtsnoer, we vragen om als Nederland vast te houden aan de inzet die er was en dan zegt de minister nee, maar ze zegt ook in haar antwoorden dat de positie niet veranderd is. Wat is het nou? Dat richtsnoer moet bijen en hommels beschermen en ik wil dat de minister klip-en-klaar duidelijk maakt dat ze dat namens Nederland gaat doen.

Voorzitter. Tot slot de derogatie en de waarschuwing die de minister heeft afgegeven over het mestplafond als het gaat om stikstof. De minister dreigt met een generieke korting. Dat betekent dat er dieren moeten worden afgevoerd. De Partij voor de Dieren is voor een krimp van de veestapel, maar daar moet je op tijd mee beginnen door minder te fokken. Als je dat niet doet, loop je willens en wetens het risico dat dieren vervroegd naar de slacht moeten. Eerder was daar heel veel gedoe over. We hebben allemaal de tranentrekkende verhalen gehoord. Ook de Partij voor de Dieren is daar fel tegen. Maar als je niet op tijd ingrijpt, dan laat je dus welbewust opnieuw een situatie ontstaan waarin de benodigde krimp van het aantal dieren alleen nog maar via slacht te realiseren is. We vinden het goed als de minister de sector waarschuwt, maar dan moet ze zelf ook tijdig met maatregelen komen om te voorkomen dat die generieke korting over de ruggen van de dieren gaat. Is zij daartoe bereid?

Minister Schouten:

Over het keurpunt zijn we bezig met de marktpartijen die daar interesse in hebben. Het is een privaat keurpunt, dus de vraag moet ook uit de markt komen. Er is een aanvraag gekomen. Die moet bij Europa geconsulteerd worden. Er zijn wat opmerkingen vanuit Europa gekomen, onder andere over de afstanden tussen de plaats waar de dieren aan land komen en het keurpunt. We zijn daarover met Europa in gesprek. Daarnaast bekijken we hoe we steun kunnen bieden waar die nodig is. Daar zit wel een financieel plaatje aan. Dat is ook voor het bedrijfsleven een overweging om het wel of niet te willen doen. We bekijken wat redelijk is. Het is een lastige klus; laat ik het zo zeggen. Ik wil daar wel realistisch over zijn. Wij proberen waar mogelijk te faciliteren, maar er is ook een rol voor het bedrijfsleven zelf om stappen te zetten. Wij zijn erop gericht om het zo snel mogelijk te doen, maar nogmaals, het heeft te maken met een complex van factoren van financiën. Het bedrijfsleven heeft ook in de financiering een rol. Daarnaast zijn er de eisen die aan de realisatie van het keurpunt worden gesteld. Nogmaals, we voeren in Europa gesprekken over de vormgeving.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Hier hebben wij ook onze zorgen over. Ik hoor de minister zeggen dat het bedrijfsleven zelf een financiële bijdrage moet leveren en dat wordt bekeken wat redelijk is. Het kan toch niet zo zijn dat middelen die bestemd zijn voor de normale taken van de NVWA, in een nieuw keurpunt gaan zitten? Ik wil de zekerheid dat dat wordt uitgesloten. Als iemand nog steeds levende dieren naar het VK wil exporteren, moet dat volledig voor eigen kosten en eigen risico.

Minister Schouten:

Ten eerste gaat het niet over de export, maar over de import van goederen. Daarop zit het dus niet. Er zijn kosten verbonden aan zo'n keurpunt. Voor het bedrijfsleven maak ik een inschatting of het nodig gaat zijn, ja of nee. Wanneer ga je die kosten maken? Het zit dus ook in een risico-inschatting. Het is niet zo dat er geld van de NVWA naar dit punt gaat.

Minister Schouten:

Mevrouw Ouwehand vraagt nog naar de toets op de klimaatdoelen en de biodiversiteit. Zij zou willen dat we die nu gaan doen, nu het GLB toch uitgesteld gaat worden. De toets op de klimaatdoelen en de biodiversiteit wordt al meegenomen in de verplichte ex-ante-evaluatie, dus we gaan al kijken hoe we bijdragen aan de doelen die gesteld zijn.

Er was een vraag van de Partij voor de Dieren over de bee guidance. Mevrouw Ouwehand vraagt wat de positie van Nederland daarin is. Ik heb de vragen snel proberen te beantwoorden en het is weliswaar wat laat — excuses — maar u hebt vanochtend de antwoorden gestuurd. Daar ben ik ingegaan op het proces en de inhoud. Nederland zet zich in voor een goede bescherming van de bijen op basis van de beschikbare wetenschappelijke informatie. We leveren daar zelf ook een actieve bijdrage aan. Mevrouw Ouwehand vroeg of er uitholling gaat plaatsvinden. Er is discussie over een aantal onderdelen van die bee guidance. Omdat er nog discussie over plaatsvindt, worden nog niet alle onderdelen ingevoerd. Leidt dat tot uitholling? Nou, niet per definitie. Mevrouw Ouwehand zegt gelijk dat dat tot uitholling zal leiden. Dan weet zij de uitkomst van die discussie al. Zo ver ben ik nog niet. Zo zet Nederland zich daarvoor in. Dat is ook de stand van zaken rondom de discussie.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Nog even over het antwoord dat de minister aan mevrouw Bromet gaf over die openbaarmaking. De Kamer heeft daar al jaren geleden een motie van Partij voor de Dieren en D66 over aangenomen. Nederland staat officieel op het punt dat die stukken altijd openbaar moeten zijn, dus niet alleen op basis van de huidige uitspraak van de rechter. Ik ben benieuwd wat de stand van zaken is met de uitvoering van die motie. Zijn meer lidstaten van mening dat de stukken niet alleen voor glyfosaat maar bij alle beoordelingen openbaar moeten zijn? Dat is vraag één.

De tweede vraag het over de bee guidance. Ik snap dat de minister zegt dat je op basis van gefaseerde invoering nog niet de conclusie kunt trekken dat het wordt uitgehold. Maar in haar antwoorden zie ik dat er lidstaten zijn die bezwaren hebben die liggen op het gebied van de grenswaarden van de chronische toxiciteit en de gehanteerde veiligheidsfactoren. Dan zou je nog steeds kunnen zeggen dat dat niet betekent dat Nederland een andere positie inneemt, maar als ik haar met een motie vraag om zich in te zetten voor optimale bescherming van bijen en hommels tegen middelen met acute en chronische toxiciteit, dan ontraadt de minister die motie. Dat wakkert bij de Partij voor de Dieren de vrees aan dat Nederland de ruimte laat om nog een beetje schipperen. Wat is het nou? Zetten we ons in voor optimale bescherming van bijen en hommels of niet? Ik wil heel graag duidelijkheid over de positie.

Minister Schouten:

Daar zetten we ons voor in.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Dat is prachtig, maar waarom ontraadt u dan de motie die ik daarover heb ingediend?

Minister Schouten:

Dan moet ik even de hele motie erbij halen, maar ik kan me zomaar voorstellen dat er in die moties vaak allerlei overwegingen zitten waar dan al een stelling uit spreekt. Zo heeft mevrouw Ouwehand nu ook een stelling over een uitkomst van een discussie die nog loopt. Zij zegt: dat leidt tot uitholling. Ja, dat is haar standpunt, maar wij zetten ons gewoon in voor een goede, werkbare bee guidance. Dat is het belangrijkste. Dat is de discussie die nu plaatsvindt, waarbij Nederland zich inzet voor een goede positie van de bij, als je het zo wilt noemen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik heb de motie hier. Ik heb die aangehouden omdat we nog een gedachtewisseling zouden hebben. Ik vraag de griffier om de motie aan de minister te geven. Dan zou ik graag een nieuwe beoordeling willen, want dan weet ik of ik de motie in stemming moet brengen of niet. De motie komt de kant van de minister op!