Bijdrage AO Landbouw- en Visse­rijraad (haaien, bijen­sterfte, dier­trans­porten)


23 januari 2013

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Dat de bijenbrief niet op de agenda van dit overleg staat, heeft er alles mee te maken dat gisteren door een samenloop van omstandigheden onze procedurevergadering niet doorging. We gaan het echter hebben over de brief die we van de staatssecretaris hebben gekregen. Ik hoop dat zij dat goed vindt. Ik begin met twee visserijonderwerpen. Het Europees Parlement heeft een aantal amendementen aangenomen. Ik ben benieuwd naar de reactie van de staatssecretaris op die aangenomen amendementen en of zij die mee gaat nemen in haar inzet. In het verslag van de vorige Raad las ik over haaien. Nederland heeft in de onderhandelingen voor de vangstmogelijkheden voor de visserij in 2013 in ieder geval ingezet op de bescherming van kwetsbare soorten als haaien en roggen. De total allowable catche (TAC) voor roggen is verlaagd met 10%; dat is een mooi begin, maar het is nog niet genoeg. Ik kijk dus met bijzonder veel interesse uit naar de vervolgstappen van de staatssecretaris op dit punt.

Dan kom ik op de bijensterfte. Dank voor de reactie van de staatssecretaris op het EFSArapport dat het onomstotelijke bewijs heeft geleverd dat neonicotinoïden acute en chronische toxische effecten hebben op bijen en dat zij dus een bijdrage leveren aan de voortgaande bijensterfte. Het is goed om te zien dat het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) nu ook inziet dat deze neonicotinoïden wel degelijk een gevaar zijn voor bijen. Bij twee toepassingen is het bewijs nu dus hard geleverd en die moeten dus per direct uit de handel worden genomen, zowel in Nederland als in heel Europa. Is dat de inzet van de staatssecretaris op de komende Landbouwraad? Zegt zij er dan ook bij dat zij het in ieder geval nationaal gaat invoeren als zij daar niet meteen de handen op elkaar krijgt voor een onmiddellijk Europees verbod? De EFSA heeft naast deze harde conclusie over deze twee toepassingen geconcludeerd dat voor alle andere nu onderzochte toepassingen het risico voor bijen niet uit te sluiten is. Dat betekent natuurlijk dat de toelatingsmethoden beter moeten, maar dat betekent volgens mij ook dat, zolang die methoden nog zijn zoals ze zijn, er geen nieuwe toelatingen meer kunnen worden gedaan. Graag krijg ik een toezegging van de staatssecretaris dat dit geldt voor Nederland en dat zij ervoor gaat pleiten in de hele EU. Als risico's niet uit te sluiten zijn en het publieke belang is groot, dan moet sowieso het voorzorgbeginsel in werking treden. Is de staatssecretaris dat met mij eens? Vindt zij ook dat dit centraal zou moeten staan in de Europese regels over landbouwgif? Vandaag publiceerde het Europees Milieuagentschap van de Europese Commissie een groot rapport over het niet toepassen van het voorzorgbeginsel. Dat heet heel toepasselijk Late Lessons from Early Warnings. Ik hoop niet dat de staatssecretaris zich graag in het rijtje schaart van mensen die achteraf bezien allerlei waarschuwingen hadden kunnen omzetten in bescherming en dat niet hebben gedaan. Dat betekent dus ook dat de toepassingen van neonicotinoïden en fipronil, waarvoor de EFSA nu nog niet het sluitende bewijs heeft kunnen leveren dat ze schadelijk zijn voor bijen, maar waarbij ze dat risico ook niet kan uitsluiten, uit voorzorg per direct zullen moeten worden verboden. Wij pleiten dan ook voor een moratorium op alle neonicotinoïden en op fipronil in alle toepassingen per direct in Nederland. Daarover ligt een aangehouden motie in de Kamer en dat zal ook in Europees verband moeten worden ingevoerd. Is de staatssecretaris bereid om die motie te omarmen en uit te voeren? En is zij bereid daarvoor ook te pleiten tijdens de Landbouwraad?

Er is vandaag door drie dierenbeschermingsorganisaties een film gepresenteerd over de transporten van levende dieren in de EU. Structureel gaan die gepaard met wetsovertredingen en ernstig dierenleed. Ik nodig de staatssecretaris uit om die film te bekijken en bij de volgende Landbouwraad haar reactie daarop te geven. Het is namelijk droevig gesteld. De transportduur is nog steeds niet beperkt.

Mijn laatste punt is de Grüne Woche. Wij zijn daar als commissie geweest. De Partij voor de Dieren had gevraagd om een bijeenkomst over kwekersrecht. Dat is een bijeenkomst over voedselzekerheid geworden, iets wat ik erg op prijs heb gesteld. Het was echter ook surrealistisch. Er was namelijk een spreker van de FAO en die heeft ons voorgehouden dat de honger in de wereld naar alle waarschijnlijkheid nog groter zal zijn dan gedacht omdat met een aantal elementen geen rekening is gehouden. Het was schrijnend dat ook door de FAO is gezegd dat excessieve consumptie in rijke landen groeit en dat effectieve marketing voor voedsel en voedselproducten daar een belangrijke factor in is. Dat helpt niet om de honger in de wereld op te lossen. Wij zaten daar dus in een zaal, in het congrescentrum vlak bij de beurs. Die beurs is erop gericht om mensen zo veel mogelijk voedsel te laten eten door de effectieve marketing van voedselproducten, in het bijzonder van vlees, waarvan de VN-rapporteur voor het recht op voedsel zegt dat we de consumptie daarvan moeten matigen om de honger in de wereld op te lossen. We zaten daar dus en kregen te horen dat juist die excessieve consumptie de problemen zo groot maakt. Mijn partij vindt dat we de Grüne Woche niet tegen kunnen houden. Als de sector zo'n beurs wil organiseren, houden wij dat niet tegen. Wij vinden echter dat we daar geen publiek geld in moeten steken. Ik wil graag van de staatssecretaris weten hoeveel Nederland daar precies aan bijdraagt en ik vind dat we ermee moeten ophouden. Ik ben benieuwd naar haar reactie daarop.

Beantwoording door de staatssecretaris

Staatssecretaris Dijksma: Voorzitter. U hoort al aan mijn stem dat het nog een opgave zal worden om de Kamer goed te antwoorden, maar ik hoop dat het in ieder geval geen consequenties voor de inhoud van mijn beantwoording heeft.

(...)

Mevrouw Ouwehand heeft mij gevraagd naar de inzet voor de kwetsbare haaien en roggen. Ik kan daar een heel verhaal over houden, maar ik zeg gewoon: u kunt op mij rekenen.

(...)

Mevrouw Ouwehand vraagt aandacht voor het Europees verbod op neonicotinoïden. Zij zegt dat indien ik een verbod in Brussel niet voor elkaar krijg, ik in Nederland iets moet doen. Ik heb in de brief die gisteren naar de Kamer is gestuurd alvast toegezegd dat ik het EFSArapport bij de aanstaande Raad op de agenda zal zetten. Ik heb ook toegezegd dat ik zal oproepen tot het ondernemen van actie in Europees verband. Op die manier zijn we uiteindelijk het meest effectief bij het inperken van stoffen die als een hoog risico worden beschouwd. Mocht het op Europees niveau niets worden met de stoffen die bewezen een groot risico vormen, ben ik van mening, hoewel de meningen in de Kamer verschillen op dit punt, dat ik het Ctgb moet vragen om over te gaan tot nationale maatregelen. Ik heb hier in de brief een zelfstandig standpunt over ingenomen. Ik wil niet overgaan tot nationale maatregelen voor stoffen waarover nog onduidelijkheid bestaat. Mevrouw Ouwehand heeft gezegd dat we voor die stoffen het voorzorgbeginsel moeten laten prevaleren. Ik zeg heel eerlijk dat ik mij nog niet gemachtigd voel om tot zo'n vergaande maatregel te komen. Er moet namelijk wel wetenschappelijke evidentie voor bestaan. Wel heb ik gevraagd om snel duidelijkheid te bieden over deze stoffen. Het kan immers niet zo zijn dat er lang onduidelijkheid blijft bestaan op dit punt. Voor de openstaande toepassingen maakt het Ctgb nu een quickscan. Met andere woorden, de inzet is dus om daar waar het hoge risico al is vastgesteld, de boel aan te pakken, het liefst op Europees niveau. Mocht dat onverhoeds niets worden, zullen we nationaal moeten overgaan tot maatregelen, want we weten immers al dat toepassing van deze middelen echt een hoog risico met zich meebrengt. Over de stoffen waarover er nog "gaps" in onze kennis zitten, moet snel duidelijkheid worden verschaft. Daar moeten we flink op aandringen. EFSA is uitgenodigd om dat te doen. Ook dit punt zal ik maandag agenderen. Noch EFSA noch Ctgb geeft aan dat er aanleiding is voor een moratorium op alle middelen. Dat is hun standpunt.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik vind het antwoord over de neonicotinoïden teleurstellend, want de EFSA zegt duidelijk dat het risico voor bijen niet valt uit te sluiten. Het voorzorgbeginsel zou dus wel degelijk moeten gelden, ook gelet op het rapport Late Lessons from Early Warnings. De discussie speelt al heel lang en ook de lijst met deskundigen die om de toepassing van het voorzorgbeginsel vragen is lang. Ik denk dat ik hierover een motie ga indienen. Ik wil echter nog wel iets weten van de staatssecretaris. De EFSA concludeert wél dat de manier waarop we nu beoordelen of middelen op de markt kunnen worden toegelaten, niet deugt. Die manier gaan we dan ook aanpassen. Ik mag toch aannemen dat er in de tussentijd geen nieuwe middelen worden toegelaten op basis van deze oude methode? Ik wil dat eigenlijk als een vanzelfsprekendheid aannemen, maar voel me genoodzaakt om het toch te vragen, want ik ben er niet gerust op.

Staatssecretaris Dijksma: Ik wil op een andere manier iets terugzeggen. Ik weet dat mevrouw Ouwehand al jarenlang met dit onderwerp aan de slag is, en volgens mij ook niet helemaal zonder reden. Ik wil haar vragen om toch ook haar zegeningen te tellen. Het is voor het eerst dat we puur op basis van de vaststelling door de EFSA en het Ctgb dat er in ieder geval bij twee stoffen een hoog risico is, niet alleen een Europese inzet kiezen om over het gehele verhaal snel duidelijkheid te krijgen, maar ook zeggen dat we daar waar een hoog risico al bewezen is, zelf overgaan tot actie indien Europa niet snel genoeg loopt. Dat is mevrouw Ouwehand volgens mij nog niet eerder overkomen en ik weet ook niet of iedereen in de Kamer dit wel een goed idee vindt. Ik vermoed misschien zelfs van niet. Mevrouw Ouwehand kan van harte moties indienen, daarover zie ik dan graag het oordeel van de Kamer tegemoet, maar ik wil haar zeggen dat ik hoop dat zij mij steunt. Ik probeer immers om dit onderwerp in Europees verband aan te kaarten en ik roep op om het in Europees verband heel serieus te nemen. Ik doe dat al, ook voor de stoffen waarvan het gevaar nog niet is bewezen. Ik schuif het dus niet weg. Er is een early warning. Mijn stelling is: laten we dan nu ook een quick solution organiseren, namelijk snel duidelijkheid. Er moet echter wel wetenschappelijke duidelijkheid bestaan op basis waarvan je beleid kunt maken. Je kunt op dit punt alleen beleid maken als het hoge risico bewezen is. Op het moment is er helaas onduidelijkheid. Ik had liever dat er meer duidelijkheid was, want dan konden we een duidelijker besluit nemen. Als de onduidelijkheid blijft, moeten we zo snel mogelijk de informatie krijgen. Dat is mijn inzet. Daarbij geldt dat hoe meer we in Europees verband kunnen doen, hoe beter het is. Het is immers van groot belang dat we het niet alleen in ons land goed regelen, maar ook in de andere lidstaten. Uiteraard zal ik mij ook daarvoor inzetten. Vandaar dat ik maandag onmiddellijk dit onderwerp op de agenda wil zetten. Daarmee forceer ik als het ware een standpunt van de Commissie. Dat is een politieke handeling, zou ik haast willen zeggen. Ik hoop dat die ook bij mevrouw Ouwehand niet onopgemerkt blijft.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Natuurlijk steunen wij de staatssecretaris daarin. Het zou het mooiste zijn als er maandag in de Raad direct een moratorium wordt afgesproken op dit soort middelen. Echter, de staatssecretaris stapt wel in een dossier waarin al een hele tijd heel veel angels zitten. Daar kan zij niet zo veel aan doen, behalve dan dat ik waardeer dat zij er ja tegen heeft gezegd. De fractie van de PvdA heeft na jaren gerommel op dit dossier gezegd: de maat is vol, wij steunen een moratorium op het gebruik van neonicotinoïden in Nederland. Een aantal partijen in de Kamer is dus al een heel stuk verder in het gevoel van urgentie …

De voorzitter: Wat wordt uw vraag?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik wil de staatssecretaris meegeven dat ik natuurlijk waardeer dat zij deze stap zet, maar dat het dossier zo groot is en de belangen zo enorm zijn, dat zij niet kan verwachten dat de Partij voor de Dieren zegt dat een stap altijd goed is. Daarvoor is het belang te groot. De staatssecretaris zal mij niet kwalijk nemen dat ik de Kamer toch middels een motie om een uitspraak wil vragen. Hoe gaat in de optiek van de staatssecretaris de Raad om met nieuwe toelatingen? Mogen we ervan uitgaan dat zolang de EFSA in de Raad zegt dat het kader wordt aangepast op basis waarvan toelatingen zijn gedaan, het voor de hand ligt om de toelatingen stil te leggen?

Staatssecretaris Dijksma: We zullen de EFSA moeten vragen hoe die ons op dat punt wil adviseren. Dat lijkt me ook een onderwerp om maandag te agenderen. Uiteraard krijgt de Kamer altijd een verslag van hetgeen er besproken wordt tijdens de Raad. Dat zal deze keer zeker niet anders zijn. Ik begrijp dat er op dit punt in een deel van de Kamer bepaalde opvattingen leven en in een ander deel van de Kamer weer andere opvattingen. Ik heb echter wel te maken met het feit dat ik pas kan handelen als er hard bewijs ligt. Dat is nu eenmaal mijn positie. Bij de drie toepassingen waarvoor al een risico is geïdentificeerd door zowel EFSA als Ctgb, kan ik nu handelen. Daar waar er nog gaps in de informatie zitten, moet je, zeker in een regeringspositie, ervoor zorgen dat die gaten gevuld worden en dat er bewijs komt. Op het moment dat er bewijs is, kun je een vervolgstap zetten. Ik heb te maken met mensen die vragen op welke wetenschappelijke evidentie mijn beleid is gebaseerd. Dergelijke vragen moet ik goed kunnen beantwoorden. Dat is nu eenmaal een andere verantwoordelijkheid die ik heb, ook in dit dossier. Ik heb er niet alleen opvattingen over, ik ben ook nog bestuurder. Dat is soms net even een slag ingewikkelder bij dit soort onderwerpen.

(...)

Staatssecretaris Dijksma: Ten slotte kom ik toe aan het illustere blokje "overig". Mevrouw Ouwehand vraagt naar de kosten van de Grüne Woche. Ik vond het goed besteed geld, maar daar zijn we het dus niet over eens. Mevrouw Ouwehand weet dat Duitsland voor Nederland het grootste exportland van agrarische producten is. De totale exportwaarde van Nederlandse agrarische producten bedraagt ruim 75 miljard. Daarvan gaat maar liefst 26% naar Duitsland. We zien dat er gemiddeld in twee jaar een stijging van bijna 15% is. We zijn al 60 jaar aanwezig op deze beurs. We hebben die dit jaar samen met Bundeskanzlerin Merkel mogen openen. De Grüne Woche is een fantastische promotie van Nederlandse producten en de Nederlandse manier van werken, waaronder duurzaam werken. We hebben binnen de begroting al jarenlang een budget beschikbaar voor handelsbevordering. De afgelopen jaren bedroeg dat gemiddeld zo'n €800.000. Dit jaar was Nederland partnerland. Dat heeft ons de mogelijkheid gegeven om meer dingen te doen. We hadden een grotere expositieruimte, we hebben de openingsshow verzorgd -- ik hoop dat mevrouw Ouwehand er ook van genoten heeft -- we hebben een seminar gehouden, voedselzekerheid en topsectoren zijn aan de orde gekomen, mevrouw Ouwehand had het er al over. We hebben dus extra kosten gemaakt. Het bedrijfsleven heeft daar overigens zijn steentje aan bijgedragen. De extra kosten bedroegen zo'n €375.000. Dat is besteed aan zaken als de huur van de stands, techniek, promotie, communicatie en de artiesten. Laten we vaststellen dat we een heleboel gratis communicatieaandacht hebben gehad. In bijna alle kranten, niet alleen in Nederland maar ook in Duitsland, waren wij aanwezig. Daarvoor hebben we niets betaald. Als je zou omrekenen wat het normaal zou kosten om de voorpagina van een Duitse krant te pakken te krijgen ... Ik wil het niet eens weten! Met andere woorden: mevrouw Ouwehand en ik worden het hier niet over eens. Ik zeg het maar zoals het is. Ik vond het fantastisch, het was voor de sector fantastisch, we gaan volgend jaar weer, wat mij betreft, en ik hoop dat mevrouw Ouwehand er dan ook weer bij is!