Bijdrage Ouwehand Debat Afzwakking van het Europese natuur­be­scher­mings­beleid, Natura 2000


28 januari 2010

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Op papier klinkt het als een aanbeveling voor een land, als een eerste minister zich hoogstpersoonlijk bemoeit met het natuurdossier. Het milieu is niet meer weggestopt bij een staatssecretaris en de natuur heeft het nu zelfs geschopt tot de prioriteitenlijst van de minister-president. Eindelijk, zou men denken. Het razende verlies van natuurlijke rijkdommen vormt immers een van de grootste duurzaamheidsproblemen van onze generatie. Planten- en diersoorten sterven 100 tot 1000 keer sneller uit dan voorheen. Nederland heeft nog maar 15% van zijn oorspronkelijke biodiversiteit over. De gevolgen van die ecosysteemcrisis zijn rampzalig. Natuurlijk moet de minister-president zich ermee bemoeien. Hij moet boven de partijen staan en redden wat er te redden valt. Wat zou dat mooi zijn, maar helaas niet met deze minister-president.

Deze premier frustreert eigenstandig het herstel van de natuur die in de Westerschelde kapot is gemaakt bij de tweede verdieping. Deze premier doet vrolijk mee met het zwartepieten naar milieu- en natuurorganisaties. Deze premier vraagt bovendien stiekem de voorzitter van de Europese Commissie of het niet wat minder kan met het natuurbeleid.

In een werkelijk beschamend briefje klaagt de minister-president bij zijn goede vriend Barroso over het natuurbeleid dat zo akelig is. Wij weten inmiddels wel dat de natuur bij het CDA aan de goden is overgeleverd. Boven het briefje staat echter: Nederlandse positie over Natura 2000. Nederlandse positie? Waar komt dat vandaan?

De minister van LNV zei vandaag in NRC Handelsblad dat de premier op haar verzoek deze kwestie met Barroso besproken heeft en later ook een brief over de kwestie heeft geschreven. Zij zei ook dat die brief in lijn ligt met het kabinetsbeleid. Nou, dat lijkt mij niet.

Eerst wil ik ingaan op de actie zelf. Minister Cramer van VROM wist niets van deze brief. Waarom niet? Hoe zit het met andere bewindspersonen, zoals de staatssecretaris voor Europese Zaken? Wist de minister-president wel dat de minister van LNV voor de Kamer heeft verzwegen dat hij zou worden ingeschakeld? Waarom gaat de premier eigenlijk zomaar voor het karretje van de landbouwminister lopen?

Het is natuurlijk klinkklare onzin dat dit kabinetsbeleid zou zijn. Het verzoek van de premier om de natuurregels te versoepelen sluit in niets aan bij de kabinetsprioriteit op het gebied van natuurbehoud. In de beleidsnota daarover spreekt het kabinet over een grotere effectiviteit, bittere noodzaak en extra inspanningen. Die zogenaamde Nederlandse positie over Natura 2000 staat haaks daarop. Die is kennelijk niet afgestemd in het kabinet en al helemaal niet met de Kamer. Het is dus geen kabinetsbeleid.

Wat drijft een premier ertoe om achter de rug van zijn kabinet om, een wensenlijstje van de landbouwlobby te deponeren in de mailbox van de Europese Commissie? Ik zal het vertellen. Het is de schokkende ontdekking dat de afspraken waarvoor Nederland en ook deze premier hebben getekend, nu echt een keer moeten worden omgezet in daden. Nu de deadline om te laten zien wat wij nu eigenlijk doen voor de natuur, gaat dringen, wordt steeds duidelijker welke janboel de partij van de premier, het CDA, er al die jaren van heeft gemaakt.

De natuurregels stammen uit de jaren '80 en '90 van de vorige eeuw. De premier klaagt zelfs erover dat de richtlijnen zo oud zijn en niet meer voldoen. Dat is leuk geprobeerd. Die richtlijnen geven dus juist ruim de tijd om passend beleid te ontwikkelen en richting te geven aan de ontwikkelingsruimte voor ondernemers binnen de kaders van het natuurbeleid. Deze kostbare jaren hadden benut moeten worden om ecologie en economie op verantwoorde wijze in samenhang te ontwikkelen. Maar wat deed het CDA? Het zette zich een beetje stoer af tegen de natuurregels die het zelf had goedgekeurd om de boeren op zijn hand te houden. Het CDA stuurde de boeren het economische pad van de schaalvergroting op, terwijl het wist dat er een keiharde natuurgrens zat aan te komen. De boeren zijn er door het CDA ingeluisd, maar daar mogen zij natuurlijk niet achter komen. Dus geeft de premier snel de natuurregels de schuld.

De ironie wil natuurlijk dat de premier en de minister van LNV zich schaamteloos opstellen als regelrechte landbouwlobbyisten, maar wie een beetje beter oplet, ziet dat de boeren met zulke bestuurders niets opschieten. Wij zagen het bij de Westerschelde in het klein, en zien het bij het natuurbeleid in het groot. Voor stoere praatjes koop je niets. Ondernemers hebben eerlijke toekomstperspectieven nodig.

Over het briefje aan Barroso wil ik het volgende zeggen: ik stel voor dat onze premier vanavond nog een telefoontje pleegt naar Brussel en uitlegt dat hij zich heeft vergist. Die brief moet van tafel.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik heb mij erg in staan houden omdat wij niet veel mogen interrumperen, maar ik ergerde me groen en geel. Het is hier een soort verkiezingsdebat over de gemeenteraadsverkiezingen geworden en geen inhoudelijk debat over waar wij naartoe moeten met ons natuurbeschermingsbeleid. Ik vraag de heer Koopmans om eens in te gaan op al die jaren die verspild zijn. Voor die sociaaleconomische criteria, die best mogen meewegen in de natuurbeslissingen die wij nemen, hebben wij tientallen jaren de tijd gehad. Juist de partij van de heer Koopmans heeft zich altijd verzet tegen natuur- en milieumaatregelen. De minister van VROM heeft onlangs nog erkend dat het ammoniakbeleid is uitgehold. Dat kan de heer Koopmans op zijn conto schrijven, gefeliciteerd! Nu zitten wij met een overmatige depositie en die lastige beslissingen en deadlines. Ik noem het voorbeeld van De Peel. Daar wordt met een beheerplan en een ammoniakplan gewerkt waarin vergaande technische maatregelen zitten. Wie gaat dat betalen? Gaan de boeren dat investeren of wordt het de belastingbetaler?

De heer Koopmans (CDA):
Dank voor de bal voor open doel. De CDA-fractie heeft het ammoniakbeleid niet uitgehold, maar maakt het tot een succes. Wij gaan in Nederland de NEC-richtlijndoelstelling van 128 kiloton halen. Dat doen wij met goed beleid. Dat doen wij omdat de ministers van VROM en van LNV begrijpen dat het noodzakelijk is dat de dynamiek op de boerderijen leidt tot investeringen en minder uitstoot. Dat wordt niet betaald door de belastingbetaler, dat wordt vooral betaald door ondernemers. De CDA-fractie is er trots op dat zij samen met de sector, met dit en met vorige kabinetten, een bijdrage heeft kunnen leveren aan een uitmuntende prestatie van de sector. Geen enkele andere sector dan de agrarische sector in Nederland kan zeggen dat hij de NEC-richtlijn haalt. Daar zouden wij met elkaar trots op moeten zijn.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik neem graag de tijd voor deze interruptie, want ik heb opgespaard.

De voorzitter:
Het is geen meesleepregeling of zo! Kort houden, altijd, sparen of niet.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Graag. Het NEC-plafond heeft niets van doen met individuele natuurgebieden en dat weet de heer Koopmans heel goed. 40% van de varkens en kippen van Nederland zit rond het meest kwetsbare gebied dat wij hebben. De CDA-fractie heeft daaraan al die jaren niets gedaan. Er zijn geen voorbereidingen getroffen door daar te zeggen: beste mensen, er is ruimte voor een x-aantal boeren en een x-aantal dieren. Nu zitten al die boeren daar en de heer Koopmans zegt hier: ik ben er trots op dat zij mogen investeren in emissiebeperkende maatregelen.

De heer Koopmans (CDA):
Dat zij het gedaan hebben; daar gaat het over.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Wanneer stond de heer Koopmans hier ook al weer voor het laatst te klagen dat die investeringen de boeren de kop zouden kosten en dat er uitstel moest komen, en nog een keer uitstel en nog een keer uitstel? Zegt de heer Koopmans hier klip-en-klaar: beste boeren, wij hebben u niet voorbereid op die natuurregels waaronder onze handtekening staat, en nu komt het erop neer dat u de rekening betaalt? Zeg dat nou gewoon eerlijk!

Minister Balkenende:
Omdat dat niet nodig is. Ik heb zojuist aangegeven dat aan mij was gevraagd om een punt te bespreken met de Commissievoorzitter. Ik heb aangegeven dat ik tal van onderwerpen met de Commissievoorzitter te bespreken had en dat ik betrekkelijk kort over dit onderwerp heb gesproken. Ik heb hem gezegd dat ik hem een aantal van onze argumenten schriftelijk zou doen toekomen. Daarom heeft de brief ook de vorm van een korte notitie met een aantal hoofdpunten.

Die hoofdpunten liggen in het verlengde van hetgeen in het kabinet meermalen aan de orde is geweest. Dat ligt in het verlengde van hetgeen de minister heeft gezegd over de contacten met de Europese Commissie. Het is logisch dat ik namens het kabinet de argumenten heb doen toekomen aan de Commissievoorzitter. Dat kan geen verrassing zijn, want wij hebben al eerder gezegd dat wij met de Commissie contact zouden hebben. Het is dus ook niet gebeurd in de vorm van een lange brief, zoals gebruikelijk. Het is een korte aanduiding waarin ik een notitie aanbied. Zo is het gegaan. Volgens mij is het volstrekt helder. Die praktijk komt meermalen voor.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. Dit is een vreemde reactie van de minister-president. Als dit een standpunt is dat wordt gedragen door het kabinet, waarom wijkt dit dan zo ontzettend af van hetgeen de Kamer tot nu toe heeft begrepen van de minister van LNV? Wij hebben uit de media begrepen dat ook de fractie van de Partij van de Arbeid verbaasd was. Terecht.
Ik noem één voorbeeld uit deze zogenaamde standpuntennotitie van het kabinet. De minister van LNV heeft de Kamer steeds gezegd dat zij met Brussel in overleg zou gaan over het voorzorgprincipe om te bekijken hoe dat handen en voeten moet worden gegeven. In deze zogenaamde kabinetsstandpuntennotitie staat dat dit voorzorgprincipe wat betreft het kabinet niet goed is geformuleerd en dat dit niet zou aansluiten bij de formuleringen die bijvoorbeeld zijn opgenomen in het VN-Biodiversiteitsverdrag. Daarvoor staat Nederland en daarvoor staat het Nederlandse kabinet. De minister-president heeft echter in deze brief geprobeerd om het hele fundament van het voorzorgprincipe ter discussie te stellen. Daarvan was de Kamer niet op de hoogte.

Minister Balkenende:
Ik heb aangegeven dat de minister van LNV zal ingaan op de inhoud, omdat ik het punt op haar verzoek aan de orde heb gesteld. Zij zal ingaan op de inhoud van een en ander. Leid echter niet uit dit stuk af dat wij het voorzorgbeginsel als zodanig ter discussie stellen. Dat is niet aan de orde. Het heeft de maken met de uitwerking en de hanteerbaarheid. Dat kan voor u geen verrassing zijn. Dat is een- en andermaal gezegd.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dan heb ik toch een vervolgvraag. Heeft de minister-president wel even getoetst of het briefje dat hij onder ogen kreeg wel daadwerkelijk het kabinetsstandpunt weergaf toen hij zo'n verzoek kreeg van de minister van LNV? Of gaat hij blind af op hetgeen de ambtenaren van LNV hem in de handen drukken?

Minister Balkenende:
Voorzitter. Ik stel voor dat de minister van LNV juist hierop ingaat. Ik heb gezegd: wat ik heb gedaan, is juist op verzoek van LNV gebeurd. Ik heb gezegd dat de minister zal ingaan op de inhoud.

Minister Balkenende:
Ik ben minister van Algemene Zaken, niet van alle zaken.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik ben niet tevreden met dit antwoord. Biodiversiteit is een van de prioriteiten van dit kabinet. We hebben een heel mooie kleurenfolder gekregen. Ik zal hem er even bij pakken. In deze folder staat dat het beleid gedragen en vormgegeven wordt door de minister van LNV, de minister van Ontwikkelingssamenwerking, de minister van VROM, de minister van Economische Zaken, de minister van Onderwijs, de minister van Verkeer en Waterstaat en de minister van Defensie. Dan mag je toch veronderstellen dat als de minister van LNV aan de minister-president verzoekt om een wensenlijstje in te dienen bij de voorzitter van de Europese Commissie, de minister-president op zijn minst even toetst of de andere bewindslieden ervan weten en of de boel is afgestemd? Heeft de minister-president dit gedaan?

Minister Balkenende:
Als sprake zou zijn van nieuw beleid, waarin je afwijkt van een eerder gekozen koers of standpunt, is er reden om over zaken te overleggen met de ministerraad. Maar daarvan was hierbij geen sprake.

Ik noem een ander fictief voorbeeld. Als de minister van Economische Zaken, die een bijzondere verantwoordelijkheid heeft voor de Lissabonstrategie voor innovatie, aan mij zou vragen om met de Commissievoorzitter te spreken over de nieuwe 2020-strategie in relatie met wat hier aan de orde is geweest rond duurzaamheid en als dat binnen de grenzen ligt van datgene wat binnen het kabinet aan de orde is geweest, hoef ik op dat moment niet nog eens naar de minister van VROM te gaan, omdat dit bestaand beleid is. Zo liggen de feiten. Ik vind dus ook niet dat mevrouw Snijder meer moet gaan suggereren. Datgene wat zich heeft afgespeeld, is een zaak die te maken heeft met de hanteerbaarheid van het beginsel. Dat heb ik willen overbrengen. Dan is het niet nodig, waar de minister van LNV een eerste verantwoordelijkheid ter zake heeft, om tot nadere afstemming te komen. Dat is helemaal niet nodig.

Er komt nog iets anders bij. Ik heb het kort aan de orde gesteld en heb gezegd: ik zal een aantal punten in een notitie aan je doen toekomen. Dat is gebeurd.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
De minister-president kan onmogelijk volhouden dat het niet zal gaan om nieuw beleid. De minister van LNV heeft aan de Kamer alleen maar gezegd dat zij zou bekijken of Europa bereid was om de richtlijnen te evalueren. Dan heb je over een herziening nog niets gezegd. De handtekening van de minister-president staat onder een brief waarin aan de Europese Commissie wordt gevraagd om de richtlijnen te herzien. Dat is wel degelijk nieuw beleid. Als de minister-president dat niet zo bedoeld had, had hij het niet zo moeten opschrijven.

Minister Balkenende:
Dit is een inhoudelijk punt, waarop de minister van LNV zal ingaan. Dat heb ik zo-even ook gezegd.

Minister Verburg:
Dat is nu precies de reden waarom ik blij ben met deze brief. De Commissie geeft nog eens aan dat de manier waarop wij het in Nederland hebben uitgelegd, de juiste is. Bij het voorzorgsprincipe gaat het om "ja, mits". Het Europese Hof heeft dat anders geduid. Het is dus nodig dat wij met de Europese Commissie gaan bekijken wat wij kunnen in het werkende weg implementeren van Natura 2000. Het gaat overigens niet alleen om Nederland. Afgelopen vrijdag bleek dat ook andere Europese lidstaten met de uitvoering van de Vogel- en Habitatrichtlijn van tijd tot tijd ergens tegen aanlopen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
In reactie op de vragen van de heer Polderman denk ik dat de minister hier niet de volledige waarheid vertelt. Nogmaals, in de brief van 30 juni schrijft de minister aan de Kamer: Europa ziet een evaluatie niet zitten. Waarom heeft de minister daar niet bij aangegeven dat er een brief zou uitgaan van de minister-president waarin gevraagd wordt om een herziening van de richtlijn?

De minister legt de brief van de heer Barroso zo uit, dat wij zouden moeten handelen met een "ja, mits"-principe. Het is prachtig dat zij dat zo ziet. Ik zie het voorzorgsprincipe anders, maar dat ter zijde. De uitspraken van het Europese Hof kunnen wij natuurlijk niet uitgummen. Wat bedoelt de minister hier nu eigenlijk mee?

Minister Verburg:
Dat heb ik net gezegd, maar ik wil het graag nog een keer zeggen. De Vogel- en Habitatrichtlijn zet het voorzorgsprincipe en de ecologische biodiversiteit voorop en geeft aan dat economische en sociale activiteiten mogelijk zijn. Het is dus: ja, mits het niet ten koste gaat van de doelen van Natura 2000. Dat is ook hoe wij de Vogel- en Habitatrichtlijn hebben geïnterpreteerd en nog steeds interpreteren. Het Europees Hof zegt "nee, tenzij" op basis van het kokkelvisserijarrest. Voor iets mag, moet eerst wetenschappelijk worden aangetoond en bewezen dat er geen negatieve effecten zijn. Dat is vele malen ingewikkelder en gaat uiteindelijk ten koste van de uitvoering, de vormgeving van biodiversiteit en de uitvoering van Natura 2000. Als de heer Barroso nu zegt: wij bedoelen wat u als Nederland daarvan hebt begrepen, dan vind ik dat een mooi aanknopingspunt. Vrijdag is er al over gesproken met de heer Valkenburg en binnenkort gaan wij erover verder spreken met de nieuwe Europees Commissaris Potocnik.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voor ik mijn vervolgvraag stel, wil ik eerst nog antwoord op de eerste vraag die ik heb gesteld. Waarom heeft de minister niet in haar brief geschreven dat er nog een brief zou uitgaan van de minister-president?

Minister Verburg:
Omdat wij steeds bezig zijn met Europa. Bijna iedere week heb ik overleg met Europa. De minister-president heeft aangegeven dat er helemaal niets op tegen is als er dingen nog eens onder de aandacht moeten worden gebracht en er sprake is van bestaand kabinetsbeleid.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dan blijft staan waarom de minister in de brief niet duidelijk heeft gemaakt dat de brief van de minister-president van een andere orde zou zijn dan alleen vragen om een evaluatie. Verder snap ik de vreugde van de minister niet. Het Europees Hof heeft inderdaad in het kokkelvisserijarrest gezegd dat je zult moeten toetsen op de natuureffecten. Als wij dat straks anders gaan doen, en dat proef ik een beetje bij de minister, lopen er straks juridische conflicten. Ik kan wel raden wie daarvan dan de schuld krijgen. De minister zal de uitspraak van het Europees Hof dus serieus moeten nemen bij de verdere toepassing van haar beleid. Dat kan niet anders.

Minister Verburg:

Daar hebben wij mee te maken en dat nemen wij serieus. Echter, als wij en ook andere lidstaten hebben begrepen van de Europese Commissie dat het "ja, mits"-principe aan de orde is, dan moeten wij zoeken hoe wij daarin beweging krijgen en hoe wij win-winsituaties kunnen krijgen in de balans tussen natuur, economie en recreatie. Daarover zijn wij dus bezig en daarmee gaan wij verder.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Voorzitter. Ik zal beginnen met het voorlezen van de motie.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ouwehand, Van Gent, Van der Ham en Polderman. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 134 (32123-XIV).

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik kan niet anders dan deze avond en dit debat samenvatten met de woorden: een grote treurigheid. Er worden mooie woorden uitgesproken. Uiteraard gaat iedereen voor de natuur. In de praktijk heeft men er echter lak aan. De minister van LNV, die nu blij haar interpretatie van de brief van Barroso uitlegt met: we kunnen ons beleid wel inrichten via het "ja-mits"-principe, stapt in precies dezelfde valkuil waarin wij ook al zijn getrapt bij de kwestie rond de mosselvissers en de kwestie rond het toetsingskader ammoniak dat is geschorst. Er komen nieuwe procedures. Dit is bestuurlijk onvermogen. De CDA-fractie probeert precies hetzelfde trucje. Zij zegt: zullen we de aanwijzingsbesluiten even heroverwegen? Die Vogel- en Habitatrichtlijn is niet zo moeilijk. Wij hebben natuurgebieden. Wij hebben ons gecommitteerd aan de bescherming. Wij moeten ons huiswerk doen en de richtlijn uitvoeren. Doen wij dat niet, dan komen wij bij de rechter terecht. Dan krijgen de natuurbeweging en de natuurorganisaties de schuld. Dat zal ik niet laten gebeuren.

Mevrouw Jacobi (PvdA):
Na deze drie uur durende debattering denk ik dat je dat bijna ook niet kunt ontkennen. Ik ben niet van het soort om dan te zeggen dat het een vergissing is, en dat wil ik ook niet steunen.

Ik wil graag op korte termijn verder overleg met de minister van LNV over de stand van zaken rondom onder meer Natura 2000 en biodiversiteit.

Ik doe even een korte actie naar iedereen. Ik heb pas geleden een Natura-landschapspuntenplan gemaakt dat gaat voor een goede biodiversiteit met de mensen, voor de mensen, met veel leuke stimulansen waar die dynamiek in zit, zeg ik tegen de heer Koopmans. Ik zou zeggen: laten wij aan de slag gaan. Laten wij stoppen met het neuzelen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik denk dat het belangrijk is dat de Partij van de Arbeid niet alleen in de media heldere taal spreekt, maar ook in dit Kamerdebat. Dan gaat het dus over de motie. Was de brief nou een vergissing of niet? Als mevrouw Jacobi zegt dat ik nog iets moet aanpassen in de tekst van mijn motie, zodat zij die wel steunt, dan kom ik haar graag tegemoet. Maar ik denk dat het wel belangrijk is dat de fractie van de Partij van de Arbeid duidelijk maakt hoe zij denkt over de actie van de minister-president.

Mevrouw Jacobi (PvdA):
Volgens mij is dat meer dan duidelijk. Dit lijkt mij geen vergissing, als mevrouw Ouwehand de beantwoording heeft gehoord. Dan vind ik de stellingname in de motie dus niet goed.

Minister Verburg:
Voorzitter. Ik dank de Kamer voor de inbreng in tweede termijn. Ik begin met de motie die is ingediend door mevrouw Ouwehand. Daarin wordt de regering verzocht om aan de Europese Commissie kenbaar te maken dat de Dutch position paper on Natura 2000 op een vergissing berust. Er is met de brief geen nieuw beleid aangekondigd en het is niet ongebruikelijk dat de minister-president een onderwerp van een vakminister onder de aandacht brengt van de voorzitter van de Europese Commissie. Het zal mevrouw Ouwehand duidelijk zijn -- ik zie het ook aan haar gezicht, zij verwacht het al -- dat ik deze motie ontraad.