Bijdrage Ouwehand begroting I&M 2011 (tweede termijn)


1 december 2010

Bekijk de bijdrage via debatgemist.nl

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik wil nog even doorgaan op de vragen over een snelweg door het Groene Hart. Ik vind dit een nogal fundamenteel punt. Dat het kabinet ronduit vijandig is ten opzichte van natuur, is een gegeven waar wij het mee moeten doen de komende tijd. Ik hoor de PVV-fractie vragen om geen cultuurlandschappen op te offeren aan natuurgebieden, maar er mogen kennelijk wel snelwegen doorheen worden gelegd. Ik vraag mij af waarom de minister dit in de lucht laat hangen door te zeggen dat zij het niet heel erg waarschijnlijk acht. Maak een fundamentele keuze! Het Groene Hart is ongeveer de enige plek waar wij nog een beetje zuurstof vandaan halen in de Randstad. Doe het gewoon niet! Zo bang zijn wij toch niet voor de PVV? Zij kan toch gewoon zeggen: nee, dat gaan wij niet doen?

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Volgens mij ben ik duidelijk geweest over de reden dat ik deze keuze heb gemaakt.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik vind dit fundamenteel! Gaan wij alles overwegen? Staat al het groen wat dit kabinet betreft open voor asfalt, bedrijventerreinen en noem maar op of is er ergens een grens, omdat wij niet heel Nederland vol asfalt willen? Als dat laatste het geval is, zou ik graag van de minister horen dat zij dit niet gaat doen en dat zij het ook niet laat uitzoeken, dat dit een nee wordt voor de PVV-fractie.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Ik kan die grens heel duidelijk aangeven. Wij hebben gezegd dat wij betreft het ruimtelijk beleid -- ik kom daar straks op terug in mijn laatste blokje -- opnieuw zullen kijken welke gebieden wij in Nederland van rijkswege als beschermde gebieden willen aanwijzen en welke gebieden wij willen overlaten aan provinciale en lokale overheden. Die keuze moeten wij nog maken. Op dit moment ga ik uit van de bestaande terreinen. Het Groene Hart is op dit moment een beschermd gebied, dus het zal heel erg ingewikkeld zijn om daar iets te realiseren. In mijn discussie met de heer De Mos heb ik niet verhuld dat dit een heel complexe vraag zal zijn. Ik vond de IJmeerverbinding een mooi voorbeeld en zo zijn er meer.

[…]

De heer Jansen (SP): Ik zal het nog een keer duidelijk vragen, want volgens mij was ik niet duidelijk genoeg. Het einddoel blijft volgens de staatssecretaris overeind staan, maar de regering gaat temporiseren. Mijn vraag aan de staatssecretaris is waar hij aan het eind van deze kabinetsperiode de streep trekt, gegeven het feit dat het kabinet de eindstreep haalt. Op welke ecologische waterkwaliteit kunnen wij hem afrekenen?

Staatssecretaris Atsma: Ik kan het niet helderder en scherper zeggen dan ik zojuist heb gedaan. Wij staan voor de doelen die in de Europese richtlijn zijn verwoord. De suggestie dat de waterkwaliteit -- die noemt de heer Jansen expliciet -- op dit moment in Nederland slecht zou zijn en achteruit zou zijn gehobbeld, dan wel achteruit zou lopen, deel ik volstrekt niet.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De staatssecretaris zegt in zijn schriftelijke antwoord op de vragen -- ik hoor het hem nu ook zeggen -- dat de waterkwaliteit niet achteruit zal gaan als gevolg van de temporisering. De drinkwatersector denkt daar anders over. Hoe reageert hij daarop? Ik heb mijn zorgen geuit over de realisatie van de ambities die de staatssecretaris uitspreekt. Veiligheid staat op één. Ik wijs op de waterberging, gelet op de bezuinigingen op de natuur. De staatssecretaris schrijft dat hij gaat uitzoeken wat de consequenties zijn van die bezuinigingen voor het programma Nadere Uitwerking Rivierengebied. Wanneer krijgen we daarover meer duidelijkheid? Kan de staatssecretaris zeggen aan welke bedragen we moeten denken, want ik denk dat de problemen een stuk groter zullen zijn dan hij hier misschien wil toegeven. Wat worden de keuzes en wat de exitstrategie voor de Hedwigepolder?

Staatssecretaris Atsma: Ik ben er absoluut niet van overtuigd dat de angst die mevrouw Ouwehand verwoordt, leeft bij de drinkwaterbedrijven. Zij hebben in elk geval in mijn richting dat signaal niet afgegeven. Ik ben benieuwd waarop zij dat baseren. Uit de rapportages blijkt namelijk dat de kwaliteit van het drinkwater vooruit gaat. Dat is alleen maar mooi. Dat juichen wij allemaal toe. Wij willen nog een paar slagen maken en stappen zetten. Mevrouw Ouwehand vroeg wat er zou moeten gebeuren voor de lange termijn. Ik heb gezegd dat het mogelijk is om te versoberen en te temporiseren. Dat betekent dat wellicht enkele zaken die zijn voorzien in de Kaderrichtlijn Water niet of slechts gedeeltelijk worden uitgevoerd. Het zou kunnen dat wij nog eens gaan nadenken over verkweldering hier en daar of over het aantal vistrappen dat je wilt realiseren. Uiteindelijk zijn deze zaken allemaal verwoord om een doel te bereiken. Daar gaan wij voor. Dat doel blijft recht overeind staan. Over het middel kun je discussiëren. Soms veranderen de inzichten over zaken van jaar tot jaar. Ook wetenschappers verschillen soms van mening.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Mijn concrete vraag is wanneer het kabinet met die nadere uitwerking komt.

Staatssecretaris Atsma: Komend voorjaar.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Oké. Ik wil ook graag weten wat de exitstrategie is met betrekking tot de Hedwigepolder. Wij weten dat de alternatieven die worden onderzocht veel geld gaan kosten. Gaat dit kabinet in juni de Belgen de schuld geven? Of zegt het dat het onverantwoord is om zo veel miljoenen te steken in een alternatief voor de Hedwigepolder, omdat wij als gevolg daarvan andere zaken die ook nodig zijn voor de veiligheid en waterberging niet kunnen realiseren?

Staatssecretaris Atsma: Mevrouw Ouwehand spreekt over een exitstrategie. Dat is een woord dat ik niet in de mond zou willen nemen als het gaat om de vraag wat er mogelijk is.

[…]

De heer Aptroot (VVD): Met betrekking tot de maximumsnelheid ben ik zeer tevreden. De verhalen gingen al. Links zei al: het wordt nooit mogelijk. Ook hoorde je de verhalen hier in Den Haag: dat lukt niet voor 2012. Wij wilden het in januari; het wordt twee maanden later. In maart zal op de eerste wegen de maximumsnelheid van 120 km/u naar 130 km/u gaan en op bepaalde wegen zelfs van 100 km/u naar 130 km/u. Wij vinden het jammer dat het twee maanden langer duurt, maar wij vinden echt dat deze minister dit punt uit het regeerakkoord, waar wij zo voor waren, voortvarend uitvoert: misschien niet met 130 km/u, maar wel met 129 km/u. Dank voor de toezegging. Wij houden de regering daaraan. Het wordt een beetje een feestje voor de automobilist vanaf maart en wij willen dat absoluut meemaken.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Gisteren begonnen wij met deze begroting en vanmiddag had ik een overleg in de landbouwcommissie over de programmatische aanpak stikstof. Nederland kent een zware stikstofbelasting in natuurgebieden. Die aanpak -- dat weet de heer Aptroot misschien wel -- probeert te zoeken naar ontwikkelingsruimte voor boeren. In dat AO kwam een vraag aan de orde. Die ruimte lijkt er bijna niet te zijn. Maar stel dat die er is, aan wie moeten wij die dan geven: aan het verkeer, ook een belangrijke veroorzaker van de stikstofbelasting, of aan de boeren? Hoe denkt de heer Aptroot daarover?

De heer Aptroot (VVD): Met innovatie kunnen beide extra ruimte krijgen. Ik raad iedereen aan te zijner tijd een goede, moderne auto te kopen of, zoals ik, een moderne diesel. Die stoten zoveel minder uit. Dan kunnen wij blijven rijden, zelfs met 130 km/u en stoten wij elk jaar minder uit. In de landbouw wordt ook flink geïnnoveerd. Daar wordt ook aan mestbeleid en dergelijke gewerkt. Wees optimistisch, want én het ondernemen kan doorgaan én de mobiliteit.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Misschien moet dit toch nog eens indringend aan de orde komen binnen de VVD-fractie; dat zou ik u aanraden. Uw woordvoerder Landbouw was het zeer eens met CDA-woordvoerder Ger Koopmans en met de staatssecretaris van Landbouw dat de ontwikkelruimte vooral naar de landbouw moest gaan en dat wij natuurlijk niet gingen meemaken dat wij 130 km/u gaan rijden ten koste van ondernemers. Neem dat dinsdag even mee in uw bespreking.

De heer Aptroot (VVD): Mevrouw Ouwehand moet beseffen dat die boer die door de week op zijn tractor zit in het weekend ook met 130 km/u over de snelweg wil. Dat willen wij allemaal.