Bijdrage Ouwehand begroting I&M 2011 (eerste termijn)


30 november 2010

Bekijk de bijdrage via debatgemist.nl

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik waardeer de inzet van de PvdA-fractie op het gebied van duurzaamheid. Ik wil niet teveel terugkijken, maar wil toch één vraag stellen. Is de PvdA-fractie met de kennis van nu blij met de Crisis- en herstelwet van het vorige kabinet?

De heer Samsom (PvdA): Het vorige kabinet heeft een hoop verkeerd gedaan, maar deze wet hoort daar niet bij. De Crisis- en herstelwet zou ertoe moeten leiden -- de plannen moeten nog worden ingediend en de stimulering moet er ook nog bij -- dat windmolenparken kunnen doorgaan, terwijl ze nu vastlopen in subsidies … Ik bedoel natuurlijk: in het gebrek daaraan en in te veel regels. Je moet wel een beetje voorzichtig zijn met het oprekken van regels. Als het een doel dient, moet je het doen, maar als het verkeerd uitwerkt moet je ermee kunnen ophouden. Dat hebben wij ondervangen door de wet tijdelijk te maken. Dit kabinet is van plan de wet permanent te maken. Daar kunnen we samen nog een stokje voor steken.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Laten we dat vooral doen, want je zet met zo’n tijdelijke wet natuurlijk wel een deur open om die permanent te maken. De CDA-fractie vroeg daar al om toen we nog over de tijdelijke wet spraken. Ik ben wel benieuwd naar de veehouderij. Ik vind dat we samen moeten optrekken. Ik hoor dat de PvdA-fractie zorgen uit over de emissies en het feit dat de deadlines niet gehaald worden. De aanpak waar zij om heeft gevraagd -- we bespreken dat morgen ook in een AO -- is ronduit een drama. Ik zou zo graag zien dat de PvdA-fractie ook eens een keer bereid is te zeggen dat zij dat gewoon niet goed heeft ingeschat. Alstublieft, trek samen met ons op, dan kunnen we nog wat.

De heer Samsom (PvdA): Ik denk dat wij dat ook zullen doen, maar dat heeft niets met de Crisis- en herstelwet te maken. Het enige wat de Crisis- en herstelwet doet, is ervoor zorgen dat wij sneller een besluit nemen: een slecht plan gaat sneller in de prullenbak en een goed plan komt sneller tot uitvoering. Als het slechte plannen zijn, trekken wij samen op om ze zo snel mogelijk in de prullenbak te krijgen; dat zal mevrouw Ouwehand ook leuk vinden! Als het goede plannen zijn, willen wij snel tot uitvoering komen. Ik gaf één voorbeeld, maar ik kan er nog meer geven, zoals de spoorverbinding Amsterdam-Almere en nog een paar dingen die wij allemaal graag willen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Die discussie gaan wij niet overdoen. Ik heb vorig jaar al gezegd: de windmolens waren een paar groene molentjes op de heel grote, grijze taart van de Crisis- en herstelwet. De Partij van de Arbeid was er blij mee; ik ben er nog steeds niet blij mee. Ik hoop dat de heer Samsom bij zinnen komt.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Het betoog van de heer Aptroot beluisterend, valt mij op dat de VVD vooral de grote vriend van de automobilist wil zijn. Dat verbaast natuurlijk niet; dat klopt wel een beetje. Ik geef toe dat mijn vraag een beetje een persoonlijke vraag is. Ik fiets heel regelmatig door de stad. Weet u wat vervelend is, mijnheer Aptroot? Als je wordt ingehaald door brommers en auto's, maar ook als ze niet echt in de buurt zijn, dan proef je de uitlaatgassen. Je haar stinkt naar uitlaatgassen. Ik adem stevig in. Dan vraag ik mij af of dat wel goed is voor mijn longen. Wat doet de VVD eigenlijk voor de fietsers?

De heer Aptroot (VVD): Als je bekijkt welke veranderingen op autogebied hebben plaatsgevonden, dan zie je dat de uitstoot van een auto of een vrachtwagen die nu de showroom uit komt, nog maar een fractie is van de uitstoot van tien of twintig jaar geleden. De VVD wil die lijn doorzetten. Collega Leegte zegt het altijd al: haal de normen in Europees verband als het kan naar voren. Laten wij nou eens heel eerlijk tegen elkaar zijn. De uitstoot wordt steeds minder veroorzaakt door het autoverkeer en steeds meer door huishoudens en andere zaken.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dat is toch gek. Als ik fiets of hardloop -- dat maakt eigenlijk niet zo veel uit -- heb ik niet het gevoel dat ik uitstoot van de huishoudens proef of in mijn haren heb zitten. Ik vind het ook niet erg hoor, als dit de lijn van de VVD is, dan is dat duidelijk, maar de VVD kiest dus voor automobilisten en niet voor fietsers die graag schone lucht inademen als zij hun steentje bijdragen aan een beter milieu. Dat is dan de lijn van de VVD, toch?

De heer Aptroot (VVD): De lijn van de VVD is niet dat wij het mooie verhaal hebben van "wij kiezen voor de fietsers door de automobilist maar even weg te drukken". Ik zou mevrouw Ouwehand een advies willen geven. Als u gaat joggen of rennen, doe dat dan niet langs te autoweg. Ik ren niet, ik wandel, maar doe zoals ik en ga lekker in het weekend het bos in. Dat is veel beter.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dan is het advies vast dat ik dan eerst even de auto moet pakken om naar het bos te rijden!

[…]

De heer Leegte (VVD): Voorzitter. In 2007 was ik als commercieel directeur verantwoordelijk voor de verkoop van fairtradebananen in de Verenigde Staten en Europa. Ik ontmoette in die tijd Juan Agurto, een bananproducent in Puente de los Serranos in het droge noorden van Peru. Hij heeft daar één hectare grond waar hij en zijn familie al generaties lang hun bananen verbouwen. Vroegen deden zij dat tegen lage prijzen en voor een onzeker inkomen. Tegenwoordig verkoopt hij zijn biologische fairtradebananen in de supermarkt in Nederland tegen dezelfde prijs als de Chiquita banaan. Tegelijkertijd is de financiële opbrengst voor Juan vele malen hoger en stabieler geworden. Het succes van fair trade is dat in de supermarkt een goed product wordt aangeboden tegen een scherpe prijs. De VVD ziet dat dan ook als een voorbeeld van moderne economie, waarbij milieu en economie hand in hand gaan, duurzaamheid in het hart van de economie zit en bedrijven tegelijkertijd gezonde rendementen maken. In Cancún is de klimaattop inmiddels begonnen. Deze heeft waarschijnlijk geen resultaat. De vraag is of dat erg is. Begrijp me niet verkeerd, de VVD hecht waarde aan een schoon milieu. Bij de VVD houden wij er rekening mee dat klimaatverandering optreedt en dat die gedeeltelijk door de mens veroorzaakt kan zijn. Wij maken ons echter zorgen over de simplificatie van de klimaatdiscussie. Wij vinden dat deze Kamer, wij hier, altijd kritisch moeten zijn en moeten doorvragen of dingen kloppen zoals ze worden gesteld. Hoe begon het ook alweer? In 1990 werd de klimaatverandering gedefinieerd als "klimaatverandering door menselijk handelen". Het IPPC ging dat verder onderbouwen. Iedereen die vraagtekens plaatste bij de consensus dat de mens verantwoordelijk is voor die opwarming, werd als scepticus op de hoop van slechte mensen geworpen. Het deed een beetje denken aan de middeleeuwse tijd waarin mensen die zeiden dat de zon het middelpunt van het heelal was, op de brandstapel belandden. Gelukkig is er sinds Climategate veel veranderd. Wij weten dat CO2 een broeikasgas is, waarvan de temperatuur van de atmosfeer opwarmt als er meer van in de lucht komt. Wij moeten echter alle feiten goed op een rijtje krijgen voordat wij maatregelen nemen. Tijdens het AO over de klimaattop heeft mijn collega Diederik Samsom gevraagd of het KNMI kan uitzoeken hoe het staat met de temperatuurmetingen. Dat is natuurlijk een slimme vraag, zo zeg ik in zijn richting, want onderzoek vragen betekent dat wij een paar jaar wachten op het antwoord en in de tussentijd gewoon doorgaan met het uitgezette beleid. Daarom zou ik de vraag iets willen aanscherpen. Juist omdat wij altijd kritisch moeten zijn op aannames -- wij gaan immers over belastinggeld -- vraag ik de staatssecretaris of het klopt dat in diverse landen en gebieden in het hoge noorden, Noord-Amerika, Alaska, Groenland en Scandinavië, het rond het jaar 1940 even warm was als nu. Als dat klopt, hoe verhoudt die opwarming zich dan tot de huidige opwarming? Ook vraag ik de staatssecretaris of het klopt dat er sinds 2004 met de introductie van het zogenaamde Argonetwerk, waarmee 3000 vrij drijvende boeien tot 2000 meter diepte de temperatuur opmeten, geen temperatuurstijging is gemeten, met andere woorden, dat de oceaan geen warmte opneemt, wat je wel zou verwachten gezien de toename van de broeikasgassen. Als het antwoord op deze twee vragen bevestigend is, vraag ik de staatssecretaris, aan te geven welke invloed die conclusies op zijn beleid zullen hebben.

[...]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik moet altijd een beetje glimlachen als ik de VVD hoor zeggen dat er zo veel aannames in de klimaattheorieën zitten, terwijl de partij gebouwd is op economische theorieën van een aantal wetenschappers, waarvan we allemaal weten dat het allemaal maar aannames zijn. Mijn eerste vraag zou dus kunnen zijn: wat is de gedachte bij de VVD achter de aanname dat wij energielabels moeten plakken? Maar ik wil eigenlijk iets anders vragen. Ik heb in Trouw een interessant interview gelezen met een aantal duurzaamheidswoordvoerders uit de Kamer, onder wie de heer Leegte. Daarin las ik een memorabele uitspraak: duurzaamheid heeft niks met vlees te maken want varkens raken nooit op. Het ging echter over ontbossing. Wat kunnen zoal oorzaken van ontbossing zijn volgens de VVD?

De heer Leegte (VVD): Wat de oorzaken van ontbossing zouden kunnen zijn? Ik heb geen idee.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik was al bang dat ik een déjà vu zou krijgen. Wanneer de vraag wordt gesteld of onze enorme vleesproductie en -consumptie niet een enorme bedreiging zijn voor de biodiversiteit en de bossen in de wereld, zegt een aantal figuren meestal nee. Maar op de vraag wat dan wel de problemen achter ontbossing zijn, hebben zij geen antwoord. Ik zal het vertellen. Die varkens, die nooit opraken, eten iets. Die eten soja, die op grote schaal wordt verbouwd in Latijns-Amerika. En in Latijns-Amerika hebben wij oerbossen die verdwijnen. Is de heer Leegte misschien bereid om in ieder geval het feit te accepteren -- dit is geen aanname -- dat onze veestapel verantwoordelijk is voor het verdwijnen van de bossen? Dan kunnen wij vanaf dat moment misschien verder praten.

De heer Leegte (VVD): Zoals mevrouw Ouwehand in mijn inleiding heeft kunnen horen, ben ik regelmatig in Zuid-Amerika geweest en ken ik de situatie daar zo ongeveer. Je hebt daar ook bananen, die meedoen. Je hebt riet, dat een bijdrage levert. Er ligt een druk op de natuur, waar wij natuurlijk ook bezorgd over zijn, zoals ieder ander in de Kamer. Daar is dus geen verschil van mening over. Het enige waar het de VVD om gaat, is kiezen voor echte oplossingen. In de duurzaamheidsdiscussie kan geld ook opraken dus zoekt zij naar dingen die slim zijn om te doen. Daarbij zegt de VVD: laten wij ervoor zorgen dat de energieapparaten die wij hier hebben, steeds minder energie gebruiken zodat de CO2-uitstoot afneemt, dat wij minder afhankelijk worden van fossiele brandstofimporten en dat wij daarmee op een duurzame manier een economie opbouwen die dus ook op de lange termijn is te betalen.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Allereerst wil ik een compliment uitdelen aan de heer Haverkamp. Ik kan mij zo voorstellen dat er binnen het CDA niet echt een rij staat voor het woordvoerderschap inzake duurzaamheid.

De heer Haverkamp (CDA): Er is om gevochten! U zag me met mijn been trekken toen ik door de gang liep.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Daar vind ik u echt een type voor! Chapeau dat u die portefeuille op u hebt genomen. Mijn vraag gaat over het interview over duurzaamheid in Trouw, waaruit ik ook de quote van de heer Leegte had. Daarin legde u uit wat het CDA doet om mensen bewust te maken. U sprak over keurmerken op voedsel en recepten van het Voedingscentrum en de Allerhande. Daaronder zijn ook recepten zonder vlees, zo zei u; mensen kunnen op een gegeven moment dus niet meer beweren dat zij niet weten hoe milieubelastend een bepaald product is.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Erkent de CDA-fractie met u als woordvoerder, mijnheer Haverkamp, dat vlees het meest milieubelastende onderdeel is van ons voedselpakket, zoals eerder namens het kabinet is gezegd door de toenmalige staatssecretaris van milieu, Pieter van Geel, ook uw man?

De heer Haverkamp (CDA): Wat ik belangrijk vind, los van de vraag of je dit wel of niet erkent, is dat je zelf je verantwoordelijkheid neemt. Daarop doelde ik. Je hoeft niet vanuit de overheid met 28 moties of 100 moties allerlei dingen te gaan afdwingen. Mijn eigen consumptiegedrag wordt meer beïnvloed door de Allerhande of door de app met recepten die ik op mijn telefoon heb zitten dan door moties in deze Kamer. Zo heb ik het bedoeld in dit interview. Het Voedingscentrum stuurt elke week keurig een menu, waarbij tenminste één dag vleesloos is. Zo moet men mijn reactie tegenover Trouw begrijpen. Als wij dit soort dingen stimuleren, als je mensen keurig een menu aanlevert met één dag vleesloos eten, is dat vele malen effectiever dan hier allerlei moties op dat punt aan te nemen.

De voorzitter: Mevrouw Ouwehand heeft nog een recept voor u.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik ben blij om te zien dat de CDA-fractie niet meer met stoom uit de oren reageert als het Voedingscentrum het ook maar waagt iets over vegetarisme te zeggen. Ik kan mij namelijk een zekere landbouwwoordvoerder herinneren -- volgens mij zit hij in vak-K -- die er schande van sprak dat er vegetarische kookboeken bij het Voedingscentrum waren. Ik ben blij dat dit verleden tijd is.

[…]

De heer De Mos (PVV): Absoluut, heer Samsom. In andere plaatsen zijn heel andere temperaturen gemeten. Ik noemde net Engeland, en de VS, waar het vorig jaar het koudst sinds decennia was. Uw paniek delen wij niet. In Kopenhagen zat de Kamerdelegatie er vorig jaar compleet voor Piet Snot bij. Het was een compleet zinloze missie. Daarom, staatssecretaris en Kamerleden die gaan: blijf thuis. Geef het geld dat vrijkomt door de annuleringsverzekering aan een goed doel, zoals de egelopvang in Den Haag, die nog wel een zakcentje kan gebruiken. Dan hebben we meteen het gewenste resultaat op het gebied van milieu en klimaat. En een tastbaar milieubeleid, daar is de PVV natuurlijk hartstikke voor. Neem nou zwerfafval, wat voor veel mensen ergernis numero uno is, en bovendien kost het opruimen van zwerfafval gemeenten jaarlijks zo'n 200 mln. Mensen die zich schuldig maken aan het vies maken van hun leefomgeving komen, als ze al gepakt worden, weg met een boete die ligt tussen de 60 en 90 euro. Vraag aan de staatssecretaris: kan hij onderzoeken of die boetes niet eens flink omhoog kunnen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Het ging over egeltjes, dus dan kan ik niet wegblijven bij de microfoon! Het valt buiten dit debat, hoor, maar de heer De Mos begint er zelf over. Kijk, over de egelopvang en al die andere opvangen die geld nodig hebben het volgende. Hij is toch van de partij die deze regering steunt die zegt dat er minder geld moet naar de gemeenten? Dat steunt hij toch?

De heer De Mos (PVV): Absoluut. Wij geloven in particuliere bijdragen aan de egeltjesopvang. Die egeltjes hebben het nu moeilijk, want het is berenkoud buiten.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Precies. Ik wil even helder hebben dat juist de dierenasielen en de dierenambulances die toch al niks krijgen, in elk geval al niet op bijdragen van gemeenten hoeven te rekenen in de komende jaren. Wie van de twee heren, of het nu Richard de Mos of Dion Graus is, zal de telefoon opnemen bij 1-1-4-red een dier, omdat mensen die dat nummer bellen te horen zullen krijgen: sorry, we kunnen niet komen, want we hebben geen geld?

De voorzitter: Dit valt niet onder dit ministerie.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik begrijp het, voorzitter, maar ik wilde dit even helder hebben.

De heer De Mos (PVV): Als de telefoon gaat neem ik altijd op, zeker als het mevrouw Ouwehand is. Het plaatsen van meer afvalcontainer zal leiden tot een schonere leefomgeving, en tot 100 mln. besparing. Hoe zijn deze aanbevelingen overgenomen?

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter, hartelijk dank voor deze eer. Kortheidshalve sluit ik me aan bij de felicitaties van de heer Dijkgraaf aan het adres van de heer Monasch en mevrouw Hennis-Plasschaert, nu niet in deze zaal aanwezig. "Wij houden een oogje op het milieu"; dat waren de woorden van de kersverse minister van Infrastructuur en Milieu, hier vanavond in vak-K. Ik vond ze weinig geruststellend. Ook vond ik het weinig geruststellend dat milieu is ondergebracht bij een staatssecretaris, dus niet langer automatisch in de Trêveszaal wordt besproken. De grootste uitdaging voor onze generatie is het leefbaar houden van de aarde. We teren in op onze reserves, leven op kosten van toekomstige generaties en vernietigen natuurlijk kapitaal. Dat is natuurlijk kritisch kapitaal: de bossen, koralen, vissen en de vogels die we kwijtraken, krijgen we niet zomaar terug. Biodiversiteit is van levensbelang. Dit kabinet onderschrijft dat, zoals bleek uit het eerste kennismakings-AO. Maar of het goedkomt? De Klimaatconferentie in Cancún is inmiddels begonnen, er zal een afvaardiging van het Nederlandse kabinet, een van de staatssecretarissen, heen vliegen met een Nederlandse inbreng. Hij is weinig ambitieus, ik heb hier grote zorgen over. Eerst maar even een testje. Toegegeven, ik heb al tijdens het kennismakings-AO aan de staatssecretaris gevraagd of hij wist wat nu eigenlijk het meest milieuvervuilende onderdeel van ons voedselpakket is. Ik gaf ook toe dat ik het wel leuk vond om hem dat te horen zeggen, omdat hij tenslotte jarenlang landbouwwoordvoerder is geweest. Maar nu even serieus, ik wil het volgende voorleggen aan het nieuwe kabinet. De productie van dierlijke eiwitten in vlees en zuivel legt een groot beslag op het ecosysteem, onder meer door ruimtebeslag, effecten op de biodiversiteit, grootschalig gebruik van water en broeikasgasemissies. De mondiaal toenemende consumptie zal, bij ongewijzigd beleid, de druk op het ecosysteem doen toenemen en is van invloed op de voedselzekerheid. Om hiervoor oplossingen te bieden, is niet alleen een efficiëntere productie nodig, maar naar verwachting ook een verschuiving in de consumptie van dierlijke eiwitten naar duurzaam geproduceerde dierlijke eiwitten en plantaardige eiwitten. De simpele vraag is: onderschrijft dit kabinet die analyse van het vorige kabinet, waarin tenslotte ook CDA-bewindspersonen zitting hadden? Graag hoor ik hiervan een bevestiging.
Landbouw heeft voor de Partij voor de Dieren altijd centraal gestaan in de behandeling van de milieubegroting, want landbouw is een heel belangrijke veroorzaker van tal van milieuproblemen. Landbouw kan ook de oplossing zijn, maar daarvoor moeten we echte veranderingskeuzes durven maken. Een van mijn eerste debatten in dit huis ging ook over de milieubegroting. Ik weet nog goed dat ik hier stond: het ging over ammoniak, een ware natuurvernietiger. Het was een heel technisch dossier, maar dit probleem is nog steeds niet opgelost. Nederland heeft het grootste stikstofoverschot van alle Europese landen. We kunnen wel zeggen dat er in de afgelopen jaren een reductie is gerealiseerd, maar in Europa vallen we absoluut nog steeds buiten de boot. Het gaat niet om iets terugdringen, het gaat erom of we de natuur weten te beschermen tegen overmatige stikstofdepositie en dat lukt niet. Ik vraag de staatssecretaris welke maatregelen en plannen hij in zijn pakket heeft om wél te zorgen voor een lagere stikstofbelasting. Minister Verhagen gaf al aan dat dit kabinet geen groot voorstander is van gedogen; deelt de staatssecretaris die opvatting? Ik lees dat veel ondernemers, veehouders, nu alweer zeuren om extra uitstel voor vergunningen voor emissiearme stallen. Ik ben overigens geen voorstander van die aanpak; ik vind niet dat we de ammoniakproblematiek moeten proberen op te lossen door steeds meer regels te stellen aan stallen; ik vind dat we de veestapel moeten inkrimpen. Maar goed, het kabinet kiest voor dit beleid, dus hoe gaat de staatssecretaris daarmee om?

Een probleem dat daarmee samenhangt: mest. Het Nederlandse mestoverschot is groot en groeiende en de veroorzaker van heel wat milieuproblemen. De Partij voor de Dieren zegt dat vaker en al lang, maar wij zijn niet de enigen. De Technische commissie bodem zegt dat het sluiten van de nutriëntenkringloop nodig is om tot duurzaam bodemgebruik in Nederland en elders te komen. Dat is natuurlijk een waarheid als een koe. Vervolgens zegt de commissie dat in een land als Nederland, waarin de omvang van de intensieve veehouderij grotendeels verantwoordelijk is voor de overschotten en verliezen van nutriënten, er twee opties zijn om van het overschot af te komen: de eerste is het terugbrengen van nutriënten naar het gebied waar veevoer wordt geproduceerd, de tweede is het verminderen van de aanvoer van nutriënten naar landbouwgronden. De eerste optie, export van mest en de producten ervan, is nog nauwelijks ontwikkeld en de ontwikkeling ervan heeft tijd nodig. Ik denk niet dat we daaraan snel toekomen. Daarom is volgens de Technische commissie bodem voor de korte termijn alleen het verminderen van de aanvoer van nutriënten, de reductie van de hoeveelheid mest, dus van de veestapel, een optie. De commissie stelt ook voor om na 2013 te sturen op de omvang van de veestapel met een systeem van dierrechten. Die dierrechten zouden ook moeten gelden voor rundvee, geiten en schapen. Ik vraag de staatssecretaris, nu deze onder andere verantwoordelijk is voor de bescherming van onze bodem, of hij bereid is om die dierrechten te handhaven en ze aan te scherpen. En is hij ook bereid om de genoemde diercategorieën daaronder te laten vallen? Graag een reactie.
Een eerder rapport van de Technische commissie bodem baarde mijn fractie ook al zorgen. Via de enorme mestaanvoer in ons land hopen zich in de bodem antibiotica en andere diergeneesmiddelen op. Dit leidt tot resistentie van micro-organismen in de bodem; een grote bedreiging van de bodemgezondheid en, via de gewassen die we daarop telen, voor de gezondheid van mensen. De gevolgen zijn niet in kaart gebracht, maar het is niet moeilijk om te bedenken dat die enorm kunnen zijn. Ik vraag om gericht onderzoek en het per direct instellen van brongerichte maatregelen. Graag een reactie daarop.

Nu fijnstof. De landbouwwoordvoerder van de CDA-fractie, de heer Koopmans, zegt dat het geen enkele risico behelst, maar dat zou je bijna misdadig kunnen noemen. Fijnstof is niet alleen slecht voor de longen -- 13% van de varkensboeren, die hun hoop hebben gevestigd op het CDA, kampt met luchtwegproblemen -- maar het kan ook ziekteverwekkers meedragen en zoönosen. Hoe kijkt de staatssecretaris daartegenaan? Verder de waterkwaliteit. Ons oppervlaktewater is in een slechte staat; het kabinet erkent dat in het regeerakkoord. We moesten natuurlijk wel een beetje lachen toen we lazen dat de ambitie er vooral op is gericht om de kwaliteit van het oppervlaktewater in stedelijke gebieden te verbeteren: alles om maar niet de landbouw te hoeven aanpakken. De kwaliteit van het water in ons landelijk gebied is slecht. Dat we 's zomers niet kunnen zwemmen, is een rechtstreeks gevolg van onze vee-industrie; mest, blauwalgen, grote borden bij de watertjes dat je beter niet kunt gaan zwemmen. Dat de bijen sterven van ons oppervlaktewater is een consequentie van ons beleid met betrekking tot landbouwgif. Ik wil graag van de staatssecretaris weten hoe hij ook voor het buitengebied de kwaliteit van het water wil borgen, zodat dit aan de gestelde normen kan voldoen. Hoeveel tijd wil hij daarvoor nemen, welke middelen stelt hij beschikbaar en welke instrumenten wil hij inzetten? We hebben gezien dat convenanten sluiten niet voldoende is, dus graag iets nieuws. Natuurlijk zal de Partij voor de Dieren actief met hem meedenken bij de behandeling van de wijziging van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden en bij de hercompartimentering van dierrechten. Voor nu vind ik het van groot belang dat de staatssecretaris antwoord geeft op de vraag hoe het zit met de handhaving ervan: is het waar dat alleen administratief wordt gecontroleerd op het gebruik van bestrijdingsmiddelen? Hoe vaak worden telers gecontroleerd, op welke middelen en hoeveel daarvan? We kunnen de blauwe ogen van de bollenboeren niet blijven geloven. We hebben gezien dat in Noordwijk de norm voor de restanten van middelen in het water 4000 keer is overschreden.

Nu de Kaderrichtlijn Water. Het kabinet heeft aangekondigd dat het 40% gaat bezuinigen, temporiseren et cetera. De Partij voor de Dieren maakt zich hierover grote zorgen. De kaderrichtlijn eist een hoge kwaliteit van het rivier- en grondwater, als bron van drinkwater, en die moet uiterlijk in 2015 zijn gehaald. Wat kan de staatssecretaris zeggen over de invulling van die temporisering? En hoe gaat het met de gebieden die zijn aangewezen als Natura 2000-gebied, met de sense of urgency? Er is vastgesteld dat er nationaal onherstelbaar biodiversiteitsverlies optreedt als niet voor 2015 is ingegrepen. Kan de staatssecretaris garanderen dat de drinkwaterbedrijven niet op hoge kosten worden gejaagd door deze temporisering? Graag een uitgebreide reactie. Over waterberging hebben we al een overleg gehad met staatssecretaris Bleker van Natuur. Hij bezwoer de Kamer dat de regering geen landbouwpolders onder water gaat zetten, permanent of tijdelijk, behalve als dat noodzakelijk is voor de veiligheid. Deze staatssecretaris van Milieu heeft gezegd dat de waterveiligheid voor hem prioriteit heeft. Letterlijk: "vergroting van de waterveiligheid blijft een kerntaak van de overheid". Dat vinden wij natuurlijk prachtig, maar wij denken toch te zien dat de bezuinigingen op het natuurbeleid de waterberging in gevaar kunnen brengen. We horen al dat de Driemanspolder onder druk staat vanwege het natuurdeel in de brief van de staatssecretaris, dat gaat wegvallen. Hoe zit dat? Kan deze staatssecretaris duidelijkheid geven over deze bezuinigingen en de precieze doorwerking ervan op waterveiligheid en waterbergingsgebieden?

Ik kom te spreken over de Hedwigepolder. Ik kan de coalitiepartijen een compliment maken: heel slim gespeeld. We weten dat de alternatieven al uitgebreid zijn onderzocht; die zijn afgekeurd en die gaan het niet halen, maar we gaan er toch nog een keertje naar kijken, om die polder maar niet onder water te hoeven zetten, of te doen alsóf we die polder niet onder water gaan zetten. We weten allemaal dat de termijn die dit kabinet hiervoor heeft genomen, een halfjaar, net valt na de Statenverkiezingen, dus de lijsttrekkers in Zeeland kunnen tegen potentiële VVD'ers, CDA'ers en PVV'ers zeggen dat die polder niet onder water gaat en dat uitgebreid zal worden gekeken naar de alternatieven. Maar we weten natuurlijk dat die polder wel onder water moet, want de Westerschelde is uitgediept, er is natuurschade aangericht en we hebben onze handtekening gezet onder compensatie. Ik heb het kabinet een compliment gegeven, maar het siert deze partijen niet.

Over nog een ander estuarium maakt onze partij zich ook nog grote zorgen: de Eems-Dollard. Uit de antwoorden op de vragen over deze begroting blijkt dat nog steeds wordt vastgehouden aan de verdieping van de Eemsgeul in 2011. Rijkswaterstaat zegt dat dit helemaal geen verslechtering van de natuurkwaliteit gaat opleveren. Maar op basis van welke ecologische inzichten denkt de staatssecretaris dat die verslechtering zal meevallen? We hebben gezien dat het Planbureau voor de Leefomgeving in zijn Balans over 2010 al heeft gesteld dat het huidige beleid rond natuurtypen, estuaria als de Westerschelde en Eems, onvoldoende is om de kwaliteit te verbeteren. En dan zal er ook nog worden verdiept! Er moet meer samenhang komen in het beleid rond natuur, visserij en waterbeheer, en de estuaria dienen te worden beschermd. Ik wil er bij de staatssecretaris op aandringen om ofwel stevig te onderbouwen dat het estuarium zal worden verbeterd, ofwel de verdieping gewoon af te blazen. Dat laatste lijkt mij het allerbeste.

Voorzitter, ik kan u verheugen: volgens mij kunt u alsnog op tijd met uw Greenwheels naar huis, want ik sluit hiermee mijn bijdrage af.