Bijdrage Ouwehand Begroting EZ 2015


29 oktober 2014

Klik hier voor het bekijken van het debat.

Voorzitter. Onze natuur. Ongeveer het eerste besluit van deze staatssecretaris was om de Hedwigepolder volgens afspraak terug te geven aan de natuur. In de bijna twee jaar dat ze nu op haar post zit, heeft ze 93 Natura 2000-gebieden aangewezen. Zelfs op de Noordzee worden dankzij haar nu drie gebieden beschermd, waardoor daar in ieder geval minder gevist mag worden. Dat is allemaal winst voor de natuur. De staatssecretaris heeft ook goede pers gekregen over wat zij voor de natuur heeft gedaan. Het is logisch en ook een verademing ten opzichte van haar voorgangers, maar het is ook tekenend. Als we de natuurdebatten van de afgelopen twee jaar zo'n beetje samenvatten, dan was het geluid wel: wees blij dat ik wat doe en tel uw zegeningen, want anders was er niets gebeurd. Daar spreekt uit dat er nog steeds een geest waart alsof natuur een luxe zou zijn. Ik kan zeggen: dat is het niet. Natuur heeft waarde in zichzelf en is de basis van ons bestaan. We kunnen het ons niet veroorloven om ecosystemen ineen te laten storten.

Dus ondanks mijn waardering voor de inzet van de staatssecretaris voor natuur zijn wij bij de Partij voor de Dieren niet zo van het klapvee. Wij zetten dus niet de applausmachine aan als een kabinet met jaren vertraging eindelijk gaat doen wat het beloofd had en zullen wij niet ondersteboven zijn als er niet 70% maar nog maar 50% bezuinigd wordt op natuur. We hebben gezien dat de staatssecretaris vrijblijvende afspraken met provincies heel slim een pact heeft genoemd, alsof niemand er onderuit kan, dat zij de ingekrompen ecologische hoofdstructuur een nieuwe naam gaf, namelijk nationaal natuurnetwerk, en dat zij warme woorden sprak over de waarde van natuur. Dat is allemaal mooi, maar het is nog niet per se de frisse wind die de natuur echt nodig heeft. De natuur heeft niet zozeer reclame nodig als wel bovenal bescherming.

Als het hierbij blijft, dan zouden we het beneden haar stand vinden. De frisse wind die haar wordt toegedicht zou toch echt moeten betekenen dat ook de rookgordijnen die zijn opgetrokken rond de wet die zegt "je mag natuur niet kapot maken", worden weggeblazen. Een frisse wind die de stikstofdampen echt doet verdwijnen. Een frisse wind die de dieren weer ademruimte geeft en frisse lucht op het platteland in plaats van luchtwassers als einde-van-de-lijn-oplossing.

We hebben de staatssecretaris in actie gezien. Ik heb genoten van haar verdediging van de Natura 2000-gebieden en aanwijzingen. Ze heeft gezegd tegen partijen die tegenstribbelden: niemand heeft baat bij nog langere onduidelijkheid. Ik dacht: ja, precies, meer van dat. Die klem zit namelijk nog steeds in het natuurbeleid. Ik zou de staatssecretaris willen vragen om actief op zoek te gaan naar meer budget voor de komende jaren om de doelen te kunnen realiseren. De Partij voor de Dieren is bereid om daar een aantal voorstellen voor te doen, die bijvoorbeeld komen uit het verkiezingsprogramma van de PvdA. Een stikstofheffing zou een goede oplossing kunnen zijn om de productie van stikstof, waar de natuur zo veel last van heeft, te verminderen, en zou tevens een aanvulling kunnen creëren voor het natuurbudget. Graag verneem ik de reactie van de staatssecretaris hierop.

Dan kom ik te spreken over landbouwgif, een van de grote bedreigers van natuur in ons land. Nederland staat samen met Japan en Korea boven aan de lijst van landen met het meeste gifgebruik ter wereld. Ook de staatssecretaris maakt zich daar zorgen over, dat weten we. Gelukkig wordt ze door de Kamer gesteund in het aanpakken van de meest schadelijke middelen: de neonicotinoïden, waaronder imidacloprid en metam-natrium. Complimenten voor de inzet tot nu toe.

Het hapert echter wel een beetje bij het volledig uitvoeren van de wens van de Kamer, terwijl de staatssecretaris daar dus wel volledige steun voor heeft. De discussie over metam-natrium verloopt schriftelijk. Die volgt dus nog. We hebben wel vlak voor dit debat een brief ontvangen over de hernieuwde zorgen over het gebruik van imidacloprid. De Kamer heeft hierover gezegd dat die middelen zulke grote risico's voor de bijensterfte hebben, dat we moeten kijken naar mogelijkheden om die te verbieden. Dat staat in een motie die ook door de Partij van de Arbeid en de Partij voor de Vrijheid is gesteund.

Nadat de staatssecretaris eerder had gezegd dat dit juridisch wat ingewikkeld is, is een studie verschenen waaruit blijkt dat ook de boerenlandvogels het loodje leggen als gevolg van het gebruik van deze stof. We hebben vlak voor dit debat een brief ontvangen waarin de staatssecretaris eigenlijk nog een keer schrijft: ik denk niet dat ik de motie kan uitvoeren. Ik denk echter dat het wel kan. De staatssecretaris schrijft in haar brief - ik excuseer mij voor het feit dat het nu wat technisch wordt -- dat een noodmaatregel niet gerechtvaardigd zou zijn, omdat er geen causaal verband, maar slechts een correlatie is aangetoond. In de motie die is aangenomen en waar deze Kamer dus achter staat, wordt echter niet gevraagd om een noodmaatregel -- ik zou wel willen dat al die stoffen vanaf vandaag verboden zouden zijn; maar ik snap de juridische onmogelijkheden van een dergelijke maatregel -- maar om de reguliere procedure op te starten die juridisch mogelijk is. Dat betekent dat er een traject wordt ingezet waarin ook hoor en wederhoor kunnen plaatsvinden. Als er inderdaad geen sprake is van een vaststaand verband tussen het gebruik van deze stoffen en het gevaar voor natuur -- dat wil zeggen de bijen, de vogels en noem alles maar op -- dan zien we dat wel. In de motie wordt echter gevraagd om de reguliere procedure op te starten. Ik wil graag de bevestiging van de staatssecretaris dat daar geen juridische klem op zit. Dit zijn allemaal dingen die de staatssecretaris kan doen, omdat zij wordt gesteund door de Kamer. Dat lijkt mij toch fijn. Ik geloof ook dat mijn eerdere verzoek om te zoeken naar meer natuurbudget een meerderheid in de Tweede Kamer wel aanspreekt.

Onze grootste natuurgebieden liggen in zee. De zee en oceanen zijn letterlijk de longen van de aarde, maar tegelijkertijd wordt juist het leven onder water met een ongekende argeloosheid aangevallen en bedreigd. Denk aan vervuiling, plasticsoep, opwarming van de aarde, intensieve bevissing; de mens maakt gehakt van het leven onder water. De Partij voor de Dieren zegt: daar hebben wij helemaal het recht niet toe. We hebben niet het recht om ecosystemen in onze oceanen aan de rand van de afgrond te brengen; we hebben de plicht om ze te beschermen en in stand te houden voor volgende generaties en voor de leefbaarheid van de aarde. De Partij voor de Dieren wijst erop dat vissen levende wezens zijn met bewustzijn en gevoel. Alleen het simpele feit dat ze niet kunnen schreeuwen, geeft ons nog niet het recht om ze op gruwelijke wijze aan hun einde te laten komen bij vangst en slacht. Dat gebeurt bijvoorbeeld in de kweekvisindustrie. Ik hoop dat de staatssecretaris van deze nieuwe vorm van bio-industrie het volgende zal zeggen. We zien dat er met de bio-industrie voor zoogdieren ongelofelijk veel dingen fout zijn gegaan en dat je, bij een verankerd systeem, jaren verder bent voordat je een echte verandering realiseert. Het kost bijvoorbeeld ongelofelijk veel tijd en geeft veel gedoe om de legbatterij af te schaffen en om te stoppen met de import van eieren die uit de legbatterij afkomstig zijn. Laten we die fout niet maken met vissen. Laten we ons bezinnen voordat we zo'n nieuwe industrie opbouwen en stimuleren, en het nog verantwoord noemen ook. Anders staan we straks jaren te debatteren over de hoeveelheid water in de plastic bakken, over de vraag of de plofvis een acceptabele manier van dieren fokken is en over de vraag of het toevoegen van twee borrelglaasjes water aan het zwemwater een welzijnsverbetering is voor de vis. Ik hoop dat de staatssecretaris met die argumenten wat terughoudender zal zijn en dat ook naar recht en rede in de Kamer wil verdedigen.

Het is namelijk ook geen oplossing voor de overbevissing in de zeeën, zo weten we. Veel kweekvis wordt juist gevoed met vissen die we eerder uit de zee hebben gehaald. Overbevissing heeft de visbestanden in onze zeeën en oceanen al aan de rand van de afgrond gebracht. Dat geldt ook voor ons eigen IJsselmeer. De staatssecretaris heeft een flink pakket aan maatregelen voorgesteld om dit tegen te gaan in het IJsselmeer. Ik heb veel waardering voor haar optreden in dezen. Ik vraag haar om eenzelfde bravoure aan de dag te leggen als het gaat om de vangst in onze zeeën. De voorspelling is dat we er in 2048 zo slecht aan toe zijn dat de zeeën leeg zijn. Als we nu handelen kunnen we een situatie zoals die zich bij het IJsselmeer heeft voorgedaan, voorkomen. We kunnen niet wachten tot het ook daar echt vijf voor twaalf is. Ik weet dat de Kamer op dit punt tegenstribbelt en dat de staatssecretaris hier hard voor moet vechten, maar zij heeft de steun van de Partij voor de Dieren voor het aanpakken van de bizarre overcapaciteit, het afschaffen van de visserijsubsidies -- er is ook voorzichtige steun van de Kamer om daar in Europees verband toch wat zuiniger aan mee te doen -- en het centraal stellen van de draagkracht van de ecosystemen. Volgende week start de internationale conferentie over de bescherming van de blauwvintonijn, een van de symboolsoorten als het gaat om de overbevissing. Ik vraag de staatssecretaris om daar alles op alles te zetten om te voorkomen dat deze diersoort uitsterft. Ik herinner haar aan een aangenomen motie, die er al een paar jaar ligt. Daarin wordt gevraagd om in elk geval de paar gebieden in de Europese wateren die belangrijk zijn voor deze diersoort, in de Middellandse Zee, te sluiten voor bevissing. Ik vraag haar om met die motie aan de slag te gaan.

Andere dieren die in de oceanen leven en waarover de Kamer zich met de staatssecretaris grote zorgen maakt -- hier hebben we dus een gedeelde agenda -- zijn de dolfijnen en de walvissen. De Kamer steunt de staatssecretaris in haar strijd tegen de walvisjacht en haar strijd voor een einde aan de dolfijnenslachtingen. We zijn blij met de warme woorden die ze daarover spreekt en de inzet die ze heeft, maar we denken ook dat er meer kan en dat dit, gelet op de steun in de Kamer, goed mogelijk zou zijn. We weten dat de minister van Economische Zaken op dit moment op weg is naar een missie in Japan. Wat gaat hij daar vragen? Heeft hij een lijstje voorbereid om ook te spreken over de dolfijnenslachtingen in Taiji? Heeft hij de opdracht meegekregen om namens het kabinet te zeggen dat een voorwaarde voor het vrijhandelsakkoord dat de Europese Unie en Japan graag willen sluiten, is dat Japan het moratorium op de walvisjacht respecteert en stopt met de dolfijnenslachtingen? Het respecteren van de mensenrechten zou ook geen overbodige luxe zijn. Er kan meer; graag een reactie op dit punt.

In de voorbereiding van dit debat zocht ik eigenlijk naar onderwerpen waarover we het eens zijn en waarvan we kunnen bekijken hoever we ermee zijn. We hadden natuurlijk het veelbelovende aangekondigde verbod op wilde dieren in het circus. Ik sloeg er de Handelingen nog even op na. Daarin zei de staatssecretaris iets heel verstandigs. Zij zei: als je heel lang met iets wacht, dan denken mensen dat het niet meer komt; dat lijkt mij niet zo verstandig. Dat zei ze in 2012, toen we het hadden over deze frase in het regeerakkoord. De VVD is voor, want haar handtekening staat eronder. De Partij van de Arbeid is voor; hetzelfde verhaal, regeerakkoord. De Partij van de Arbeid was er ook al heel lang voor. We weten dat de SP voor is, net zoals D66, GroenLinks, de ChristenUnie en zelfs de SGP. Eigenlijk doen alleen het CDA en de PVV niet mee. Ik zou zeggen: waar blijft het? Ik wil de kerstcircussen het liefst zonder dieren.

Ik kom te spreken over de huisdieren. Daarover werd lang badinerend gedaan in de Kamer. De VVD noemt dit dossier "niet-productiedieren", wat veel zegt. Inmiddels worden de problemen rondom de huisdieren erkend en de zorgen gedeeld, ook door de staatssecretaris. Ik noem de illegale handel in exotische dieren, de broodfok, de malafide handel in honden en andere huisdieren, de impulsaankopen en vervolgens de dump van dieren en de opvangcentra die het water aan de lippen staat. Wat de handhaving betreft zijn er berichten dat de LID het werk niet aankan. De staatssecretaris deelt de zorgen en komt ook in actie; mijn complimenten daarvoor. Om de positieflijst is lang gevraagd en ze gaat er toch maar mooi mee aan de slag. We vragen ons wel af of de plannen die ze heeft ingezet, zullen werken. We hebben al eerder een debat hierover gevoerd.

Het is goed gebruik dat de Kamer de regering even de ruimte geeft om met uitwerking van beleid te komen. We zullen na de zomer van 2015 bekijken wat de resultaten zijn van de aanpak van de broodfok, de malafide handel en de impulsaankopen. Ik twijfel. Ik wil de staatssecretaris heel graag die ruimte geven, maar tegelijkertijd denk ik: dan staan we hier na de zomer van 2015 en dan concluderen we dat er te weinig is bereikt, terwijl we dat best hadden kunnen weten. Ik wijs de staatssecretaris er nog een keer op hoe het werkt met de impulsaankopen. Een schattige puppy op een banner op Marktplaats wordt niet ineens een gruwelijk monster, maar blijft een schattige puppy, die mensen heel graag willen kopen. De branche waarmee de staatssecretaris zaken doet, die van de dierenspeciaalzaken, laat in zijn vakblad iemand aan het woord die de auteur is van het dubieuze boek Manipuleren kun je leren. Het schijnt een bestseller te zijn, waarin uitgebreid les wordt gegeven hoe je een gezinnetje dat niet van plan is om een konijn te kopen voor de dochter, toch een konijn kunt aansmeren. Ik denk dan: zijn die plannen van de staatssecretaris wel voldoende of moeten we tussentijds bijsturen? Zij heeft steun van de Kamer. De impulsaankopen, de broodfok, de malafide handel: we willen er allemaal van af. We willen dat het beter gaat. Kan de staatssecretaris een tipje van de sluier oplichten van wat zij denkt over de resultaten tot nu toe?

Tot slot kom ik op de dierproeven. Daar moet ik de staatssecretaris ook in steunen. De Europese Commissie heeft tegen Nederland gezegd: luister eens, jullie doen te weinig voor de bescherming van proefdieren en wij hebben pas beleid ontwikkeld om het gebruik van dieren in laboratoria terug te dringen. Nou, dat is niet waar. Europa is niet de hemel op aarde voor proefdieren. Was dat maar zo. Ik geef de staatssecretaris dus groot gelijk dat ze furieus heeft gereageerd. Het is nota bene Europa dat een verdere aanscherping van onze nationale wet aan het vertragen is en er daarmee voor zorgt dat we hem niet op tijd implementeren. Het kabinet gaat echter niet helemaal vrijuit. Dat is niet de schuld van deze staatssecretaris, want zij is opgezadeld met een dossier waar achterstallig onderhoud op zat, laat ik het voorzichtig zeggen. Ik vind dat de inzet van deze staatssecretaris tot nu toe veelbelovend is. Maar ik zou ook hierbij willen oproepen tot meer actie. Het hoopgevende nieuws is namelijk dat er in recente publicaties staat dat 80% van de dierproeven die op dit moment worden uitgevoerd achterwege kan blijven als we inzetten op betere research vooraf. Daar heeft de Kamer al steun voor uitgesproken. Er is een motie aangenomen om dat te regelen, net als een motie voor het verplicht opslaan van gegevens over dierproeven in een databank, waardoor je geen onnodige dierproeven doet. Ik denk dat we deze hoopgevende berichten ook echt moeten aanpakken. Het plan van aanpak van de staatssecretaris ligt er en de Kamer spreekt daar binnenkort over. Ik wil haar vragen om deze nieuwe berichten nog mee te nemen voordat we het algemeen overleg voeren, want ik denk dat we de kans om het aantal dierproeven met 80% terug te dringen niet moeten laten liggen.

Nederland organiseert een top over dierenwelzijn. Dat is hartstikke goed. De staatssecretaris kan deze top aangrijpen om, juist ook in de richting van Europa, te zeggen: game on, als jullie zo nodig een grote mond willen hebben over het terugdringen van dierproeven, daag ik jullie uit. Europees gezien -- dat weten we al heel lang en daar heeft zelfs de VVD ons in gesteund -- duurt het ongelooflijk lang voordat een alternatief voor een dierproef wordt geaccepteerd in de regels die gelden voor het testen van stoffen. Dat kan wel 30 jaar duren. De staatssecretaris kan op die top over dierenwelzijn dierproeven als een van de prioriteiten kenmerken, Europa alvast uitdagen en zeggen: van de 30 jaar voordat een alternatief wordt geaccepteerd halen we 28 jaar af en daar gaan we samen aan werken. Onze steun daarvoor heeft ze.

......................................................

Interrupties:


De heer De Liefde (VVD):

Voorzitter. Nederland heeft een fantastische agrosector. Boeren en tuinders gebruiken de afgelopen decennia steeds minder water en energie per vierkante meter. Nederlandse tomatentelers halen nu een rendement van ongeveer 80 kg/m2, tegenover 25 kg/m2 in 1960. Dat zijn indrukwekkende cijfers, maar als wij op onze lauweren rusten, raken wij onze toppositie kwijt. Die toppositie vergt inspanning, hard werk en continu onderhoud. Internationale concurrentie zit ons op de hielen. Nederland moet niet met de rug naar de toekomst gaan staan, maar vooruitgang in de agrosector omarmen. Alleen dan kunnen wij duurzaam in onze voedselbehoefte voorzien en straks wereldwijd 9 miljard monden voeden. Het omarmen van technologische innovaties gaat verder dan economie en banen. Het is een morele plicht.

Het valt mijn fractie op dat de linkse meerderheid in deze Kamer nieuwe technologieën in de land- en tuinbouwsector te vaak met argusogen bekijkt. Neem de emotionele discussie over genetisch gemodificeerde producten. De potentiële voordelen zijn enorm: groenten met meer voedingswaarde, aardappelen die tegen wateroverlast kunnen en niet direct wegrotten, en rijst met toegevoegde caroteen dat voorkomt dat honderdduizenden kinderen blind worden. Terughoudendheid bij genetisch gemodificeerde producten kan ik me op zich wel voorstellen. Daarom vindt de VVD dat genetische modificatie alleen toegestaan moet worden als het wetenschappelijk veilig is bevonden door de Europese voedsel- en warenautoriteit. Laten wij in dat debat alstublieft de ratio het laten winnen van de emotie en de angst voor het onbekende. Niet alles wat onbekend is, is onveilig.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik was even bang dat de heer De Liefde de teksten van de gentechindustrie aan het voorlezen was, maar dat is niet waar. Hij zei dat het zorgvuldig getoetst moet worden. Vindt de VVD ook dat die toetsing transparant en goed controleerbaar moet zijn? Als dat het geval is, dan moeten we scherpere eisen stellen aan de wijze waarop de EFSA nu werkt. Nu kunnen veel studies niet in peer reviews, in wetenschappelijke tijdschriften, beoordeeld worden door mensen die nieuwe inzichten zouden willen toepassen. Dat lijkt mij op gespannen voet staan met de open wetenschap waar de VVD ook altijd voor staat.

De heer De Liefde (VVD):

Wetenschap moet open en verifieerbaar zijn. Dat ben ik helemaal eens met mevrouw Ouwehand. De fractie van de Partij voor de Dieren zal straks in haar 70 minuten spreektijd ongetwijfeld eventuele verdere vragen over de werkwijze van de EFSA aan de staatssecretaris kunnen stellen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Ik hoor ook graag wat de VVD-fractie vindt. De Partij voor de Dieren en D66 hebben in deze Kamer dit punt al vaker geadresseerd. Als een organisatie een risicobeoordeling regelt bij een instituut als de EFSA, dan moet dat wel gecontroleerd kunnen worden. Er mag geen enkele sprake zijn van discussie over de vraag of de studies op basis waarvan de oordelen worden geveld door de bedrijven zelf zijn gefinancierd en of die onafhankelijk zijn. Dat is onwenselijk. De voorstellen die wij tot nu toe hebben gedaan om daarin meer openheid en transparantie te krijgen, werden niet altijd gesteund door de VVD. Ik hoor zo graag dat de heer De Liefde vandaag zegt: we vertrouwen op de EFSA maar dan willen we wel nieuwe eisen stellen aan dat instituut.

De heer De Liefde (VVD):

We hebben inderdaad bij verschillende overleggen in deze Kamer over genetisch gemodificeerde gewassen als mais, zijdiscussies gehad over de werkwijze van de EFSA en de onafhankelijkheid daarvan. Het staat mij nog helder voor de geest dat daarover een debat plaatsvond tussen de Socialistische Partij, de Partij voor de Dieren en staatssecretaris Mansveld. De precieze antwoorden kan ik niet letterlijk reproduceren, maar volgens mij was de conclusie dat er onvoldoende aanleiding is om te twijfelen aan de werkwijze van de EFSA. Mocht mevrouw Ouwehand onomstotelijk wetenschappelijk bewijs weten aan te leveren dat van die hele werkwijze niets klopt, dan zal ik daar zeer grondig naar kijken.

...........................


Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Het moet gezegd: mevrouw Jacobi blijft knokken voor waar ze voor staat. Mijn complimenten daarvoor. Ik denk dat het aan de beperkte spreektijd ligt dat een ander onderwerp, de bijensterfte in relatie tot gebruik van landbouwgif, waar mevrouw Jacobi zich ook grote zorgen over maakt, niet meer in haar bijdrage zit. Ik zal in mijn termijn een aantal vragen stellen aan de staatssecretaris over de brief die wij vlak voor dit debat ontvangen hebben. Van mevrouw Jacobi zou ik graag willen weten of zij nog steeds staat achter de aangenomen motie waarin wordt verzocht dat wij alle mogelijkheden moeten onderzoeken om te bekijken of wij imidacloprid en die andere neonicotinoïden van de markt kunnen halen.

Mevrouw Jacobi (PvdA):

Alle mogelijkheden.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Fijn! Dank u wel.

.............................


Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Het begon hoopgevend, met de bijbelopening van het fractieoverleg van de SGP van vanmorgen die over duurzaamheid ging. Dus ik dacht: nou, dan komen de voorstellen voor duurzaamheid. Maar waar zijn ze nu?

De heer Dijkgraaf (SGP):

Dan heeft mevrouw Ouwehand toch niet goed opgelet. Ze heeft ook bij interruptie gezegd, en dat gaat zij straks weer zeggen, dat als we echt duurzaamheid willen organiseren, we drie dingen kunnen doen. De eerste optie is dat je duurzaamheid oplegt over de rug van de boer. Dat betekent dat die boer failliet gaat en verdwijnt. De tweede optie die we lang hebben geprobeerd, is eisen opleggen en de prijs subsidiëren. Dat is op een gegeven moment niet vol te houden en ik vind het eigenlijk ook geen goed systeem. Als je producent bent, moet je je kosten gewoon via de marktprijs terugverdienen. Dan kun je dus optie drie doen, waarmee je echt duurzaamheid hebt: er met elkaar voor zorgen -- dat is de gezamenlijke uitdaging die ik hier in de Kamer zou willen leggen -- dat we eisen stellen, dat het duurzaam wordt en dat die boer dat gewoon terug kan verdienen in de prijs. Daar is de duurzaamheid die mevrouw Ouwehand volgens mij wil, en ik zeker.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):

Dus er verandert niet zo veel bij de SGP. Sommige mensen zeggen dat wij de aarde leefbaar moeten houden en dat wij het niet kunnen maken om haar te vernietigen ten koste van toekomstige generaties. Andere mensen zeggen: het is niet aan ons om de schepping kapot te maken. Maar dan moeten wij toch de conclusie trekken dat de SGP duurzaamheid best belangrijk vindt maar eigenlijk zegt: wij kunnen de schepping of de aarde pas bewaren als wij alle andere dingen hebben geregeld. Betaalbaarheid en haalbaarheid staan immers voorop. Daar komt het dan toch op neer?

De heer Dijkgraaf (SGP):

Dit is nou exact waarom mijn oproep om in gezamenlijkheid te bekijken hoe wij er uitkomen, niet tot stand komt, want mevrouw Ouwehand gaat vervolgens met dat verhaal spijkers op laag water zoeken. Ik leg het hier neer als een pakket en zeg: doe niet of het een of het ander. Dat verdeelt ons namelijk. Mevrouw Ouwehand legt die eisen wel op. Zij roept wel dat de markt georganiseerd moet worden, maar organiseert hem niet. Daar gaat de boer gewoon kapot aan. Laten wij het als één pakket doen en elkaar proberen te vinden. Dan zullen er heus nog wel verschillen zijn. Dan moeten wij zo snel mogelijk naar een duurzame samenleving toe waarin een boer gewoon zijn boterham kan verdienen en waarin mensen een veilig product hebben. Als mevrouw Ouwehand die uitdaging niet durft aan te gaan, dan is dat haar keus. Ik hoop dat er veel andere collega's zijn die dat wel durven.