Bijdrage Ouwehand Begroting Economie en Innovatie


15 januari 2013

Bekijk het debat hier terug op debatgemist.nl

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Wij hebben maar één aarde en in tegenstelling tot wat de nogal fundamentalistische aanhangers van het geloof in oneindige groei ons willen doen geloven, groeit die aarde niet mee met onze almaar stijgende honger naar meer, meer en nog meer. Wij zullen het moeten doen met die ene aarde waarop wij leven, want een andere is er niet. Als je niet gelooft in het sprookje van oneindige economische groei, maar liever gewoon nadenkt, dan weet je dat de manier waarop wij leven en werken binnen de draagkracht van de aarde zou moeten blijven. Er zal geen nieuwe aardbol vol met grondstoffen en een schone dampkring voor ons worden bijgetoverd als wij deze hebben verziekt. Dat is ernstig, want wij zijn met onze roofbouw en vervuiling hard op weg om het omslagpunt te bereiken waarop de schade die wij hebben toegebracht aan de aarde zo groot is, dat de aarde niet meer kan herstellen. Of, zoals een voorganger van deze minister, Maria van der Hoeven, in haar nieuwe functie als voorzitter van het Internationaal Energie Agentschap schreef: "Overheden zijn hopeloos achterop geraakt in het zoeken naar energie met een lage CO2-uitstoot. Met dit tempo stijgt de wereldtemperatuur met zes graden aan het einde van de eeuw met catastrofale gevolgen." Toen haar gevraagd werd waarom zij daar dan zelf als minister van Economische Zaken zo enthousiast aan had bijgedragen, zei zij: "Ja kijk, als minister behartig je de belangen van je land. Nu verzamel ik informatie en zie ik de zaken vanuit een ander perspectief." Alsof het afwenden van een catastrofe niet in het belang van je land zou zijn.

Je zult toch de geschiedenis ingaan als de generatie, als de minister, als de volksvertegenwoordiger die had kunnen kiezen voor een duurzame manier van leven maar die in plaats daarvan het klimaat en de diversiteit van leven op aarde het laatste zetje heeft gegeven richting de afgrond. Ik ken mensen die wakker lagen van de gedachte dat hun kinderen later zouden vragen: en, pap, wat heb jij eigenlijk gedaan om de vernietiging van mijn leefomgeving een halt toe te roepen? Hoe het tegenwoordig is gesteld met de nachtrust van deze mensen weet ik niet, maar ik weet wel dat we de PvdA niet meer horen over het fundamentele karakter van het klimaatprobleem, het probleem waarbij alle andere problemen in het niet vallen, hoe ernstig die ook mogen zijn, simpelweg omdat de pijlers onder ons leven worden weggeslagen als we de opwarming van de aarde niet in toom houden. Ze weten het nog wel, vermoed ik, maar ze zeggen het niet meer. Wat ze bij de PvdA nu zeggen is: kijk eens,16% duurzame energie in 2020, dat is heel moeilijk en toch gaan we het doen, goed hè van ons. Ik heb het al vaker tegen de heer Vos van de heer PvdA gezegd: wij trappen daar niet in, want u doet niet wat nodig is en u weet zelf heel goed dat het bijstellen van klimaatdoelen geen optie is.

De Partij voor de Dieren trapt ook niet in de groene imago's die de fossiele-energiebedrijven zich proberen aan te meten. Wat is er precies duurzaam aan Shell als ze met dollartekens in de ogen naar de smeltende ijskap loert om daar naar olie te kunnen boren op de Noordpool? Wat is er groen aan Essent en RWE als zij een vervuilende kolencentrale bouwen in het kwetsbare estuarium van de Eems? De groene imago's zijn niet meer dan doorzichtige pr. Het treurige is dat deze bedrijven, de gevestigde orde binnen de energiesector, de agenda van de energietransitie hebben bepaald. De tactiek van aanschuiven en bewust vertragen zien we overal optreden als er radicale verandering nodig is en de gevestigde belangen, vervuilende belangen daar geen zin in hebben. We zien het bij energie, bij landbouw, bij de import van hout, bij visserij, bij palmolie en bij soja. De bedrijven die belang hebben bij goedkope grondstoffen en bij het opjagen van consumptie en hun investeringen, nemen de regie over als ze de roep om duurzaamheid niet langer kunnen negeren om vervolgens net te doen alsof.

Je kunt ook bijna niet anders verwachten. Bedrijven zijn niet goed of slecht maar per definitie amoreel. Hun werk is niet om het klimaat-, energie- of biodiversiteitsprobleem op te lossen en dat gaan ze dus ook niet doen. De regie nemen, dat is ons werk. De politiek moet het publieke belang van een leefbare aarde veiligstellen. Dus houd op met convenanten, rondetafels en zelfregulering, doe je werk en stel de kaders.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA): Eerder vanavond heeft het CDA aandacht geschonken aan familiebedrijven, bedrijven waar waarden worden doorgegeven en waar oog is voor continuïteit en lange termijn. En nu hoor ik de fractie van de Partij voor de Dieren zeggen dat bedrijven per definitie amoreel zijn. Als CDA nemen wij daar echt enorm afstand van. Ik vraag mij ook af waarop de fractie van de Partij voor de Dieren deze stelling baseert.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dat is een uitspraak van Robert Reich, die minister was onder Clinton. Hij heeft een mooie analyse geschreven waarin hij aangeeft dat kapitalisme op zichzelf niet verkeerd is, maar dat het gaat ontsporen als de publieke instituties zodanig verzwakken dat bedrijfsbelangen de overhand nemen. Zijn uitspraak vond ik eigenlijk wel mooi. U hebt mij namelijk ook horen zeggen dat bedrijven niet goed of slecht zijn. Dat is ook de discussie niet. Bedrijven hebben geen morele taak om het klimaatprobleem op te lossen. Dat is aan de publieke instituties. Dat is aan u en aan mij. Het zou mooi zijn als het CDA die verantwoordelijkheid ook neemt en niet steeds bedrijven zelf de gelegenheid geeft om grote problemen op te lossen waar ze per definitie niet voor zijn uitgevonden.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA): Het CDA is van mening dat bedrijven niet per definitie amoreel zijn. Bovendien vinden we het belangrijk dat iedereen verantwoordelijkheid neemt, inclusief bedrijven. Daar staan we dan ook voor. Dienend leiderschap hoort daarbij.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Het grote probleem is dat bedrijven hun eigen belangen hebben. En dat mag. Maar wij zijn hier om ervoor te zorgen dat die individuele belangen -- of die nu van burgers zijn of van bedrijven -- gezamenlijk niet het publieke belang ondermijnen.

Dan zeg je dus, bijvoorbeeld als er een uitbraak is van een dierziekte, dat je een fokverbod oplegt, want iemand kan wel belang hebben bij het fokken van geiten, maar er worden mensen ziek. Dat is de rol waarvan ik graag zou zien dat het CDA die neemt, want je kunt van geitenhouders niet verwachten dat zij die waarden altijd naleven. Dat is onze taak.

Voorzitter. De regie nemen, dat is dus ons werk. Het is nog niet te laat. Uit de Global Energy Assessment van vorig jaar blijkt dat het nog steeds kan, een overgang naar een wereldwijd energiesysteem dat de aarde niet uitput en niet te veel opwarmt, dat bijdraagt aan de millenniumdoelen van de Verenigde Naties voor een wereld met minder armoede en honger en dat voor iedereen toegankelijk is. De onderzoekers hebben tientallen scenario's bekeken en geconcludeerd dat alles mogelijk is, behalve business as usual, dus behalve gewoon doorgaan zoals we gewend zijn en doen alsof je neus bloedt. Dat betekent dat je afscheid neemt van de agenda van de gevestigde orde, met hun kolencentrales, biomassabijstook, schaliegas, mestvergisters en miljardenverslindende gasrotondes. Dat betekent dat je echt ruimte maakt voor een nieuwe orde van duurzame energie, met innovaties in de niche van het zelf opwekken en delen van schone energie, met energiebesparing als prioriteit, want wat je niet gebruikt, hoef je ook niet op te wekken. Het kan, maar dan moet je het wel willen. Ik stel dan ook voor om het regeerakkoord aan te passen, zodat deze minister echt iets moois kan gaan doen.

Interrupties bij andere partijen

De heer Leegte (VVD): Wij gaan natuurlijk beide dingen bekijken. Wij gaan bekijken hoe wij het halen, of wij het halen, hoe het raakt aan de internationale concurrentiepositie, enz. Met alle respect, wij zijn een partij die gelooft dat je moet werken, dat je fabrieken moet hebben, dat mensen een baan moeten hebben. Die werkgelegenheid hebben wij nodig. Dat is wat anders dan haar knippen. Ik heb daar net al iets over gezegd.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dan ben ik wel benieuwd hoe de PvdA daarnaar kijkt, maar goed, dat vraag ik wel als de vertegenwoordigers van die partij aan het woord zijn. De heer Leegte en ik zijn het niet heel vaak eens, eigenlijk bijna nooit, maar soms zie ik een mogelijkheid. De heer Leegte heeft er een hekel aan om nieuwe vormen van energieopwekking te subsidiëren. Ik vraag mij af welke criteria hij daarvoor aanlegt. Hij is niet zo'n fan van windmolens, want die draaien volgens hem op subsidie. Om welke bedragen gaat het? Wanneer zegt hij: deze subsidie moeten wij niet verstrekken?

De heer Leegte (VVD): Dit is niet helemaal een juiste interpretatie van wat ik zeg of van wat de VVD vindt. Wij zien dat 94% van onze energiebehoefte uit fossiele energie komt. Het gaat om een olieverslaving waar wij van af willen. Het betekent een afhankelijkheid van petrostaten die een risico vormt voor de langetermijnontwikkeling van onze economie. Met andere woorden, wij willen innovatie, wij willen nieuwe dingen doen, wij willen naar een nieuwe economie groeien. Daarvoor heb je nieuwe technieken nodig. De overheid heeft de rol om dat te stimuleren. Topsectoren vormen een mogelijkheid. Goed onderwijs is een mogelijkheid. En in de beginfase zijn ook subsidies een mogelijkheid. In het specifieke geval waar wij het nu over hebben, is er een Europese doelstelling. Dat is een harde doelstelling. Wij hebben een afspraak met onze coalitiepartner die daar nog eens boven zit. Dat betekent dat er geld bij moet. Wij zijn ook daarin consequent. Als wij zo'n afspraak maken, dan moet er geld bij. Ik ben politicus, dus het is niet aan mij om te zeggen welke techniek het is. Ik zet wat vraagtekens bij bepaalde technieken. De minister kan daarop reageren. Wij zijn volstrekt techniekneutraal. Een kerncentrale is mij even lief als een zonnepaneel of een windmolen als het gaat om het verminderen van CO2-uitstoot. Het is aan de markt om te bekijken wat de beste techniek is.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik vraag het omdat dit kabinet, met steun van de VVD, technieken steunt waarvan wij nu al weten dat ze nooit zonder subsidie kunnen. Dat vind ik niet zo bij de VVD passen. Ik denk aan de mestvergisters, die draaien op €3000 subsidie per dag. Het LEI heeft uitgerekend dat ze niet rendabel zijn. Als de subsidie ooit een keer stopt -- ik hoop dat de VVD het met mij eens is dat je dit niet tot het einde der tijden kunt blijven subsidiëren -- dan investeer je nu en zet je boeren aan tot investeringen die straks weer helemaal omvallen. Ik vind dat een beetje onverstandig en ik zou graag de VVD aan mijn zijde vinden als ik zeg dat die techniek van de mestvergisters niet zo goed is. Daar zouden wij ons geld niet aan moeten uitgeven.

De voorzitter: Mijnheer Leegte, ik vraag u om te proberen deze vraag bondig te beantwoorden.

De heer Leegte (VVD): Dat zal ik doen, voorzitter. De agenda van de Partij voor de Dieren is dat zij minder beesten wil hebben, dus minder mest. Mestvergisting kan wel degelijk rendabel zijn. Waar wij nu mee zitten, is dat het digestaat, het afvalproduct van de vergisting, niet als mest gebruikt kan worden. Daardoor moeten de boeren kosten maken om het weg te gooien. Je kunt het beter laten gebruiken als kunstmest, want dat is het feitelijk. Dan hoeven de boeren geen kosten te maken en wordt de businesscase positief.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik zal de heer Leegte een cursusje landbouw geven. Wij komen er in tweede termijn nog even op terug.

[...]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De Partij van de Arbeid zegt dat de doelstelling is om in 2020 16% duurzame energie te produceren. Dat klopt; dat staat in het regeerakkoord. Zojuist hebben wij echter van de VVD-woordvoerder begrepen dat zijn fractie meent dat bij een evaluatiemoment misschien een bijstelling naar beneden kan worden afgesproken. Is de Partij van de Arbeid dezelfde mening toegedaan of zegt zij: 16% staat in het regeerakkoord en dat blijft het uitgangspunt?

De heer Jan Vos (PvdA): Ik heb net volgens mij al heel helder aangegeven dat wij onze handtekening onder 16% hebben gezet. Ik ga ervan uit dat in de beantwoording van de vragen door de regering bevestigd wordt dat het regeerakkoord nog steeds van kracht is.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Prima. De uitleg van de VVD-fractie dat bij een evaluatie eventueel kan worden bekeken of 16% nog wel verstandig is, is voor de Partij van de Arbeid dus geen optie?

De heer Jan Vos (PvdA): Net als de Partij voor de Dieren heeft de VVD het recht om hier te zeggen wat zij wil. Dat is het prachtige voorrecht van een democratie. Ik luister daar graag naar.

Beantwoording door de minister van Economische Zaken:

Minister Kamp:
Ik heb geen enthousiaste woorden over schaliegas geuit. Ik heb alleen maar feiten weergegeven. Het is een feit dat men in de Verenigde Staten al twee miljoen keer een boring heeft gedaan, waarbij het zogenaamde "fracken" heeft plaatsgevonden. Er wordt dan water ingebracht op een diepte van 3.000 meter en daaraan wordt ook een percentage chemicaliën toegevoegd. Op die manier wrik je het gesteente open en houd je het ook open, zodat het gas eruit komt. Dit heeft effecten. Daar hebben twee miljoen boringen plaatsgevonden. Ik geef alleen de feiten weer.

Ik verbind daar geen waardeoordeel aan, omdat we eerst onderzoek doen naar de effecten van dat schaliegas. Ik hoef niet met een actiegroep in overleg te treden. Er wordt professioneel onderzoek gedaan naar wat daar speelt. Als er een rapportage is over de risico's van schaliegas, dan wil ik praten met iedereen die daarover een boodschap kwijt wil, althans als ik tijd heb. Uiteindelijk zullen we ons echter vooral op basis van het onderzoek tot een conclusie laten leiden. Die conclusie zullen we ook met de Kamer delen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
De minister heeft zich duidelijk verdiept en ingelezen in en zich laten informeren over het klimaatprobleem. Dat doet mijn fractie deugd, want dan kunnen we het debat tenminste op een goed niveau voeren. Mijn vraag, die ik ook aan de vorige minister van Economische Zaken heb gesteld, gaat ook over schaliegas. Ik weet dat er een onderzoek loopt en dat er op dit moment formeel geen vergunningen worden afgegeven. Er lopen echter wel trajecten. De Kamer krijgt soms signalen dat gemeenten of provincies de indruk wekken dat er in elk geval een vergunningprocedure kan worden opgestart. Het lijkt mij verstandiger als het Rijk duidelijkheid schept en de provincies en gemeenten oproept om niet met vergunningtrajecten aan de slag te gaan. Het moet hen oproepen om daaraan mee te werken.

Minister Kamp:
Ik zal bekijken of het nodig is om via de VNG of het IPO mogelijk bestaande onduidelijkheid op dat punt, met betrekking tot dat onderzoek, weg te nemen.