Bijdrage ouwehand AO Wadden


14 april 2011

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Wij hebben het vandaag over de Waddenzee en het Waddenfonds. Voorheen voerde ik debatten over de wadden met de minister van VROM en de minister van LNV, nu dus voor het eerst met de minister van Infrastructuur en Milieu. Omdat zij het misschien nog niet eerder heeft gehoord, zeg ik nog een keer: de Waddenzee is geen particulier viswater noch een particulier gebied om er wat dan ook te oogsten of te doen. De Waddenzee is een enorm belangrijk natuurgebied. Het kabinet erkent dat en schrijft dat ook in zijn brief, maar het kan niet goed en vaak genoeg benadrukt worden dat het een uniek gebied is waar wij een heel grote verantwoordelijkheid voor dragen. Het is een belangrijk gebied voor trekvogels van Afrika tot Siberië.

De kwaliteit van het Waddengebied is nog altijd niet om over naar huis te schrijven. Daar zit voor de Partij voor de Dieren de grootste zorg. Ik begrijp dat er een brede coalitie is om het Waddenfonds te decentraliseren om samen goede projecten te kunnen doen. Aan de ene kant zijn er activiteiten waar een Natura 2000-toets op zou moeten plaatsvinden, waarover het Rijk als bevoegd gezag nog steeds de regie voert, als ik het goed begrepen heb. Aan de andere kant ben ik een beetje bang dat eventuele schade die het gevolg is van activiteiten die het Rijk goedkeurt in dat gebied, wordt weggemoffeld met: het noodzakelijke natuurherstel gaat het Waddenfonds wel even oplossen. Kan de minister haar licht laten schijnen over hoe die twee dingen zich tot elkaar verhouden?

Een concrete aanwijzing van waar onze zorg zit, is een van de doelen van het Waddenfonds, namelijk een duurzame economische ontwikkeling en een substantiële transitie naar een duurzame energiehuishouding in het Waddengebied en de direct aangrenzende gebieden. Maar wat doet zo'n kolencentrale dan in de Eemshaven? Hoe verhoudt de vergunning daarvoor zich tot de natuurherstelopgave in het Waddengebied? Neemt het Rijk de kosten voor natuurherstel van die specifieke schade voor haar rekening of schuift het die door? Hoe zit dat? Klopt het dat het Rijk het bevoegd gezag is en blijft in het kader van Natura 2000? Kan het Rijk de provincies dan opdragen om de natuurwaarden te verbeteren?

Dan het internationale karakter van de Waddenzee. Nederland heeft overleg met Duitsland en Denemarken over de bescherming van dit Natura 2000-gebied. Hoe zit het met de internationale afstemming en de financiering van internationale projecten voor natuurherstel als het kabinet zijn plannen voor de decentralisatie van het Waddenfonds doorzet? Worden de criteria voor de toekenning van de gelden van projecten uit het Waddenfonds in de voorstellen van het kabinet op decentraal niveau vormgegeven of doen wij dat hier? Dat is mij niet helemaal duidelijk.

Het fonds is aanvankelijk opgericht in verband met de gaswinning. Ik heb tijdens het rondetafelgesprek duidelijk proberen te krijgen hoe groot de baten precies zijn. De aanwezige sprekers zeiden echter: vraag het aan de minister. Bij dezen. Wat was begroot? Wat zijn de baten nu? Het zou zomaar meer kunnen zijn. Hoe gaan wij om met eventuele grotere winsten gelet op de greep die eerder uit de kas van het Waddenfonds is gedaan? Het kabinet stelt een fifty-fifty-verdeling voor tussen economie en ecologie. Tijdens het rondetafelgesprek kwam naar voren dat dat wat achterhaald is, omdat de hele gedachte achter het fonds juist is dat economie en ecologie samen kunnen gaan. Hoe zit dat precies? De oorspronkelijke doelstelling van het fonds was om economische activiteiten te stimuleren die geen schade toebrengen aan de natuur. Betekent dat, dat die activiteiten in zichzelf niet schadelijk zijn? Of betekent dat, dat een economische activiteit, waar 50% naartoe kan vloeien, wel schade kan aanrichten maar dat met die andere 50% de beschadigde natuur weer moet worden hersteld? Hoe zit dat met die criteria?

Tot slot zijn wij niet overtuigd van de noodzaak om te decentraliseren. Ik heb daar een groot aantal vragen over. Ik vind het ook een beetje jammer dat mevrouw Jacobi niet de plaatjes heeft meegebracht die zij tijdens het rondetafelgesprek bij zich had.

Mevrouw Jacobi (PvdA): Ik heb ze bij me.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): O, toch. Misschien kan zij ze even overeind houden. Ze illustreren waarom wij nog niet erg onder de indruk zijn van het verminderen van de bestuurlijke spaghetti. Dat maakt bij ons de noodzaak om te decentraliseren nog eens extra minder urgent.

De heer De Rouwe (CDA): Niet onder de indruk kan betekenen dat het nog steeds heel erg is of dat het nog erger moet worden. Kan mevrouw Ouwehand dat nog even toelichten?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Kijk, daar komen de plaatjes van mevrouw Jacobi. Op een plaatje staan veel streepjes.

Mevrouw Jacobi (PvdA): Dit is het toekomstige model en dit het huidige. Zoek de verschillen.

De heer De Rouwe (CDA): Beide zijn vreselijk. Daarom zou ik ook van de andere leden in tweede termijn willen weten of zij net als ik ervoor voelen om een groot aantal taken bij de provincie onder te brengen. Dat zou ik ook aan mevrouw Ouwehand willen vragen, aangezien zij erkent dat dit wel heel erg is.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dat erken ik, maar ik zeg niet dat decentralisatie daar de oplossing voor is. Integendeel, zou ik zeggen als ik zo de plaatjes van mevrouw Jacobi zie. Ik snap dat de CDA-fractie zegt: wij gaan decentraliseren en moeten misschien ook wat sliertjes van die spaghetti opeten. De Partij voor de Dieren vraagt zich af of dat met decentralisatie wel gaat lukken.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: De fracties van de Partij voor de Dieren en GroenLinks hebben vragen gesteld over Natura 2000. Het Rijk is bevoegd voor Natura 2000-projecten. Op het moment dat er voorstellen gedaan worden in dat gebied die strijdig zijn met Natura 2000 hangt het ervan af uit welke hoek het voorstel komt om te bepalen waar de compensatie vandaan moet komen. Als dat een private partij is, een bedrijf dat iets wil realiseren, zal die zelf voor compensatie moeten zorgen, maar als het een project is in het kader van het Waddenfonds hoort die compensatie daarbij. Het is dus afhankelijk van de vraag uit welke hoek het initiatief komt, maar het is niet zo dat het Waddenfonds gebruikt wordt als een compensatiemechanisme voor allerlei externe projecten. Wat de gasopbrengsten betreft, de budgetten in het fonds zijn niet gekoppeld aan de hoogte van de opbrengsten. Het is een eenmalige afspraak geweest die niet gekoppeld is aan de opbrengsten. Ik zou niet precies weten wat de opbrengsten nu zijn, maar dat is ook niet relevant voor de discussie.

(…)

Mevrouw Jacobi (PvdA): Ja, ja. Efficiencykorting is iets wezenlijk anders dan een bezuiniging. Ik verwacht dat de minister bij haar standpunt blijft.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik deel de vragen die mevrouw Jacobi heeft gesteld over de korting. De minister zegt dat het niet uitmaakt, omdat destijds een grondige afspraak is gemaakt over de aardgasbaten. Dat maakt het echter niet minder relevant om nu te weten wat die opbrengsten zijn. Kan de minister die informatie op z'n minst nog nasturen? Ik ben blij dat de minister heeft gezegd dat activiteiten die een verstorend effect hebben niet uit het Waddenfonds zullen worden gecompenseerd. Dat roept wel vragen op. Voor zover ik weet, hebben de mosselvissers uit Zeeland nog geen enkele compenserende maatregel gefinancierd. Sterker nog, voor een verandering van hun visserijactiviteiten wordt de staatskas opengetrokken. De kokkelvissers zijn nota bene uitgekocht uit het Waddenfonds. Ik ben blij dat de minister deze toezegging doet, maar ik vraag me wel af waar de boter bij de vis blijft om de schade die de mosselvisserij heeft veroorzaakt te herstellen.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Mevrouw Ouwehand heeft gevraagd om inzicht in de gasopbrengsten. Dat wordt heel ingewikkeld. Dan moet je de gaswinsten over de jaren heen bekijken en dan ook nog specifiek in het Waddengebied. Dat is een vrij complexe exercitie. Het is ook niet relevant voor de discussie. Dus dat zeg ik niet toe.

Dan kom ik op de vraag over de mosselvissers en de kokkelvissers. Die zijn uitgekocht op kosten van het Rijk, omdat het Rijk het niet wenselijk vindt dat zij in dat gebied vissen. Daar hoort een compensatie bij. Op het moment dat partijen individueel schade aanbrengen aan de natuur, zijn er vele mogelijkheden om kosten bij veroorzakende partijen in rekening te brengen. Maar dit zijn wel wat oude dossiers.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dit gaat toch wel een beetje raar. Die kwestie van de mosselvisserij is nog niet zo heel lang geleden. Die speelt nog. Er zijn mosselbanken verdwenen. Ik ben blij dat de minister heeft gezegd dat een bedrijf dat schade toebrengt, zelf de compensatie moet ophoesten. Bij mijn beste weten is dat nooit aan de mosselvissers gevraagd. Ik heb er ook niet zo veel vertrouwen in dat wij dat principe gaan toepassen. Ik vraag de minister om als bevoegd gezag geen vergunningen meer te geven voor activiteiten die schade toebrengen aan het Waddengebied.

Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus: Met het gevaar over andermans portefeuille te praten: volgens mij zijn de problemen met de mosselvissers en de kokkelvissers opgelost. Daar zijn afspraken over gemaakt. Wat het verlenen van vergunningen betreft voor activiteiten die schade aanbrengen, wijs ik erop dat daar spelregels over zijn afgesproken. Op het moment dat er schade wordt aangebracht, moet je compenseren, mitigeren of op een andere manier de schade tenietdoen. Daar zijn vaste vergunningen voor. Daar ga ik nu niets aan veranderen. De Europese regelgeving met betrekking tot Natura 2000 en met betrekking tot het Waddengebied is heel duidelijk. Het is een beetje vragen naar de bekende weg.