Bijdrage Ouwehand AO vergun­ning­ver­lening voor de bouw van de kolen­cen­trale in de Eemshaven


13 oktober 2011

Bekijk de bijdrage via debatgemist.nl

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. De trieste conclusie is dat de staatssecretaris het ontzettend gemakkelijk heeft. Blijkbaar is het CDA niet eens meer nodig in een bevoegd college om de natuurwetten op grote schaal te schenden. Voorheen hadden we altijd het CDA daarvoor nodig, in Brabant en overal waar maar vergunningen verleend moesten worden voor veefabrieken of andere schadelijke activiteiten.

Nu durft in Groningen een college met weliswaar de VVD, maar ook de PvdA, D66 en GroenLinks, het plannetje dat door het vorige college en de voormalige minister van Landbouw, Natuur en Voedsel, mevrouw Verburg, ingezet was, niet terug te draaien. Deze staatssecretaris was toen in Groningen deel van de macht. Het college durft dat plannetje niet terug te draaien, ook niet nadat de rechter heeft gezegd: ho eens even, we hebben hier een natuurbeschermingswet en die had nageleefd moeten worden. Ik wil de sfeer niet verpesten, maar de staatssecretaris heeft het al gemakkelijk.

Ik roep alle collega's die hier aan tafel zitten op om mij te steunen en het hem vandaag een stukje moeilijker te maken. Als we de brief van de staatssecretaris lezen, is dit een typisch gevalletje van verdeel-enheers en van zorg ervoor dat alle slechte plannen toch ten uitvoer kunnen worden gebracht. Wat wil het geval? De toenmalig minister van LNV heeft inderdaad in overleg met de betrokken provincies de vergunning verleend. Nu blijkt dat dit niet had gemoeten, schrijft de staatssecretaris een briefje waarin staat dat Groningen het bevoegd gezag is en dat hij niets meer kan doen. Dat klopt natuurlijk niet. Deze staatssecretaris is eindverantwoordelijk voor een goede uitvoering van de afspraken waaronder ook het CDA in Europees verband zelf zijn handtekening heeft gezet.

Ik herhaal hierbij dat ik het droevig vind dat alleen dit al reden zou kunnen zijn om in Nederland onze eigen natuur te beschermen, maar het is niet anders. Dat is nu eenmaal de keuze van dit kabinet en van alle eerdere kabinetten. Ik zie graag dat we hierin zelf onze eigen verantwoordelijkheid nemen, maar dat doen we niet. Dus blijft alleen die Europese afspraak staan, maar daaronder staat wel een handtekening. De staatssecretaris kan het niet maken.

Er is grote kritiek op de vergunningverlening. Allerlei zaken zijn niet onderzocht. Ik noem de uitstoot van de stikstof en de gevolgen van het heien voor bruinvissen en zeehonden. Ik begrijp nu al van de collega's van de PVV en de VVD dat het erg is als er bruinvissen doodgaan omdat er geheid wordt voor een windmolen. Maar als er bruinvissen doodgaan omdat er een kolencentrale moet komen, is er natuurlijk niets aan het handje.

Graag hoor ik een uitleg in de termijn van beide geachte heren op dat punt. Effecten van de koelwaterlozingen op flora en fauna zijn niet onderzocht. Om alle collega's uit de droom te helpen: alle genoemde nadelen worden niet opgelost als we wat meer, veel of weinig, biomassa gaan bijstoken. Ook dan zal de vaargeul moeten worden verdiept en we zien in het dossier Hedwigepolder wat daar allemaal van kan komen. Ik geloof niets van de monitoring waarover de staatssecretaris het heeft. Hoe moet ik dat voor me zien? Als de effecten op bruinvissen en zeehonden wel zijn onderzocht en als er nog eventuele resteffecten zijn, gaan we dan de bouw van de kolencentrale stilleggen als blijkt dat die gevolgen te ernstig zijn? Welke garanties krijgen we daarvoor? Welke beloften waarin we ook maar enige vertrouwen kunnen hebben, kan de staatssecretaris in dit overleg doen, gelet op de voorgeschiedenis van ingrijpen als de natuur daadwerkelijk te lijden heeft?

Er is maar één optie mogelijk. Deze staatssecretaris grijpt in en legt de bouw van de
kolencentrale stil. Dit is zijn eindverantwoordelijkheid: Natura 2000, kwetsbare natuur en – ik noem het nog maar even -- werelderfgoed. Ik heb de staatssecretaris gezien in een
programma met een bootje. Hij vond de Wadden de mooiste natuur van Nederland omdat die ongerept is. Ik vind dat mooie woorden van de staatssecretaris. Gaan we daar dan echt een kolencentrale neerzetten? Ik dacht het toch niet.

[…]

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks): […] Ik doe een laatste oproep aan de staatssecretaris. Is de plek naast het werelderfgoed, naast het gebied waar alle Nederlanders zo nu en dan eens graag uitwaaien of gaan fietsen, nu de plek om een ouderwetse fossiele kolencentrale neer te zetten? Staatssecretaris Bleker, grijp
de gelegenheid om er samen met de partijen uit te komen nu het nog kan en kies voor een schoner alternatief.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik begon er in mijn eigen termijn al over. Wat ontzettend
steekt is dat GroenLinks in Groningen de sleutel in handen heeft. Dat geldt ook voor de
PvdA en D66, maar het is wel een gedeputeerde van GroenLinks geweest die de
gedoogvergunning heeft afgegeven. Ik vind oprecht dat staatssecretaris Bleker hiervoor de eindverantwoordelijkheid heeft. Ik probeer hem daarop ook aan te spreken. GroenLinks kan ook zien dat de kaarten hier in de Kamer niet heel voordelig zijn geschud. Waarom vraagt de voorvrouw van GroenLinks niet aan de verantwoordelijke mensen van GroenLinks in Groningen om de stekker eruit te trekken en zo die kolencentrale daadwerkelijk tegen te houden?

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks): Ik begrijp die vraag volledig. De GroenLinks-fractie in Groningen en de GroenLinks-fractie in de Tweede Kamer zijn niet blij met dit besluit van het college van Gedeputeerde Staten. We hebben voor en achter de schermen veel overleg gehad om te kijken of er ruimte was om juridisch een second opinion te vragen of het een tijdje uit te stellen. We hebben wel voor elkaar gekregen dat de gedeputeerde van GroenLinks in tegenstelling tot de heren Bleker en Verhagen wel een oproep gedaan heeft en gesproken heeft met RWE en een van de natuur- en milieuorganisaties om te bekijken of de partijen niet aan tafel kunnen komen om er, analoog aan het voorbeeld van Nuon, samen uit te komen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Met alle respect, maar dat is de aanpak die we kennen van het CDA. Wissel de gedeputeerde van GroenLinks in voor mevrouw Verburg en je krijgt hetzelfde verhaal. De rechter geeft een keiharde tik op je vingers en vervolgens zeg je: we gaan in goed overleg en natuurlijk moeten we eruit komen. Vervolgens kom je tot een poldercompromis waarbij je alsnog alle natuurbeschermingsregels aan je laars lapt. Dat is de CDA-strategie. Ik vind het echt erg. Het doet me pijn dat we die kolencentrale kunnen tegenhouden, maar dat de fractie van GroenLinks in Groningen het blijkbaar niet belangrijk genoeg vindt om de stekker eruit te trekken, ook al zegt ze die centrale niet te willen. Ik zou zo graag zien dat we dat doen. Ik doe nogmaals hier in de Kamer een oproep aan staatssecretaris Bleker, maar het lijkt er niet op dat we de coalitie- en gedoogpartijen daarin mee krijgen. Er is dus maar één oplossing: GroenLinks moet in Groningen kappen met dat bestuur; weg met die kolencentrale.

Mevrouw Van Tongeren (GroenLinks): Ik deel de mening van mijn collega Ouwehand dat het college van Gedeputeerde Staten in Groningen de sleutel in handen heeft. De
GroenLinks-fractie in Groningen en ook de GroenLinks-fractie in de Tweede Kamer, hebben het college opgeroepen om in elk geval de gedoogvergunning niet na twee dagen te verlenen en er meer tijd voor te nemen om te bekijken of het überhaupt wel kan. Ik moet tot mijn spijt concluderen dat er geen gevolg gegeven is aan de oproep van de eigen fractie of van de Tweede Kamerfractie.

[…]

Staatssecretaris Bleker: Voorzitter. Ik ga eerst in op een paar prealabele kwesties die van de kant van de Kamer zijn aangekaart. Mevrouw Ouwehand merkte op dat er een
kolencentrale wordt gebouwd in een zeer waardevol gebied. Ik ben het helemaal met haar eens dat het waddengebied een zeer uniek ecologisch gebied is. Daarom is het ook goed, zoals de heer Samsom zei, dat we wetgeving hebben, de Natuurbeschermingswet, die we ook strikt moeten toepassen als er aanvragen gedaan worden voor activiteiten aldaar. Een vraag van de heer Van Gerven was of ik blij ben met het maatschappelijk middenveld op het gebied van milieu en natuur. Het antwoord op die vraag is een volmondig ja.

[…]

Staatssecretaris Bleker: De vraag was of ik bereid ben een dialoog op gang te brengen
tussen RWE en milieuorganisaties. Ik heb aangegeven dat RWE bereid is om de
mogelijkheid van bijstook van biomassa te onderzoeken. Dat is prima. Ik weet dat RWE zeer verankerd is in het gebied; het heeft contacten met overheden, met het Groninger Museum, met FC Groningen, met Jan en alleman. Ik heb er vertrouwen in dat men op dit punt de contacten verder aanhoudt. Dat kan ook met de milieuorganisaties zijn.

Mevrouw Van Veldhoven (D66): Ik zou nu graag niet de jurist maar de politicus zien. Wij
hebben het hier over een dossier dat zeer controversieel is en over een moment in het
proces waarin nog ...

Staatssecretaris Bleker: RWE heeft de toezegging gedaan dat men bijstook wil onderzoeken. Wij zullen met RWE contact opnemen dat het belangrijk is dat men daarnaar kijkt en dat het in dat verband ook belangrijk kan zijn om met de organisaties in de regio te spreken. Dat zullen wij op een low profilewijze onder de aandacht brengen, maar in Groningen zijn daar weinig woorden voor nodig.

Mevrouw Van Veldhoven (D66): Hartelijk dank.

Mevrouw Ouwehand (PVDD): Ik zie hier liever niet de politicus met CDA-kleuren. Dat is
precies het politieke spel: controversieel, weerstand en dan bekijken wat wij kunnen
wegpolderen. Ik wil van de jurist Bleker horen dat het dan meteen een goede toets van de wet is waar hij verantwoordelijk voor is. Als wij biomassa gaan stoken, blijven de bezwaren op basis van de Natuurbeschermingswet toch gewoon staan: het verdiepen van de vaargeul, de lichtuitstoot, de activiteiten? Dat kan de staatssecretaris toch wel erkennen?

Staatssecretaris Bleker: De genoemde bezwaren zijn de kwetsbare zaken die de Raad van State heeft genoemd. Daar gaat het over in de nieuwe aanvraag en de beoordeling. Al gaat RWE alle Groningers een cursus Gronings geven of wat dan ook, dat doet daar niet aan af. Het gaat erom dat de aanvraag de kritische toets van de Natuurbeschermingswet kan doorstaan.

Mevrouw Ouwehand (PVDD): Ik wil toch testen of de staatssecretaris, die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de Natuurbeschermingswet, het zelf snapt. Ik wil de duidelijke erkenning horen dat de bezwaren op basis van de Natuurbeschermingswet er gewoon liggen, ook als wij biomassa gaan stoken. Dan kan hij politiek praten en beloven dat hij daarnaar gaat kijken en dat het de toets moet doorstaan, maar ziet hij dat?

Staatssecretaris Bleker: Ik snap het helemaal.

Mevrouw Ouwehand (PVDD): Het is een mager zesje.

Staatssecretaris Bleker: Als ik van deze lerares een zes krijg, ga ik gauw naar huis om het te vertellen. Dat heb ik nog niet meegemaakt.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD):Wat gebeurt er als er wel wordt gebouwd en uit de monitoring blijkt dat er grote schadelijke effecten zijn op de zeehonden en de bruinvissen? Wordt de bouw dan stilgelegd? Voor wie zijn de kosten?

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik denk dat de treurige conclusie van dit debat is dat een aantal partijen wel degelijk onderstreept dat de natuur uit zichzelf weerloos is en niet voor zichzelf kan opkomen, maar dat daar niet meer voor nodig is dan af en toe wat slechte plannen en andere mensen die hun mond houden. Het is structureel dat het ministerie en de provincies vergunningen verlenen die in strijd zijn met de Natuurbeschermingswet. Meestal is het CDA daar aan het roer. Als de overheid dan een tik op haar vingers krijgt door de rechter, is er blijkbaar in dit land genoeg steun om toch de kant van het harde geld te kiezen. Niet een politieke patij, in elk geval niet genoeg, staat op om te zeggen: eigen schuld dikke bult, ga zelf maar op de blaren zitten. Dat vind ik ongelofelijk treurig. Wij hebben het CDA niet eens meer nodig. Het start wel vaak die foute vergunningen, maar komt er ook gewoon mee weg. Dat neem ik mijn groene collega's zeer kwalijk.

[…]

Staatssecretaris Bleker: […] Mevrouw Ouwehand vroeg wat er gebeurt met de monitoring. De bouwwerkzaamheden kunnen worden voortgezet. Al voor de uitspraak van de Raad van State, was de monitoring een voorwaarde van de vergunning. RWE moet aan de voorwaarden voldoen, dus als er onaanvaardbare effecten optreden voor zeezoogdieren zijn er twee mogelijkheden: of de werkzaamheden worden zodanig aangepast dat er wel aan de voorwaarden wordt voldaan -- de verantwoordelijkheid voor de kosten van de aanpassing van de werkzaamheden ligt bij de aanvrager -- of de bouw kan alsnog worden stilgelegd als men daartoe niet in staat is.

Dat is niet nieuw, dat was al zo. Er wordt al een paar jaar gebouwd en gemonitord. Als er
onaanvaardbare effecten optreden, kan in het uiterste geval het bevoegd gezag optreden. De aanvrager draait op voor de kosten.

[…]

De voorzitter: Ik kom tot een afronding. Mevrouw Ouwehand vraagt een VAO aan. Wij
zullen dat aanmelden met als eerste spreker mevrouw Ouwehand. Ik heb drie toezeggingen genoteerd:
- De staatssecretaris zegt toe de kamer schriftelijk te informeren inzake de ADC-toets.
- De staatssecretaris zal voor 22 november 2011 de Kamer informeren over de
bijstookmogelijkheden en de afspraken met RWE.
- De staatssecretaris zegt toe bereid te zijn de mogelijkheid van een eenbesluitregeling ten onderzoeken in het kader van het omgevingsrecht. Meer specifiek zal dit gebeuren door minister Schultz van Haegen.