Bijdrage Ouwehand AO Staats­bos­beheer


5 maart 2014

De heer Heerema (VVD): Ik hoop dat de partijen het verleden wat los kunnen laten en wat meer in het heden willen leven. Deze VVD denkt er blijkbaar wat anders over. Wat ons betreft, hoef je niet zo rechtlijnig de intrinsieke waarde van dier, plant, natuur enzovoorts op te nemen. Daar zijn wij niet aan toe en daar zullen wij ook niet aan toekomen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik herinner mij dat zwartboek Natura 2000-klachten van een aantal pagina's. Gefeliciteerd daarmee, want de VVD heeft toch samen met het CDA het natuurbeleid van de afgelopen jaren bepaald, niet ten gunste van de natuur. Als de VVD denkt dat het beheer goedkoper kan, dan is de Partij voor de Dieren dat op zichzelf met haar eens. Is de VVD dan ook bereid om de keuzes te maken die daarbij horen, namelijk dat je de natuur niet als een soort vuilnisplek gebruikt waar voortdurend beheerders in moeten om de rommel, stikstof bijvoorbeeld, weer op te ruimen? Is de VVD bereid om ook aan die kant te kijken? Of moeten we als het aan de VVD ligt toch geld blijven uitgeven om dat beheer op orde te houden, terwijl wij de vervuiling gewoon laten toenemen?

De voorzitter: Uw punt is duidelijk.

De heer Heerema (VVD): Het punt is duidelijk in de zin van: vind je dat er meer ruimte moet komen voor de organisatie zelf om daarin keuzes te maken? Zo interpreteer ik het tenminste. Kijk je naar de Terreinbeherende Organisaties in Nederland, dan zie je daar verschillende gradaties in. De vraag is: vinden wij dat wij een van die organisaties daarin een andere positie moeten geven? Wij zijn daar niet zo van. Wij vinden dat er een gelijk speelveld moet zijn. Dat die organisaties intrinsiek misschien niet volledig op elkaar lijken, zal consequenties kunnen hebben voor de wijze waarop je die organisaties vorm moet geven. Wij kunnen bij een van die organisaties aan de touwtjes trekken en dat is Staatsbosbeheer.

Moet je dan blijven investeren in het beheer van die vuilnisbelt? Ik dacht dat mevrouw Ouwehand dat woord gebruikte. Als je de verantwoordelijkheden teruggeeft aan de organisatie zelf, die met minder middelen terug moet naar de kerntaken, dan zal zij daar heel logisch mee moeten omgaan in de wijze waarop zij de geldstromen inzet die ze nog kan verkrijgen. Het draait om de kerntaken en daarbij horen ook de veiligheid en de leefbaarheid van de gebieden. Het is dan niet aan ons, maar aan de organisatie zelf om dat te bepalen en dat kunnen andere Terreinbeherende Organisaties ook.

De voorzitter: Mevrouw Ouwehand, een heel korte concrete vervolgvraag graag.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Nu gaat de heer Heerema weer terug naar Staatsbosbeheer. Het AO gaat daar ook over, maar hij begon zelf over Natura 2000. De vraag is dan natuurlijk waarvoor de VVD kiest. Onze boswachters zijn, met alle respect, een soort veredelde vuilnismannen geworden. Wij laten de vervuiling van de natuurgebieden ongelimiteerd doorgaan. Dan is het beheer duur, want iedere keer moet die troep worden opgeruimd. Wij kunnen daar bezuinigen. De VVD zegt dat er minder geld naar natuur moet. Vind ik de VVD aan mijn kant, wanneer ik zeg dat dit ook betekent dat we een rem moeten zetten op de vervuiling van de natuurgebieden?

De heer Heerema (VVD): De vraag is nu wat duidelijker. Wij hebben de vorige keer gesproken over groene boa's. Mevrouw Thieme was daarbij aanwezig. De VVD heeft toen gepleit voor bijvoorbeeld het vereenvoudigen van de exameneisen voor boa's om ervoor te zorgen dat zij makkelijker kunnen opereren in het groene gebied, zodat het goedkoper wordt om dat in het groene gebied toe te laten. Daar vindt u mij aan uw zijde, want dat vinden wij ook.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De heer Geurts sprak over samenwerking tussen en integratie van landbouw en natuur. Ik ben benieuwd welk soort landbouw het CDA voor zich ziet die goed samengaat met de natuur.

De heer Geurts (CDA): Dat is een inkoppertje. Ik kan een heel lang antwoord geven …

De voorzitter: Doet u dat maar niet!

De heer Geurts (CDA): … maar ik kan het ook kort doen. Je ziet dat de landbouw in Nederland al heel veel natuur beheert. Alleen verschillen mevrouw Ouwehand en ik erover van mening of grasland, of er nu wel of geen koe op loopt, ook natuur is.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dan is de visie van het CDA dus eigenlijk: we plempen het land vol met industriële landbouw en dat noemen we natuur. Dat mag, want iedereen heeft vrijheid van meningsuiting. Dat is echter iets heel anders dan het inpassen van landbouw in natuur. Ik had een beetje gehoopt dat het CDA ook zou zeggen: lelieteelt in een natuurgebied waar metam-natrium wordt gebruikt, moet je misschien niet willen en misschien moet je ook niet overal megastallen willen hebben.

De voorzitter: U gaat niet over zijn antwoord, maar wel over uw vraag.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik spreek hier mijn teleurstelling uit, maar het is goed dat wij helder hebben gekregen dat het voor het CDA niet "landbouw in natuur" is, maar "industriële landbouw en dat noemen we natuur". Dat is net even wat anders.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. We hebben meer natuur nodig in plaats van minder. Natuur heeft een waarde in zichzelf die veel verdergaat dan kortetermijnwinsten die we in euro's zouden kunnen uitdrukken. Dus dat moet gezegd in dit debat. Het is overigens een bijzonder liberaal beginsel dat je de natuur best mag benutten als mens. Ik hoop dat ook de heer Heerema snapt dat veel van wat hij gebruikt, zoals de tafel waar hij nu aan zit en de kleren die hij nu aan heeft, zijn oorsprong heeft in de natuur. Dat komt niet zomaar uit de lucht vallen. Maar goed, die discussie moeten we nu verder maar niet aangaan; je kunt in ieder geval de intrinsieke waarde van de natuur erkennen en toegeven dat we zonder natuur echt nergens zijn. Het is een mooi liberaal beginsel van een denker zoals de heer Locke, dat we de natuur best mogen gebruiken maar dat het wel onze morele plicht is dat generaties na ons van eenzelfde hoeveelheid natuur van eenzelfde kwaliteit gebruik kunnen maken. Dus ik doe nog maar eens beroep op de VVD om de liberale beginselen er nog eens op na te slaan om te kijken of dat misschien een invalshoek zou kunnen zijn voor de opstelling van de VVD in het natuurdebat.

Verder moet het de Partij voor de Dieren van het hart dat deze staatssecretaris ten opzichte van het beleid van het vorige kabinet, weliswaar meer ambitie en liefde toont voor de natuur, maar dat er nog steeds forse bezuinigingen plaatsvinden. Wellicht zijn die bezuinigingen over een jaar of tien realistisch als je ervoor hebt gezorgd dat de druk die op de natuur staat fors is verminderd, maar aan dat laatste werkt dit kabinet ook niet. Het is het een of het ander. Als je zegt te staan voor de natuur, moet je daar ook het bedrag voor uittrekken dat er op dit moment voor nodig is. Investeren in robuuste natuur, minder stikstofbelasting, minder gif en dus goedkoper en schoner drinkwater, dat soort keuzes zouden gepaard moeten gaan met een strategie om de kosten voor natuur terug te dringen. Maar helaas, daar zorgt dit kabinet niet voor.

Wel is het goed nieuws dat de bezuinigingen die zouden worden ingevuld met de verkoop van Staatsbosbeheer van de baan zijn. Afgelopen vrijdag nog hebben we in ons gebied in Daarle een ontzettend leuke dag gehad met vrijwilligers die het natuurgebied van de Partij voor de Dieren helpen beheren. Dat was ongelofelijk leuk. We zijn er heel erg trots op dat we met de actie natuurgebieden hebben kunnen redden. Volgens berekeningen in Trouw hebben we van het totale aantal hectaren die in de uitverkoop moesten voor die 100 miljoen, 13.000 hectare weten te redden. Daar zijn we blij om. Het blijft echter jammer dat die bezuiniging van 100 miljoen nog steeds niet van de baan is. We hebben ook nog wel wat vragen over wat de staatssecretaris daarover schrijft. Zij geeft aan dat Staatsbosbeheer moet zorgen voor een betere positionering van de natuur en het eigen profiel, dat natuur meer moet worden opengesteld voor publiek en dat mensen er meer bij betrokken zouden moeten worden. Het lijkt er echter op dat die bezuiniging juist ten koste gaat van wat zij voor ogen heeft. Staatsbosbeheer moet op zoek naar middelen om die bezuiniging te halen en het lijkt er niet op dat we de waarden die de staatssecretaris in haar brief zelf beschrijft, daarmee veilig kunnen stellen. Die bezuiniging van 100 miljoen blijft boven de markt zweven. Wat doet de staatssecretaris als de opbrengst van de verkoop van recreatiehuizen aan erfpachters tegenvalt? Kan zij in elk geval de Kamer toezeggen dat zij dit gat niet gaat vullen met opnieuw verkoop van natuurgebieden?

Verder hebben we begrepen dat Staatsbosbeheer op zoek gaat naar manieren om met vrijwilligers het werk gedaan te krijgen om de landschapselementen te behouden en dat dit in veel gevallen de mensen van de oude stempel zullen zijn, dus jagers. Kan de staatssecretaris toezeggen dat we niet plezierjacht gaan verkopen om de kas van Staatsbosbeheer een beetje te vullen?

Dezelfde zorgen heeft de Partij voor de Dieren als het gaat om houtkap. Natuurlijk kun je iets oogsten uit de natuur. Dat hoeft niet op gespannen voet te staan met natuurwaarden, maar je moet wel goed opletten dat je dat daadwerkelijk borgt. Als ik de eenzijdige focus van dit kabinet op de bezuinigingen bekijk, dan zijn we daar niet gerust op. Welke garanties kan de staatssecretaris geven dat de houtkap waar Staatsbosbeheer een verdere stap in zet, niet ten koste gaat van de kwaliteit van de natuur? Kan zij garanderen dat er voldoende ruimte overblijft voor natuurlijke bossen of wordt het allemaal houtproductiegebied?

Om een lang verhaal kort te maken: we hopen dat deze staatssecretaris het lef heeft om te onderkennen dat Staatsbosbeheer werk doet dat van groot belang is voor ons allemaal en dat het erg zou helpen als we de belasting op de natuur terug weten te dringen. We hopen dat ze wil erkennen dat investeringen in de natuur nu, op langere termijn een ontzettend goede begrotingsmaatregel is. Want robuuste natuur scheelt een hoop juridisch gedoe, waar de VVD altijd boos over wordt, zodat het ook voor haar handiger zou zijn als ze dat gezeur met zwartboeken en dergelijke niet meer heeft. Bovendien scheelt het in de beheerkosten op de lange termijn. Dus dat zijn allemaal win-winsituaties.

Ik ben het op zichzelf met het CDA eens dat er een verbinding zou kunnen zijn tussen natuur en landbouw. Dat is een kansrijk idee, maar dan moet je daarin wel keuzes maken. Dus wat zegt de staatssecretaris van het plan om overal, te beginnen met de natuurgebieden van Staatsbosbeheer, als een soort buffer biologische landbouw te realiseren? Dat scheelt ook voor de druk op de natuurgebieden en beheerkosten en misschien krijgen we zelfs het CDA er enthousiast voor als we ervoor zorgen dat er daar dan ook een koe mag grazen.

Staatssecretaris Dijksma: In het verleden zijn er rechtszaken geweest waarbij is vastgesteld dat Staatsbosbeheer op dit punt aan het wettelijk kader voldoet. Niet iedereen zal blij zijn met de activiteiten van Staatsbosbeheer nu, maar ik kan de Kamer verzekeren dat er nog veel meer mensen niet blij worden als wij Staatsbosbeheer blijven vragen om meer eigen middelen te genereren. De Kamer wil dat echter wel; nou ja, misschien niet iedereen, maar heel veel leden wel.

De heer Geurts (CDA): Ik heb hier de motie die door de Kamer is aangenomen. PvdA, SP, GroenLinks en D66 waren tegen de motie, maar de rest van de fracties was ervoor, inclusief de Partij voor de Dieren. In die motie staat heel duidelijk dat dit vanuit de eigen productie moet. Ik vind het heel bijzonder dat de staatssecretaris dan zegt dat Staatsbosbeheer van derden bijkoopt en op die manier in de markt treedt. Ik sluit mij dan ook aan bij de woorden van collega Heerema, die zich afvraagt hoe de kostprijzen tot stand komen. Wij hebben hier toch wel een probleempje.

Staatssecretaris Dijksma: Nou heb ik het gevoel dat wij langs elkaar heen praten. Ik probeer een paar argumenten te geven, maar de heer Geurts gaat daar niet op in. Het eerste punt is dat er marktconforme prijzen zijn. Het tweede punt is dat dit door de rechter getoetst en akkoord bevonden is. Meer dan dat kan ik toch niet doen? Het derde punt is dat het CDA en een aantal andere fracties -- en ik ben het daarmee eens -- van mening zijn dat Staatsbosbeheer meer eigen middelen moet genereren. Daarom zou ik met de woorden van mevrouw Dik-Faber willen zeggen: dan moet u dat wel mogelijk maken!

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik heb zomaar het vermoeden dat we destijds een foutje hebben gemaakt bij het steunen van die motie. Dat kan gebeuren. Zelfs ik maak af en toe een foutje, maar dan geef ik dat gewoon toe. Het kan nooit kwaad om te bekijken of iets efficiënter kan en of wij misschien iets meer kunnen halen uit het grote kapitaal dat wij in handen hebben. De Partij voor de Dieren is dus niet principieel hiertegen, maar waakt wel voor te grote dollartekens in de ogen als wij naar de natuur kijken.

Ik heb een vraag over de houtkap. De staatssecretaris zegt dat Staatsbosbeheer aan de wettelijke kaders moet voldoen en dat er regels zijn voor het beschermen van de biodiversiteit. Ik snap dat allemaal. Toch zeggen wij dat er meer houtoogst moet komen uit de natuurgebieden. Ik zou willen weten hoe de staatssecretaris borgt dat wij die regels daadwerkelijk handhaven en dat wij geen spijt krijgen van het te veel ombouwen naar productiebossen waardoor wij te veel natuurlijke bossen verliezen. Wat is de visie van de staatssecretaris zelf? Wij moeten op een zeker moment ook evalueren en bekijken of wij het goed doen of dat wij misschien te hard van stapel lopen met onze wens om hout uit de bossen te halen.

Staatssecretaris Dijksma: Wij zitten hier op een snijvlak: wat is het publieke belang van het beschermen van de natuur versus welke mogelijkheid moet de organisatie hebben om eigen middelen te genereren? Die zaken komen ook terug in het convenant. Bovendien heeft dit alles een wettelijke basis. Om die reden is het belangrijk om vast te stellen dat het niet gaat om het maken van winst, maar om het kunnen inzetten van de eigen middelen die gegenereerd worden voor het verder verstevigen van het beheer van natuur.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dat klinkt allemaal redelijk vanuit het begrotingsperspectief, maar ik wil de garantie dat wij de intrinsieke waarde van natuurlijke bossen terug blijven zien. Je zou kunnen zeggen dat wij ook biodiversiteitsdoelen halen met productiebossen, maar dan hebben wij allemaal rechte lijnen bomen die makkelijk te oogsten zijn. Natuurlijke bossen hebben ook een waarde. Ik wil dat de staatssecretaris zegt dat het niet haar plan is om zo ver te gaan dat wij die bossen helemaal kwijtraken en dat zij een moment inbouwt om te bekijken of het genereren van eigen middelen niet ten koste gaat van de andere waarden die wij allemaal hoogachten.

Staatssecretaris Dijksma: Het is bij lange na niet het plan van Staatsbosbeheer zelf om dat op die manier te doen. Staatsbosbeheer is vanuit zijn eigen hartstocht voor datgene waar het voor staat, voortdurend op zoek naar wat kan en wat niet kan. Daarom is de samenwerking met andere terreinbeheerders ook goed. Tegelijkertijd zijn er heel veel mogelijkheden, meer dan wij in het verleden gezien hebben. Het gaat niet alleen om het winnen van hout, maar er zijn ook op het vlak van energie veel nieuwe mogelijkheden voor Staatsbosbeheer om die middelen te genereren. Wij hebben wel met elkaar vastgesteld dat wij die kant op willen. Dat heb ik vooral voor ogen.