Bijdrage Ouwehand AO Mili­euraad 3 maart (gene­tische mani­pu­latie, teer­zandolie)


19 februari 2014

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik twitterde zojuist: klaar voor een pittig debat met staatssecretaris Mansfeld. Het is wel zo eerlijk om dat hier ook in de microfoon te zeggen. De Partij voor de Dieren vindt dat het een beetje onwerkbaar begint te worden met dit kabinet. Een groot deel van de stroevigheid komt uit de koker van deze staatssecretaris. Ik noem bijvoorbeeld gentech. Al sinds de herfst van vorig jaar hebben we gevraagd om ons op de hoogte te houden, omdat er van alles gaat gebeuren. Er moet een besluit vallen over maïssoorten. Ongetwijfeld komt er meer gedoe over toelatingen. We hebben gevraagd hoe het kabinet dat ziet, maar we krijgen maar niks en we krijgen maar niks. Alleen dankzij het goede werk van onze fractiemedewerkers -- die van mij zit op de publieke tribune; heel veel dank, Corinne -- komen we erachter wat er speelt in Europa en kunnen we het kabinet nog snel even om een reactie vragen. Maar zo zijn we niet getrouwd! Hetzelfde is gebeurd bij de invasieve exoten. Je komt er zelf achter dat er op dit gebied voorstellen zullen worden gedaan in Europa. Je komt met moties. Dan zegt het kabinet: houd maar even aan, want u bent te vroeg. En nu is de boel al besloten. Wanneer zal de staatssecretaris de Kamer uit zichzelf informeren over wat we doen in Europa? Is het volgens haar überhaupt nog wel nodig om met de Kamer van gedachten te wisselen?

Dankzij hard werk vanuit de Kamer wisten we wat er speelde rondom de toelating van genetisch gemanipuleerde maïs 1507. Ook de commissiestaf, die voor ons in de gaten houdt wat er speelt op Europees niveau, heeft hard gewerkt. We hebben een motie aangenomen gekregen waarin staat dat Nederland zich daartegen moet verzetten. Dat is keurig gebeurd. Ik heb minister Timmermans dat netjes horen zeggen in de Raad. Maar na afloop van de stemming heeft een aantal landen gezegd: als het erop lijkt dat de Commissie alsnog besluit om deze maïs toe te laten, willen we daar wel bezwaar tegen aantekenen. Die landen hebben een brief gestuurd naar de Europese Commissie, maar Nederland heeft daar niet aan meegedaan. We hebben om een reactie gevraagd. De staatssecretaris zegt: dat hebben we niet gedaan omdat de geldende procedure is dat de Commissie het besluit automatisch vaststelt. Dat kan wel zijn, maar er was ook een aangenomen motie. Dacht de staatssecretaris dat de Tweede Kamer het wel prima zou vinden dat zij zich niet aansloot bij dat verzet? Wij weten dat ook het Europees Parlement initiatieven neemt om te proberen de Commissie ertoe te bewegen die maïs alsnog niet toe te laten. Ik mag toch veronderstellen dat de staatssecretaris de geest van de motie wel begrijpt? Ik mag toch veronderstellen dat zij begrijpt dat de Tweede Kamer wel een en ander van haar had verwacht? Gaat zij zich alsnog aansluiten bij die brief of stuurt zij een eigen brief? Het zou mooi zijn als we die toezegging kunnen krijgen.

Ineens staat het teeltvoorstel op de agenda. Dat hadden we wel een beetje kunnen zien aankomen. Het gaat hierbij om de vraag hoe we in bredere zin omgaan met toelatingen. De staatssecretaris heeft ons gisteravond een brief gestuurd waarin staat dat het Commissievoorstel op positieve wijze maatwerk mogelijk maakt. Maar we hebben dat hele voorstel nog niet gezien. De Kamer heeft het Commissievoorstel nog niet kunnen beoordelen. Ik stel voor dat de staatssecretaris in elk geval het debat ingaat met de inzet die we eerder van haar hebben gevraagd. Er kan echter nog geen officieel standpunt namens Nederland worden ingenomen. Wij hebben immers nog niet kunnen beoordelen wat daarin wordt besloten.

De voorzitter: Zou u zo langzamerhand willen afronden?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ja.

Voorzitter. Het is duidelijk dat deze Kamer al eerder heeft gezegd dat er voldoende gronden moeten zijn voor lidstaten om de teelt van genetisch gemanipuleerde gewassen te weigeren. Dat moet ook de inzet zijn van Nederland. Graag wil ik een toezegging op dat punt. Ik vraag de staatssecretaris om in elk geval geen stappen te zetten als wij ons daar niet over hebben kunnen uitspreken.

Ik rond af met het onderwerp teerzandolie. De staatssecretaris wil de motie waarin de regering wordt gevraagd om zich in te zetten -- het gaat alleen maar om inzet -- voor een Europees importverbod op teerzandolie, niet uitvoeren. Ik vind het werkelijk onbestaanbaar. Een nieuw rapport toont aan dat we overspoeld zullen worden met teerzandolie, terwijl we weten dat die extreem schadelijk is. Waarom durft de staatssecretaris bij de Europese Commissie niet te zeggen: jongens, we hebben hier een groot probleem, laten we bekijken wat we kunnen doen om tot een importverbod te komen?

Interrupties bij andere partijen:

De heer Remco Dijkstra (VVD): Voorzitter. Ik richt mij vandaag op de Europese voorstellen voor schone lucht. (…)Ten slotte kom ik op de teerzandolie. De VVD ziet niets in een emotioneel gedreven importverbod op teerzandolie. Noch vinden we een rapportage op bedrijfsniveau wenselijk. Naast het feit dat het technisch onmogelijk is, gaat het ook in tegen internationale afspraken. Ik vraag de staatssecretaris deze visie Europees uit te dragen en hier ook naar te handelen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik probeer het wel vaker, maar ik wil ook aan de heer Dijkstra vragen hoe de VVD Europa ziet en hoe zij aankijkt tegen de internationale afspraken. We hebben het bericht kunnen lezen dat de staatssecretaris van EZ creatief is geweest in het zoeken naar de mogelijkheden die Europese afspraken laten bestaan voor het toestaan van pulsvisserij. Ik ben daar niet blij mee, want ik ben daar niet zo voor. Er zitten nog heel veel nadelen aan, maar ik denk wel: hartstikke goed, je zoekt gewoon naar je nationale mogelijkheden om te doen wat de Tweede Kamer je heeft gevraagd. Zo ligt dat in dit geval. Als een ruime meerderheid van lidstaten de toelating van genetisch gemanipuleerde maïs niet ziet zitten, vindt de VVD dan dat de Europese Commissie de bevoegdheid zou moeten hebben om in alle rust, zonder dat er enig protest kan worden aangetekend, te besluiten dat alle lidstaten gedwongen worden om teelt van die maïs toe te laten in hun land, ook als ze daar fundamentele bezwaren tegen hebben? Zou de VVD Europa zo willen beoordelen, ook met die macht en die positie?

De heer Remco Dijkstra (VVD): Mevrouw Ouwehand vroeg mij meerdere zaken. Ik wil graag ingaan op haar eerste vraag: hoe ziet de VVD Europa? Ik zal aangeven hoe de VVD Europa ziet in relatie tot de Kamer. Dan kom ik meteen op het tweede deel van haar vraag. Sinds ik hier in de Kamer actief ben, merk ik in debatten dat er heel veel ambitie is, ook vanuit de Kamer, om zaken "zo goed mogelijk" te doen. Dat merk ik ook nu weer. De woorden "zo goed mogelijk" staan tussen aanhalingstekens, want de wijze waarop het wordt gedaan verschilt voor iedereen. Tegelijkertijd merk ik dat we streven naar gelijke spelregels in heel Europa. Dat botst soms. Soms heeft het Nederlandse parlement in meerderheid -- daar kan ik dan weinig aan doen -- vergaande ambities, terwijl we tegelijkertijd een gelijk speelveld willen omdat we één markt hebben. Ik constateer dat dit botst. Ik moet bekennen dat ik soms ook wel heel erg blij ben met Europa, omdat alle ambities die hier worden geuit en die soms irrealistisch zijn, kostenverhogend werken en welvaart en werkgelegenheid kosten, worden afgeremd. Zo krijgen we toch weer een stukje gelijk speelveld vanuit Brussel. Europa bevalt mij enorm op milieugebied, want 80% à 90% van wat wij hier doen, komt uit Europa, en vaak is dat realistischer dan wat in Den Haag plaatsvindt.

De voorzitter: Ik denk dat mevrouw Ouwehand nog wel een vervolgvraag heeft.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Het is wel mooi dat de heer Dijkstra toegeeft dat als Europa remmend werkt op milieuambities, de VVD zegt: huppekee, mooi dat Europa! Ik ga nu even terug naar de principevraag. De Kamer heeft een motie aangenomen waarin de Nederlandse regering is gevraagd om tegen toelating van genetisch gemanipuleerde maïs te stemmen. De minister van Buitenlandse Zaken heeft die motie keurig, maar heel beperkt uitgevoerd. Nederland heeft tegen de toelating gestemd. Andere landen vragen de Europese Commissie om rekening te houden met die enorme weerstand. De ruime meerderheid, maar net geen gekwalificeerde meerderheid, is tegen. Gelet op die aangenomen motie is mijn vraag of de VVD dan ook niet vindt dat je van de regering mag verwachten dat zij zich aansluit bij de landen die nog even een briefje sturen naar de Europese Commissie met hun bezwaren. Of zegt de VVD: dat komt ons niet goed uit, dus dan nemen we ook afstand van de wijze waarop de regering een motie zou moeten uitvoeren?

De heer Remco Dijkstra (VVD): Ik denk dat mevrouw Ouwehand teleurgesteld is. Dat kan ik mij goed voorstellen, maar haar motie is volgens mij uitgevoerd. Daar staat het woord "briefje" niet eens in. Als haar motie is uitgevoerd, vind ik eigenlijk dat zij niet zo moet zeuren. Dan moet zij daar genoegen mee nemen. Daar kun je het mee eens zijn of niet, maar dat is democratie.

Beantwoording door de staatssecretaris van Infrastructuur & Milieu

Staatssecretaris Mansveld: Voorzitter. Ik begin met gentech. Zo kom ik op de vraag waarom de brief er niet is. Daarna kom ik op de brief die is ondertekend door twaalf lidstaten, de maïs en het nationale teeltvoorstel. Vervolgens switchen hier wat mensen. Dan gaat de luchtkwaliteit et cetera erachteraan; laat ik het maar zo formuleren.

Waarom is de brief er niet? Mij is van tevoren gevraagd of ik die vraag kan beantwoorden. Ik ben samen met de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de staatssecretaris van Economische Zaken de door ons toegezegde brief aan het opstellen. Het is inderdaad helaas niet gelukt om die brief voorafgaande aan het eerder geplande AO Biotechnologie naar de Kamer te sturen. Het thema ggo's is maatschappelijk gezien zeer relevant. Voor de mensen thuis zeg ik erbij dat de afkorting ggo staat voor genetisch gemodificeerd organisme. Wat mij betreft is dat thema zo belangrijk dat er een zorgvuldige en kabinetsbrede beleidsaanpak moet komen. Dit beleidsterrein is, zoals bekend, uitermate complex, vanwege zowel wetenschappelijke als maatschappelijke aspecten. In Nederland maar ook in Europa is sprake van voortschrijdend inzicht. Wat mij betreft staat zorgvuldigheid voorop en is zorgvuldigheid belangrijker dan snelheid. Het gaat om kabinetsbeleid dat in de afgelopen tien jaar, of eigenlijk in de afgelopen dertien jaar, vanaf 2001, in overleg met de Kamer is opgesteld en consequent is uitgevoerd. Dat er nu beweging in het ggo-dossier zit, vind ik op zichzelf een goede ontwikkeling. Maar een consistente lijn naar de toekomst vergt meerdere invalshoeken, meer tijd en meer aandacht dan ik heb ingeschat. Ik praat hier over meerdere ministeries die bij elkaar komen. Onze intentie is om een brede brief naar de Kamer te sturen. In de brief van 5 februari heb ik aangegeven welke onderwerpen daarin worden meegenomen. Inmiddels is bekend dat er een BNC-fiche moeten komen over klonen. Ik heb gepoogd dat in die brief mee te nemen. Er is gevraagd of bij het teeltvoorstel van de Europese Commissie ieder land een eigen afweging kan maken. Daar kom ik zo separaat op terug, maar dat is eveneens in beweging sinds enkele dagen. We hebben natuurlijk ook de ontwikkeling rond maïs. Ik heb de Kamer op 5 februari aangegeven wat we allemaal in een brief willen schrijven. Inmiddels is het ministerie van Buitenlandse Zaken er ook bij betrokken als het gaat om BNC-fiches. Dit is wat ik te zeggen heb over de brief.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik ben benieuwd hoe de staatssecretaris dat weegt in het kader van de informatiepositie van de Kamer. Sinds de herfst van vorig jaar vragen we naar de Nederlandse inzet bij de toelating van genetisch gemanipuleerde maïs Pioneer 1507. We weten dat dit voor 12 februari in Brussel moet worden afgestemd. Waarom denkt de staatssecretaris dat het van zorgvuldigheid getuigt om pas na die datum met de Kamer te bespreken hoe Nederland kijkt naar toelatingen van genetisch gemanipuleerde gewassen? Er is toch één actueel onderwerp waarover je van tevoren met elkaar van gedachten moet wisselen? Daar was toch tijd voor, los van de bredere lijn die je daarna kunt bespreken?

Staatssecretaris Mansveld: Ik ben bewust niet begonnen met de suggestie van mevrouw Ouwehand bij de start van haar inbreng over de informatieverstrekking van deze staatssecretaris aan de Kamer. Zij weet immers dat ik transparantie en informatie hoog in het vaandel heb en hoezeer ik ervoor probeer te zorgen dat de Kamer maximaal wordt geïnformeerd. Het is wel merkwaardig dat mevrouw Ouwehand mij vraagt of wij in het kader van dit onderwerp een en ander willen melden. Er is namelijk al jaren hetzelfde staande beleid inzake import en teelt van ggo's. Op zich doen wij dus precies wat wij altijd deden, namelijk het beleid uitvoeren zoals dat met de Kamer is afgesproken en zoals dat ook meerdere malen met haar is gecommuniceerd.

Nu komen we op de vraag wat er is gebeurd met maïs 1507. Ik kan mij herinneren dat in een debat over de klimaattop in Warschau een motie voorbijkwam van de Partij voor de Dieren met de vraag of ik mij ervoor wilde inzetten dat er een debat zou plaatsvinden over maïs 1507. Ik heb die motie direct omarmd, want mevrouw Ouwehand toonde een zeer goed initiatief. Dat heb ik toen ook gemotiveerd. Toen heb ik ook tegen mevrouw Ouwehand gezegd: ik kan mij tot het maximale inspannen, maar realiseert u zich dat er hogere machten zijn en dat een van die hogere machten het Hof van de EU is. Ik heb toen aan u allen verteld dat het Hof van de EU heeft bepaald wat de procedure is. Na dertien jaar discussie over maïs 1507 heeft het Hof verordonneerd dat er voor 12 februari een besluit valt. We hebben alles in het werk gesteld om dat op de agenda te krijgen, zoals ik met de Kamer had afgesproken tijdens het debat over de klimaattop in Warschau. Het is uiteindelijk op de agenda gekomen van de Raad Algemene Zaken. Doordat het daar aan de orde kwam, heeft de Kamer een uitgebreid debat gevoerd met mijn collega de heer Timmermans. Ik ben daar helaas niet bij geweest, maar ik heb er in ieder geval een brede terugkoppeling over gehad van diverse mensen.

Ik zal kijken of ik in een keer de lijn kan doorzetten. Vervolgens is dit besproken. Mevrouw Ouwehand heeft gezien wat de heer Timmermans daar heeft gezegd. Ik meen dat negentien landen hebben tegengestemd. Ik zet even een zijstap naar de heer Klaver. Ik denk dat het zeer belangrijk is dat ieder land een standpunt inneemt en dat iedere mening telt. Dat is democratie.

Vervolgens is het voorstel in stemming gebracht en heeft Nederland tegengestemd. Het is echter niet formeel in stemming gebracht. Blijkbaar is er een informatieronde gehouden over de stemmingen, maar het is niet afgeconcludeerd als stemming. Ik heb begrepen dat de Commissie, die bij elkaar is geweest, op dat moment in verwarring is geweest over de vraag of er wel of niet is gestemd. Maar goed, Nederland wilde tegenstemmen. Een dag later kwam de vraag van een aantal lidstaten voor een brief. We hadden twee dingen in gedachten. Allereerst is er een hogere macht, namelijk de EU die gezegd heeft: er moet een conclusie komen en anders moet de Commissievoorzitter een besluit nemen; dat zijn de regels. Mevrouw Ouwehand heeft gezegd dat ik in de geest van de motie zou handelen als ik meeondertekend zou hebben. In onze beleving zouden we echter in de geest van de motie handelen als we tegen zouden stemmen. Er zou dan wel gestemd moeten worden, dus van de agenda afhalen was geen optie. Het voorstel moest immers op de agenda komen om tegen te kunnen stemmen. Dat hebben wij ook gedaan, los van de verwarring die op die plek is ontstaan. Daar kan ik weinig aan doen vanaf hier.

Daarnaast heb ik de Kamer in het debat over de klimaattop in Warschau al gezegd dat er een hogere macht is. Een brief ondertekenen met de vraag om het aan te houden of op een of andere manier nogmaals te bespreken, is volgens de beslisregels in Brussel onmogelijk. Ik en de collega's met mij hebben naar eer en geweten het maximale gedaan aan de uitvoering van de door mevrouw Ouwehand ingediende motie.

De voorzitter: Ik denk dat de staatssecretaris het antwoord op de vraag van mevrouw Ouwehand combineert met een wat uitgebreidere beschouwing. Mijn voorstel is dat de staatssecretaris, als er wordt geïnterrumpeerd, puntig reageert op de specifieke vragen. Dan kunnen we het kort en krachtig houden en komen er ook anderen aan het woord.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De staatssecretaris is meteen ingegaan op de vraag waarom Nederland die brief niet meeondertekend heeft. Ik heb twee vervolgvragen. Als wij hier zeggen dat de geest van de motie met zich meebrengt dat de brief wordt meeondertekend, is de staatssecretaris dan bereid om zich alsnog daarbij aan te sluiten? Mijn tweede vervolgvraag gaat over de procedure die zij zojuist heeft geschetst. Voor nu is het van belang om te weten of de staatssecretaris daar alsnog toe bereid is. Als dat niet zo is, welke gevaren ziet zij dan? Denkt zij dat de Europese Commissie uit boemannen bestaat, die haar met een zweep achterna komen als zij in een briefje iets vraagt? Of acht zij de Commissie in staat om zelf te beoordelen of iets echt niet kan? Ziet zij ruimte of wil zij ruimte zoeken om te luisteren naar de mening die in zo'n brief is verwoord?

Staatssecretaris Mansveld: Ik herhaal mijn antwoord. Vanaf het moment dat dit geagendeerd is, heb ik gezegd dat er een hogere macht is en dat er regels zijn. Het gaat om Europese democratische regels. Het is mogelijk dat mevrouw Ouwehand het daar, gezien haar standpunt, niet mee eens is, maar wij hebben naar eer en geweten alle stappen gezet en het maximale gedaan om het in stemming te brengen en om tegen te stemmen, conform het verzoek van de Kamer. Daar zijn we voor gaan staan.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dan gaan we hier een motie over indienen, waarover morgen nog wordt gestemd. Ik laat het aan de staatssecretaris over wanneer ik kan ingaan op de door de haar geschetste procedure. Ik ben het niet eens met haar bewering dat het kabinet handelt zoals het altijd heeft gedaan als het gaat om toelatingen van genetisch gemanipuleerde gewassen. Ik heb het in de plenaire zaal ook gezegd: we hadden met minister Verburg veel te stellen op dit dossier, maar zo bont heeft zij het niet gemaakt. De Kamer kreeg altijd van tevoren te horen wat er op de agenda staat en hoe Nederland erin staat. Dat heeft deze staatssecretaris echter nagelaten.

Staatssecretaris Mansveld: Ik maak even een zijstap naar het voorstel inzake nationale teeltbevoegdheid. Vanaf 2009 heeft Nederland er op Europees niveau voor gepleit om ervoor te zorgen dat lidstaten zelf iets kunnen zeggen over de import van een gewas voor teelt op het moment dat het grondgebonden is. Enkele dagen geleden is daar een voorstel voor gekomen van het Griekse voorzitterschap. Dat voorstel houdt in dat lidstaten tijdens de markttoelatingsprocedure voor de teelt van een genetisch gemodificeerd gewas aan de vergunningaanvrager kunnen vragen om het grondgebied te sluiten. Wij pleiten al sinds 2009 in Brussel voor een maatregel die het voor lidstaten mogelijk maakt om de teelt van ggo's op hun eigen grondgebied te beperken of te verbieden. 3 maart komt dat punt wederom op de agenda in een informerende ronde. Wij bestuderen het voorstel nog. Ik zal op de situatie terugkomen en zal duidelijk maken hoe een en ander eruitziet. In 2010 komt de Europese Commissie namelijk met een eerste voorstel. In essentie houdt het voorstel in dat lidstaten meer mogelijkheden krijgen zelf te beslissen. De veiligheidsbeoordeling -- ook mevrouw Dik-Faber begon daar net over -- blijft echter een EU-procedure. Die wordt gedaan door de EFSA. Vervolgens is er voor Nederland een check door de COGEM en door het RIKILT. Als het voorstel om lidstaten zelf te laten beslissen over teelt op eigen grondgebied wordt aangenomen, kan een lidstaat dus ook zelf daarover beslissen. Wat mij betreft is dat bij uitstek het moment voor een discussie met de Kamer. Wij pleiten daar al vijf jaar voor. Ik heb ook gezegd dat ik me daar hard voor zal maken. Nu is dat geamendeerd en door het Griekse voorzitterschap op de agenda gezet. Ik ben daar heel erg blij mee. Mevrouw Dik-Faber stelde de juiste vraag: als wij in Nederland over onze eigen grond gaan, wat kunnen we dan nog voor argumenten inbrengen als veiligheid niet als argument mag worden ingebracht? De veiligheid wordt getoetst op Europees niveau. Ik heb net aangegeven wat daar de procedure voor is. Dan komt het op het grondgebied en dan kunnen allerlei argumenten gaan spelen, zeg ik tegen mevrouw Dik-Faber. Het is belangrijk dat we daar een kader voor opstellen. Dat kunnen sociaaleconomische, morele of ethische argumenten zijn. Als het ons lukt en als deze procedure gaat werken, dan denk ik dat het goed is dat we daar samen met de Kamer een kader voor opstellen en dat we deze discussie elke keer met elkaar voeren als het om teelt gaat.

(…)

Staatssecretaris Mansveld: Ik heb nog twee opmerkingen over dit onderwerp. Volledigheidshalve wil ik melden dat in de informerende vragenronde die in de Raad Algemene Zaken heeft plaatsgevonden er ook geen gekwalificeerde meerderheid vóór was en dat uiteindelijk de voorzitter van die vergadering conform de geldende procedure blijkbaar een besluit heeft genomen. Ik ben daar niet bij geweest, maar dat is de korte en bondige rapportage die we terug hebben gekregen.

Het kabinetsstandpunt is inderdaad "ja, mits veilig". Dan komen de EFSA, de COGEM en het RIKILT in beeld. Op dit moment zijn er geen stemmingen gepland over teeltvoorstellen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik heb twee korte vragen. Kan de staatssecretaris bevestigen dat de Europese Commissie het voorstel in kan trekken als zij de EFSA om een nieuw advies vraagt en dat daarvoor ook alle reden zou zijn omdat de effecten van glufosinaat waar deze maïs resistent tegen is gemaakt, niet zijn getoetst?

Het desbetreffende teeltvoorstel staat nu op de agenda van 3 maart. Wij hebben het niet gezien. Wij willen natuurlijk heel graag dat de Nederlandse inzet daar goed zal zijn. Heb ik de staatssecretaris zo-even goed beluisterd dat zij vindt dat lidstaten zelf moeten kunnen zeggen dat ze een bepaalde teelt niet willen toelaten, op welke grond dan ook, en dat het de inzet zal zijn om dat juridisch goed geborgd te krijgen? Kan zij dat bevestigen?

Staatssecretaris Mansveld: Op de eerste vraag heb ik nu geen antwoord. Ik weet niet wat formeel daarvoor de regels zijn in Brussel. Over het antwoord op die vraag zal ik u zo snel mogelijk schriftelijk berichten.

Dan uw tweede vraag. Ja, dat teeltvoorstel komt eraan. Zodra er op 3 maart over gesproken is, stuur ik de Kamer de overwegingen, waarbij ook aangegeven zal worden hoe een en ander zich verhoudt tot het Nederlandse standpunt. Sinds 2009 zetten we ons ervoor in dat een veiligheidstoets op Europees niveau plaatsvindt, maar dat wanneer het om grondgebonden teelt gaat het desbetreffende land er zelf over kan beslissen en dit ook zodanig ingebed wordt in procedures dat het ook juridisch houdbaar is.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dus mijn samenvatting van hoe ik de staatssecretaris zo-even heb beluisterd klopt: op welke grond dan ook én juridisch houdbaar?

Staatssecretaris Mansveld: Dit is een voorstel dat nog gaat komen en waar 28 lidstaten mee aan de gang zijn. Blijkbaar is de status quo hierover nu losgetrokken en gaan we het nu weer bespreken op Europees niveau. Dat betekent dat voordat ik een definitief standpunt inneem, ik automatisch voorbijkom bij de Kamer. Als je een standpunt inneemt namens Nederland, moet je het met je parlement hebben besproken zodat je ook weet hoe je parlement daarover denkt. Zo kent mevrouw Ouwehand mij ook. Dat kan een woordspel zijn maar dit is wel hoe vanaf 2009 Nederland de wedstrijd is ingegaan en hoe ik die nu dus ook inga. (…)

Dan kom ik bij een onderwerp dat mevrouw Ouwehand bijzonder na aan het hart ligt, te weten teerzandolie. Zij heeft gevraagd waarom ik niet pleit voor een EU-importverbod voor teerzandolie, zoals ook is vastgelegd in een desbetreffende motie. Ik meen mij te herinneren dat ik mevrouw Ouwehand eerder al heb verteld hoe wij in de informele gesprekken met Canada dit onderwerp aan de orde stellen en dat we dat steeds opnieuw doen. Ik kies echter voor de sturing op CO2 via de richtlijn inzake brandstofkwaliteit. Op die manier richten we ons op alle CO2 -intensieve brandstoffen. Pleiten voor een EU-importverbod zal niet succesvol zijn. Ik heb dat mevrouw Ouwehand al meerdere malen gezegd. Ik vind het bewonderenswaardig dat zij elke keer opnieuw dit onderwerp aansnijdt en het klinkt ook mooi maar het levert niets op. Ik kies daarom liever voor het sturen op CO2 via de brandstofkwaliteitsrichtlijn, die daarvoor ook is bedoeld.

(…)

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik deel niet de analyse van de staatssecretaris van: het zal toch geen zin hebben, dus begin ik er maar niet over. Wie weet kan ze wel collega's meekrijgen waar het gaat om het opvoeren van de druk richting de Europese Commissie. Dus daarin vinden we elkaar zeker niet. Mijn vraag is vervolgens of zij dan wel inzet op continuering van de brandstofkwaliteitsrichtlijn na 2020, want dat is de Commissie namelijk ook niet van plan. Ik ben ook niet erg tevreden over het niet uitvoeren van de eerder aangenomen motie-Van Veldhoven over de rapportage op bedrijfsniveau. Dus heeft deze staatssecretaris wel frisse zin om de Europese Commissie tegemoet te treden met ambitieuze milieuvoorstellen?

Staatssecretaris Mansveld: Wat betreft het meekrijgen van collega's zeg ik dat dit wel vaker onderwerp van gesprek is. Ten aanzien van de brandstofkwaliteitsrichtlijn merk ik het volgende op. Gisteren bevond ik mij in een AO waar ik niet eens toegekomen ben aan mijn eerste termijn. Die zal ik morgenochtend in het vervolg van dat AO alsnog houden. Onderdeel daarvan is ook de brandstofkwaliteitsrichtlijn en het voorstel ter zake. Ik kan wel al een tipje van de sluier oplichten: ik ben er zeer teleurgesteld over.

Verder is gevraagd waarom de regering zich niet houdt aan de motie over invasieve soorten. Ik weet niet meer wie de vraag gesteld heeft …

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dat was mijn vraag. Ik heb moties hierover aangehouden op verzoek van het kabinet omdat er nog geen besluitvorming zou plaatsvinden over de invasieve exoten. Nu blijkt echter dat het oriënterende debat toch niet zo oriënterend was, zonder dat we daarover echter zijn geïnformeerd. Mijn vraag is dan ook of de moties nog wel uitmaken. Kortom, wat kan Nederland nog doen?

Staatssecretaris Mansveld: Moties hebben zin, want de Kamer is het hoogste orgaan. Moties worden door de Kamer ingediend en aangenomen. Dat is het algemene antwoord. Het betreft overigens een onderwerp dat onder de verantwoordelijkheid van de minister van EZ valt. Dus ik moet u het antwoord schuldig blijven. Ik zeg wel dat ik ervoor zorg dat vandaag of morgenochtend het onderwerp onder de aandacht van mijn collega van EZ wordt gebracht.

Tweede Termijn:

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. De verleiding is heel groot om terug te grijpen naar het betoog van de staatssecretaris over hoe ze de Kamer heus wel goed heeft geïnformeerd over de toelating van de maïs van Pioneer. Ik baal er in ieder geval wel van. Ik concludeer eruit dat de staatssecretaris minder goed aanvoelt wat de verhouding zou moeten zijn. Nogmaals, je kunt het wel of niet eens zijn met de algemene kabinetslijn maar vast gebruik was en zou het ook moeten zijn, dat de Kamer van tevoren van het kabinet hoort hoe het staat tegenover een voorstel van de Europese Commissie. Sterker nog, dat was ook beloofd. Die brief hebben we gewoon niet gekregen voordat het aan de orde was. Op het allerlaatste moment kregen we nog wel een flutbrief met een tekst in de zin van: gelet op het feit dat we niet met u hebben kunnen praten, onthouden we ons van stemming. Dat is niet de manier waarop de Kamer geïnformeerd wenst te worden door het kabinet. En als ik het goed begrepen heb, vond ook de minister van Buitenlandse Zaken het allemaal niet zo keurig. Ik geloof dat we zijn lijn moeten aanhouden maar dan moet de staatssecretaris dat hier ook wel even bevestigen.

Over het teeltvoorstel zegt de staatssecretaris eigenlijk twee verschillende dingen. In antwoord op vragen van mevrouw Dik-Faber zegt zij te willen gaan voor de vrijheid van lidstaten om teelt van een genetisch gemanipuleerd gewas te weigeren, op welke grond dan ook, wat dan tevens juridisch houdbaar moet zijn. Tegelijkertijd zegt zij: we gaan door met de kabinetslijn uit 2009. Daar zit echter nu juist het verschil want het vorige kabinet vond helemaal niet dat het op welke grond dan ook moest. Ik hoor dan ook graag de toezegging van de staatssecretaris dat we haar eerste lezing goed begrepen hebben. Anders moeten we dat via een motie helder krijgen.

Staatssecretaris Mansveld: (…) Al tien jaar lang wordt er op basis van "ja, mits" gestemd. De heer Klaver zei terecht dat er een aantal zaken zijn gebeurd. We zien ook dat de panelen verschuiven. Vanaf 2009 pleiten we er al voor om bij grondgebondenheid de keuze aan het land te laten. Ik ben blij dat er nu op dit punt ook beweging waarneembaar is. Mevrouw Dik-Faber heeft gezegd behoefte te hebben aan meer duidelijkheid. Op 3 maart staat dit onderwerp op de Milieuraad. Zoals gezegd zijn we er al vanaf 2009 mee bezig. Ik weet dat er in de tussentijd nog een Deens voorstel is geweest. Er ligt nu een Grieks voorstel. Die hebben allemaal hetzelfde doel, namelijk het ervoor zorgen dat wanneer het om grondgebonden teelt gaat, een lidstaat zelf uiteindelijk de doorslaggevende stem heeft, niet op basis van veiligheid maar op grond van andere argumenten. Mevrouw Ouwehand had het over "op welke grond dan ook". Welnu, ik denk dat we er gezamenlijk een kader voor moeten maken. Ik wil de Kamer dan ook graag een technische briefing aanbieden. Na 3 maart kan aan de hand van alle voorstellen die er dan zijn, meer duidelijkheid worden gegeven over de betekenis van een en ander, welke weg gegaan kan worden en wanneer dan waarover beslist kan worden. Op die manier kan ervoor worden gezorgd dat iedereen qua informatievoorziening en procedure helemaal up-to-date is zodat we het er ook goed over kunnen hebben. Ik heb al eerder gezegd dat er geen teeltvoorstellen in de pijplijn zitten. Ik zeg de Kamer toe dat totdat we duidelijkheid hebben over waar we verder heen gaan ten aanzien van grondgebonden teelt, ik te allen tijde eerst met de Kamer overleg voordat ik een stemming inga. Mocht dat vanwege de tijd niet mogelijk zijn -- in een procedure is het soms zo dat er slechts enkele dagen tussen zitten -- dan zal ik altijd met een parlementair voorbehoud stemmen. Die toezegging wil ik hier doen. Tevens bied ik genoemde technische briefing aan om het geheel zo duidelijk en open neer te leggen dat iedereen kennis heeft van dezelfde procedures en informatie en er ook op die gronden een besluit genomen kan worden.

De heer Klaver sprak zo-even over een inschattingsfout. Er is destijds een beoordeling gemaakt met deze uitkomst. In de brief van de twaalf landen staat duidelijk dat er negentien landen tegen hebben gestemd. Dat staat ook in de beantwoording van de heer Borg. Dus die duidelijkheid was er in ieder geval bij de Commissie. Ik hoop wel dat we nimmer meer in een proces terechtkomen zoals dat waarin we de afgelopen weken hebben gezeten. Die onduidelijkheid is er namelijk niet alleen bij de Kamer geweest maar ook bij ons, omdat er opeens maïs 1507 op de agenda van de Raad Algemene Zaken stond. Ik denk dat je onderwerpen behoort te bespreken daar waar ze thuishoren met duidelijke informatie vooraf. (…)

De voorzitter: Normaal zouden we een aanbod om een briefing te organiseren in de procedurevergadering bespreken. Aangezien die echter vanmorgen pas is geweest en het krokusreces er nu aan staat te komen, is het wellicht goed om nu reeds te peilen of er voldoende animo is voor de briefing.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Jazeker, ik ben dan ook benieuwd naar de juridische analyse van de diensten van de EU. Met betrekking tot het teeltvoorstel dat inderdaad al jaren sleept en waarbij sprake is van allerlei amendementen en varianten, is tot nu toe nog niet een voorstel gedaan dat juridisch ook houdbaar is gebleken. Verder ben ik benieuwd hoe de staatssecretaris op 3 maart de Nederlandse inzet zal verwoorden.

De voorzitter: Ik zie dat dit ook geldt voor de PvdA en de ChristenUnie. Er is dus zeker voldoende animo, zodat de eerste voorbereidingen daartoe al getroffen kunnen worden. Uiteraard worden alle overige fracties nog geïnformeerd en krijgen ze zodoende de kans om zich daarbij aan te sluiten.

Er is al een VAO aangekondigd door mevrouw Ouwehand, dus dat gaan we sowieso aanmelden.

Ik kom dan op de toezeggingen. De staatssecretaris zal de Kamer zo spoedig mogelijk na de Milieuraad van 3 maart informeren over de stand van zaken van het Commissievoorstel over genetisch gemodificeerde gewassen. Daarbij zal onder meer worden ingegaan op de juridische houdbaarheid wat betreft het beperken of verbieden van genetisch gemodificeerde gewassen door individuele lidstaten. Tot die tijd zal de regering geen onomkeerbare stappen zetten in het Brusselse onderhandelingsproces.

Staatssecretaris Mansveld: Ik wil graag specifiek benadrukken dat ik heb gezegd dat er geen teeltvoorstellen liggen en dat ik te allen tijde eerst met de Kamer overleg voordat ik een stemming inga en dat, mocht dat vanwege de tijd niet mogelijk zijn -- soms is de tussenliggende termijn niet meer dan drie dagen -- ik dan altijd een parlementair voorbehoud zal maken.