Bijdrage Ouwehand AO Natura 2000 (voort­zetting)


16 februari 2010

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Natura 2000 heb ik wel eens Natura never nooit niet genoemd, omdat de minister blijft benadrukken dat er geen deadlines worden genoemd. Er zijn echter wel andere verplichtingen waaraan wij moeten voldoen. Ik stel vast dat de minister, maar zeker ook een meerderheid van de Kamer, grossiert in dooie mussen als het gaat om het bieden van toekomstperspectief voor zowel de natuur als de ondernemers in de gebieden. Allereerst sta ik stil bij de continu terugkerende discussie over hoe Nederland de Vogel- en Habitatrichtlijn heeft geïmplementeerd. Zetten we er nu wel of geen Europese kop op? Hebben de ambtenaren van VROM of LNV vrij spel in Europa om hun zin door te drijven, zoals we staatssecretaris Timmermans hebben horen zeggen tegen de parlementaire pers?
Hulde trouwens aan de agrarische pers voor het oppakken hiervan, waar je dit soort uitspraken in een krant als de Volkskrant niet terugvindt. Ik ben blij dat er nog kranten zijn die in de gaten houden hoe onze regering omgaat met natuurbeleid. Wij hadden graag staatssecretaris Timmermans hier vanavond gehad om hem even te vragen wat nou zijn bedoeling was met zijn uitspraken. Het is jammer dat dit niet door de rest van de partijen is gesteund. Ik ken bijvoorbeeld mevrouw Snijder-Hazelhoff niet bepaald als een veganist, maar van oppositie voeren heeft zij geen kaas gegeten. De brief van staatssecretaris Timmermans ter verklaring heeft gestuurd had namelijk net zo goed een zakje wol kunnen zijn. Er wordt niets in gezegd en we krijgen nog steeds geen duidelijkheid over zijn uitspraken. Ik begrijp dat het CDA heel tevreden is, maar dat dit ook geldt voor de VVD, begrijp ik niet zo goed. Daarom zeg ik tegen mevrouw Snijder-Hazelhoff: van oppositie voeren hebt u niet zo veel kaas gegeten. En zoals u weet: veganisten eten geen kaas. Daarom refereer ik er even aan.

Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD): Ik vind het …

De voorzitter: U mag aan het eind misschien nog reageren, maar we hadden afgesproken: geen interrupties. Zonet gebeurde dat ook; mevrouw Ouwehand gaat verder. Ik houd het nu strak, zodat het niet gaat zoals de vorige keer en we niet aan de minister toekomen. Mevrouw Ouwehand, u mag verder gaan, maar ik vraag u om niet uit te dagen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter, daar hebt u een punt. Als er niet mag worden geïnterrumpeerd, moet ik me misschien ook een beetje inhouden. Maar ik was teleurgesteld in de VVD; laat ik het voorzichtig verwoorden. Niet dat ik al te hoge verwachtingen van de VVD heb, maar bij het oppositie voeren verwacht ik haar toch soms aan onze zijde. In het licht van de continue discussie over hoe Nederland Natura 2000 heeft geïmplementeerd en uitvoert, lijkt het intussen echt een keer tijd -- ik heb er bij mijn collega's meermalen voor gepleit -- om de Algemene Rekenkamer maar eens te laten uitzoeken hoe het is gegaan. Ik zal er een binnenkort een voorstel voor doen. Ik hoop in elk geval op steun van de partijen die er ook voortdurend kritische vragen over stellen: doen wij het nu wel zoals Europa vraagt, of niet? Kamerbreed moeten wij daarover duidelijkheid willen, dus ik hoop op steun voor een onderzoek. Daar hoort de minister dus nog meer van.
De vorige keer viel mij op dat er nogal veel kritiek was op de manier waarop de minister met beheerplannen omging. Nu verdedigt zij in de brief dat zij wel gebieden gaat aanwijzen. Dat zagen wij natuurlijk aankomen. Ik had graag gezien dat de minister de Kamer eerder had herinnerd aan wat zij destijds heeft gezegd toen de provincies vroegen: mogen wij alstublieft eerder beheerplannen maken? Mijn fractie was daar niet voor, maar ik weet nog heel goed dat de minister tegen de provincies zei: vooruit dan maar, maar let wel, ik ga aanwijzen, dus als u uw huiswerk niet doet is het jammer en komt die aanwijzing er. Pas nu er heel veel gedoe en geëmmer over is, lees ik dat de minister onderbouwt waarom er gebieden aangewezen moeten worden. Ik had dat graag eerder gezien. De partijen die destijds hebben gevraagd om de provincies de ruimte te geven om de beheerplannen eerder te schrijven, hadden dat ook in de overwegingen mee moeten nemen. De provincies hadden het gewoon beter moeten. Het valt de minister niet te verwijten dat er een janboel van wordt gemaakt. Ik verwijt haar wel dat zij niet eerder heeft gezegd: beste mensen, jullie zoeken het maar uit, maar er wordt aangewezen, dus als je wilt dat je zienswijzen worden meegenomen, zul je je huiswerk goed moeten doen. Maar goed, ik ben blij dat dit alsnog is gebeurd.
Dan over de beheerplannen zelf. Heeft de minister het rapport van de Wageningen University uit 2005 waarin wordt geadviseerd over beheerplannen als instrument, meegenomen in haar beleid? De conclusies daarin zijn namelijk nogal kritisch. Een van de belangrijkste is dat een beheerplan maar tot op zekere hoogte duidelijkheid kan bieden en geen absolute zekerheid. Wat wij nu zien gebeuren, is dat de minister de rechtspositie van ondernemers verbindt aan die beheerplannen, terwijl dat volgens dit rapport niet kan. Graag krijg ik daarop een reactie. De heer Koopmans zegt: Crisis- en herstelwet. De minister mag bidden dat die niet door de Eerste Kamer komt, anders heeft zij pas echt problemen.
Vanmorgen is er nog een hoorzitting geweest, waar zware kritiek te horen was op de manier waarop wordt omgegaan met de stikstofproblematiek. De aanschrijvingsbevoegdheid wordt nu zelden aangewend. Welke zekerheid is er dat die straks wel wordt ingezet? Wat betekent dit -- het is de twintigste keer dat ik het vraag -- voor de ondernemers die hun zekerheid gaan baseren op de beheerplannen?
Mijn laatste punt. Het steekt mij echt dat de minister weer wijst op de Peelgebieden: daar werkt het allemaal zo goed. Het plan dat daar voorligt, is niet ecologisch onderbouwd. De minister beweert dat de kwaliteit van de habitats daar fors is verbeterd. Ook dat is niet
onderbouwd. Ik wil daarop dan ook graag nu een keer een duidelijke reactie. Dit riekt toch echt naar -- laat ik niet zeggen: liegen -- het een beetje misleiden van de Kamer.

Minister Verburg: Voorzitter. Mevrouw Ouwehand heeft zeer terecht gememoreerd hoe dat in 2008 is gegaan.Met grote aarzeling heb ik ingestemd met de omkeerregeling. In dat licht heb ik ervoor gewaarschuwd dat het niet definitief aanwijzen van de gebieden met de doelen en de opgaven, onzekerheid in de hand werkt. Dat valt nu terug te zien in de conceptbeheerplannen. Provincies hebben er meer werk aan om dat nu weer op orde te krijgen.
De heer Koopmans heeft gevraagd naar de NEC-richtlijn en vastgesteld dat er geen aanscherpingen zijn. Ten opzichte van de afspraken voor 2010 zal er inderdaad geen aanscherping plaatsvinden in het Actieplan Ammoniak. Er zijn echter nog wel ontwikkelingen. Het gaat om 128 kiloton, een tussendoelstelling op weg naar 2020. Het uitgangspunt is dat wij daaronder moeten blijven. Met het Actieplan Ammoniak Veehouderij zullen we er nog een verdere uitwerking aan moeten geven.

De heer Koopmans (CDA): Dit betekent dat het kabinet -- zoals het eerder heeft laten weten -- vasthoudt aan de NEC-doelstelling. Voordat er een akkoord met Brussel wordt gesloten over de nieuwe doelstelling, zullen wij dat eerst met elkaar moeten bespreken. De Kamer heeft al eens gezegd: 128 kiloton is al een hele eis. De veehouderij gaat het wel halen, maar het is hartstikke moeilijk om ook met andere sectoren een goede verdeling te maken. De minister van LNV komt -- daar ga ik van uit -- goed op voor de veehouderijsector, maar de minister van Verkeer en Waterstaat komt goed op voor de transportsector. Ik ben woordvoerder van beide, wat het voor mij en mijn fractie handiger maakt. Het is echt van belang om vast te blijven houden aan die 128 kiloton en daaraan geen nieuwe doelstellingen toe te voegen. Anders leggen we de veehouderij alweer nieuwe doelstellingen op voordat we het beleid zichtbaar hebben gemaakt. Dat werkt niet.

Minister Verburg: Men kan ervan uitgaan dat ik zeer zal opkomen voor een zorgvuldige verdeling van de verschillende belastingen.

De heer Koopmans (CDA): En de minister houdt ook vast aan de 128 kiloton?

Minister Verburg: De doelstelling is 128 kiloton.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Een andere doelstelling is dat wij de natuurgebieden niet laten verslechteren. Wordt met dat NEC-plafond -- dit is een retorische vraag -- niet wederom een vals toekomstperspectief geschilderd? Met alleen het NEC-plafond komen we er niet. Ik noem maar even de Peel.

Minister Verburg: Mevrouw Ouwehand heeft daarin gelijk, maar we hebben zowel een generiek als een specifiek beleid. Het Planbureau voor de Leefomgeving onderbouwt nu de opdrachten voor de provincies. Dat zal inderdaad voor ene provincie steviger uitpakken dan
voor de andere.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik heb nog een vervolgvraag; in mijn bijdrage had ik hieraan al aandacht besteed. Hoe gaan die provincies dat dan uitvoeren? Er liggen allemaal plannen, beloftes, aanschrijvingsbevoegdheden en beheerplannen. Over de Peel heeft de minister steeds gezegd: het gaat hartstikke goed met het beheerplan. Dat klopt niet. De meest kritische ecologen zijn uit het beheerplanclubje gestapt. De overgebleven mensen hebben nu wel consensus over hoe het zou moeten, maar er zijn geen ecologische onderbouwingen voor. Noem het "ja, mits" of "flierefluiten" -- mij maakt het niet uit -- maar er wordt niet voldaan aan de verplichtingen van de Vogel- en Habitatrichtlijn. Wat betekent het voor de natuur? Wat betekent het voor de positie van ondernemers? Wat gaat de minister doen om ervoor te zorgen dat de doelstellingen niet alleen mooie beloftes zijn die boven het debat hangen, maar gewoon worden gerealiseerd? Dat blijft onduidelijk.

Minister Verburg: Ik had nog niet eens de eerste vraag van mevrouw Ouwehand beantwoord. Ik heb het echter opgezocht, dus ze krijgt antwoord. Haar stelling is dat de Peelvenen ecologisch niet zijn onderbouwd. Dat is onjuist. Het ontwerpbeheerplan van de Peelvenen is wel degelijk ecologisch onderbouwd. Het onderzoeksconsortium dat ook werkt aan de toolkit, is hiermee de afgelopen maanden druk bezig geweest, juist vanwege de voorbeeldwerking. Op dit moment worden de puntjes op de i gezet. Het is geen kinderachtige opgave; die is heel stevig. In de Peel wordt in het beheerplan ook goed werk verricht. Het is een voorbeeld van een moeilijke opgave waarbij de mensen aan tafel er met elkaar willen uitkomen. Zij werken onder begeleiding van een voorzitter die het gebied kent, zeer gedreven is en goed werk verricht. Aan de voorkant is
meegedacht over een werkbare stikstofaanpak. Het ontwerpbeheerplan is op een haar na gevild. Een pluim voor alle betrokken partijen is hier op zijn plaats. De problemen zijn daarmee nog niet opgelost. De opgaven zijn heel stevig, maar ik heb goede moed dat men er uitkomt in het beheerplan.
Mevrouw Ouwehand heeft gevraagd naar de aanwijzingsbevoegdheid voor ondernemers die zekerheid aan de beheerplannen ontlenen. Die aanwijzingsbevoegdheid geeft de mogelijkheid om indien nodig passende maatregelen te nemen om de gebiedsdoelen te bereiken. Die bevoegdheid is met name van belang voor bestaand gebruik en voor van vergunning vrijgestelde bedrijven als de stifstofdepositie niet toeneemt. Bij het opstellen van het beheerplan moet over de inzet van dit instrument duidelijkheid worden verschaft: in welke situatie worden welke maatregelen getroffen?

Mevrouw Jacobi (PvdA): Ik wil heel graag dat de minister in haar overwegingen ook meeneemt dat behalve naar de kosten ook wordt gekeken naar de ecologische baten. Daarin zit volgens mij nog het nodige fout.

Minister Verburg: Mevrouw Jacobi heeft dat inderdaad gezegd, maar ook de heer Dibi. Het is ingewikkeld, want de Europese Commissie heeft er een rekensom over gemaakt. Mevrouw Ouwehand wees erop dat het om triljoenen ging. Het was indrukkend, maar de Europese Commissie zou dan nog wel moeten komen met een door- en toerekening. Het is heel ingewikkeld om dat te toen. Rond biodiversiteit denken we daar ook over: kunnen we biodiversiteit een waarde toekennen? Dat doen we ook bij zaken als CO2-emissies; daar maak je dan een instrument van. Op het gebied van biodiversiteit is er de studie TEEB. Het is hartstikke interessant, maar het is nu nog niet te pakken.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De minister heeft eerder toegezegd dat deze zeer hoopgevende cijfers worden meegenomen in de heroverwegingen. Ik ga ervan uit dat de commissies die hiermee aan de slag zijn, waar mogelijk die toerekening maken. Laten we dat afwachten; ik heb er vertrouwen in. Dat gebeurt niet vaak. De heer Cramer merkt goed op dat ik er snel overheen praat.
Er is nog een vraag van mij blijven liggen. Er is een rapport uit 2005 van de Wageningen University: Beheersplannen voor Natura-2000 gebieden; advies over rol, inhoud en positionering van het instrument. Daarin wordt geadviseerd over hoe je met dat instrument kunt omgaan. Dit is niet helemaal in lijn met hoe de minister dit instrument gebruikt. Heeft zij dit rapport wel meegewogen in haar beleid voor het inzetten van beheerplannen? Het gaat mij met name om het juridisch bindend maken van de beheerplannen. Dit is regelrecht in strijd met de aanbevelingen uit dat rapport. Ik krijg daar graag nog een reactie op. Als de minister die niet nu kan geven, dan graag schriftelijk.

Minister Verburg: Ik heb het rapport inderdaad niet paraat. Als het rapport echter de juridische binding niet aanbeveelt, neem ik dat niet over. Die juridische verbindendheid biedt nu juist zekerheid. Anders zijn we helemaal voor niks bezig. Op gebiedsniveau moet die duidelijkheid er komen om de natuurdoelstellingen te realiseren en de harmonie met sociaaleconomische en culturele activiteiten te borgen. Dat is nu juist de winst van de beheerplannen. Er moet één keer worden getoetst en dan moet het helder zijn voor de komende zes jaar. Tenzij er een tussentijdse noodzaak is om zaken open te breken. Juist die juridische bindendheid is van cruciaal belang.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De vraag is niet of de minister de aanbevelingen overneemt. Dit rapport is in 2005 aan haar ministerie aangeboden. Op welke wijze heeft het ministerie, en dus de minister, die aanbevelingen meegenomen in het beleid dat is nu gezet op beheerplannen? Ik vraag dit zo omdat er met de juridische bindendheid een grote ontsnappingsclausule blijft, namelijk de aanschrijvingsbevoegdheid. Als je in een beheerplan afspreekt "we gaan het zo doen" en je haalt de natuurdoelen niet -- die kans is heel reëel -- kan de provincie alsnog met extra maatregelen komen. De rechtspositie van de ondernemers staat in potentie dus op losse schroeven. Dit blijft de hele tijd hangen. In het rapport staan daarover volgens mij waardevolle aanbevelingen. De bindendheid van de beheerplannen zal nog regelmatig terugkomen, bijvoorbeeld als wij de PAS gaan bespreken. Nu wil ik weten: heeft de minister dat rapport wel meegewogen? En zo ja, wat is de reden geweest om deze aanbevelingen niet te volgen?

Minister Verburg: Op de laatste vraag heb ik zojuist al antwoord gegeven: juist om helderheid en zekerheid te geven. Voor het overige -- dit staat ook te lezen in het advies van de werkgroep-Huys -- is het van belang dat de bevoegde gezagen hun verantwoordelijkheid houden. De opvolging in de beheerplannen en de doelstellingen over de afname van de ammoniakdepositie en de toename of het behoud van de natuurlijke componenten, zullen moeten worden gemonitord. Aan het einde van het beheerplan zal er echt resultaat moeten zijn geboekt en moet de volgende beheerplanprocedure zijn voorbereid. Het poetst dus echt niet weg dat de bevoegde gezagen hun verantwoordelijkheid hebben en houden, maar wel in de geest van het beheerplan.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter, nog een paar laatste opmerkingen. Ik zou toch graag van de minister willen weten wat er destijds met dat rapport is gebeurd. Ik kan mij voorstellen dat zij dit nu niet paraat heeft, maar de Kamer zou daarover duidelijkheid moeten krijgen. Dit sluit aan bij wat de Partij voor de Dieren altijd heeft gezegd. Wij geloven niet zo in het beheerplaninstrument. De kans dat het fout gaat is veel groter dan dat het goed gaat. Dat is ook wat wij zien gebeuren. Maar goed, we hebben het instrument nu eenmaal ingezet. Door er een aantal goede voorwaarden aan te verbinden, zou je het voorzichtig kunnen inzetten. Ook dat lijkt echter niet te gebeuren. Wij willen daarom een reactie op het rapport. De minister verschilt duidelijk van mening met de Partij voor de Dieren over wat er gebeurt in de Peel. Het zou kunnen dat de ZLTO inmiddels een andere positie ten opzichte van het beheerplan heeft ingenomen, maar mijn laatste informatie is dat er nog volop kan worden uitgebreid en dat alles met technische maatregelen wordt opgelost. Ecologisch gezien is dit niet onderbouwd. Als de Peel dan zo'n voorbeeldfunctie heeft, vraag ik de minister om de Kamer op de hoogte te houden van de ontwikkelingen bij het beheerplan, zodat wij het scherp kunnen volgen. Ik krijg graag een toezegging op dit punt.
Ik sluit af. Vorige week verschenen berichten in de agrarische pers dat het debat over Natura 2000 een chaos was. Vandaag is dat behoorlijk geluwd. De partijen die "getergd" waren, hebben zich milder opgesteld. Ik wil niet in doemscenario's denken, maar ik voorspel dat de chaos nog lang niet verdreven is uit Den Haag.

Minister Verburg: Voorzitter. Ik heb er geen behoefte aan om -- zoals mevrouw Ouwehand vraagt -- het rapport van de WUR uit 2005 nu nog eens een keer te gaan behandelen. Het heeft in de tijd zijn werking gehad. Het beheerplan staat inmiddels in de wet, inclusief de onderbouwing van een en ander. Wij hebben daarover uitvoerig met de Kamer van gedachten gewisseld tijdens de behandeling van de Crisis- en herstelwet.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Gaat de minister nog in op de Peelvenen?

Minister Verburg: O ja. Het gaat daar wel goed. Mevrouw Ouwehand kan daar een andere opvatting over hebben. Ik ga niet toezeggen dat de Kamer elk conceptbeheerplan krijgt; mevrouw Ouwehand heeft een eigen lijntje. Pas als de zaken definitief zijn, komt het weer naar mij toe. Ik ga niet op microniveau sturen; daarvoor heb ik veel te veel vertrouwen in het proces dat daar plaatsvindt.