Bijdrage Ouwehand AO Mili­euraad


12 december 2012

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Verschillende woordvoerders hebben al complimenten geuit aan het adres van de staatssecretaris en de ondersteuning voor hun inzet in Doha. Ik sluit me aan bij de complimenten voor de inzet ter plekke. Het lijkt er echter op dat de grote roze olifant in deze zaal niet mag worden benoemd en dat er aan de conclusie dat internationaal het gevoel van urgentie lijkt te ontbreken, natuurlijk niets verandert als Nederland zelf geen urgentie uitstraalt. We moeten toch wel vaststellen dat Nederland eigenlijk zegt: het is best moeilijk om het klimaatprobleem op te lossen; laten we dan maar proberen te doen wat haalbaar lijkt zonder te veel weerstand op te roepen bij ons eigen bedrijfsleven door allerlei moeilijke besluiten uit te leggen, want stel je voor. Ik hoor graag van de staatssecretaris een eerlijk antwoord op de vraag of ze denkt dat dit helpt. Als je internationaal het gevoel van urgentie wilt vergroten, moet je minstens zelf urgentie uitstralen door aan te geven wat je in je eigen land in elk geval doet. We kunnen niet achteroverleunen omdat we een klein landje zijn, want we zijn een van de grootste vervuilers ter wereld.

De heer Jan Vos (PvdA): Eergisteren maakte minister Kamp bekend dat hij volgend jaar alleen al 3 miljard euro uittrekt voor de vergroening van het energiesysteem. In deze tijd, waarin we overal moeten bezuinigen en beknibbelen en waarin iedereen het heel erg lastig heeft, is het duidelijk dat vergroening een enorme prioriteit is van het kabinet. Ik begrijp dan ook niet waarom u dat een roze olifant noemt, te meer daar u van de Partij voor de Dieren bent en als geen ander zou moeten weten dat roze olifanten niet bestaan, en dat we ze dus ook niet benoemen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Roze olifanten zouden alleen met behulp van genetische manipulatie kunnen worden gecreëerd, dus daar ben ik inderdaad niet voor. Ik heb het gevoel dat we dit spelletje jarenlang gaan volhouden. De Partij van de Arbeid gaat proberen om de samenleving wijs te maken dat, gezien de moeilijke omstandigheden nu en de bezuinigingen, het kabinet doet wat het kan. Daarbij wordt dan niet verteld dat het gewoon een keuze is die je ook anders had kunnen maken. Zo werkt het echter niet. Dat weet de fractieleider van de Partij van de Arbeid heel goed, want hij heeft deze Kamer terecht voortdurend voorgehouden dat het klimaatprobleem niet een probleem is als alle andere, waarover je zou kunnen onderhandelen. Je moet doen wat nodig is, hoe moeilijk ook. We kunnen dit bij ieder algemeen overleg herhalen, maar ik zal voortdurend tegen de Partij van de Arbeid zeggen "doet u wat nodig is? Nee". De Partij van de Arbeid zal vermoedelijk de hele tijd antwoorden dat het allemaal heel moeilijk is en dat we al best veel doen. Ik ben er niet van onder de indruk.

De heer Jan Vos (PvdA): Meent u nu werkelijk dat het een spelletje is als wij 3 miljard euro uittrekken voor de vergroening van ons energiesysteem? Heb ik dat goed begrepen?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Nee, ik vind het een politiek spel om te proberen collega's in de Kamer, maar met name mensen in de samenleving die op de Partij van de Arbeid hebben gestemd omdat het gevoel bestond dat die partij in ieder geval weet hoe het klimaatprobleem in elkaar zit en wat ervoor nodig is om het op te lossen, wijs te maken dat dit het maximaal haalbare is. Dat is gewoon niet waar. Dat is politieke strategie en dat noem ik inderdaad, wat oneerbiedig, een spelletje.
Voorzitter. Wij moeten in 2020 onze uitstoot met 40% verlagen om de beruchte klimaatdoelstelling van 2º C nog te kunnen halen. Het is al duidelijk dat dit, zelfs als we het wel zouden halen, ons in grote problemen zal brengen. Het kabinet weigert het echter. Zal de staatssecretaris er bij de Europese Commissie op aandringen dat in 2020 in de Europese Unie een reductie van broeikasgassen van 30% wordt gerealiseerd? Om dat daadwerkelijk te realiseren, moet er al in 2015 een wettelijke basis zijn. Wetten maken in Brussel duurt lang en gaat traag, dus het wetgevende voorstel daarvoor moet dan ook snel komen, in ieder geval in de eerste helft van 2013. De Commissie lijkt nog geen plannen hiervoor te hebben. Zal de staatssecretaris daarop aandringen? De vorige staatssecretaris heeft aangegeven zich "zo vroeg in het proces", zoals hij zelf zei, nog niet te willen vastleggen op prioriteiten voor de duurzame ontwikkelingdoelen. Is deze staatssecretaris wel bereid om haar prioriteiten voor de ontwikkelingsdoelen aan te geven? Mogen we aannemen dat werkelijke verduurzaming van voedselproductie en -consumptie bovenaanstaat, omdat daar de grootste winst te behalen is?
Ik was erg teleurgesteld over het 7e Milieuactieprogramma, want kennelijk besluit de EU middenin de grootste ecologische crisis ooit dat het wel genoeg is geweest met het milieubeleid. Het volgende actieprogramma zal dan ook voornamelijk bestaan uit verbetering
van de implementatie en uitvoering van het bestaande milieubeleid, zo meldt de staatssecretaris ons. Het nieuwe actieprogramma is eindelijk gepresenteerd. De titel is in elk geval wel raak: "Goed leven, binnen de grenzen van onze planeet". De speech van de milieucommissaris was ook prima. Hij benadrukte de noodzaak van het vergroenen van ons belastingstelsel en het uitfaseren van milieuschadelijke subsidies. Hij erkende dat de consumptie in Europa zwaar drukt op mensen en natuurlijke hulpbronnen elders en dat dit dus moet veranderen. Erkenning alleen is natuurlijk niet genoeg; er moet ook naar gehandeld worden. Graag hoor ik van de staatssecretaris wat zij kan doen om aan die mooie woorden invulling te geven. Daarbij hoort natuurlijk dat de milieuschadelijke subsidies stoppen en de achteruitgang van biodiversiteit een halt wordt toegeroepen. Ik krijg hierop graag een reactie.
In de blauwdruk water krijgt Nederland krijgt er nogal van langs van de Europese Commissie. Nu is dat niet het belangrijkste, want je moet je de ogen uit het hoofd schamen als je niet zorgt voor de kwaliteit van water in je eigen land. De minister komt volgend jaar met een plan om toch aan de eisen te voldoen, al is dat dan pas in 2027. Ik ben daar heel benieuwd naar, want hier ligt een enorme taak. Hoe reageert het kabinet op het standje uit Brussel? De staatssecretaris schrijft dat Nederland "naar verwachting" zal instemmen met de raadsconclusies en met de blauwdruk. Wat betekent dat? Waar hangt het vanaf? Mijn laatste punt betreft het vergroenen van belastingen. Zowel de aangenomen raadsconclusies als de aankondiging van de jaarlijkse groeianalyse benadrukt het belang van de vergroening van de economie. In de groeianalyse gaat het specifiek over vergroening van de belastingen en het uitfaseren van milieuschadelijke subsidies. Daar heb ik net al over gesproken. Dit zou ons land 10 miljard per jaar kunnen opleveren; haal binnen! Op welke manier maakt de staatssecretaris hier werk van?

Interrupties bij andere partijen:

De heer Jan Vos (PvdA): Met betrekking tot Doha heb ik natuurlijk een lichte kennisvoorsprong omdat ik daar als parlementair rapporteur aanwezig mocht zijn. Uit eerste hand kan ik mededelen dat de staatssecretaris daar buitengewoon goed werk heeft verricht met een fantastische delegatie van Nederlandse ambtenaren. Ik was zeer onder de indruk van de kwaliteit van het werk, maar ook van de inzet: mensen die dag en nacht doorwerken. Waar ik andere delegatieleden soms in slaap zag vallen, bleef onze delegatie tot de laatste snik op twee benen staan en doorlopen. Ik heb daar vol bewondering naar gekeken en heb er veel van geleerd. Ook inhoudelijk speelt zich daar heel veel meer af dan wat je in eerste instantie uit de media verneemt. Ik zal er niet al te zeer op ingaan, want de Kamer krijgt van mij als parlementair rapporteur een rapportage. Ik wil het gras ook niet wegmaaien voor de voeten van de staatssecretaris. Als parlementair rapporteur complimenteer ik haar echter met de werkzaamheden die zij daar heeft verricht.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik dank de heer Vos dat hij namens de commissie naar Doha is gegaan. Ik wil ook graag geloven dat de inzet ter plaatse van onze ambtenaren en de staatssecretaris een compliment verdient, maar ik stel toch even een gewetensvraagje. Zou het niet makkelijker zijn geweest als wij in Doha hadden kunnen zeggen dat we in Nederland sowieso mikken op 30% minder CO2-uitstoot in 2040 en dat we een heel pakket aan maatregelen hebben om te laten zien dat we echt werk maken van ons aandeel van het klimaatprobleem? Zou dat het niet makkelijker hebben gemaakt om andere landen aan te spreken op hun aandeel?

De heer Jan Vos (PvdA): Ik had niet de indruk dat het ons land ontbrak aan een gebrek aan legitimiteit als het gaat om onze inzet om de klimaatdoelstellingen te behalen. De EU als geheel heeft bij monde van Eurocommissaris Hedegaard inmiddels 27% CO2-reductie ten opzichte van 1990 bewerkstelligd. Nederland draagt daaraan meer dan zijn steentje bij door de targets die voor ons land gesteld zijn, te overtreffen. Ten aanzien van de doelstelling voor de komende jaren is natuurlijk sprake van een discussie waarbij we niet alleen 2040, maar misschien zelfs wel 2020 zouden kunnen aanhouden om de 30%-doelstelling te realiseren. Wat dat betreft zou ik het dus nog wat scherper willen stellen dan mevrouw Ouwehand. Ook financieel heeft Nederland behoorlijk ingezet op het behalen van de klimaatdoelstelling. De Partij van de Arbeid is de eerste om daarin de tering naar de nering te zetten en bij te dragen. Nogmaals, ik wil niet al te zeer het gras voor de voeten van de staatssecretaris wegmaaien, maar zij heeft zich daarvoor ingezet en zij heeft ook extra middelen uitgetrokken. Ik was daar zeer over te spreken en ik deel de mening van mevrouw Ouwehand dan ook in het geheel niet.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dat is jammer. De heer Vos heeft wel de jaartallen goed. Dat siert hem; ikzelf versprak me. Ik kan mij echter toch niet aan de indruk onttrekken dat hier complimenten worden uitgedeeld voor de buitengewone inzet ter plaatse: wakker blijven, scherp blijven, alert blijven waar andere mensen gaan zitten suffen. Dat is allemaal prachtig, maar de belangrijkste vraag is natuurlijk of dat nu precies nodig was. Of is het een mooi compliment dat je geeft aan een kind dat probeert te leren fietsen: dit is al goed genoeg, want je hebt vandaag al vijf rondjes geprobeerd maar fietsen kun je nog niet, maar dat vergeten we even omdat het zo pijnlijk is om aan een klein kind te zeggen dat het nog wel ietsje beter moet? Ik zou een meer volwassen houding van de Partij van de Arbeid-fractie verwachten ten opzichte van het klimaatprobleem. Complimenten voor de inzet zijn prima, maar je moet ook durven benoemen wat echt nodig is en dus ook durven benoemen wat er nu nog niet gebeurt.

De voorzitter: Ik hoor niet echt een nieuwe vraag, maar de heer Vos mag erop reageren.

De heer Jan Vos (PvdA): Ik wil er nog wel iets over zeggen. Ik zou ook liever zien dat we morgen wereldwijd gewoon stoppen met het uitstoten van CO2. Dan is het probleem opgelost. Dat is natuurlijk niet realistisch. Er komen 93 landen bij elkaar die met unanimiteit tot overeenstemming proberen te komen. Dat is een buitengewoon ingewikkeld spelletje. Ik denk niet dat de mensen die aanwezig waren, er meer uit hadden kunnen halen dan ze hebben gedaan. Als mevrouw Ouwehand dat wel denkt, nodig ik haar van harte uit om haar inzet te tonen en het de volgende keer op een andere manier beter te doen.

Beantwoording door de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu

(...)

Staatssecretaris Mansveld: Ik ben gelouterd en vol energie teruggekomen uit Doha. Ik heb ook gezegd dat ik heel tevreden was. De doelen waren gericht op Kyoto 2 en op een breder fundament voor 2020 en verder. Die doelen zijn gehaald. Er is ook gesproken over doelstellingen voor 2020. Tijdens zo'n bijeenkomst kom je vertegenwoordigers tegen van landen als de Dominicaanse Republiek en Indonesië die, ook zonder dat zij daartoe zijn verplicht, al doelstellingen hebben. Het is natuurlijk de kunst om de doelstellingen van al die individuele landen bij elkaar te voegen en ervoor te zorgen dat daaruit het maximaal mogelijke wordt gehaald. In de richting van mevrouw Ouwehand zeg ik nogmaals dat er dus wel degelijk een sense of urgency is.

(...)

Mevrouw Ouwehand heeft gevraagd naar de milieuschadelijke subsidies en de inzet van Nederland op dat punt. Zij verwees naar de brief van het WNF met aanbevelingen over het vergroenen van het Europese semester.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dit klopt niet. Ik refereerde aan de notitie van het Planbureau voor de Leefomgeving waarin wordt uiteengezet wat in Nederland kan worden bereikt en wat op Europees niveau moet worden gedaan als je milieuschadelijke subsidies wilt afschaffen. Ik vraag de staatssecretaris in het Europees debat in ieder geval die inzet te kiezen.

Staatssecretaris Mansveld: Ik kom hier zo op terug, want hier wordt verwezen naar een andere brief.

(...)

Mevrouw Ouwehand heeft gevraagd waar de instemming met de Raadsconclusies van afhangt. Het is voor Nederland belangrijk dat de waterambitie niet leidt tot nieuwe regelgeving. Nederland stelt zich op het standpunt dat de waterambities kunnen worden gerealiseerd binnen de bestaande kaders.

(...)

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Misschien dat de antwoorden op mijn vragen ook gevonden kunnen worden in de antwoorden die de staatssecretaris voor zich heeft liggen naar aanleiding van de brief van het Wereld Natuur Fonds. Die brief heb ik echter niet gezien, dus misschien is er wat spraakverwarring ontstaan. Ik wil graag weten welke inzet de staatssecretaris zal kiezen voor het uitfaseren van milieuschadelijke subsidies. Ik heb ook gelezen dat zij het belangrijk vindt dat in de groeianalyse wordt ingegaan op vergroening van het belastingstelsel. Welke voorstellen mist zij in de analyse? Hoe zal zij die inbrengen? Welke nationale uitwerking van die plannen ziet zij voor zich?

Staatssecretaris Mansveld: Het vorige kabinet heeft de afschaffing van een aantal milieuschadelijke subsidies aangekondigd. Dit geldt voor de vrijstelling van de motorrijtuigenbelasting oldtimers, het accijnsvoordeel rode diesel en de vrijstelling van de kolenbelasting. Verder zijn de volgende "groene" belastingen aangekondigd: een accijnsverhoging op diesel en lpg en de handhaving van het eurovignet toegespitst op schone vrachtauto's. Nederland wil veel doen en dat blijft ook de inzet in het EU semester.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik heb nog wel behoefte aan duidelijkheid. De staatssecretaris zegt dat het vorige kabinet al een aantal stappen heeft gezet op weg naar het afschaffen van milieuschadelijke subsidies. Ik herinner mij dat ik het vorige kabinet expliciet heb gevraagd om met de PBL-notitie onder de arm in Europa te pleiten voor het afschaffen van de subsidies die daarin worden genoemd. Die vraag is toen door het kabinet afgewezen. Zal het huidige kabinet met die notitie wel de boer opgaan in Europa of niet? Dit zou voor mij een reden zijn om eventueel een Kameruitspraak te vragen.

Staatssecretaris Mansveld: Ik heb gezegd wat wij gaan doen. De discussie in Europa zal worden voortgezet, althans wat mij betreft. Het lijkt mij normaal dat een land aangeeft welk beleid het voert. Ik ben daarnaast nieuwsgierig naar het beleid van andere landen. Wie weet bevat dat heel goede suggesties. Ik ga de discussie dus op die manier aan. De situatie die ik zojuist heb beschreven, geldt echter specifiek voor Nederland.