Bijdrage Ouwehand AO Mili­euraad


17 maart 2011

Mevrouw Van der Werf (CDA): […]Een transitie naar een eco-efficiënte economie komt aan de orde. Wij kunnen het allemaal van harte onderschrijven, maar het zijn stevige uitspraken. Er valt een heleboel te doen om die ambities te halen, en waarschijnlijk meer dan de reikwijdte van één ministerie mogelijk maakt. Vandaar een oproep. Voor een systeemverandering heb je meerdere departementen nodig. Al deze zaken vragen om coördinatie tussen diverse beleidsterreinen. De uitdagingen ten aanzien van klimaat en milieu liggen op veel departementale bordjes. Wij roepen de staatssecretaris op om deze commissie periodiek een overzicht te doen toekomen van alle duurzaamheidsinitiatieven van zijn collegabewindspersonen.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De CDA-fractie doet een oproep om alle ministeries die van doen hebben met de milieu-, klimaat- en biodiversiteitsdoelstellingen, periodiek te laten rapporteren over de dingen die zij misschien een beetje goed doen. Ik zou denken dat wij moeten toetsen op de activiteiten van andere departementen voor die ambities, die inderdaad stevig en prachtig geformuleerd zijn. Moet deze staatssecretaris niet ook de bevoegdheid hebben om tegen bijvoorbeeld de staatssecretaris van EL&I te zeggen: ho, ho, ho met dat landbouwbeleid van jou, er moet een stapje bovenop, anders halen wij de ambitie niet waar mijn handtekening onder staat? Is het CDA bereid om ook rapportages te vragen over de vervuilende en de slechte initiatieven bij de andere departementen, zodat wij die kunnen meenemen in een integrale beoordeling?

Mevrouw Van der Werf (CDA): U doet eigenlijk een aanvullend voorstel, waarop de
staatssecretaris natuurlijk ook kan reageren. Mijn vraag beperkt zich op dit moment tot een rapportage van de lopende duurzaamheidsinitiatieven van alle departementen.

[…]

De heer Leegte (VVD): Je snapt waarom de VVD moeite heeft met deze richtlijn als je kijkt naar de uitwerking. Kern van de uitwerking is dat 18.000 Nederlandse winkelbedrijven een soort milieustraat worden, een milieustraat waar consumenten hun oude apparaten kunnen dumpen op een plek die zichtbaar is in de winkel, dus ergens tussen het handdoekenrekje en de wasrekjes. Het meisje op de zaterdagmiddag moet kunnen beoordelen of het apparaat kapot is of nog kan werken. Als het kapot is, moet het op de ene stapel en is het afval. Als het nog kan werken, moet het op de andere stapel en is het nog verhandelbaar. Als het nog verhandelbaar is, staan er allemaal handelaren klaar om de spullen op te kopen en te verhandelen. Je kunt je afvragen of je dan uiteindelijk wel de milieuwinst haalt die wij allemaal voorstaan. Met andere woorden, wij vinden dit geen goed plan.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Hoor ik het goed dat de heer Leegte op Internationale Vrouwendag het vermogen van in een winkel werkende meisjes in twijfel trekt om te beoordelen of een apparaat kapot is?

De heer Leegte (VVD): Ik zal op geen enkele dag een onderscheid maken tussen een winkelmeisje (v) en een winkelmeisje (m). Het gaat erom dat er op zaterdag vaak mensen werken met korte contracten. Als je met je kapotte staafmixer naar de telefoonwinkel tegenover het gebouw van de Tweede Kamer gaat, moet de werknemer daar kunnen beoordelen hoe de staafmixer eraan toe is. Dat kun je nauwelijks van zo iemand verwachten. Dat is de zorg die de VVD heeft. Internationale Vrouwendag doet daar niets aan af.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik sluit mij meteen aan bij de pleidooien van D66 en de PvdA voor 25% reductie. Minstens, zou ik erbij willen zeggen. Ik kan mij niet
voorstellen dat de staatssecretaris een andere inbreng wil leveren. Ik raakte hoopvol gestemd bij de woorden van mevrouw Van der Werf van de CDA-fractie. Het lijkt erop dat het CDA een wat groener beleid wil. Het is de vraag hoe men dat wil. Er is samenhang tussen alle dossiers. Bij biodiversiteit spreken wij internationaal iedere keer
weer ambities uit, maar voortdurend moeten wij constateren dat ze niet gehaald worden. Dat is om je ogen uit je hoofd te schamen. Ik zou graag zien dat de CDA-fractie deze
staatssecretaris aanspoort om de boel in samenhang te bezien: het gemeenschappelijk landbouwbeleid, de biodiversiteitsdoelstellingen, de effecten op het klimaat als wij
biodiversiteit verliezen en vice versa . Als zij het niet doet, doe ik het wel.

De belangrijkste veroorzaker voor het verlies van biodiversiteit is de veeteelt. Daar moeten wij dus iets mee. Als wij ons over tien jaar niet weer heel hard willen schamen, moeten wij concrete afrekenbare doelstellingen voor biodiversiteit afspreken. Wij moeten aan sancties denken. Wij moeten echt naar een systeem toe waarin wij als Europa met elkaar de wereld leefbaar houden. De natuurlijke hulpbronnen moeten wij beschikbaar houden voor volgende generaties. De Commissie heeft gezegd dat het relevant is om de werkelijke kosten van het gebruik van natuurlijke hulpbronnen inzichtelijk te maken en om afwentelingsmechanismen duidelijk te maken. De milieukosten moeten dus worden geïnternaliseerd. Gaat de staatssecretaris daarvoor pleiten? Onderschrijft hij deze aanbeveling van de Commissie? Wat zijn de voorstellen van de staatssecretaris om de biodiversiteitsstrategie concreet en afrekenbaar te maken? Er zijn brieven beloofd over hoe wij dat in de Nederlandse aanpak gaan vertalen. Wij kunnen op dit punt echt niet achterover leunen.

Mevrouw Van der Werf (CDA): Ik heb de staatssecretaris gevraagd om een rapportage van de duurzaamheidsinspanningen van de verschillende departementen. Steunt u dat?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Zeker, maar ik wil geen mooiweerverhaal over initiatieven die pleisters op een heel grote wond zijn. Ik zou het brede veld willen zien. Ik wil zien of de duurzame initiatieven van de departementen de lading wel dekken en de wond kunnen afdichten. Ik wil ook zien voor welke vervuiling de departementen verantwoordelijk zijn. Ik zou graag zien dat het CDA bereid is om dat integraal te bekijken. Welke stappen worden misschien de goede kant op gezet en welke grote gaten liggen er nog om te dichten? Als de CDA-fractie kan aangeven dat zij mij daarin steunt, kunnen wij een gezamenlijke oproep aan de staatssecretaris doen.

Mevrouw Van der Werf (CDA): Ik heb net al gezegd dat ik blijf bij de vraag die ik heb gesteld. Ik neem aan dat de PvdD het CDA daarin steunt.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ja, maar wij willen daarnaast een goede analyse van bijvoorbeeld de intensieve veehouderij in Nederland en het verlies aan biodiversiteit dat op het conto van die sector geschreven moet worden. Wat gaat deze staatssecretaris daaraan doen als hij in Europa verantwoording moet afleggen over de ambities van Nederland op het gebied van biodiversiteit? Tegen de VVD zeg ik dat het allemaal niet zo duur hoeft te zijn.

Wat minder varkens en je hebt enorme milieuwinst en klimaatwinst. Die 25% kan best. Ik heb behoorlijk wat vragen over ggo's. Er ligt een voorstel om de teeltbevoegdheid bij de lidstaten neer te leggen. Daar is zware kritiek op van de juridische dienst van de raad. Het voorstel is onhoudbaar en lijkt een truc om tegenstanders van genetisch gemanipuleerde gewassen de mond te snoeren. Mede namens de ChristenUnie kan ik zeggen dat het huidige voorstel een lege huls is, want er zijn ook nog handelsverdragen. Veiligheid voor mens en milieu mag op dit moment nog niet als reden gelden voor een nationaal verbod. De staatssecretaris gaat hier maar niet op in en ik vraag hem om dat vandaag alsnog wel te doen. Eerder heeft hij over de voorstellen voor het verbeteren van het proces en de werkwijze van de EFSA gezegd dat het niet nodig is om die uit te voeren, omdat er een richtsnoer ligt. De COGEM heeft daar vandaag zware kritiek op geleverd. Het richtsnoer zou niet goed genoeg zijn om de milieurisico's in te schatten. Wat is de reactie van de staatssecretaris daarop? Mag ik aannemen dat er in de Milieuraad wordt gepleit om voor de EFSA nieuwe richtsnoeren op te stellen? Is de staatssecretaris het eens met de COGEM dat flora- en faunabeoordeling niet door producenten van gentech gedaan kan worden en, zo ja, hoe gaan wij dit veranderen?

Ik kom op de niet-limitatieve lijst met gronden op basis waarvan lidstaten de teelt van gentech kunnen verbieden. De staatssecretaris heeft die lijst nog steeds niet naar de Kamer gestuurd. Met veel zoeken hebben wij de lijst wel kunnen ontdekken op een van de websites van de Europese Commissie. De Eerste en Tweede Kamer hebben er al een paar keer om gevraagd. Mede namens de ChristenUnie vraag ik waarom die lijst niet gewoon is opgestuurd. De staatssecretaris is toch goed op de hoogte van de vragen rond de juridische aspecten van dit voorstel? Ook met de lijst is het ons nog steeds niet duidelijk hoe het straks in de praktijk zal werken. Er ligt een lijst, maar als je als lidstaat een van deze gronden aanvoert, is het de vraag of de rechter daarmee akkoord gaat. Die duiding moeten wij krijgen van het kabinet. De onderbouwing moet enorm zijn.

Mede namens de ChristenUnie ga ik in op de coëxistentie. Die zal hoe dan ook goed geregeld moeten zijn als dit voorstel wordt doorgevoerd. Wij zijn er nog steeds geen
voorstander van dat het voorstel op deze manier wordt overgenomen vanwege die enorme juridische onzekerheden die eraan zitten. Het moet als lidstaat mogelijk zijn om een teelt nationaal te verbieden. Je moet als lidstaat geen last krijgen van je buurman die het wel wil, ook om de boeren te beschermen. Hoe zit het met de coëxistentie? Wat is de visie? Welke rol speelt Nederland hierin? Ik vind echt dat het kabinet veel te veel achteroverleunt. Mede namens de ChristenUnie zeg ik dat er meer informatie moet komen en dat er een duidelijk debat moet worden gevoerd.

[…]

Staatssecretaris Atsma: […] Commissaris Hedegaard heeft een uur of twee geleden haar routekaart richting 2050 gepresenteerd. Ik vind het jammer dat de discussie zich nu al toespitst op de vraag hoe wij tussentijds doelen kunnen stellen en realiseren. Ik vind dat het doel voor 2050 het uitgangspunt moet zijn. Over de weg daar naartoe hebben we in Mexico heel nadrukkelijk gesproken: dat is een stap-voor-stapbenadering. Mevrouw Van der Werf zei dat een bijstelling bespreekbaar is, zij het wel onder voorwaarden. Ik hoorde verschillende andere sprekers zeggen dat we nu al naar die hogere ambitie zouden moeten gaan, terwijl de heer Leegte dat helemaal niet nodig vond. Ik hecht er toch aan om vooralsnog vast te houden aan wat we hebben afgesproken. In het traject richting 2050, met als tussenijkpunt 2020, zal Europa voor de 20%-doelstelling gaan. Europa is bereid om, als andere grote spelers op de markt zich bewust zijn van hun verantwoordelijkheid en die doelstellingen willen realiseren, collectief naar die 30%-ambitie te gaan. Dat is de afspraak en dan is het lastig om tussentijds te snel naar 25% te gaan, terwijl wellicht als iedereen zich daaraan houdt een hogere ambitie zou kunnen worden gerealiseerd.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Gaat de staatssecretaris in de Milieuraad echt vragen om het voorstel van de Commissie in te trekken? Wordt Nederland daarmee definitief de
dwarsligger als het gaat om een ambitieus Europees klimaatbeleid? Moeten we die conclusie hier vandaag trekken?

Staatssecretaris Atsma: Nee, met alle respect, het is volgens mij ook niet aan de orde om een voorstel in te trekken. Volgens mij is het een eerste discussie over datgene wat
mevrouw Hedegaard heeft gepresenteerd. Daar kun je natuurlijk je reflectie op geven, je kunt aangeven wat je daarvan vindt. Het eerste wat Nederland zal gaan doen, is een aantal verduidelijkende vragen stellen. Zoals ik al heb aangegeven, komt er sowieso nog een vervolgtraject, namelijk de invulling van de routekaart. Hoe ga je dat dan realiseren? We dreigen nu al te vervallen in een discussie over een tussentijdse bijstelling van de doelen. Dat is het slechtste wat we kunnen doen, en dat wil ik niet. Daar heeft ook niemand belang bij, en het staat haaks op wat we eerder hebben afgesproken. Daaraan houd ik me vast.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Die discussie is er wel. U kunt zeggen dat u haar liever niet had gehad, maar we worden in de Kamer ook geconfronteerd met moties waarvan ik denk: ik zou ze niet hebben ingediend. Je moet kiezen: ja of nee. Gaan we voor die 25% staan, of niet? Volgens mij is er geen andere weg, hoor. Staatssecretaris Atsma: Ik heb gezegd dat ik voor de 20% blijf staan, en de 30% is in beeld op het moment dat iedereen zijn afspraken en verplichtingen nakomt. Als je in toelichtende zin een aantal vragen stelt over die percentages, kom je misschien veel dichter bij elkaar dan nu. Maar ik ga niet pleiten voor het een-op-een overnemen van de 25%-ambitie. Ik sluit me aan bij wat mevrouw Van der Werf heeft gezegd: het moet allemaal ook haal- en betaalbaar zijn. We hebben een stap-voor-stapbenadering afgesproken, dat draadje is dun, en we proberen met alle spelers op het speelveld de weg richting 2050 te bewandelen. Met dat tijdpad moet je zorgvuldig omgaan. Dat doe je niet als je drie maanden na Mexico gaat zeggen: we gaan in een keer een sprong maken van 25% erboven. Dat is de feitelijke situatie.

[…]

Staatssecretaris Atsma: […] Wat de ggo-discussie betreft is één ding helder: het gaat nu niet over de positie van de EFSA. Daarop wordt in een later debat teruggekomen. Waarom de lijst waarnaar gevraagd werd niet naar de Kamer is gestuurd? Dat zal op korte termijn gebeuren, en wel naar beide Kamers. De breedte van dit onderwerp -- het staat overigens niet op de agenda voor maandag -- garandeert dat het absoluut terugkomt, ook in relatie tot wat de COGEM heeft gezegd. De spagaat waarin de Europese discussie zit als het gaat om de ggo-problematiek erken ik, want dat is zonneklaar. De Nederlandse inzet hebben wij eerder met de Kamer gedeeld. De Kamer heeft daar expliciete opvattingen over, waaraan wij op dit moment niets hebben toe te voegen. Maar dat Europa een verdeeld huis is op dit punt is volstrekt helder. Als sprake is van verdeeldheid, weet je dat er niets gebeurt. Of je daar blij mee moet zijn of
verdrietig, laat ik aan eenieder.

[…]

Mevrouw Ouwehand en ik hebben niet altijd dezelfde opvattingen over het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Ik verwijs kortheidshalve naar collega Bleker.
De heer Van Gerven sprak over co-existentie in relatie tot gmo’s. Ik weet hoe hij daarover denkt. Dat punt komt naar mijn inschatting komende maandag niet aan de orde.

[…]

Mevrouw Ouwehand (SP): Voorzitter. Ik kan niet anders dan concluderen dat, nu het CDA in deze constructie in dit kabinet zit, de aap eindelijk uit de mouw komt: het CDA wil
helemaal geen milieubeleid en geen natuurbeleid. Eerst verwijzen we naar Europa, dan komt er een voorstel en dan willen we niet, en als er natuurregels zijn gaan we daar dwars doorheen. Dan is dat maar duidelijk. De teleurstelling is groot. De staatssecretaris zegt dat de ggo’s niet op de agenda staan, maar ze staan toch echt op de geannoteerde agenda. Daarin staat ook dat Nederland nog steeds voor dit voorstel is. Ik weet ook dat verschillende lidstaten dit voorstel niet in behandeling willen nemen, omdat ze het niet eens zijn met de uitvoering van de verbeteringstrajecten bij de EFSA. Hoeveel jokkebrokjes wil de staatssecretaris hier over de schutting gooien? Ik vind het echt veel te veel. Ik spreek mede namens de ChristenUnie. Ik sluit niet uit dat wij hierover een motie gaan indienen, en ik sluit ook niet uit dat die andere leuke partij met die leuke mensen het met ons eens is. Ik wil de toezegging van de staatssecretaris dat hij het commentaar van de COGEM op de richtsnoeren van de EFSA op 14 maart inbrengt. Ik overweeg een motie op dat punt.

[…]

Staatssecretaris Atsma: […] Ik kom toe aan de ggo’s en de gmo’s. De EFSA staat niet op de agenda, dus het heeft geen enkele zin om dat wat de COGEM heeft aangegeven daar in te brengen. Wat daarover in Brussel wordt gewisseld brengt mij niet tot de overtuiging dat daar een helder standpunt uit komt: Europa is verdeeld.

[…]

De voorzitter: De staatssecretaris heeft vier toezeggingen gedaan:
- De staatssecretaris doet de Kamer periodiek rapportages toekomen over duurzaamheidsmaatregelen van alle ministeries, en gaat daarbij ook breder in op de duurzaamheidseffecten van het beleid.
- De staatssecretaris zal in zijn Afvalbrief in juni de koppeling leggen met het initiatief van de Europese Commissie inzake het efficiënt gebruiken van hulpbronnen.
- De staatssecretaris doet de Kamer op korte termijn de conceptlijst toekomen met criteria op grond waarvan lidstaten de teelt van genetisch gemodificeerde organismen zou mogen verbieden.