Bijdrage Ouwehand AO Tijde­lijke wijziging Visse­rijwet (dioxine paling)


16 maart 2011

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Wij bespreken vandaag een wijziging van de Visserijwet. Doel is om daarmee een wettelijke grondslag te creëren voor het treffen van maatregelen in de voedselketen, in dit geval de visserijketen, ter bescherming van de volksgezondheid. Die mogelijkheid was er nog niet. De Partij voor de Dieren heeft daar eerder wel om gevraagd, maar voormalig minister Verburg hield de boot af. Zij gaf aan geen wettelijke mogelijkheden te hebben om een vangstverbod af te kondigen, terwijl een vangstverbod wel nodig was. Er zijn echter gebieden in Nederland waarvan de waterbodem zo ernstig is vervuild met dioxine dat de palingen en ook de wolhandkrabben getypeerd kunnen worden als chemisch afval. Dat moet me van het hart.

Ik ben blij dat de staatssecretaris de motie van de Partij voor de Dieren om de Visserijwet met spoed te wijzigen heeft overgenomen. Dat is ook de reden waarom we hier staan. Ik dank het kabinet dat de noodzaak is ingezien om op te treden. Wel steekt het me dat daarvoor een uitzending van ZEMBLA nodig was. Ik heb vele mailtjes en twitterberichtjes ontvangen van mensen die zich afvroegen waarom een uitzending van ZEMBLA nodig was om de politiek in beweging te krijgen. Kan de staatssecretaris daar ook richting die kiezers nog even op reflecteren? Ik zie dat hij glimlacht, dus dat wil hij vast wel.

Wij dringen dus al langer aan op een vangstverbod. Palingen in de vervuilde gebieden, en dat zijn er kennelijk veel meer dan tot nu toe aangenomen, kunnen niet op de markt worden gebracht vanwege een veel te hoog dioxinegehalte. Dit laatste vormt een gevaar voor de volksgezondheid. Nu, vier jaar nadat we dit pleidooi zijn begonnen, worden er dan eindelijk maatregelen genomen. Beter laat, dan nooit. De gehaltes dioxine in de paling in de vervuilde gebieden waren echter bekend. In 2007 is daarover een stevige brief van de Voedsel en Waren Autoriteit gekomen. Gezien het feit dat het probleem in 2007 al bekend was, hebben de vissers zich er dus op kunnen voorbereiden dat de palingvisserij in de grote rivieren een doodlopende weg is.
Naast de dioxineproblematiek speelt ook de zorgelijke toestand van het palingbestand al langer. Meermaals is aangegeven dat er nu moet worden ingegrepen om de soort te behoeden voor uitsterven. De palingstand in ons land is in 50 jaar met meer dan 90% teruggelopen. Als we de paling, een icoon van de Nederlandse wateren, niet beschermen, zullen we afscheid moeten nemen van dit dier. Daarvoor wil ik tijdens mijn bijdrage wel aandacht vragen. We zijn blij dat er nu een vangstverbod wordt afgekondigd vanwege de volksgezondheid en de voedselveiligheid, maar alleen daarmee zijn we er nog niet. Zeker gelet op de compensatiemaatregelen die het kabinet wil treffen om de vissers tegemoet te komen, moeten we ons vandaag de vraag stellen of het naar de vissers toe nog wel eerlijk is om te blijven doen alsof het vangen van paling een toekomstperspectief heeft.

Het voormalige ministerie van LNV heeft verschillende wetenschappers advies gevraagd en, omdat de rapporten niet bevielen, weer nieuwe adviezen gevraagd. De conclusie van de wetenschappers is echter voortdurend hetzelfde: het gaat 60 tot 200 jaar duren voordat de palingpopulatie zich herstelt, maar dan alleen als we nu stoppen met vissen. Door de wetenschappelijke adviezen in de wind te blijven slaan, lopen we twee heel grote risico's. Ten eerste het risico dat de paling uitsterft en ten tweede dat uiteindelijk ook de palingvisser uitsterft.
Het is niet eerlijk om te doen alsof dat niet het geval zal zijn. De Partij voor de Dieren heeft in de discussie over het aalbeheerplan steeds gepleit voor een compleet vangstverbod, in ieder geval tot de stand volledig is hersteld. En dat kan dus tientallen jaren duren als het al niet veel langer is.

Wij hebben ook gezien dat de Nederlandse voorstellen niet eens de goedkeuring van Europa konden wegdragen. De plannen die Nederland heeft gepresenteerd, werden weer gecorrigeerd door Europa en eigenlijk schaam ik mij daar wel een beetje voor. Ik zal straks een motie indienen als de staatssecretaris niet toezegt dat hij bereid is om een totaal vangstverbod voor paling af te kondigen. Een van de oplossingen waarnaar wordt gezocht, is palingkweek. Daarvoor wordt er echter wilde paling uit de zee gevangen en dat kan de populatie niet hebben. Het is dus een slecht plan. Palingkweek is niets meer of minder dan jonge paling uit zee halen en in kwekerijen groot laten worden. Consumenten die deze paling eten, hebben echter vaak het gevoel dat zij daarmee de wilde paling ontzien. En dat is dus niet waar!

Paling kent een nogal mysterieus voortplantingsproces. Daarom is voorgesteld om de Leidse universiteit onderzoek te laten doen naar de mogelijkheid om stamcellen van zebravisjes in de paling in te spuiten. Men experimenteert daarmee, omdat het de verwachting is dat de paling dan beter in gevangenschap tot voortplanting kan worden gebracht, iets wat tot nu toe niet is gelukt. Dat wij bereid zijn om dierproeven te doen voor de lekkere trek, vind ik onvoorstelbaar. Wij doen het namelijk niet om de soort te redden, maar om paling te kunnen blijven eten. Ik vraag de staatssecretaris om met het oog op het belang van een gezonde palingstand op te treden en de palingkwekerij in Nederlands en Europees verband te verbieden, dan wel om zich voor zo'n verbod in te zetten.

Een laatste opmerking. Niet zo lang geleden is eindelijk een apparaat beschikbaar gekomen om paling in korte tijd te doden. De Partij voor de Dieren houdt er niet van om dieren dood te maken, maar als dat dan toch gebeurt, geldt in ieder geval voor landbouwhuisdieren de wettelijke verplichting om dieren voorafgaand aan de slacht binnen korte tijd buiten bewustzijn te brengen om de dieren zo min mogelijk pijn en stress te laten verduren. Voor vissen geldt deze bescherming niet en vooral voor palingen is dat vreselijk. Er worden nog steeds palingen ontslijmd in zoutbaden, wat betekent dat ze een urenlange doodsstrijd moeten doorstaan waarbij het zout de huid verbrandt. Het apparaat is inmiddels beschikbaar; wij hebben er dan ook lang om gevraagd. Nu er eenmaal een alternatief is, zou ik graag zien dat wij afscheid nemen van die zoutbaden. Kan de staatssecretaris dat toezeggen? Mijn fractie pleit al langer voor beschermende maatregelen en voor wetgeving voor het doden van vissen en het beperken van pijn en stress voorafgaand aan de slacht. Ik zou graag zien dat het kabinet hier werk van maakt. Ik heb dan ook een motie voorbereid.

[…]

Mevrouw Gerbrands (PVV): Nee, dat heb ik ook gezegd. Ik heb gezegd dat de vissers hier een verantwoordelijkheid in hebben. Ik heb de uitzending van ZEMBLA ook gezien en de visser die willens en wetens wel met dioxine besmette paling verhandelde. Tegelijkertijd vind ik dat ik best vraagtekens bij de handhaving mag plaatsen. Ik denk namelijk dat als de pakkans groter was geweest, er intensiever was gecontroleerd en er forse boetes waren uitgedeeld, de kans ook groter was geweest dat de sector het wel had opgelost of in ieder geval de beslissing had genomen om die besmette paling niet in de handel te brengen.

Mevrouw Van Veldhoven (D66): Helder.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): In discussies over handhaving in de visserij en in de vee-industrie horen we hier vaak van verschillende partijen dat eerlijke ondernemers die als een enorme last ervaren. Ik zie hier dus wel een beetje een spanningsveld.
Het lijkt wel alsof de Partij voor de Vrijheid hier zegt: wij hadden strenger moeten handhaven. In vergelijkbare situaties zien wij dat er gemord wordt vanuit de sector en dat de PVV dan zegt: wij moeten eerlijke ondernemers natuurlijk wel de kans geven om eerlijk te ondernemen. Wat is de keuze die de PVV hierin maakt en wie mag daar dan voor betalen? Want het kost natuurlijk wel bergen geld om zo'n honderdprocentscontrole op te tuigen.

Mevrouw Gerbrands (PVV): Als er een verbod ligt op het in de handel brengen en het verkopen van met dioxine besmette paling, moet dat verbod wat de PVV betreft gehandhaafd worden. Zo staan wij overal in. Als iets niet mag, moet je het handhaven en beboeten. Als het gaat om de volksgezondheid vind ik dat daar dus geen prijskaartje aan mag hangen. Ik vind dat dat dan ook geen excuus mag zijn om dan maar minder te handhaven omdat het onderzoek zo duur is.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dat is dan duidelijk. "Regel is regel", hoor ik, hartstikke goed, maar het is natuurlijk wel een realiteit dat je iedere paling apart moet controleren als je weet dat er in bepaalde gebieden een enorme vervuiling is en als je daar vangt. Dan kun je al die mensen die dat moeten controleren ofwel uit de staatskas betalen -- dat kost veel geld -- ofwel je legt die rekening bij de sector neer. Of je gaat over tot wat wij vandaag bespreken. Het is mij niet duidelijk waarom de PVV, die toch ook de bezuinigingen hard verdedigt, niet de redenering lijkt te volgen dat het gewoon te duur is om iedere individuele paling door de overheid te laten testen.

Mevrouw Gerbrands (PVV): Dat is niet mijn conclusie geweest. Ik heb aan de staatssecretaris gevraagd of de kosten een overweging zijn geweest om minder controles uit te voeren. Dus dan wil ik graag eerst het antwoord van de staatssecretaris daarop.

[…]

De heer Slob (ChristenUnie): […]Mijn voorstel is -- ik was nog niet zover in mijn bijdrage -- om nu te doen wat wij ook bij de kokkelvissers hebben gedaan. Wij hebben toen in de Kamer heen en weer gepraat over de vraag wat wel of niet billijk en proportioneel zou zijn en daar kwamen wij niet goed uit. Toenmalig minister Veerman heeft een heel wijs besluit genomen: hij heeft een adviescommissie ingesteld. Die commissie heeft een voorstel gedaan dat uiteindelijk, na bespreking ervan in de Kamer, is opgevolgd. Ik vraag de staatssecretaris om ook voor deze zaak een adviescommissie in te stellen. Deze kan rekening houden met alle verschillen, misschien zelfs met de verschillen in de gebieden over de vraag wat je wel en niet had kunnen weten en dergelijke. Ten slotte kan zij tot een soort Salomo's oordeel komen, dat recht doet aan de mensen die keihard worden geraakt door wat er nu gaande is.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De ChristenUnie pleit ervoor om de nu voorgestelde compensatie en de ontwikkelingen en de mogelijkheden te bekijken in het licht van eerdere dossiers. Dat lijkt mij op zijn plaats. Is de ChristenUnie bereid om de maatregelen die nu worden voorgesteld te bekijken in het licht van de discussie die ook nog steeds loopt, namelijk die over de achteruitgang van de palingstand en de Nederlandse inzet om de soort te laten herstellen? Als de beurs nu toch wordt getrokken en wij hierover met ons allen gaan nadenken, is het dan niet beter voor zowel de palingstand als de palingsector om duidelijkheid te hebben en de conclusies over te nemen die wetenschappers hebben getrokken, namelijk dat je beter kunt stoppen met vissen? Laten wij daar dan een saneringsplan voor maken. Is de ChristenUnie bereid om dat mee te wegen?

De heer Slob (ChristenUnie): In haar eigen bijdrage heeft mevrouw Ouwehand gepleit voor een totaal vangstverbod. Daarmee zijn wij het niet eens. Wij vinden wel dat, als er gevangen wordt, de vangst moet voldoen aan de normen die wij hebben gesteld in het kader van de volksgezondheid. Als die normen in een aantal gebieden worden overschreden -- dat is een langdurige discussie -- moet er worden ingegrepen, al is dat heel pijnlijk en vervelend. Wij gaan echter absoluut niet zover dat wij een totaal vangstverbod willen. Natuurlijk moeten wij met elkaar wel de discussie voeren over de omvang van bepaalde bestanden en over de vraag hoe je kunt bevorderen dat bepaalde soorten in ons land blijven bestaan, maar ik heb eigenlijk geen zin om dit debat daarmee te "bevuilen", om dat woord te gebruiken. Dat is een ander punt. Misschien moeten wij daar volgende week over praten, als wij weer over de visserij spreken met de staatssecretaris. Wat mij betreft is dit nu geen onderwerp.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik heb daarover twee opmerkingen. Het gaat nu juist over compensatie en wij trekken dus de beurs. Dan is het heel relevant om na te gaan wat er nog meer speelt. Ik vind het dus een beetje vreemd dat de woordvoerder van de ChristenUnie zegt dat hij geen zin heeft om het debat daarmee te vervuilen.
Het gaat ook over het toekomstperspectief van deze vissers. Ik vind het een beetje oneerlijk om geen duidelijkheid te scheppen en te zeggen: de Kamer zal ieder jaar praten over de totale toegestane vangsthoeveelheden en die zijn afhankelijk van internationale afspraken die wij daarover hebben gemaakt. Dat wordt ieder jaar opnieuw een robbertje vechten over de toekomst van de vissers. Dat lijkt mij toch geen betrouwbare overheid.

De heer Slob (ChristenUnie): Ik verbaas mij over deze opmerking, omdat wij ieder jaar weer praten over quota, bestanden en de vraag hoe wij verder moeten.

[…]

Ik heb overigens de indruk dat de volgende gedachte leeft: wij hebben één vis binnen met het vangstverbod, nu bekijken we of wij de andere vis ook op het droge kunnen krijgen. Ik zeg niet dat dit voor mevrouw Van Veldhoven geldt, maar laten wij proberen om de discussie zuiver te houden en recht te doen aan degenen die met angst en beven kijken naar de ontwikkelingen die hier gaande zijn.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Zo ligt het natuurlijk niet. Het is niet zo chique dat de heer Slob zegt dat fracties die zich zorgen maken over de palingstand, de ene vis binnenhalen, maar ook de andere vis even lekker makkelijk willen binnenhalen.

De heer Slob (ChristenUnie): Dat was geen vraag.

[…]

De heer Houwers (VVD): […] De VVD spreekt dan ook haar steun uit voor het vangstverbod dat de staatssecretaris door middel van dit wetsvoorstel wil realiseren. Het is overigens geen totaal vangstverbod. In die zin sluit ik aan bij de woorden van de heer Slob. Wij vinden dit ook niet het moment om over een totaal vangstverbod te spreken. Dat heeft namelijk een andere achtergrond en een andere insteek. Net werd de term "niet chic" gebruikt. Iedereen heeft zijn eigen kwalificatie. Het is een beetje jammer dat dit in dit debat meegaat. Ik denk toch dat het een andere discussie is.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Nu stelt ook de VVD de vraag waarom een aantal partijen, waaronder mijn partij, de discussie breder trekt naar de ontwikkeling van de palingstand en de betekenis daarvan voor de sector. Nogmaals, dat lijkt mij heel relevant. Ik wil wel een argumentatie van de VVD waarom dit niet relevant zou zijn. De beurs wordt getrokken voor compensatiemaatregelen. Daarover gaat dit debat ook. Er zijn echter ook andere, donkere wolken boven deze sector. Het zou toch getuigen van een enorme oogkleppenpolitiek als je daar niet naar kijkt, terwijl we nu uitgebreid discussiëren over de mogelijke compensatie en de toekomst die deze sector nog heeft. Dat is toch raar?

De heer Houwers (VVD): In mijn verdere bijdrage zult u beluisteren dat wij daar nadrukkelijk wel oog voor hebben. Wij hebben dat ook eerder gehad. Het lijkt echter een doelstelling te zijn om tot een totaal vangstverbod te komen. Daarvan denken wij dat het wellicht niet nodig is. In ieder geval vinden wij dat een andere discussie dan deze discussie. Wij hebben het hier over volksgezondheid en consumentenvertrouwen. Wij vinden het ook jammer dat de sector dit niet zelf heeft opgepakt. Anders dan net werd gesteld, was het niet zo dat er een volledig coalitiefront was tegen de toenmalige motie.

[…]

De heer Dijkgraaf (SGP): […] Het herstructureringsplan zou dit jaar kunnen worden opgesteld en uitgewerkt. Via een tijdelijke compensatieregeling moet dan voor dit jaar voor overbrugging worden gezorgd. Een van de grote problemen vind ik dat wij nu wel praten over een tijdelijk verbod en tijdelijke compensatie, maar als dat onvoldoende is en als wij wel perspectief hebben voor de lange termijn, zijn er mogelijk geen vissers meer over die dat kunnen doen. Is de staatssecretaris daartoe bereid?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ook aan de SGP-fractie stel ik de vraag in hoeverre deze partij bereid is om verder te kijken naar andere ontwikkelingen die van belang zijn voor de palingsector. Ik noem het aalbeheerplan en de opgave die er ligt om de paling voor uitsterven te behoeden. Ik vraag me dit in het bijzonder af omdat ik de heer Dijkgraaf hoorde zeggen: waarop heeft men zich nu kunnen voorbereiden, wat hebben vissers kunnen zien aankomen? Welke rol neemt de SGP in als er drie onafhankelijke wetenschappelijke rapporten liggen waarin staat dat er een vangstverbod moet komen? Is de SGP ook bereid om de sector daarop voor te bereiden en dat te laten meewegen als het gaat om de herstructurering, die in de ogen van de SGP-fractie nodig is?

De heer Dijkgraaf (SGP): Wij lopen hier niet met oogkleppen op. Wij kennen de rapporten en wij horen de sombere geluiden die de sector ook hoort. Als ik met vissers spreek, merk ik dat ook zij geen oogkleppen op hebben. Ook zij zijn zich bewust van deze ontwikkelingen. Dit is precies de reden waarom ik aan de staatssecretaris vraag om helder te maken wat het perspectief is voor de sector. Ik hoor de sector ook zeggen: als er geen perspectief is, dan horen wij dat liever duidelijk, want dan kunnen wij onze maatregelen nemen. De sector heeft de grootst mogelijke moeite met de onduidelijkheid en de lange duur van de maatregelen die worden genomen. Ik ben echter niet zo ver dat ik al zeg dat er geen enkel perspectief is. Laten wij de feiten laten spreken en laten wij de staatssecretaris met een visie laten komen op de toekomst van deze sector op de lange termijn. Het gaat mij te snel om tijdens dit debat al te zeggen: nu ja, laten wij maar kiezen voor een totaal verbod en laat de sector zich daarop maar voorbereiden.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Over het laatste kunnen wij nog van mening verschillen. Ik blijf het vreemd vinden dat de heer Dijkgraaf dit stelt, gelet op de inhoud van de onafhankelijke adviezen, maar vooruit dan maar. Ik ben wel blij dat ook de SGP-fractie in elk geval erkent dat niemand zit te wachten op een vals toekomstperspectief voor de palingsector. Dit kan ook voor andere sectoren gelden. Wij mogen in geen geval een vals toekomstperspectief schetsen. Dat voorkomen, moeten wij in de Kamer als onze collectieve verantwoordelijkheid zien.

De heer Dijkgraaf (SGP): Laat duidelijk zijn dat de SGP altijd voorstander is van een helder toekomstperspectief. Dit geldt niet alleen voor het toekomstperspectief van de vissector, maar voor dat van de hele samenleving. Als er iets belangrijk is, is het een leven zonder vals perspectief. Dat maken wij op verschillende punten duidelijk.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Dit debat over het vangstverbod dat straks mogelijk is vanwege de wijziging van de Visserijwet die wij hier vandaag bespreken, kan niet los worden gezien van de grote donkere wolk die boven de visserijsector en de ecologische liefhebbers -- laat ik ze zo maar even noemen -- hangt. Het gaat helemaal niet goed met de paling. Nu doen alsof je één probleem voor de vissers zelfstandig en geïsoleerd kunt oplossen en kunt wegkijken van die donkere wolk, is onvoorstelbaar naïef. Dat is oogkleppenpolitiek waar ik helemaal niets van begrijp.

Het onbegrip over dit dossier bestaat al jaren. Ik herinner de staatssecretaris maar zeker ook mijn collega-Kamerleden aan de commissie-Eijsackers, een commissie van biologen die gedegen onafhankelijk onderzoek heeft gedaan naar de toekomst van de paling. Het is heel ongebruikelijk dat een adviescommissie zich uitspreekt in de krant, maar haar voorzitter kon niet anders dan zeggen: hoe kan het dat onze keiharde informatie niet doordringt tot de Kamerleden? Leden van die adviescommissie hebben gezegd er niet gevist kan worden als het doel is om de paling te redden. En dat lijkt me wel, anders zijn er ook geen vissers. Er kan pas gevist worden als de intrek van glasaal vijftien keer hoger is dan nu. Sinds dat advies is de intrek alleen maar lager geworden, is mijn bange vermoeden.

Het is een beetje een herhaling van zetten als wij hier doen alsof onze neus bloedt en alsof er nog een bloeiende toekomst voor de binnenvisserij is. Ik denk niet dat die er is en ik vind dat je daar eerlijk over moet zijn, ook in het belang van de vissers zelf.

Voorzitter. Ik dien de volgende motie in.

Ik maak nog een opmerking over de motie. De staatssecretaris heeft beloofd dat de Kamer de compensatieregeling nog te zien krijgt. Als geen rekening wordt gehouden met de teruglopende palingstand, lopen we het risico dat we gaan betalen voor vissen die er niet meer zijn. Dat is misschien leuk in virtuele computerspelletjes, maar niet als het gaat om echte centjes. Ik druk de staatssecretaris daarom op het hart om er serieus mee om te gaan. Fictieve vergoedingen voor fictieve vissen, daar moeten we niet aan beginnen.
Ik heb een aantal moties die beogen de vangst van de paling te beperken in het belang van deze bedreigde diersoort. Ze zijn oplopend in ernst, dus men kan kiezen welke motie men wil steunen. Het liefst natuurlijk allemaal.

Mevrouw Jacobi (PvdA): Ik zou mevrouw Ouwehand willen verzoeken om de moties die zij indient, aan te houden totdat we er echt een debat over hebben gevoerd. Ik vind het namelijk eigenlijk niet zo chic om al die moties hier nu neer te leggen, terwijl we er geen indringende discussie over hebben gehad en het debat er ook niet echt over gaat. Zijdelings is dat wel de wereld waarin we zitten, maar we hebben er geen debat over gevoerd. Dat wil ik toch opgemerkt hebben, voorzitter.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik houd staande dat de vangst van met dioxine vervuilde paling eigenlijk zijdelings een onderwerp is in het hele palingdossier. De stand kan het niet hebben. Ik vind dus dat we het in samenhang moeten bezien en ik wacht in elk geval eerst de reactie van de staatssecretaris af. Als mevrouw Jacobi bereid is om in het toekomstige debat over de visserij een andere positie in te nemen of in elk geval anders stelling te nemen dan we de laatste tijd van de PvdA hebben gezien, en daarmee mijn moties meer kans geeft, dan zal ik het natuurlijk wel overwegen. Ik zie dan echter graag een beweging bij de PvdA.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter, ik ben een positief ingesteld mens. Ik vat dit zo op dat de collega-Kamerleden serieus de in mijn moties gedane verzoeken in overweging willen nemen. Dat zou een stap vooruit zijn ten opzichte van de laatste keer dat we het over de paling hadden.

De voorzitter: Dat is niet wat ik gehoord heb, hoor, maar ik prijs uw optimisme.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Nee, ik vat het positief op. Ik zeg nog niets over het aanhouden. Ik wacht de reactie van de staatssecretaris even af. Ik ben zeker bereid om het te overwegen, maar ik houd mijn punt dus staande dat we dit debat niet los kunnen zien van de toestand van de paling in zijn geheel. Ik wil de staatssecretaris daarop laten reageren in zijn tweede termijn. Daarna zal ik u laten weten wat ik met de moties doe.

Ik heb nog één motie en die gaat natuurlijk wel over de dodingsmethode van paling. Ik vond het zeer curieus dat de staatssecretaris zojuist zei: wat iemand in zijn schuurtje doet, dat kunnen we natuurlijk niet gaan controleren. Dat lijkt me niet de bedoeling, zeker niet met het oog op de aangekondigde dierenpolitie. Ik hoop dat we niet op die manier naar dierenmishandeling gaan kijken. Ik dien deze motie in en dan zie ik daarna wel of ik haar aanhoud.

[...]

Ik ben zeer benieuwd naar de reactie van de staatssecretaris en ik zal laten weten wat ik met de moties doe. Ik zal het verzoek van een groot deel van de Kamer natuurlijk zwaar laten wegen. De ZEMBLA-uitzending heeft een aantal dingen in een versnelling gebracht. Ik zou echter niet willen zeggen dat ZEMBLA het probleem geagendeerd heeft, want eigenlijk is dat al vanaf 2007/2008 gebeurd en toen was er nog geen ZEMBLA-uitzending geweest. Die uitzending bevestigde echter wel dat er vervuilde paling op de markt kwam. De aanwezigheid van vervuilde paling is één, maar die op de markt brengen is twee. Dat is hoe dan ook in strijd met de Warenwet.

Het vangstverbod wordt in deze gebieden voorgesteld omdat daar een omvangrijk deel van de gevangen paling zo zeer vervuild is dat je niet meer over uitzonderingen spreekt, maar de vervuiling eerder regel dan uitzondering is. Dan is het uitvaardigen van een vangstverbod in zo'n gebied een proportioneel verantwoord middel. Het zou niet proportioneel zijn om het vangstverbod voor heel Nederland van toepassing te verklaren. Enkele leden wierpen daar een hengeltje naar uit, maar dat is niet reëel. Je moet bekijken hoe de situatie in de gebieden is. Door verschillende leden is opgemerkt dat dit probleem vier jaar geleden al geconstateerd is en is gevraagd waarom er niet eerder gehandeld is. Er is gemonitord en de sector is op zijn verantwoordelijkheid gewezen. We hebben het in de gaten gehouden en er zijn inspecties geweest. Op enig moment werd echter duidelijk dat dit niet werkte en dat er verdere stappen gezet moesten worden. Ik heb niet zo veel zin om terug te kijken. Ik denk dat we nu een adequate stap zetten en ik vind het ook heel plezierig dat er vanuit de Kamer brede steun is voor het uitvaardigen van een vangstverbod.

[...]

Ik heb in mijn eerste termijn gevraagd of de staatssecretaris kon bespiegelen wat de rol van ZEMBLA was. Ik kreeg van burgers de vraag hoe het mogelijk is dat de politiek zo'n programma nodig heeft om in actie te komen. Ik vind dat de staatssecretaris hier iets te gemakkelijk over spreekt. Ik voel er ook niet veel voor om uitgebreid terug te kijken als dat niet nodig is, maar toen ik die uitzending bekeek, bekroop me toch een akelig gevoel. Het is wel leuk om een brief te sturen aan die vissers waarin staat dat ze paling met die waarden niet op de markt mogen brengen, maar de vissers zeiden dat ze daar nog nooit een VWA'er hadden gezien en dat al jaren deden. De vraag blijft relevant in hoeverre de Kamer kan vertrouwen op het toezicht dat onder de verantwoordelijkheid van deze staatssecretaris wordt georganiseerd.

De heer Van Gerven (SP): Het is de bedoeling dat de aalstand verbetert. Jonge aal met een bepaalde verontreiniging zal, als zij in schoon water wordt overgeplaatst, langzamerhand een kleinere concentratie van dioxine krijgen. Die concentratie kan dan onder de grenswaarde duiken. Dat is het idee, dat volgens mij zou kunnen werken.

Staatssecretaris Bleker: Over "dat idee" bestaan wetenschappelijke twijfels.

De heer Van Gerven (SP): Dat weet ik, maar het glas is halfvol of halfleeg. Laat dat experiment in ieder geval een kans krijgen. Het is een mogelijkheid om vissers toekomst te bieden.

Staatssecretaris Bleker: Ik wil niet in herhaling vervallen. Ik heb de overwegingen gegeven waarom het ons niet verstandig lijkt.

[…]

Ik wil dit punt nog wel eens in studie nemen, maar de bezwaren van het toezicht, de administratieve lasten en de controleerbaarheid blijven bestaan.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voordat zulke opties overwogen worden, ben ik eigenlijk wel benieuwd of de staatssecretaris recente gegevens heeft over de hoeveelheid jonge aal die onze kust bereikt. Ik heb begrepen dat Zweden de visserij inmiddels heeft stilgelegd, omdat er nauwelijks meer glasaal komt. Mijn bange vermoeden is dat dit probleem vanuit het noorden naar beneden zal zakken en dat ook Nederland binnenkort niet al te veel glasaal meer zal zien.

Staatssecretaris Bleker: Daar kan ik nu geen zinnige reactie op geven. Ik ga niet in de glazen bol kijken.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik weet niet wanneer de Kamer hierover nieuwe informatie kan verwachten.

Staatssecretaris Bleker: Wij hebben een Aalbeheerplan, dat wij gelet op de ontwikkelingen nog eens goed tegen het licht zullen houden. Het resultaat daarvan zullen wij in de tweede helft van dit jaar aan de Kamer presenteren. Dit punt kan daarbij aan de orde komen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Als de staatssecretaris dit idee in overweging neemt, wil ik dat deze cijfers erbij betrokken worden.

Staatssecretaris Bleker: Prima.

[…]

Ik ga daar niet aan voorbij, want wij proberen om de compensatie van een eventueel inkomensverlies te baseren op wat reëel op de markt had kunnen worden gebracht.
Als vissers dat de afgelopen jaren hadden gedaan, dan… Laat ik het anders zeggen: wij compenseren geen inkomensverlies als gevolg van wat mevrouw Van Veldhoven mogelijk wangedrag, of in ieder geval gedrag in strijd met de Warenwet heeft genoemd. In die zin vind ik dat wij nu ontzettend evenwichtig de outline van zo'n compensatieregeling schetsen. Goudgerand? Volgens mij moet je echt een ander beroep hebben gekozen dan palingvisser om een goudgerande inkomensvergoeding te krijgen die alleen betrekking heeft op het deel dat gezond was. Dan had je een andere tak van sport moeten kiezen.

De voorzitter: Mevrouw Van Veldhoven, kort en puntig.

Mevrouw Van Veldhoven (D66): De staatssecretaris beantwoordt niet helemaal mijn vraag. Die luidde of hij bereid is om in de regeling voor de toekomst rekening te houden met het feit dat de vissers in het verleden wel degelijk de Warenwet hebben overtreden, zoals hij zelf ook heeft erkend.

Staatssecretaris Bleker: Dat is ontzettend lastig, want wij weten niet precies wat, hoe, wanneer en in welke mate. Je moet er geen grootscheepse recherche op gaan plegen, want dat werkt ook niet. Door de manier waarop wij het nu doen, door dit toe te spitsen op die 20% voor een beperkt aantal jaren en op schone vis, vullen wij de compensatie heel verantwoord en voor een deel ook sober in.

Mevrouw Van Veldhoven (D66): Over hoeveel jaren denkt de staatssecretaris dit dan uit te smeren? Wij horen nu het percentage van 20. Dat hebben wij nog niet eerder gehoord.

Staatssecretaris Bleker: Nee, dat is als voorbeeld, als het om 20% schone vangst zou gaan.

Mevrouw Van Veldhoven (D66): Dan nog is de vraag voor hoeveel jaren de staatssecretaris dit voor ogen heeft. Bij de huurovereenkomsten is het duidelijk dat de compensatie er is voor de kosten die de vissers inderdaad maken en waarvoor zij niets meer kunnen terugverdienen. Het is logisch dat dit gaat over de loop van de huurperiode. Denkt de staatssecretaris bij de gederfde inkomsten aan dezelfde huurperiode, wat ik logisch zou vinden? Daarna was immers helemaal niet met zekerheid te voorspellen of die visser opnieuw zo'n huurovereenkomst zou aangaan.

Staatssecretaris Bleker: Ik weet het nog niet. Ik weet het over enige tijd wel, want wij komen met een voorstel dat hier ter sprake komt voor het definitief door mij wordt vastgesteld. Sommige zaken weet ik pas later dan mevrouw Van Veldhoven misschien hoopte.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Hier zat wel mijn punt. Als de staatssecretaris denkt aan vergoeding voor gederfde inkomsten, voor vis die je had kunnen vangen, maar nu niet kunt vangen, dan vraag ik mij af waarop hij zich gaat baseren. Het gaat namelijk helemaal niet zo goed met de paling. Is straks sprake van een vergoeding voor gederfde inkomsten voor fictieve niet-gevangen paling die er helemaal niet meer zat? Hoe gaat hij daarmee om?

Staatssecretaris Bleker: Het gaat erom een beetje te bekijken hoe de situatie de afgelopen jaren was, welk percentage paling redelijkerwijs gesproken schoon is. Dat kun je niet bikkelhard kwantificeren. Daarvoor geldt het plausibiliteitscriterium. Wat is op redelijkerwijs aannemelijke wijze te bepalen, waar het gaat om een deel inkomensverlies dat moeten worden gecompenseerd? Mevrouw Ouwehand kijkt vanuit een biologische hoek, maar ik kijk hiernaar meer vanuit een bestuurlijk-juridische hoek. Wat is in dit soort gevallen gangbaar? Er zijn wel andere gangbare situaties denkbaar.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Mijn punt is het volgende. Een aantal fracties maakt daartegen bezwaar en dat begrijp ik niet. Er zijn meer zorgen over de paling dan alleen die rond de dioxine. Als wij bekijken wat wij moeten vergoeden, wat vissers hadden kunnen vangen en wat zij niet kunnen vangen vanwege dit verbod, dan moet je daarbij ook kijken naar wat er straks nog in het water zit. Je kunt dit niet los van elkaar zien. Mijn verzoek aan de staatssecretaris was dan ook om die compensatieregeling, dat model dat hij gaat uitwerken, te bekijken in het licht van het toekomstperspectief dat wij mogelijk ook vangstbeperkende maatregelen moeten instellen. De staatssecretaris kent onze positie daarin. Ik sluit niet uit dat hij dat volgend jaar alsnog moet doen. Het zou dom zijn om dat nu niet in zijn totaliteit te bezien. Op die vraag krijg ik graag een antwoord.

Staatssecretaris Bleker: Nee, je gaat niet de bepaling van de compensatie laten beïnvloeden door eventueel in de toekomst te nemen maatregelen inzake vangstbeperking. Dat vind ik niet reëel. Je gaat dan de vissers van nu in dit gebied tweemaal pakken. Wat zij nu voor de kiezen krijgen, vind ik al meer dan genoeg. Dat moeten wij niet royaal, maar netjes en correct met de mensen zien af te wikkelen. Natuurlijk zullen er mensen zijn geweest die misbruik hebben gemaakt. Let wel, er zijn heel veel mensen die te goeder trouw en met goede intenties hebben gevist en gehandeld.

De voorzitter: Heel kort, mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Loopt de compensatie voor de vis die een visser had kunnen vangen, maar niet mag vangen terug als de palingstand terugloopt? Dat is de concrete vraag waar de staatssecretaris antwoord op moet geven.

Staatssecretaris Bleker: Niet direct, nee. De paling wordt niet alleen gevangen maar daarna ook gedood. Daarover hebben mevrouw Ouwehand, mevrouw Jacobi en de heer Van Gerven vragen gesteld. Het gaat hun om het afscheid nemen van de zogenaamde zoutbaden. Dat vinden wij een heel goede zaak. Er is nu een nieuw dodingsapparaat operationeel. Het is naar ik meen enige weken geleden officieel in werking gesteld. Het onderzoek naar zo'n dodingsapparaat hebben wij financieel ondersteund. Het is nu aan de sector om dit sectorbreed toe te passen. Dat betekent dat er op dit moment ook nog wel wordt gewerkt met die zoutbaden, die inderdaad op termijn moeten verdwijnen. De stichting Duurzame Palingsector Nederland heeft het voornemen om diervriendelijk doden van paling op te nemen in de criteria voor certificering. Dat is misschien wel een heel effectieve maatregel.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik ben blij dat de staatssecretaris vindt dat die zoutbaden moeten verdwijnen. Ik zou hem willen vragen om dat ook gewoon wettelijk te regelen, want anders kunnen wij niet garanderen dat die zoutbaden echt niet meer voorkomen.

Staatssecretaris Bleker: De sector zelf heeft nu het initiatief genomen om met een diervriendelijkere dodingsmethode te komen, iets wat veel voeten in de aarde had. De sector is ook bereid om dit in de certificeringsprocedure op te nemen. Laten wij dit nu dan vooral even aan de samenleving en het bedrijfsleven overlaten voordat wij weer een regel toevoegen. Het gaat gewoon de goede kant op voor de paling op dit punt.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Daar ben ik blij om. Ik weet niet of de staatssecretaris het weet, maar ik kom uit een vissersdorp. Niet iedereen koopt zo'n apparaat, hoor. Zeker bij palingen doen mensen het gewoon thuis, in een schuurtje: een bakje zout en een paling, of twee, of drie erin. Dat gaan wij hiermee natuurlijk niet stoppen. Als wij dit erkennen als dierenmishandeling, moeten wij toch gewoon wettelijk regelen dat je strafbaar bent als je dat wel doet?

Staatssecretaris Bleker: Wat iemand in zijn schuurtje doet, zelfs in het vissersdorp waar mevrouw Ouwehand woont, kunnen wij natuurlijk niet allemaal vanuit de overheid controleren. Het principe is dat de bedrijfsmatige tak, de sector, toe wil naar toepassing van deze methode, mede als onderdeel van de certificering wat betreft duurzaamheid en diervriendelijkheid. Dat is prima.