Bijdrage Ouwehand AO Mest­beleid


3 juli 2012

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Voor een vegetariër is het best vreemd om te zeggen, maar dit overleg gaat bij uitstek over een worst voorhouden aan de sector. Mest is al heel lang een groot probleem dat maar niet wordt opgelost, alle mooie woorden van deze staatssecretaris ten spijt. Deze staatssecretaris dacht dat dit hoofdpijndossier wel zou kunnen worden opgelost onder het motto "mest is het nieuwe goud". Nu hebben we een behoorlijke financiële crisis, maar ik zie daar nog helemaal niks van. We hebben dus nog steeds een groot mestprobleem. Er zijn varkensboeren die aankloppen bij de Partij voor de Dieren met de vraag of we die CDA-bewindspersonen niet eens tot de orde kunnen roepen. Hoe gek wil je het hebben? Het blijft hangen en wurgen. We gaan allerlei maatregelen optuigen die niet zullen werken, die de belastingbetaler veel geld kosten en ook nog eens voor een koude sanering van de varkenssector zouden kunnen zorgen. Dat is toch vreemd. Gisteren heb ik nog een debat gevoerd over een verbod op de nertsenhouderij. De partijen die zeggen op te komen voor de boerenbelangen, hebben dan de grootste mond over koude saneringen, lege emmertjes en noem maar op. Nu zit die emmer met mest propvol, maar er wordt niks geregeld voor een gezonde afbouw. Die begint met het uitgangspunt: minder dieren, minder mest, minder problemen. Je kunt de sector niet voor de gek blijven houden. De natuur kan die hoeveelheid mest allang niet meer hebben. Laat ik de staatssecretaris er even aan herinneren dat hij -- en wij hadden dat natuurlijk liever anders gezien -- de eindbaas natuur is totdat er een nieuw kabinet zit. Ik vraag me af of hij daar nog enige verantwoordelijkheid voor voelt. Als dat het geval is, vraag ik hem om zich eens te bemoeien met de Eilandspolder. Dat is niet het enige gebied waar het misgaat, maar daar wordt drijfmest uitgereden in een beschermd natuurgebied. De Raad van State heeft al twee keer gezegd dat dit niet kan. De argumenten die de provincie daarvoor aanvoert, dat het om bestaand gebruik zou gaan, houden geen stand. Intussen gaat de kwaliteit van het gebied wel achteruit. Wat doet de eindbaas natuur in zo'n situatie? Hoe oordeelt hij over de plannen van de provincie om met -- het klinkt zo mooi -- "effectgerichte maatregelen" te gaan werken om het uitrijden van drijfmest maar te kunnen blijven toestaan? De effectiviteit ervan is niet onderbouwd, maar ze gaan wel heel veel geld kosten. Wordt het niet eens tijd om in te grijpen en tegen het provinciebestuur van Noord-Holland te zeggen: handen af van de Eilandspolder, netjes de wet naleven en gauw een beetje!

Het tweede punt dat ik wil aanvoeren ter illustratie van het falende mestbeleid komt uit Brabant, waar jammer genoeg zelfs de SP meegaat in de plannen van het CDA. Daar zijn vergunningen verleend voor een mestvergister. Mestvergisters zouden dé oplossing zijn, maar die vergunningen waren ten onrechte verleend. Iedereen gaat dus mee in de foutieve gedachte dat alles maar moet kunnen. De Raad van State heeft tot twee keer toe een streep daaronder gezet. Nu ligt er een rekening van €240.000, die de belastingbetaler mag gaan betalen, omdat het bevoegd gezag het heeft nagelaten om de natuur te beschermen. Ik vind dat dit geld naar de belastingbetaler terug moet. Ik doe een oproep aan de staatssecretaris om zich ook daarmee te gaan bemoeien, vanuit zijn hoedanigheid van voor de natuur verantwoordelijke bewindspersoon. Het kan natuurlijk niet zo zijn dat de bevoegde gezagen maar vergunningen blijven verlenen die niet standhouden en waarvan uiteindelijk iemand de dupe wordt. De dupe is de natuur allang, maar nu ook de belastingbetaler. Ik wil dat de staatssecretaris ingrijpt in Brabant, ingrijpt in Noord-Holland en laat zien dat hij in zijn laatste dagen als staatssecretaris ook van het natuurdossier nog iets durft te maken.

Interrupties bij andere partijen

[…]

De heer Koopmans (CDA): Voorzitter. De inkt van de brief is nog nat, maar de uitwerking van het tienpuntenplan, eerder gesteund door een grote Kamermeerderheid, is uitstekend. Chapeau voor het evenwichtige voorstel: stoppen met investeren in lucht en indien door de boerensector zelf voldoende wordt geïnvesteerd in mestverwerking, kunnen we afzien van de dierrechten.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik heb het genoegen om de heer Koopmans zes jaar tegen te komen in debatten. Ik ken hem inmiddels dus wel aardig. Het is mij opgevallen dat hij altijd harder gaat schreeuwen naarmate er meer te verdoezelen valt. Zijn stemverheffing was vandaag behoorlijk. Het CDA kan toch niet blijven volhouden om het voor de sector op te nemen, terwijl 40% van de ondervraagde varkensboeren zegt dat hij wil stoppen met het bedrijf? Terwijl de Universiteit Wageningen, de favoriete universiteit van het CDA, stelt dat de mestvergisters economisch niet rendabel zijn? Terwijl het hele plan is gebaseerd op allerlei veronderstellingen en aannames, en er nog geen begin mee is gemaakt om deze waar te maken? Het CDA zegt dus op te komen voor die sector, maar het kan die worst toch niet blijven voorhouden, terwijl het zelf weet dat het zo niet kan gaan?

De heer Koopmans (CDA): Laat ik dan maar eens gaan fluisteren: het gaat heel goed, het beleid dat het CDA wil, is echt fantastisch.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik denk dat het tijd wordt dat het CDA eens eerlijk is jegens de sector. En ook in dit soort debatten, maar ook in de zaaltjes en in zijn gesprekken met boeren, waarin het CDA letterlijk zegt dat het wel denkt dat het zo kan, terwijl dit een kans betreft van, laten we eens zeggen, een op twintig. Het CDA neemt zo dus welbewust een risico met het bedrijf van die mensen. Als dit niet wordt gehaald -- en die kans is dus heel groot -- zorgt het voor een koude sanering van die gezinsbedrijven. Daar komt het namelijk op neer.

De heer Koopmans (CDA): Uit de mond van mevrouw Ouwehand klinkt dat heel bijzonder; zeker na het debat over de nertsenhouderij, waarin zij ervoor koos om een eind te maken aan 170 bedrijven en ze met niks, nada, noppes om zeep te helpen. Dit beleid met betrekking tot mest, dat deze regering op grond van ons tienpuntenplan heeft geformuleerd, is haalbaar. Het bevat een grote opdracht voor boeren om te investeren en voor vergunningverleners om aan de slag te gaan. Het zal de innovatieve veehouderij in Nederland, die een stevige bijdrage levert aan de Nederlandse economie, versterken. Dat is geen worst voorhouden. Het is ook geen soep aan de achterdeur, iets wat de SP altijd doet. Nee, dit zijn hapklare brokken, die de sector graag wil hebben.

[…]

Antwoorden van de staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie

[…]

Staatssecretaris Bleker: Nee, ik ben bijna klaar, nog één lange zin. De Raad van State heeft uitgesproken dat voor het uitrijden van mest in beginsel een vergunning is vereist op grond van de Natuurbeschermingswet 1998. De Raad van State heeft niet gezegd dat mest uitrijden als zodanig een project is met mogelijk significante gevolgen in de zin van de Habitatrichtlijn. In de afgelopen jaren zijn de eisen ten aanzien van het uitrijden van mest alleen maar verscherpt, dus van wezenlijke wijzigingen van bestaand gebruik die negatief zijn voor de realisatie van de natuurdoelen zal vrijwel nooit sprake zijn. Voor die gevallen waarin significante effecten van mest uitrijden niet op voorhand kunnen worden uitgesloten, zullen de PAS (programmatische aanpak stikstof), waarin de beschikbaarheid van de ontwikkelingsruimte wordt bepaald, en aanvullende maatregelen in het kader van het beheerplan de oplossing moeten bieden. Dat is dus de richting. Uiteindelijk zal dit moeten worden verankerd in het beheerplan. Het is mijn voornemen om in het wetsvoorstel een en ander met betrekking tot natuurbescherming nader te bepalen. Dit is dus in aantocht. […]

De heer Koopmans (CDA):
[…] Ik geef de staatssecretaris in overweging om in de PAS, of op een of andere manier, te regelen dat dit voor heel Nederland is georganiseerd. De Raad van State is uiteraard altijd heel wijs, maar dit is natuurlijk een knotsgekke uitspraak. Wij moeten er echt geen beleid van maken dat het mogelijkerwijs aan de orde is dat voor het uitrijden van mest zo’n vergunning nodig is. We moeten dit echt even regelen.

Staatssecretaris Bleker: Wat betreft het tweede: ik zou mij kunnen voorstellen dat in het wetsvoorstel natuurbescherming deze activiteit wordt vrijgesteld van vergunningplicht. Misschien wordt daarin een meldingsplicht bij de provincie opgenomen, waarmee dit wat makkelijker wordt. Ik wil dit serieus bezien.
Het volgende over het eerste punt. In deze Kamer leeft een belangrijk besef en wordt voor deze richting gekozen. Er zijn nog bepaalde dingen in te vullen, maar één ding is zeker: er komen nog een groot aantal hightech mestverwerkingsinstallaties in het land. Dat is een zekerheid, dus daarover moeten we met gemeenten en provincies om de tafel. Ik weet nog niet hoe we dit gaan doen, in een convenant of anders, maar het gevoel van urgentie moet niet alleen hier bestaan, maar ook binnen de sector en ook bij de betreffende gemeenten en provincies. We kunnen niet mooie woorden spreken over milieu en vervolgens geen faciliteiten bieden voor mestverwerking die zo belangrijk zijn voor het milieu.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De verkiezingscampagne is duidelijk begonnen. Ik wilde dit AO uitstellen, want wat is dit allemaal waard als er straks een nieuwe Kamer zit? Maar het CDA wil schijnbaar cadeautjes naar de boeren strooien, bijvoorbeeld door te zeggen dat de vergunningplicht voor het uitrijden van mest ook wordt opgeheven. Ik vraag de staatssecretaris om eerlijk te zijn. Het uitrijden van drijfmest in de Eilandspolder kan gewoon niet. Dat kan gewoon niet! Hij leest voor over de PAS die straks aan de orde is, en over de beheerplannen, maar twee jaar na de introductie van het idee van de PAS -- die hij dus nog niet heeft -- zal hij ook nog eens verantwoordelijkheid moeten nemen voor het milieu en voor de natuur. Hij kan zeggen dat hij denkt dat dit in de PAS kan worden geregeld. Ik vind dat prima, al denk ikzelf overigens dat dit niet kan. Maar tot die tijd moet een moratorium gelden, want het gaat om een gebied voor de bescherming waarvan mijn partij, het CDA en ook de VVD, in Europa een handtekening heeft gezet.

Staatssecretaris Bleker: Ik sta dan ook 100% voor die handtekening. Dit is nu aan de provincie. Deze heeft een gedoogbeschikking afgegeven. Zij acht het kennelijk vooralsnog verantwoord om dit toe te staan. Ik ben het met mevrouw Ouwehand eens dat we dit uiteindelijk in een algemene regel in het wetsvoorstel natuurbescherming zullen moeten verankeren. Of we daarbij op één lijn zullen zitten, weet ik nog niet, maar we zullen met elkaar wel moeten passen en meten. Ik deel haar zorg, maar het andere absolute standpunt van dat dit nooit kan, is ook niet te onderbouwen. Het kan, onder voorwaarden, op een verantwoorde wijze. Daarover zullen wij het moeten hebben.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik kan dit vanuit de positie van deze staatssecretaris wel begrijpen, want hij hoeft het nog maar eventjes vol te houden. Maar voor de positie van de ondernemers wordt hier wel met vuur gespeeld. Als het niet om de natuur is te doen, is dat nog tot daar aan toe. Maar als de natuurkwaliteit op een gegeven moment zo verslechtert dat er helemaal niks meer kan, is het van de ene op de andere dag gewoon afgelopen. Dan heeft het CDA al die tijd de boeren een worst voorgehouden, terwijl het weet wat de natuurverplichtingen zijn. Ik wil graag dat de staatssecretaris hier erkent dat de kwaliteit van de natuur, bijvoorbeeld in de Eilandspolder, zo slecht is, dat er in afwachting van de PAS en de beheerplannen niet langer kan worden toegestaan dat daar nog drijfmest wordt uitgereden. Laat de staatssecretaris gewoon eens een vent zijn en zeggen: we doen een moratorium.

Staatssecretaris Bleker: Ik heb geen reden om het provinciebestuur van Noord-Holland op dit punt te wantrouwen. Ik volg dus gewoon de lijn van de provincie Noord-Holland. Voor de rest geldt dat mevrouw Ouwehand een mandaat heeft tot 12 september, en dat de verkiezingen zullen bepalen of zij daarna nog een mandaat heeft. Gelukkig is dat voor mij ook zo, alleen op een andere manier. Het geeft enige ontspanning in het leven, als je weet dat je mandaat eindig is en er niet zeker van bent of je mandaat wordt vervolgd.