Verslag Ouwehand AO Landbouw- en Visse­rijraad


27 april 2011

[…]

Mevrouw Jacobi (PvdA): […]Mijn oude collega Harm-Evert Waalkens heeft drie jaar geleden een meerderheid gekregen voor zijn motie om door te gaan met koudmerken tot juli 2011, omdat er geen alternatieven zijn en omdat dit heel belangrijk is voor het herkennen van de koeien. […] Hoe ziet de staatssecretaris de voortgang bij het koudmerken in relatie tot alternatieven?

Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD): […]Mevrouw Jacobi maakte een opmerking over koudmerken. De motie hierover was ingediend mede op initiatief van de VVD-fractie, die zich ook zeer bewust is van de datum 1 juli 2011. Ik roep de staatssecretaris op om er grondig naar te kijken. Als we de koe in de wei willen houden, hoor ik niet anders dan dat boeren heel graag willen dat zij het nummer van een afstand op de bil kunnen zien, want dan kunnen ze beoordelen of de koe gezond is of dat er wat mee is. Dan weten ze in ieder geval over welke koe ze het hebben.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Denkt mevrouw Snijder dat het ook mogelijk is dat boeren wat minder koeien hebben, zodat ze deze goed kunnen herkennen als ze in de wei lopen?

Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD): Een beetje boer kent ze niet allemaal, maar kent het beeld op hoofdlijnen. Ook als er vijftig zwartbonte koeien lopen, lijken ze veel op elkaar, kan ik u zeggen, dus men heeft er echt behoefte aan om van een afstand te kunnen zien om welke koe het gaat.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De suggestie van de VVD-fractie dat het in het belang van het dier zou zijn om te koudmerken, omdat ze anders niet de wei in kunnen, wil ik van tafel hebben. Het is inderdaad in het belang van dieren om naar buiten te kunnen als ze daar behoefte aan hebben. Dan zou het aantal dieren moeten worden aangepast aan het
vermogen van de boer om de dieren individueel te herkennen. We gaan hier niet beweiding verkopen als noodzakelijk, maar dan met koudmerken.

Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD): Het gaat erom dat je een koe die in de wei loopt, moet kunnen herkennen, om te kijken of ze een kalfje moet krijgen, of iets anders heeft. Of wil de Partij voor de Dieren het liever veel korter door de bocht? U zegt het maar. Wij hebben onze keuze gemaakt, mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voor ons hoeven koeien geen kalfjes te krijgen die binnen een dag bij ze weg worden gehaald, zodat we zo veel mogelijk melk van de koe kunnen jatten.

[…]

De heer Slob (ChristenUnie): [...]Ik vraag de staatssecretaris om terug te nemen dat hij een voorstander is van de discard ban en om andere sporen in te gaan. Ik hoor hierop graag een heel duidelijk antwoord. Het zou de doodsteek zijn voor de gemengde visserij in Nederland, die het al ongelofelijk zwaar heeft. Er liggen al heel veel kotters aan de kant, ook omdat de olieprijs zo hoog is.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Wat betreft de discards handelt de staatssecretaris naar een motie die is aangenomen door de Kamer. Vindt de ChristenUnie het niet ongelofelijk vervelend dat gevangen dieren dood overboord worden gegooid? Nutteloos, weg. Is de heer Slob het met mij eens dat de regelgeving veel eenvoudiger wordt als we afspreken om alles wat wordt gevangen aan te landen en dus niet weg te gooien?

De heer Slob (ChristenUnie): Ik ben er altijd heel helder over geweest dat wij iets moeten doen aan de bijvangsten, daar is geen twijfel over mogelijk, maar de regelgeving werkt de bijvangsten bij wijze van spreken in de hand, bijvoorbeeld over de maasbreedtes of de quota.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Zo blijft het ingewikkeld, als je kijkt naar maaswijdtes en inspanningen. Volgens mij is het het handigst om te kijken wat de zee aan kan, op basis daarvan de capaciteit te bepalen, en dan te zeggen: alles wat gevangen wordt, landen we aan, klaar. Dan wordt de regelgeving ongelofelijk eenvoudig en dan gooien we niets meer weg, wat de ChristenUnie ook vervelend vindt. Dan hanteren we ook het voorzorgbeginsel; we halen niet meer uit de zee dan ecologisch verantwoord is. Dan hoeven we niet meer te werken met ingewikkelde systemen wat betreft de maaswijdte.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Zoals de heer Van Gerven al zei, hebben wij twee weken geleden op initiatief van Greenpeace in Nieuwspoort met Afrikaanse vissers gesproken. Degenen die nog niet op de hoogte waren van de gevolgen van de visserijakkoorden, schrokken zich daar een hoedje. Ik herhaal dat ik nog steeds bijzonder ontstemd ben over de manier waarop het akkoord met Marokko bij de vorige Landbouw- en Visserijraad met een jaar is verlengd. Zweden heeft geprobeerd om een meerderheid tegen te krijgen. Het hing op Nederland. Dankzij Nederland is het akkoord met een jaar verlengd om te bekijken hoe het nu verder moet, terwijl er duidelijke aanwijzingen zijn dat er sprake is van grove schendingen van internationale afspraken over mensenrechten. Ik wil graag weten van de staatssecretaris hoe het precies loopt met de onderhandelingen. Er zijn behoorlijk wat signalen dat er achter gesloten deuren deals worden gesloten waarop het Nederlands parlement en ook andere parlementen geen controle kunnen uitoefenen. Ik ben er helemaal niet gerust op. Het gaat om grote belangen, niet alleen omdat de Europese Unie er grote geldbedragen in steekt, maar natuurlijk vooral gezien de gevolgen die de lokale bevolking en het ecosysteem ervan ondervinden.

Ik ben benieuwd naar de visie van de staatssecretaris op die onderhandelingen. Deelt hij mijn opvatting dat het cruciaal is om hier zorgvuldig, met meer transparantie en openheid, mee om te gaan? Zweden heeft kennelijk de hand weten te leggen op een rapport over de deal met Marokko. Daaruit zou blijken dat het Europa alleen maar geld kost, dat de helft van de vloot in controversiële wateren van de Westelijke Sahara vist en dat het programma om de Marokkaanse vloot te moderniseren een fiasco is. Kan de staatssecretaris daarop reageren? Mocht hij het rapport niet hebben, kan hij zijn Zweedse collega dan vragen naar de achtergronden? Ik wil daar meer van weten.

Wat betreft de discards herinner ik de staatssecretaris aan de aangenomen motie en aan het pleidooi van Eurocommissaris Damanaki. Toen deze commissie bij haar op bezoek was in Brussel, heb ik beloofd dat ik er alles aan zou doen om de staatssecretaris aan haar kant te krijgen, en die belofte kom ik na. Ik spoor de staatssecretaris echt aan om alle voorstellen van de Europese Commissie die de goede kant opgaan, voluit te steunen. Mevrouw Damanaki kan die steun goed gebruiken en dat ligt ook in lijn met de aangenomen motie van mijn hand. Kortheidshalve sluit ik mij aan bij wat de heer Van Gerven heeft gezegd over de beschermde gebieden.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dan zal ik opschieten. Er staat ineens iets op de agenda over diertransport. Ik had graag gezien dat wij de complete Nederlandse inzet voor deze
kabinetsperiode al hadden gezien. Het staat nota bene in het regeerakkoord. Ik vraag de staatssecretaris om te pleiten voor een transportduur van maximaal twee uur. Ik weet niet wat er in het Europese rapport staat, maar ik kan mij voorstellen dat de staatssecretaris vanaf de eerste minuut met een flinke ambitie komt. Transporten bij zomerse temperaturen moeten worden verboden, omdat we afgelopen zomer hebben gezien dat de controle daarop onvoldoende garandeert dat dieren niet in kokende vrachtwagens worden vervoerd. Ik wil ook van de staatssecretaris weten wat hij vindt van transporten vanuit Europa naar bijvoorbeeld Rusland. De voormalige minister Verburg was daar niet erg over te spreken. Ik kan mij voorstellen dat deze staatssecretaris daar ook niet op zit te wachten.

Tot slot moet mij even iets van het hart over het koudmerken. Ik heb zojuist al gezegd dat het me echt te gortig wordt om een ingreep aan een dier te verkopen als een dierenwelzijnsmaatregel. De fracties die hierover zijn begonnen, pleiten ervoor om het verbod op koudmerken opnieuw uit te stellen. Dat is al de derde of vierde keer. We lopen tegen de deadline aan en nu komen er pas vragen over alternatieven. Ik vind dat de fracties die vragen om uitstel van deze maatregel, er bovenop moeten zitten om ervoor te zorgen dat de opnieuw uitgestelde datum daadwerkelijk wordt gehaald. Ik zie het alweer gebeuren dat er nieuw uitstel komt. Dat zou ik echt schandalig vinden.

Mevrouw Jacobi (PvdA): U insinueert allerlei deals die niet zouden deugen. Ik vind dat u even concreet moet aangeven wat dat voor praktijken zijn.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): U bedoeld de visserijakkoorden? Ik heb het voorzichtig gevraagd. Ik heb gezegd: mij bereiken signalen dat er achter gesloten deuren behoorlijk wat wordt afgesproken. Er is een artikel verschenen waaruit blijkt dat Zweden de hand heeft weten te leggen op een van die rapporten. Ik vraag de staatssecretaris wat hij daarover kan zeggen. Deelt hij de mening dat er onvoldoende transparantie is? Is hij bereid om uit te zoeken wat Zweden precies weet over die deal met Marokko?

De heer Koopmans (CDA): Mevrouw Ouwehand heeft misschien wel een punt, maar zou het dan niet beter zijn om niet te pleiten voor uitstel maar meteen voor afstel van het verbod op koudmerken?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Wat denkt u zelf? Daar zijn we natuurlijk niet voor.

De heer Koopmans (CDA): Nu heb ik even mijn standpunt kunnen zeggen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik ben blij dat ik u daarmee heb kunnen helpen. Ik hoop dat de staatssecretaris het met mij eens is dat u zich daarvoor moet schamen. Er is afgesproken dat wij van een bepaalde ingreep af willen, maar dat is drie of vier keer uitgesteld. Dat is niet de houding die ik bij deze staatssecretaris verwacht, dus ik ben heel benieuwd hoe hij hierop reageert.

De heer Koopmans (CDA): Bent u afgelopen weekend op het strand geweest? Half Nederland is getatoeëerd. Daar heeft niemand een probleem mee, maar we zitten hier moeilijk te doen over het helpen van koeien door ze te koudmerken, zodat de koeien beter herkenbaar zijn voor de boer. Ik begrijp daar niets van. U wel?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Het is grappig dat er altijd wordt gezegd dat de Partij van de Dieren zou denken dat dieren mensen zijn, maar dat de CDA-fractie nu een soortgelijk pleidooi houdt. Volgens mij is een klein verschil dat mensen zelf besluiten om zich te laten tatoeëren, terwijl een koe wordt gedwongen om een behandeling te ondergaan, maar misschien heeft de CDA-fractie daar een heel andere visie op. Dat kan.

[…]

Staatssecretaris Bleker: […] Dan de visserij in meer algemene zin. Er is een mandaat aan de Europese Commissie verstrekt om te onderhandelen over een overeenkomst over de westerse wateren. In dat mandaat zijn mede op ons verzoek stevige passages opgenomen over duurzaamheid, de ecologie ter plekke, de impact op de lokale visserij en de lokale economie. Het is een normale zaak dat de Commissaris die onderhandelingen voert. Zo hoort het ook. Dan komt er een uitkomst en die toetsen we met elkaar aan het mandaat dat is gegeven. Ik vind niet dat we vanuit de Landbouw- en Visserijraad of van hieruit moeten gaan meeonderhandelen. We moeten scherp zijn in het mandaat, en dat is gebeurd, en vervolgens het resultaat beoordelen.

[…]

Ik denk dat het goed is om op twee manieren heel serieus om te gaan met de discard ban. Voor een duurzame visserij in de toekomst is het van belang om dat vraagstuk op te losse en de bijvangsten vergaand te beperken. Zoals ik in de brief van 13 april heb geschreven, is het volume aan bijvangsten, dus de hoeveelheid vis die dood wordt teruggeworpen in zee, op de lange termijn niet houdbaar, gelet op de algemene ecologische opgave die we hebben in de visserij. De Commissaris pleit ervoor om te komen tot een verbod op bijvangst die ter plekke dood wordt teruggeworpen in zee. Deze zou moeten worden aangeland, zodat je er zicht op hebt en er controle op is. Dat is het doel. Vervolgens zegt de Commissaris dat dit heel gefaseerd moet gebeuren. Dat doe je niet van de ene op de andere dag. Je moet goed rekening houden met verschillende omstandigheden, want het is complex. Je moet kijken naar verschillende visserijtakken, naar een effectieve implementatie in verschillende gebieden, en naar verschillende maatregelen die je kunt treffen wat betreft vistuig. Het vaste streven is om de manier waarop het nu gaat te beëindigen, omdat deze niet houdbaar is.

Op de lange termijn blijft dat zagen aan de stoelpoten van de visserij, dus je moet hier in vergaande mate een reductie plegen. Als er dan bijvangsten zijn, moeten zij worden aangeland, zodat je deze eventueel kunt verdisconteren in quota en dat soort dingen meer. Dat is de essentie. Het is geen simpel verhaal over een verbod op bijvangst van de ene dag op de andere, maar het is een heel ingewikkelde aanpak, met de vaste wil om er een eind aan te maken zoals het nu gaat. Wij steunen de Commissie daar stevig in.

[…]

Het klopt dat wij ons zullen inzetten voor het aanwijzen van meer beschermde gebieden op zee, zoals voortvloeit uit de conventie over biodiversiteit, waar mevrouw Ouwehand naar vroeg. Het voornemen is dat 15% van het Nederlandse deel van de Noordzee wordt aangewezen als beschermd gebied. Ik hoop de Kamer hierover dit jaar nader duidelijkheid te kunnen geven. Ik zal de Zweedse collega vragen of er een rapport over Marokko is. Als dat zo is, kom ik er in de documentatie voor een volgende Landbouw- en Visserijraad op terug. Dit waren mijn antwoorden op de vragen inzake visserij, voor zover ik kan nagaan.

[…]

De inzet bij diertransport is: maximaal 8 uur, betere condities tijdens het transport en meer ruimte voor vee, zoals wij in de recente brief hebben geschreven en zoals mevrouw Snijder ook zei. Het EFSA-rapport is op 12 juni gepubliceerd op de website van de EFSA. De reactie van de Europese Commissie komt binnenkort. Onze inzet is duidelijk en blijft zo. Wij zijn op dit punt redelijk koploper en dat willen we ook blijven. We willen ervoor zorgen dat Europa in diezelfde kopgroep komt. Mevrouw Ouwehand noemde 200 km als maximum. Dan kan ik zelfs niet meer met mijn schitterende hengst naar de hengstenkeuring. Laten we even een beetje nuchter blijven, bij 808 uur kunnen we het verantwoord doen, mits goed verzorgd en onder goede voorwaarden. Als je zegt twee uur, kun je net zo goed zeggen: laten we de boel maar sluiten.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Nu word ik bijna geprikkeld om heel akelige dingen over die hengstenkeuringen te zeggen, maar dat komt nog wel. Staatssecretaris Bleker: Mag ik mevrouw Ouwehand hierbij dan uitnodigen? Als alles goed gaat deze zomer, heb ik volgend jaar echt een heel mooie hengst op de keuring. Dan kan zij zien hoe daar liefdevol met hengsten wordt omgegaan.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik neem die uitdaging aan. Voorzitter. Ik heb de staatssecretaris ook gevraagd om een reactie op diertransporten vanuit Nederland naar Rusland. In de vorige kabinetsperiode hebben wij daarover gesproken met de toenmalige minister Verburg. Zij heeft gezegd dat zij vindt dat dit eigenlijk niet kan en dat we dat niet moeten willen; hier varkens inladen en ze helemaal naar Rusland brengen. Wat vindt de staatssecretaris van zulke transporten?

Staatssecretaris Bleker: Als het gaat om slachtvee over dat soort afstanden, kun je beter met de Russen afspreken dat het hier wordt geslacht en in pakjes naar Rusland gaat. Dat lijkt me dan een betere weg. Als het gaat om fokvee of andere dieren, is het een heel ander verhaal. Ik deel de opvatting van mevrouw Verburg dat er wel grenzen zijn. Er worden naar ik meen 800.000 kalveren geïmporteerd in Nederland, die ook van ver weg komen, maar het alternatief, als die kalveren daar blijven, is dat ze vrij kort na de geboorte om het leven worden gebracht. Nu hebben ze in ieder geval nog een aantal maanden waarin ze opgroeien, dus er zitten meerdere kanten aan de medaille. Mevrouw Ouwehand wordt hier onpasselijk van, geloof ik, maar zo is het wel. Men heeft mij verteld wat er gebeurt met een stierkalf dat in Letland wordt geboren, en dat wil je liever niet weten.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Even voor de goede orde, dat wil je inderdaad niet weten, maar de staatssecretaris kan hier toch niet met droge ogen beweren dat piepjonge kalfjes die worden versleept naar een verzamelplaats en dan op transport gaan naar Nederland, daar gelukkig van worden. Dat geloof ik niet.

Staatssecretaris Bleker: Dat beweer ik ook niet, maar kennelijk is het alternatief in dat soort landen om ze op niet al te vriendelijke wijze een dag na de geboorte te euthanaseren. Mevrouw Ouwehand doet de handen over elkaar, maar dat zijn wel de dilemma's waar we mee zitten.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik zou nog als denkrichting willen meegeven aan de staatssecretaris: als je fundamenteel aanvoelt dat iets niet deugt, hoef je er niet aan mee te werken. Dat kan ook een oplossing zijn.