Bijdrage Ouwehand AO Landbouw- en Visse­rijraad


24 juni 2010

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter […] Ik begin met de walvisjacht. Dank voor de inzet van Nederland hierin. Ik kan me nog momenten herinneren dat het voorstel dat nu door Nederland wordt bestreden, wel min of meer van onze regering kon rekenen. Ik ben blij dat wij daar nu anders in staan. Ik ben blij dat het van tafel is. Ik maak me, met de minister denk ik, zorgen over de impasse, maar ik deel haar analyse: beter geen compromis dan een slecht compromis. Hoe schat de minister in dat het verder moet? Wij hebben in de brief kunnen lezen dat de minister, zoals zij had beloofd, heeft aangekaart of wij Europees iets kunnen doen met de doorvoer van walvisvlees. Ze zegt dat de Commissie heeft aangegeven dat op basis van Europese en internationale regelgeving doorvoer niet kan worden geweigerd. Hoe nu verder? Aan Europese regelgeving kunnen wij gezamenlijk iets doen. Wat is dan de internationale regelgeving die ons dwars zit? Is de minister bereid hierop door te pakken en het hier niet bij te laten zitten? Dat zou ik erg toejuichen. Australië spant een procedure aan tegen Japan. Hoe staat Nederland daartegenover? Wij hebben laten doorschemeren dat wij graag hadden gezien dat Nederland zich daarbij aan zou sluiten. Uit de brief van de minister maak ik op dat dit niet kan omdat Nederland geen direct belang heeft. Dat kan ik me voorstellen. Ik zou het echter wel goed vinden als wij een duidelijk signaal afgeven dat wij Australië hierin van harte steunen. Ik stel voor dat de minister een briefje stuurt om haar Australische collega een hart onder de riem te steken, waarin zij hulp aanbiedt. Het proces is hier in Den Haag. Ik kan me zomaar voorstellen dat wij ergens de helpende hand kunnen uitsteken. Graag krijg ik die toezegging van de minister.

Dan stap ik over naar het Europees actieplan voor dierenwelzijn en de opvolging daarvan. Wij hebben het daar vorige keer over gehad en toen heeft de vervanger van de minister tijdens het VAO gezegd een brief te sturen. De heer Donner kon tijdens het VAO niet concreet antwoord geven. Daar zijn wij mee akkoord gegaan. Die brief hebben wij inmiddels ontvangen. Ik heb begrepen dat het niet deze zomer nog op de agenda komt. De minister schrijft dat het een dynamisch proces is en dat er nog allerlei momenten komen waarop wij de Nederlandse inzet kunnen concretiseren. Ik wil de minister graag meegeven dat volgens ons de brief onvoldoende is. Ik vraag de minister deze zomer meer huiswerk te doen en meer ambitie aan de dag te leggen. Wij missen een aantal diersoorten in de ambities voor het actieplan. Wij missen bijvoorbeeld gedachten over een positieflijst, wel of niet te houden dieren, aanscherping van de varkensrichtlijn, opstellen van regelgeving voor het doden van vissen en het terugdringen van het aantal dierproeven. Ik noem het maar even als inspiratie. Ik zou er graag na de zomer bij de minister op terugkomen. Ik hoor ook graag wanneer dit nu concreet aan de orde is in Europa. Ik begrijp dat het een dynamisch proces is en dat wij verschillende overlegmomenten hebben, maar wij willen als Kamer een duidelijke boodschap meegeven. Een van de dingen die de minister schrijft, kan in elk geval niet. Zij wil gaan pleiten voor regelgeving voor het welzijn van nertsen. De Kamer heeft een motie aangenomen dat zij een Europees verbod op het fokken van nertsen wil. Dan zou dat natuurlijk de inzet moeten zijn.

Dan kom ik op de gentechnologie en de markttoelating. Ik snap het niet meer. De minister zegt dat wij de EFSA volgen en dat wij dat nu ook doen en dus instemmen. Er zou echter ook een verbeterproces van de EFSA komen. Daarvan hebben wij tot nu toe nog niets gezien. Het kan niet allebei. Ik zou graag zien dat wij een pas op de plaats maken en dat de minister ons informeert over de stand van die verbeterprocessen. Wij waren het erover eens dat er kritiek is op de toetsing. Ook het voorstel om lidstaten de bevoegdheid te geven over beslissingen over teelt op hun grondgebied hebben wij nog niet uitgewerkt gezien. Kunnen wij hierin meer inzicht krijgen? Graag krijg ik de toezegging dat de minister geen tussentijdse stappen zal zetten. Wat betreft de visserij vindt er nu een gedachtewisseling plaats over de quota en dus nog geen besluitvorming. Ik maak me echter wel zorgen over het roll-overeffect waarvan de minister wil uitgaan. Wij spreken af dat de quota niet verder worden verlaagd, maar dat lijkt me strijdig met het voorzorgsbeginsel. Wij gaan daarmee niet akkoord. De minister voert nog steeds de motie over de discards niet uit. Ik lees in het fiche dat het beperken van de zeedagen een belangrijk instrument van de reductie is. Ik lees dat de minister het verplicht aanlanden van de vangsten als voorbeeld heeft genoemd met het voorbehoud dat het om bepaalde soorten zou gaan. De motie was duidelijk: verplicht aanlanden van alle vangsten. De minister zal zeggen dat dit onderhandelingen zijn en dat je niet weet wat eruit komt. Dat maakt me niet uit. De Nederlandse inzet is het verplicht aanlanden van alle vangsten, en nu een keer écht.

Beantwoording door de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

Minister Verburg: Voorzitter. […] Mevrouw Jacobi spreekt steun uit voor de conferentie over landbouw, voedselzekerheid en klimaat en wil daar graag bij betrokken zijn. Ik juich dat zeer toe. Het is mijn vaste voornemen om de voorbereidingen, die overigens al heel vergevorderd zijn, goed af te ronden. Deze conferentie loopt vooruit op de klimaatconferentie in Cancún en ik wil die zo concreet mogelijk invullen. Het gaat daarbij om landbouw- en plattelandsbeleid als onderdeel van de oplossing. Nederland beoogt dit te doen in samenwerking met de Wereldbank, de FAO en een aantal mede-initiatief-nemende landen: Vietnam, Nieuw-Zeeland, Noorwegen en Ethiopië. […]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dank. Ik wilde hierover iets zeggen in mijn bijdrage. Ik stel die vragen nu dan maar. Ik wil weten op welke termijn de Kamer betrokken kan worden bij de verdere invulling. Dat is ook de vraag van mevrouw Jacobi. Ik mis bijvoorbeeld twee thema’s in wat de minister heeft geschreven, namelijk landgebruik en biodiversiteit. Die zijn expliciet benoemd als landbouwthema’s die terug moeten komen in relatie tot het klimaat. Komen wij daarover nog met elkaar te spreken? Hoe ziet de minister dat?

Minister Verburg: Ik heb al aangegeven dat de voorbereidingen bijna rond zijn. De titel van de conferentie is Biodiversiteit. Klimaatverandering heeft daarmee alles te maken en zit er ook volop in. Ik zeg mevrouw Ouwehand toe om in september een brief aan de Kamer te schrijven over de voortgang van de voorbereidingen. Het is immers van belang voor de Kamer om op de hoogte te zijn en te blijven. Als daarin een aanleiding zit om daarover van gedachten te wisselen, kan dat natuurlijk altijd. Mevrouw Snijder en mevrouw Van Veldhoven vragen naar de internati-onale concurrentiekracht van het Europese agrifoodmodel en naar de Raadsconclusies. Dat zijn conclusies van het Spaanse voorzitterschap, waarin staat dat het Europese productiemodel van groot belang is. Het gaat daarbij om de hoge standaarden die wij binnen de Europese Unie hanteren op het gebied van bijvoorbeeld voedselveiligheid en dieren-welzijn. Mevrouw Van Veldhoven vraagt daar specifiek naar en ja, die maken hiervan onderdeel uit. Ik noem ook de milieustandaarden en de vindbaarheid, de zogenaamde traceability. Het gaat dan om vragen als: hoe kun je iets opzoeken of uitzoeken en hoe kun je het spoor terugvolgen of juist voorwaarts volgen? In de conceptconclusies geeft het Spaans voorzitterschap aan dat het model uitdagingen en zeker ook kansen biedt in het kader van het concurrentievermogen op de wereldmarkt. Wie dit allemaal op zich laat inwerken, ziet dat het volstrekt aansluit op de Nederlandse visie op de toekomst van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid, vastgelegd in de houtskoolschets. Ik wijs er nog maar eens op dat daarin innovatie en verduurzaming centraal staan. Dat zijn de leidende principes van de houtskoolschets. Mevrouw Snijder vraagt daarnaar. Mijn antwoord is dat het zo veel mogelijk langs de eerste pijler moet en zo veel mogelijk met directe betalingen en dus zo min mogelijk langs de tweede pijler, laat staan dat het gaat om renationalisatie. Ik vind het plezierig om te horen dat mevrouw Snijder ook op die lijn zit.

[…]

Verschillende sprekers hebben een opmerking gemaakt over de toelating van ggo’s. Er worden niet voor het eerst vragen gesteld bij de EFSA. Ik heb al eerder gezegd dat de procedures rond de EFSA, de kwaliteit, de deskundigheid en de onafhankelijkheid daarvan, niet ter discussie staan. Dat er door de ontwikkeling van gmo’s de behoefte bestaat dat de EFSA meeontwikkelt is evident. Dat is ook niet nieuw. Dit moet gebeuren. De Europese Commissie moet hierop aansturen. Die moet dat mede vorm en inhoud geven. Verder is het belangrijk om de procedures te vereenvou-digen en te verhelderen. Daaraan wordt voluit gewerkt. Ik denk dat tijdens de verbouwing de kwaliteit van het werk van de EFSA voldoende gegarandeerd is. Dat moet ook zo blijven. Tijdens de verbouwing blijft de winkel open. Vandaar dat de ggo-maïsvariëteiten nu volledig beoordeeld zijn en van een positief oordeel zijn voorzien. Overigens is het zo dat in Nederland nog steeds een second opinion en soms een third opinion wordt gemaakt. Al deze maïsvariëteiten zijn veilig en goed bevonden door het RIKILT.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dit vind ik iets te gemakkelijk. De winkel blijft open gedurende de verbouwing. Als de verbouwing steeds wordt vertraagd, en wij niet een half jaar maar zes jaar bezig zijn – ik noem maar wat – biedt dat alle gelegenheid om allerlei genetisch gemodificeerde gewassen erdoor te jassen. Ik zeg het maar even plat. De minister zegt dat het allemaal niet ter discussie staat. Er is echter wel discussie over de langetermijneffecten. Er is consensus over dat die onvoldoende beoor-deeld zijn. Het gaat ook over de manier waarop EFSA naar Bt herbiciden-resistente gewassen kijkt. Ik wil van de minister weten of zij blind op de oordelen afgaat zolang de verbeteringen er nog niet zijn. Hoelang gaat zij dat volhouden?

Mevrouw Jacobi (PvdA): In aansluiting daarop het volgende. In mijn beleving had de verbouwing van EFSA al klaar moeten zijn. Wat is de planning? Wanneer gaan wij door met alle kwaliteiten van de wereld?

Minister Verburg: Er is niet zozeer sprake van een verbouwing van EFSA, maar van een verheldering. Er moet een verheldering en een verkorting van de procedures plaatsvinden. Daarop zet ook Nederland in. Hier is eerder gesproken over een onderscheid in het beleid ten aanzien van de toelating van teelten. De lidstaten moeten daarover zelf besluiten nadat de Europese Commissie op basis van EFSA-advies heeft gezegd wat veilig is. Dat betekent dat de EFSA volstrekte kwaliteit levert. Daarover kan geen misverstand bestaan. EFSA is een agentschap dat zich net als elk ander onderzoeksinstituut, het RIVM of het RIKILT, steeds op de hoogte moet stellen van de laatste en de nieuwste gegevens. Ten aanzien van het toelaten van ggo-producten is het van belang dat er een oordeel wordt gevormd over de perspectieven en mogelijkheden voor de lange termijn. Dat is in ontwikkeling. Er is echter heel veel in ontwikkeling. Een pas op de plaats maken, zou nu onzuiver en onterecht zijn. Ik ken de opvattingen van sommige partijen over ggo’s. Ik respecteer die. Dit betekent niet dat het werk van het agentschap moet worden stopgezet. De Europese Commissie houdt hierbij scherp de vinger aan de pols. Er komt zeer binnenkort een voorstel van de Europese Commissie om de toelatingsprocedures voor de ggo-teelt sterk te vereenvoudigen. Het doet waar Nederland op heeft aangedrongen. De heer Van Gerven vraagt naar de ggo-brief van Greenpeace. Hij heeft het al gezegd. Het gaat om een uitgelekt concept-Commissievoorstel. Ik vind het zorgvuldiger om te wachten op het uiteindelijke Commissie-voorstel. Anders lopen wij de kans dat wij reageren op een voorstel terwijl het uiteindelijke voorstel nog weer een slag anders is. Ik zal het uiteindelijke voorstel namens het kabinet graag van een reactie voorzien. De Kamer stel ik daarvan heel snel op de hoogte.
[…]
Mevrouw Ouwehand vraagt naar het actieplan dierenwelzijn. De Commissie heeft de verwachting om medio 2011 een nieuw actieplan te presenteren. Nederland is actief betrokken bij de evaluatie van het huidige beleid en bij de totstandkoming van het nieuwe actieplan voor dierenwelzijn. Ik heb eerder aangegeven dat Nederland inzet op een spoedige herziening van de transportverordening. Daarover is de Commissie op dit moment nog niet geweldig enthousiast. Wij zetten daar wel druk op. De Commissie zal binnenkort een rapport uitbrengen aan de Raad en aan het Europees Parlement over de implementatie van de huidige transportverordening. Vervolgens zal de Commissie besluiten of herziening nodig is. Nederland zal daar een bijdrage aan leveren. Wij vinden herziening nodig. De Nota Dierenwelzijn is leidend voor mijn inzet in Europees verband. Ik heb daarbij een aantal prioriteiten. De eerste is de uitfasering van legbatterijen, uiterlijk per 1 januari 2012. De tweede is het stoppen met castratie van biggen. De derde is herziening van de varkensrichtlijn. De vierde is het verbod op het gebruik van de huidige waterbadmethode voor het bedwelmen van pluimvee. Er zijn nog veel meer onderwerpen te vinden. Als je alles tot prioriteit maakt, heb je geen prioriteiten meer. Dit zijn de prioriteiten die ik heb gekozen. Dat neemt niet weg dat ook andere onderwerpen de aandacht kunnen krijgen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De vraag is: wanneer komt wat aan de orde. Voor een actieprogramma hoeft nog niet gekeken te worden naar prioriteiten, maar moet gewerkt worden met stevige wenslijstjes. Dan komen in de onderhandelingen wel de punten naar voren waaraan Europa prioriteit gaat geven. Ik wil van de minister weten wanneer wij een grote, dikke brief naar Europa sturen over wat Nederland wil.

Minister Verburg: De wensen van Nederland zijn zeer wel bekend in Brussel. Zij kennen onze Nota Dierenwelzijn. Wij opereren daarvanuit. Nederland is een van de landen die tamboereren op dierenwelzijn. Wij hebben die hoog op de agenda staan. Ik heb zojuist de prioriteiten wat betreft de wensenlijst gegeven. Wie de Nota Dierenwelzijn bekijkt en het actieprogramma dat erbij hoort, ziet de prioriteiten. Die liggen ook in Brussel.

De heer Van Gerven (SP): De minister zegt terecht dat zij niet alles kan aankaarten. Er zijn een heleboel zaken. De Kamer heeft echter ook prioriteiten opgesteld, bijvoorbeeld het nertsenfokverbod. Mijn vraag is of de minister zich sterk wil maken om dit in Europees verband aan te kaarten.

Minister Verburg: Vorige week is in de Kamer nogmaals gesproken over de novelle in het kader van de wet over het verbod op de nertsenhouderij. Toen is gebleken dat de Tweede Kamer steun geeft aan ook het vernieuwde voorstel. Die steun is nog niet het geval in de Eerste Kamer. Het is goed gebruik dat de regering pas uitvoering geeft aan een en ander, ook aan wetgevingstrajecten en alles wat daaruit volgt, als een wet is behandeld en aangenomen in de Eerste Kamer. Met andere woorden, ik pas deze volgorde toe bij het traject richting Brussel.

Mevrouw Van Veldhoven-van der Meer (D66): De minister geeft aan dat de Nederlandse wensen in Brussel zeer bekend zijn. Kan zij aangeven of zij verwacht dat andere landen steun verlenen aan die Europese wensen?

Minister Verburg: Dat kan ik nog niet op alle dossiers. Het zijn er immers nogal wat. Ik noem bijvoorbeeld het voederen van ganzen voor foie gras. Dat is een element. Ik zie dat mevrouw Van Veldhoven dit herkent in haar Europese ervaring. Zo ligt het natuurlijk wel. Voor sommige zaken krijgen wij steun en voor andere zaken niet. Het is wel zo dat de belangstelling voor dierenwelzijn in Nederland maakt dat Nederland daarbij een koploper is. Dat is een bewuste keuze van het kabinet-Balkenende IV.
[…]
Mevrouw Ouwehand heeft gevraagd hoe het staat met de discards. Ik heb in het afgelopen half jaar in de Visserijraad diverse malen gepleit voor het uitbannen van discards. Onlangs heb ik dat nog gedaan bij de informele Visserijraad in Vigo over het nieuwe gemeenschappelijk visserijbeleid. Dat betekent dat de Kamermotie daarmee gewoon werk in uitvoering is. De discards moeten echter wel uitgebannen worden op een manier die ook effectief is. Daarvoor moeten de nodige verordeningen gewijzigd worden. Ook moeten systeemverbeteringen worden gerealiseerd. De wens van de Kamer is dus ook mijn wens. Maar tussen wensen, mogelijkheden en kansen ligt nog wat moeite, inzet, trial and error, enzovoorts.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dit kan de minister niet menen! Dit is de zoveelste keer dat de minister zegt de motie gewoon uit te voeren. De minister wil van de discards af en de Kamer wil van de discards af. Prachtig. De minister heeft daarvoor een aantal suggesties gedaan. De Kamer heeft gezegd: weet u wat, wij gaan alle vangsten aanlanden. Dat moet de Nederlandse inzet zijn. Ik vind het vervelend dat de minister blijft volhouden de motie uit te voeren terwijl zij dat niet doet. Ik lees in de fiche dat de Nederlandse positie over de mededinging is dat voor het terug-dringen van de hoeveelheid «teruggooi» de visserij-inspanning gebruikt kan worden. Natuurlijk kan dat. Dat is een mooi instrument. Mijn vraag is waarom de minister weigert de motie uit te voeren en daarbovenop beweert het wel te doen. Dit kan echt niet.

Minister Verburg: Ik zeg het nog één keer. Wij voeren de motie uit. Dat is onze gewoonte met moties van de Kamer. Tussen droom en werkelijkheid staan echter soms wetten in de weg en praktische bezwaren. Het lijkt mij verstandig om die wetten en praktische bezwaren weg te halen. Ik ben best bereid om maand in, maand uit, dezelfde riedel te houden aan het adres van mevrouw Ouwehand. Het is nu eenmaal zo dat wensen niet altijd onmiddellijk in de praktijk gerealiseerd te krijgen zijn. Het is wel het nadrukkelijke doel en onze nadrukkelijke oriëntatie. Ik zou zeggen: hoe eerder, hoe beter.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik erger mij groen en geel. Ik heb dit al in mijn eerste termijn gezegd. Daar hoeft de minister niet mee aan te komen. Wij weten allemaal hoe het in de onderhandelingen loopt. De Neder-landse inzet is aanlanden van alle vangsten. Dat moet de minister uitvoeren. Ik heb daar nog wel een paar vragen over. Zij zegt dat aanlanding van bijvoorbeeld bepaalde soorten verplicht gesteld kan worden. Welke soorten vis bedoelt zij dan?

Minister Verburg: Ik stel in alle openheid vast dat wij het hierover niet eens worden. Laat ik dit zeggen. Ik doe er alles aan om in Europees verband 27 lidstaten hierover op dezelfde lijn te krijgen en ervoor te zorgen dat de discards zo snel mogelijk uitgebannen worden. Dat gaat niet van de ene week op de andere week. Ik wil het iedere maand herhalen. U gaat uw gang maar. Ik doe mijn best en u mag mij daarop afrekenen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Mag ik antwoord op de vraag over welke soorten vis het gaat?

Minister Verburg: Daarover valt nader te spreken. Dat heeft ermee te maken waarmee wij goede ervaringen opdoen en hoe de verordeningen zijn, bijvoorbeeld over de maaswijdte en de minimumaanlandingsveror-deningen. Daarmee hebben wij te maken. Mevrouw Ouwehand wil daarmee niet te maken hebben. Ik heb daar in de praktijk echter wel mee te maken. Ik zeg: zoek mogelijkheden, zoek mazen en zoek kansen om de zaken in te vullen en uit te voeren. Stampvoeten helpt niet. Waar mogelijk ingrijpen waarschijnlijk wel.

[…]

Minister Verburg: Het is helder. […] Verschillende sprekers hebben gesproken over de walvissen: mevrouw Jacobi, mevrouw Ouwehand en de heer Van Gerven. Dank voor de steun. Het was niet mogelijk om het eufemistisch «consensusvoorstel» genoemde idee te steunen, dat de wetenschappelijke walvisvangst de komende jaren zou omzetten naar een commerciële walvisvangst en enkele andere ingewikkelde zaken. Wij waren er geen voorstander van. De Kamer heeft dat van harte gesteund. Die inzet is ook gepleegd bij Europa en is ook de Europese inzet geworden. De standpunten over het consensusvoorstel lagen zo verschrikkelijk ver uit elkaar dat het geen kans heeft gemaakt in de Internationale Walvisvaartcommissie, die op dit moment nog bezig is in Agadir. Het goede nieuws is dat er geen nieuw compromis is. Dat is beter dan een slecht compromis. Daarmee is echter helemaal niets opgelost. De Commissie is nog bij elkaar. Eerder was het zo dat de Internationale Walvisvaart Commissie bijna ontplofte en dat mensen elkaar tijdens de conferentie naar het leven stonden. Nu is gezegd dat men moet blijven zoeken naar mogelijkheden om de wetenschappelijke walvisvaart aan banden te leggen en terug te dringen. Wij moeten blijven werken aan nieuwe voorstellen. Ik weet niet wanneer die er zijn. Het goede nieuws is wel dat over andere zaken wordt gesproken, bijvoorbeeld over transport en doorvoer van walvisvlees. Dat heeft Nederland in Europa op de agenda gezet. Europa heeft dat dus overgenomen. Hiervoor bestaat overigens nog geen oplossing. Ik heb al eens in de Kamer gezegd dat hieraan WTO-zaken annex zijn. Het moet dus passen binnen de WTO-regels. Mevrouw Ouwehand merkt terecht op dat wij niet instappen bij de rechtszaak van Australië. Vanaf het eerste moment, anderhalf jaar geleden, heb ik in Nairobi, Kenia, met de speciale Australische «envoy» hierover gesproken. Ik heb toen gezegd dat wij Australië zeer zouden supporten in dit traject. Dat doen wij ook. Er zijn nadrukkelijke banden. Australië weet net zo goed als andere landen dat wij graag hulp geven. Wij wachten de uitspraak af in zijn consequenties. Misschien dat die een nieuwe doorbraak, een nieuw perspectief biedt. Verschillende sprekers hebben gesproken over SWIFT. Ik begrijp de opmerking, maar de lijst van A-punten voor de Landbouwraad is nog niet vastgesteld. Ik zal hierover nauw contact hebben met minister Hirsch Ballin. Hij moet vanuit zijn verantwoordelijkheid beoordelen of de gemaakte afspraken conform de met de Kamer gemaakte afspraken zijn. Ik begrijp dat er op dit moment plenair een debat daarover plaatsvindt. Ik zeg toe dit in kabinetsverband heel zorgvuldig te zullen coördineren, zodat er geen ongelukken gebeuren. Het lijkt mij goed om de lead plenair te laten. Ik zal er zorgvuldig mee omgaan. […]

Tweede termijn

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. […] Verder zegt de minister dat stampvoeten niet helpt. Ik wil haar er graag aan herinneren dat het voorstel van de Walvisconferentie waarvan zij zelf nu ook zegt dat het gelukkig van tafel is, een paar jaar geleden nog haar eigen voorstel was. Ik herinner mij nog heel goed dat ik destijds in de plenaire zaal stond te stampvoeten. En kijk nu eens: Nederland gaat er niet mee akkoord dat de wetenschappelijke walvisjacht wordt omgezet in een verkapte commerciële walvisjacht. Dus misschien kan de minister haar opvatting over het effect van stampvoeten herzien. In ieder geval ben ik blij dat Nederland er nu goed in staat maar zonder onze inzet zou dat misschien niet vanzelf gebeurd zijn. Met betrekking tot het actieplan Dierenwelzijn zou ik graag van de minister concreet vernemen wanneer dat op de agenda komt. Mij lijkt dat wanneer een actieplan wordt vormgegeven, er sprake is van een wensenlijstje. Wanneer komt dat lijstje er en wanneer kunnen wij het daarover gaan hebben? Ik heb al aangegeven dat wij een wat scherpere inzet zouden willen zien. Daarover kunnen wij debatteren in de Kamer. Ik neem aan dat dit na de zomer het geval zal zijn. Nogmaals, kan de minister aangeven wanneer wat op de agenda komt en wanneer zij met haar prioriteiten de boer opgaat? Kortom, welk overlegmoment kunnen wij inplannen?

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter, om een motie over de walvis-vaart te voorkomen zou ik nog het volgende naar voren willen brengen. De minister heeft gezegd dat zij Australië bilateraal al te kennen heeft gegeven dat zij het prima vindt dat die rechtszaak wordt aangespannen. Het zou nu zo mooi zijn als wij als Nederland een publiek signaal zouden afgeven, dus dat de minister een briefje stuurt waarin zij Australië een hart onder de riem steekt en haar steun uitspreekt. Wellicht kan een afschrift van die brief dan ook naar Japan worden gestuurd. Ik denk dat de tijd inmiddels wel rijp is voor een publieke steunbetuiging.

Minister Verburg: Voorzitter. […] Met betrekking tot de Europese inzet voor dierenwelzijn verwijs ik mevrouw Ouwehand graag naar mijn brief van 17 mei 2010. In de derde alinea van die brief geef ik het volgende aan: «De Commissie voert een evaluatie uit van het Europees beleid voor dierenwelzijn. De uitkomsten van die evaluatie worden eind dit jaar verwacht en zullen de opmaat zijn voor een nieuw actieplan voor dierenwelzijn». Medio 2011 komt de Commissie met een nieuw actieplan. Wij zullen een actieve rol spelen. In zowel de bilaterale als de multilaterale contacten op Europees niveau zijn wij steeds bezig onze wensen en onze nota Dierenwelzijn onder de aandacht te brengen. Ik heb reeds aangegeven wat daarin onze priori-teiten zijn. Wij zoeken daarbij dan natuurlijk naar gelijkgestemde lidstaten. Ten aanzien van Australië heb ik hier nog eens gezegd dat wij heel goed samenwerken met dat land. Ik zou tegen mevrouw Ouwehand willen zeggen: brengt ú er een persbericht over uit. Ik ga nu niet nog een keer een brief schrijven, aangezien de contacten al heel goed zijn. Het zal niemand zijn ontgaan dat wij de lijn van Australië steunen, sterker, dat wij hierin samen optrekken. Ik hoop dat er een zodanige uitspraak van het Hof komt, dat er een doorbraak bereikt kan worden binnen de IWC.
[…]
Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik wil mijn verzoek om een VAO best intrekken maar dan zou ik wel graag van de minister de toezegging krijgen dat zij een briefje stuurt. Ik vind het namelijk een heel belangrijk signaal richting Japan. Ik reken op steun van de VVD, want die heb ik bij Pauw & Witteman namelijk horen zeggen dat zij zelfs handelssancties overweegt. Dus zo lastig lijkt mij zo’n briefje niet.

[…]

Minister Verburg: Dit lijkt mij een voorbeeld van vernieuwing van de democratie. Ik ga er een tweet over doen uitsturen. U volgt mij allemaal, ik reken op u.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Nee, ik leg het maar even voor. Of ik dien er een motie over in. Ik vind zo’n brief belangrijk.