Bijdrage Ouwehand: paar­den­vlees­debat


22 januari 2015

Voorzitter. Een broodje aap verkoopt meestal goed; dat gaat wel aardig. Een broodje paard verkoopt helemaal niet goed, als je er tenminste eerlijk over bent. Daarom is er massale fraude te zien. Kogelbiefstuk bleek paardenbiefstuk, rundvleesballetjes zaten vol met ponyresten en kroketten en frikadellen hangen van paardensnippers aan elkaar, zonder dat de krokettenverkoper dat hoeft te vermelden.

Zoals bij de consumptie van eigenlijk alle dieren, is er bij de consumptie van paarden een groot probleem. Paarden voeren aan mensen levert namelijk grote risico's op voor de volksgezondheid. Je weet niet waar de renpaarden en sportpaarden vandaan komen, maar wel dat er een grote kans is dat ze medicijnen hebben gekregen die je zelf niet in je bloedbaan wil hebben, laat staan in de bloedbaan van je dochter van 6.

Naast het volksgezondheidsaspect is er ernstige mishandeling aan het licht gekomen, bij de manier waarop paarden worden gehouden en vervoerd, zij op veilingen moeten staan en zij urenlang in vrachtwagens moeten zitten voordat ze bij de slachterij terechtkomen. De dieren worden in Europa ingevoerd uit Mexico, Uruguay, Argentinië, de Verenigde Staten of Canada. Eigenlijk moeten de Europese controle-instanties bekijken of de omstandigheden voldoen aan de Europese regels, maar dat gebeurt niet zo consequent. Dankzij een Nederlandse dierenbeschermingsorganisatie, Eyes on Animals, is aan het licht gekomen hoe verschrikkelijk het eraan toegaat.

Daarover is eigenlijk iedereen in politiek Den Haag het wel eens; gelukkig maar, een keertje. Minister Schippers zei zelfs: ik heb gekeken naar de beelden, en die zijn verschrikkelijk, afgrijselijk om naar te kijken. Iedereen met een beetje hart voor dieren wordt daar kotsmisselijk van en dat delen we direct, zo zei ze namens het kabinet. De Partij voor de Dieren is daar blij mee, maar we vragen ons wel af wat het kabinet eraan gaat doen om een einde te maken aan de verkoop van deze ernstig mishandelde dieren in Europa. Het kan natuurlijk niet zo zijn dat we net als Jumbo en Albert Heijn zeggen: we zijn wel geschokt maar doen vervolgens niets.

Er zijn wel wat regels. De slachterijen moeten voldoen aan Europese normen, maar die worden dus niet nageleefd. Wat de Partij voor de Dieren betreft, is de maat vol. We willen een Nederlands en Europees importverbod op al het paardenvlees uit de genoemde en andere landen. Ik hoor graag van de staatssecretaris of zij dat met ons eens is. Vindt zij ook dat de normen die we hier stellen eveneens moeten gelden voor de import van producenten buiten de EU? Dat geldt dus ook voor de slacht, voor het transport en de inzet van de staatssecretaris daarvoor.

Als de staatssecretaris inzet op een Europees importverbod, zou ik haar ook willen vragen wat zij intussen doet voor Nederland. De Partij voor de Dieren zou graag zien dat al het paardenvlees uit de Nederlandse schappen gaat. Als de staatssecretaris dat niet doet, willen we in elk geval een duidelijke waarschuwing op de verpakkingen van producten dat daarin sporen kunnen zitten van het gevaarlijke fenylbutazon.

Ik hoor graag van de staatssecretaris de toezegging dat er een einde komt aan de import van dit soort vlees van zwaar mishandelde dieren. Het omkatten van paardenvlees naar rundvlees en andere producten moet echt afgelopen zijn. Ik wil dat zij staat voor haar inzet om dierenwelzijn ook in Europees verband tot de norm te verheffen.

Interrupties:

Mevrouw Dikkers (PvdA):
Ik zou de Albert Heijn geen individuele ondernemer willen noemen. Het gaat om een grote speler. Beckers kroketten is dat ook. Deze bedrijven zijn prima in staat om te traceren waar het vlees vandaan komt. Ze weten ook waar ze het hebben ingekocht. Ik ben dus van mening dat dit gewoon op het etiket kan komen te staan.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik vind het eigenlijk wel een goed voorstel van de VVD. Ik heb daar zelf nog een beetje op zitten broeden. Ik zie dan zo'n schaal voor me met allerlei verschillende soorten snacks. In de ene zit dan een prikkertje waarop staat "dit was een pony" en in de andere een prikkertje waarop staat "dit was een kuikentje". Ik vind het eigenlijk wel een goed plan. Daar gaan we over nadenken. Mijn vraag aan mevrouw Dikkers is de volgende.

Mevrouw Dikkers (PvdA):
Ik vrees de moties al.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Het woedt nog even door in mijn hoofd, maar ik heb in elk geval levendige beelden op mijn netvlies.

Mijn vraag aan mevrouw Dikkers is de volgende. Ik hoorde haar terechte kritiek en serieuze zorgen uiten — ik dank haar daarvoor — over de controle op de Europese normen voor vlees van buiten Europa. Het gaat om vijf controles in zes jaar of zes in vijf jaar of zoiets. Zij is daar niet tevreden over. Ik vraag mij af of de Partij van de Arbeid aan onze zijde staat als wij zeggen: er moet in elk geval een moratorium komen op de import van deze vleesproducten totdat we zeker kunnen stellen dat aan de Europese eisen in elk geval wordt gedaan en dat onze normen dus ook gelden voor de import.

Mevrouw Dikkers (PvdA):
Ja, dat zou ik wel willen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Hartelijk dank. Geldt dat wat mevrouw Dikkers betreft ook voor de normen die we hier hanteren, maar die nog niet expliciet zijn opgelegd aan de exporteurs, dan wel de importeurs als we het van deze kant bekijken?

Mevrouw Dikkers (PvdA):
Het lijkt me ontzettend lastig om aan niet expliciete eisen te voldoen. Dat vind ikzelf in het dagelijkse verkeer al enorm lastig. Het lijkt mij voor exporteurs van vlees dus ook heel ingewikkeld.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik wil graag een korte afrondende vraag stellen. Mag dat, voorzitter?

De voorzitter:
U hebt er al een stuk of drie, vier gesteld. Heel kort graag.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik ben wat lang aan het woord geweest. Mijn excuus daarvoor.

Ik kom op de transporteisen. Zouden we de normen die we in Europa hanteren voor het transport van dieren ook als eis moeten stellen voor de import van vlees? Het gaat nu alleen nog maar over slachterijen. Ik vind dat eigenlijk te mager.

Mevrouw Dikkers (PvdA):
Ik vind dat ook te mager. Ik zou erg graag zien dat ook de eisen ten aanzien van het transport worden gebruikt bij de import. Wij hebben begrepen dat er juridische belemmeringen zijn. Wij zijn er erg benieuwd naar om welke juridische belemmeringen het dan gaat.

..............................

Mevrouw Lodders (VVD):
Als we zien hoe het een en ander in ons eigen land is georganiseerd, dan is vlees te herleiden. Vlees is heel snel te traceren. Die transparantie is er. Ik vind dat dit ook richting het buitenland aan de orde zou moeten zijn. In dat verband heb ik het onderwerp nu ook aan de orde gesteld. Het moet dus helder en traceerbaar zijn.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
De VVD en de Partij voor de Dieren zijn het niet zo heel vaak eens, maar wel als het gaat om de stellingname dat als je normen stelt, iedereen daaraan moet voldoen. Als we hier de legbatterijen afschaffen, vinden we het niet fair als producenten uit andere landen toch de Europese markt op kunnen. Dat is niet eerlijk voor de ondernemers. Vindt de VVD dat we de normen die we in Europa stellen aan slacht en transport, ook aan de grens moeten stellen? Anders worden we overspoeld door vlees van producenten die zich niet aan die regels hoeven te houden. Dat is vanuit het oogpunt van een gelijk speelveld gewoon niet fair.

Mevrouw Lodders (VVD):
Daarop ben ik ingegaan in mijn tekst. Ik heb aangegeven dat Nederland individueel geen aanvullende eisen daaraan kan stellen. Ik ga ervan uit dat de staatssecretaris, gezien alle andere vragen die zijn gesteld, hierop zal ingaan. Wij pleiten voor een gelijk speelveld. We hebben dit debat vaker met elkaar gevoerd. Mijn fractie is van mening dat we heel hoge eisen stellen in Nederland, ook ten opzichte van collega-landen om ons heen. Wij zien dat gelijke speelveld graag. Datgene wat in onze macht ligt, zouden we moeten aanpakken. Dat moet, nogmaals, echter wel kunnen. Mevrouw Ouwehand stelt voor dat Nederland individueel voor een moratorium kiest. Als dat juridisch niet haalbaar is, kan het sowieso niet. Als één individueel land dat doet, zijn er nog steeds allerlei andere wegen waarlangs dat vlees toch in Nederland op de markt komt.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Wij kunnen een heel eind met elkaar meegaan. De VVD ziet wel moeilijkheden waar de Partij voor de Dieren nog kansen ziet, maar als ik de staatssecretaris oproep om in te zetten op een Europees importverbod, als wij niet zeker kunnen stellen dat de import van die producten aan dezelfde eisen voldoet als de eisen die wij onze eigen ondernemers opleggen, kan de VVD ons daarin steunen. Dat leid ik af uit het verhaal van mevrouw Lodders.

...................................

Beantwoording zijde van het kabinet:

Staatssecretaris Dijksma:

De eerste vragen die mevrouw Ouwehand heeft gesteld, gingen over de vraag hoe we kunnen voorkomen dat de consumptie van paardenvlees een risico voor de volksgezondheid met zich meebrengt. Vlees en ook paardenvlees dat wordt verkocht in de supermarkten, moet voldoen aan regelgeving voor de voedselveiligheid. Dat zijn regels die we in de Europese Unie met elkaar hebben afgesproken en de NVWA ziet daarop toe. We hebben de paardenvleesaffaire achter de rug en daar zullen we ongetwijfeld over enige tijd weer over gaan spreken. De heer Geurts memoreerde dat al. De NVWA heeft in 2013 geoordeeld dat het volksgezondheidsrisico vanwege de consumptie van dat paardenvlees nihil is. Dat is wat anders dan dat we dat goed vonden, want fraude met vlees is onacceptabel; laat dat volstrekt helder zijn. In de monitoring die vervolgens in veel EU-landen is gedaan, zijn geen sporen of risico's gevonden van bepaalde middelen. We zijn geen grote vormen van medicijnresten op het spoor gekomen. Zoals gezegd, fraude met vlees is ontoelaatbaar en ik zet me daar ook voor in. We hebben het verbeterplan van de NVWA en we versterken de samenwerking in Europees verband. We zullen ook nog samen met VWS een uitgebreid debat met u tegemoetzien over het keuren en het toezicht.

Mevrouw Ouwehand heeft gevraagd naar een Nederlands of Europees verbod op de import van paardenvlees. Zij hoort daarop graag een toezegging. Paardenvlees uit derde landen, dus landen buiten de Europese Unie, moet voldoen aan Europese regelgeving op het terrein van voedselveiligheid en dierenwelzijn in de slachterij. Ik zeg dat er even heel specifiek bij. Hierop wordt toegezien door de toezichthouders aan de buitengrenzen. Paardenvlees mag bijvoorbeeld geen fenylbutazon bevatten; dat is een verboden middel. Net is al gezegd dat Nederlandse en Europese onderzoeken geen aanleiding hebben gegeven om te denken dat er op dat punt een groot probleem zit.

Ik kom te spreken over het punt van het dierenwelzijn. Ik sluit mij om te beginnen aan bij de woorden die minister Schippers gesproken heeft naar aanleiding van de beelden die wij op de televisie konden zien van de paarden die in Mexico werden geslacht. Mevrouw Ouwehand heeft in dat verband gevraagd: wat is er nu eigenlijk gebeurd en hoe kunnen we dat soort praktijken uitbannen? Nogmaals, op de import van vlees naar Europa wordt gecontroleerd vanuit de Europese Unie. Die controle vindt plaats in slachthuizen die vlees exporteren. Het traject vóór de slachthuizen, met name alles wat te maken heeft met dierenwelzijn, ook wat betreft het transport, valt buiten die controles. Dat is iets van de Wereldhandelsorganisatie en dierenwelzijn is daar geen onderdeel van. Het is dus van belang dat ook private partijen bilateraal afspraken maken om op dat gebied verantwoordelijkheid te nemen. De Europese Commissie spreekt derde landen wel aan op bijvoorbeeld het welzijn van paarden bij het transport, al kan de Europese Commissie dat juridisch niet afdwingen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Doorgaand op dat laatste punt ben ik toch wel een beetje teleurgesteld dat de staatssecretaris zegt dat het heel moeilijk wordt om die eisen op het gebied van dierenwelzijn te stellen. Ik wil haar vragen of zij in beginsel vindt dat de Europese eisen en de inzet zouden moeten gelden voor producten die we importeren. Dat het niet morgen geregeld kan worden, snap ik. Dit gaat bijvoorbeeld ook over haar inzet op het gebied van transport. Mijn tweede vraag gaat over de bestaande regels die in elk geval moeten worden nageleefd in de slachterijen. We zien dat die afspraken niet worden nagekomen. Is de staatssecretaris bereid om met die gegevens onder de arm in Europa te zeggen dat een moratorium op z'n plaats is totdat aan de Europese eisen voldaan wordt? Wil ze kijken of ze daar steun voor kan vinden, of ze de juridische mogelijkheden daarvoor op orde kan krijgen? Dit vraag ik omdat zij zelf zegt dat het gelijke speelveld zo belangrijk is.

Staatssecretaris Dijksma:
Dit zijn een paar vragen in een. Ja, het is van groot belang dat we op derde landen, waar dat vlees vandaan komt, druk zetten om hun dierenwelzijnsagenda op orde te krijgen. Wat wij daaraan doen, is binnen de Wereldhandelsorganisatie bepleiten dat dierenwelzijn een zogeheten non-trade concern wordt. Dat is inderdaad een zaak van de lange adem, maar dat geeft wel aan waar we principieel staan. Dat is het eerste antwoord op uw vraag.

Vervolgens zegt u dat een aantal zaken niet in orde zijn en daarom wilt u dat er een moratorium wordt bepleit. Ik zal zo toelichten hoe dat werkt met het toezicht en de controle. Ik ben het met de Kamer eens dat er nog een aantal slagen gemaakt kunnen worden om dat te verbeteren. Maar het is niet haalbaar om een moratorium te vragen, want je ziet dat het geen eenvoudige kwestie is om een importverbod voor elkaar te krijgen, zelfs als er, zoals in Mexico het geval was, residuen in het vlees zitten en je daar op titel van voedselveiligheid wel degelijk toe kan komen. Landen krijgen in het systeem altijd de tijd om de boel weer op orde te brengen. Beginnen met een moratorium, terwijl je niet kunt bewijzen dat het niet op orde is, is dus een onmogelijke route met de huidige Europese regels.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dat is toch wel heel zuur, want we zien inderdaad dat het verbod …

De voorzitter:
Eventuele uitgebreide politieke conclusies kunt u in de tweede termijn trekken. Hebt u een vraag?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ja, ik heb een vraag. Ik wil namelijk van de staatssecretaris weten of zij hier nu echt zegt dat het met de Europese regels als volgt werkt. We maken afspraken met derde landen en vertellen ze waaraan de slachtomstandigheden moeten voldoen en wat de normen van de voedselveiligheid zijn. Als die echter niet gehaald worden, kunnen we bijna niet optreden. En als we het al eens doen, zoals in het geval van Mexico, waar we nu al zien dat de productie zich verplaatst naar Brazilië, vanwaar geen importverbod geldt, dan moeten wij er achteraan rennen met onze handhavingsinstanties; dan moeten we die jongens — laat ik ze zo maar noemen — voortdurend controleren of zij zich wel houden aan de afspraken die wel degelijk met Europa zijn gemaakt.

Staatssecretaris Dijksma:
Ik heb een hele set antwoorden op allerlei vragen over de manier waarop het precies werkt. Ik vermoed dat ik daarmee deze vragen van mevrouw Ouwehand kan beantwoorden en ook nog een aantal andere, zoals: wat zouden wij nog kunnen doen om de situatie te verbeteren?

.....................................

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
De heer Schouw heeft over de aangekondigde controles gezegd: dat is net als toen mijn moeder belde dat ze op mijn kamer langskwam toen ik nog studeerde. Ik wil even bij de heer Schouw toetsen of hij zou denken dat het risico dat zijn moeder langskomt niet aanwezig is als ze opbelt en zegt: ik ben een weekje in jouw stad, maar ik zeg niet of ik langs ga komen.

Staatssecretaris Dijksma:
Dat is niet helemaal een terecht punt, want het gaat niet om één kamer. Dan moet ze wel een halve stad controleren. Dan wordt het moment waarop je al of niet langskomt wat minder voorspelbaar.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Het is ietsje minder voorspelbaar dan een brief waarin staat: ik sta dinsdagochtend om 10.00 uur bij u op de stoep. Maar toch, als je weet dat de inspectieautoriteiten een week in je buurt zijn, dan zorg je er toch voor dat je het in elk geval in die week goed doet? Voor een bedrijf is het toch niet zo heel moeilijk om het een weekje vol te houden? Ik ben niet erg onder de indruk van deze stap.

....................................

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik zou de staatssecretaris naar de vrijhandelsakkoorden willen vragen waarvoor minister Ploumen de eerstverantwoordelijke is. Gelet op de inzet van de staatssecretaris om van dierenwelzijn ook een non-trade concern te maken en om de eisen die we aan onze eigen producenten stellen ook voor de import te laten gelden, vraag ik me af hoe op dit moment de kabinetsappreciatie is van het voorliggende akkoord met Canada. Als ik haar goed lees, staat daar: "importrestricties? Vergeet het maar". Hoe verhoudt dat zich tot de inzet van de staatssecretaris om in elk geval de dierenwelzijnseisen juist wel te laten gelden als een voorwaarde waar een gelijk speelveld moet gelden? Wat we in Europa normaal vinden, moet ook gaan gelden voor de import.

Staatssecretaris Dijksma:
Nogmaals, onze inzet zal steeds zijn om dit onderwerp, bijvoorbeeld ook bij het Amerikaanse verdrag met Europa, op de agenda te hebben en om zo min mogelijk concessies te doen. Wij vinden onze normen immers belangrijk. Ik hoop dat mevrouw Ouwehand mij vergeeft dat ik nu niet uit de losse pols een hele appreciatie van het vrijhandelsverdrag met Canada uit mijn mouw schud. Dat heb ik hier nu niet voorhanden. Ik vind eigenlijk ook dat ik niet de eerste moet zijn om de Kamer daarover namens het kabinet te berichten. Dat vind ik echt op de weg van mijn collega liggen. Ik waardeer dat de Kamer over van alles en nog wat het debat met mij aangaat, zelfs tot ver buiten mijn portefeuille. Dat vind ik mooi en het is ook verleidelijk om daarop in te gaan, maar dat lijkt mij niet verstandig.