Bijdrage Ouwehand AO Jaar­wis­seling 2012-2013


5 juni 2013

Eerste termijn

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik houd mijn inbreng kort, want ik moet zo nog naar een ander algemeen overleg. Een medewerker zal luisteren naar het antwoord van het kabinet.

Het punt dat ik naar voren breng, zal geen verrassing zijn. De Partij voor de Dieren maakt zich grote zorgen over het door consumenten laten afsteken van vuurwerk dat door defensiespecialisten terecht munitie wordt genoemd. Ik lees voor uit een persbericht van het Nederlands Oogheelkundig Gezelschap. "Nijmegen, 14 januari 2013. Tijdens de afgelopen jaarwisseling zijn er naast 21 volwassen- ook 2 kinderogen blind geworden. Inmiddels zijn 8 ogen compleet verwijderd." Deze jaarwisseling is voor de vijfde keer het totale door vuurwerk veroorzaakte oogletsel geregistreerd door het Nederlands Oogheelkundig Gezelschap, de beroepsvereniging van de Nederlandse oogartsen. Ik citeer Tjeerd de Faber, oogarts en vuurwerkwoordvoerder van die vereniging: "Tijdens 5 jaarwisselingen zijn 111 ogen door vuurwerk blind geworden. Voor al deze mensen geldt dat zij hun werk niet meer kunnen doen of ander werk moeten zoeken, of, in het geval van kinderen, hun droombaan niet meer kunnen verwezenlijken. Kan dit de uitkomst zijn van het vieren van een gezellig feest?"

Mijn fractie en de fractie van GroenLinks hebben geregeld gevraagd hoe verantwoord dit nog is en of wij die vuurwerktraditie niet op een andere manier zouden moeten invullen. In het land zijn ook verschillende initiatieven ontplooid. Raadsleden van GroenLinks hebben al eerder een burgerinitiatief opgezet. Er is een rapport verschenen van het meldpunt vuurwerkoverlast.nl onder de titel Te veel, te vroeg, te hard. De reactie van het kabinet daarop is teleurstellend. Het wil op geen enkele manier gehoor geven aan de grote bezwaren tegen het afsteken van consumentenvuurwerk. Tenzij het kabinet in zijn beantwoording zegt dat het alsnog luistert, denk ik dat ik het aan de Kamer moet laten. Dat wil zeggen dat ik een motie zal indienen; die kondig ik nu alvast aan. Laten wij inzetten op een veilige en gezellige jaarwisseling. Ik hoop dat de steun daarvoor groeit.

Interrupties bij andere partijen

Mevrouw Kooiman (SP): (...) Ik las dat ruim een kwart van de vuurwerkslachtoffers oogletsel heeft opgelopen. Mevrouw Ouwehand heeft hieraan terecht aandacht besteed in haar betoog. Dergelijk letsel kan worden voorkomen door een vuurwerkbril. De minister schrijft dat wordt onderzocht of bij de verkoop van vuurwerk de levering van beschermbrillen verplicht kan worden gesteld. Dat lijkt mij een goed idee, maar hoe staat het daar nu mee?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik ben benieuwd hoe de SP aankijkt tegen de cijfers waaruit blijkt dat ongeveer de helft van de slachtoffers omstander is. Dat lijkt moeilijk te rijmen met het uitdelen van een bril aan mensen die vuurwerk kopen, want wat gebeurt en dan met mensen die op straat lopen of boodschappen doen? Moeten wij dan iedereen verplichten om een vuurwerkbril te dragen?

Mevrouw Kooiman (SP): Nee, dat wil ik niet verplichten. De heer Marcouch heeft vorig jaar al terecht een punt gemaakt van de levering van die vuurwerkbrillen. Dat is een goede poging tot ... Ik ben het echter met mevrouw Ouwehand eens dat er ook aandacht moet zijn voor de omstanders. Vuurwerk wordt soms als projectiel gebruikt en dat soort gedrag moet worden aangepakt. Er moet goede voorlichting worden gegeven over het afsteken van vuurwerk. Ik ben niet voor een verbod op het afsteken van vuurwerk. Helemaal zonder risico's is dat echter niet en dan is dit een eerste stap in de goede richting.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De SP heeft dus geen aandacht voor een goede bescherming van omstanders of mensen die gewoon op de fiets naar hun werk moeten op 31 december. Mevrouw Kooiman zegt eigenlijk: dat is jammer, maar dat nemen wij op de koop toe.

Mevrouw Kooiman (SP): Ik denk dat mevrouw Ouwehand mij verkeerd heeft begrepen. Ik deel haar zorgen wel. Zeker als mensen vuurwerk afsteken en dat gericht naar mensen gooien, moet dat hard worden aangepakt. Dat kunnen wij niet tolereren in Nederland. Daarmee ben ik het zeker eens.

Beantwoording door de minister

Minister Opstelten: (...) Op mijn verzoek is een inventarisatie onder de verschillende gemeenten gehouden van hun ervaringen met de jaarwisseling. Het betrof 50 gemeenten, van klein tot groot en verspreid over het land. Ze hebben alle in ruime mate meegewerkt aan de inventarisatie. Zelf heb ik daarover met gemeenten en VNG gesproken. Bij brief van 8 maart heb ik de Kamer laten weten dat gemeenten over voldoende bestuurlijke instrumenten beschikken. Er is geen behoefte aan extra instrumenten. Tevens hebben gemeenten aangegeven, geen voorstander te zijn van een vuurwerkverbod, het beperken van de afsteektijden en instrumenten als het aanwijzen van vuurwerkvrije plaatsen.

(...)

Wij hebben de wensen van gemeenten ten aanzien van vuurwerk geïnventariseerd. Zij willen dat om allerlei redenen niet afschaffen, met alle consequenties die dat met zich brengt. Een van die redenen is dat ze dat niet te handhaven vinden. Ik ken de verhalen van de oogartsen, wat niet wegneemt dat dat gebeurt. Afschaffing van vuurwerk zou alleen ten gevolge hebben dat deze traditie wel in stand blijft, ondanks een verbod. Het handhavingsprobleem is daarbij een heel realistisch punt, maar het is niet het enige punt.

We handhaven die avond massaal. We zetten alle beschikbare mensen in, zij het natuurlijk wel in redelijkheid. Daarbij beschikken we over een waar instrumentenscala. Natuurlijk is dat maatwerk, want elke gemeente doet dat op zijn eigen manier, met zijn eigen cultuur en met zijn eigen invulling, dus met of zonder feestje.