Bijdrage Ouwehand Wijziging Wet Biociden (gif)


5 juni 2013

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. Misschien is het wel toepasselijk: de staatssecretaris had vorige week om uitstel gevraagd en vandaag is het Wereldmilieudag. Ik ga er dus van uit dat zij dit wetsvoorstel bespreekt met extra motivatie voor een goede bescherming van het milieu.

Het gaat over de wijziging van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Bij ons op de fractie wordt deze wet de "Wet gif" genoemd, want het gaat om gevaarlijke gifstoffen. Het lijkt een ogenschijnlijk simpele implementatie van een Europese verordening, maar er zitten behoorlijk wat haken en ogen aan. Daar heb ik vragen over.

De biociden waar we het vandaag over hebben, zijn in de regel zwaar gevaarlijke vergiften. De verordening maakt het makkelijker voor bedrijven om deze giftige stoffen op de markt te brengen. Dat bevreemdt ons in een tijd waarin de nieuwe wetenschappelijke inzichten zich opstapelen over de wijze waarop deze giffen zich nestelen in ons milieu, in dieren, in planten en in mensen en over de schade die zij daar aanrichten. Wij zouden eind dit jaar meer horen over welke stoffen wel en welke stoffen niet hormoonverstorende eigenschappen hebben. Ik wil graag weten hoe het proces om dat te bepalen in zijn werk gaat. We weten bijvoorbeeld al jaren dat glyfosaat hormoonverstorend is, maar het is nog steeds op de markt. Ik vind dat zowel de Nederlandse "toelater", het Ctgb, als de Europese Voedsel- en Warenautoriteit, de EFSA, hier veel te traag werkt. Deze nieuwe wetenschappelijke inzichten moeten veel sneller in de toelatingsrichtlijnen worden verwerkt. Is de staatssecretaris bereid zich hiervoor in te zetten in Brussel?

"Biociden" is een vaag begrip. Ik maak het graag wat concreter vandaag. Een voorbeeld van deze giftige stoffen die onder deze wet vallen, is difenacoum. Dat is een zeer giftige stof die wordt gebruikt als rodenticide om ratten en muizen te bestrijden. Blootstelling aan difenacoum kan plaatsvinden door opname via de mond, door inademing van stof of door contact met de huid. Al naar gelang de ingenomen hoeveelheid, variëren de symptomen van een verhoogde neiging tot bloeden tot massaal bloedverlies. Het blijft lang in de bodem en hoopt zich op in het lichaam, in het milieu en in planten en dieren. Omdat het gif zich overal ophoopt, neemt ook de resistentie van bijvoorbeeld de bruine rat tegen dit gif toe. Voormalig staatssecretaris Atsma -- we kennen hem toch niet als de bewindspersoon met het allergrootste milieuhart -- maakte zich zorgen over deze resistentie.

De staatssecretaris schrijft ons dan ook dat het Ctgb geen aanvragen voor het particulier gebruik van rattengif meer in behandeling neemt. Toch wil ik graag weten hoe het zit met bijvoorbeeld het middel BONIRAT. Dat is een lokmiddel, klaar voor gebruik, met als werkzame stof difenacoum. BONIRAT is uitsluitend toegelaten voor niet-professioneel gebruik, ter bestrijding van huismuizen in ruimten, maar het heet wel BONIRAT. Graag wil ik een uitleg van de staatssecretaris. Hoe kan zij garanderen dat dit middel niet wordt ingezet ter bestrijding van ratten? Ik denk dat zij dat niet kan. Hoe ziet zij dat dan voor zich als die lokstoffen ergens in een kelder liggen? Staan er dan bordjes bij met de tekst: ratten jullie mogen hier van het Ctgb niet van eten, maar voor muizen is het geen probleem? Kan zij aangeven wat de verzekering van het Ctgb waard is dat er geen biociden voor de particuliere bestrijding van ratten zijn toegestaan? Ik voel een beetje aankomen dat zij zal verwijzen naar de gebruiksvoorschriften. Daarom vraag ik haar alvast: wie controleert dat dan? Wie kijkt er in de kelder of er inderdaad alleen maar muizen doodgaan aan dit gif en geen ratten? Ik vraag de staatssecretaris om deze toelating en andere hierop lijkende toelatingen in te trekken, bijvoorbeeld ook Sorkil-G Muizenkorrels, Toxa Overdose -- ik verzin dit niet -- en Ratak Muizenkorrels. Ik denk dat de staatssecretaris zal moeten toegeven dat in de praktijk het onderscheid tussen welke dieren van welk gif eten, niet te maken is.

Rattengif is met goede redenen in de ban gedaan en het is hoog tijd dat dit ook met muizengif gebeurt. Ik overweeg een motie hierover in te dienen.

De staatssecretaris geeft aan dat zij op dit punt geen aanvullend nationaal beleid heeft geformuleerd omdat zij prudent met deze mogelijkheid wil omgaan. Prudent tegenover wie? Tegenover het milieu en het welzijn van dieren of tegenover de chemische industrie en haar klanten? Hoe gaat zij invulling geven aan haar eigen verantwoordelijkheid voor het milieu? Graag een nadere uitleg.

Dan kom ik op de transparantie van de toelatingen van gif. Voor zowel biociden als gewasbeschermingsmiddelen geldt dat de studies van de industrie waarop het Ctgb de toelating baseert niet toegankelijk zijn voor het publiek en voor onafhankelijke wetenschappers. Niemand kan dus meelezen met het Ctgb en in openheid de conclusies bestrijden. De kwaliteit van het Ctgb en daarmee de kwaliteit van de toelatingen staat al jaren ter discussie. De internationale visitatiecommissie die momenteel de werkwijzen van het Ctgb onderzoekt, is daar het eerste concrete resultaat van. Ik ben benieuwd naar de conclusies van deze commissie en wil graag weten wanneer de Kamer de bevindingen van die commissie krijgt. Ik ben er niet gerust op dat dit nu een ommezwaai bij het Ctgb zal bewerkstelligen. Dat dit laatste nodig is, blijkt uit de evaluatie die het Pesticide Action Network in opdracht van het ministerie heeft gedaan. Het rapport is gisteren naar buiten gekomen en de conclusies zijn vernietigend. Ik citeer: "Bij de besluiten van het Ctgb wemelt het nog steeds van de dubieuze constructies om niet of niet volledig beoordeelde bestrijdingsmiddelen op de markt te houden. De kwaliteit van de besluiten van het Ctgb is ver onder de maat. Het Ctgb beschermt het specifieke Nederlandse milieu niet of nauwelijks. Tientallen bestrijdingsmiddelen met hoge risico's voor vogels, bijen et cetera zijn vrijwel ongeclausuleerd op de Nederlandse markt toegelaten". En dit, voorzitter, zijn alleen de headlines, de details zijn minstens zo interessant. Als het goed is, stuurt de staatssecretaris dit rapport met een kabinetsreactie naar de Kamer. Wanneer mogen we die verwachten en welke conclusies verbindt zij daaraan bij de behandeling van de nu voorliggende verordening? Is de staatssecretaris bereid om nu alvast toe te zeggen dat zij in die reactie ook vergaande maatregelen zal aankondigen om de kwaliteit van de beoordelingen bij het Ctgb omhoog te brengen?

We zijn blij dat nu ook producten die met biociden behandeld zijn onder deze wet vallen. We hopen dat dit ervoor zorgt dat er minder producten op de markt komen die met giftige stoffen zijn bewerkt, maar de overgangsperiode voor de met biociden behandelde producten is wel lang. We zouden op dit gebied veel van Denemarken kunnen leren. In dat land is het gebruik van gif aan veel meer regels gebonden dan hier. Mede als gevolg daarvan wordt er in Denemarken veel minder gif gebruikt. Als ik mij niet vergis, heeft Denemarken ook niet zo veel problemen om te voldoen aan de Kaderrichtlijn Water als wij hier. Kan de staatssecretaris dat bevestigen? Een van de opvallende verschillen in de regelgeving gaat erover hoe Denemarken omgaat met de risico's die bestrijdingsmiddelen met zich mee brengen. Daar wordt in dat land fundamenteel anders over gedacht, en dat is zelfs in wetten gegoten. Denemarken erkent dat het gebruik van gif altijd risico's met zich mee brengt. Als iemand daar zegt dat die giffen veilig zijn voor mens, dier of milieu, maakt die kans op een hoge geldboete of zelfs gevangenisstraf.

De PvdD vindt dat heel logisch, want bestrijdingsmiddelen zijn bedoeld om iets te bestrijden. Of dit insecten zijn of planten, het is de bedoeling met dat gif iets dood te maken, iets uit te roeien. Geen enkel gif, hoe je het ook gebruikt, is veilig voor mens, dier of milieu. Als gif wel veilig zou zijn, zouden er geen gebruiksvoorschriften opgesteld hoeven te worden. Er zou dan ook niets aan dood gaan. Het doel van bestrijdingsmiddelen is simpelweg het doden van iets en dat is altijd gevaarlijk. Ik erger me aan het mantra -- ik heb dit veel gehoord van de beide bewindslieden op dit dossier -- dat gewasbeschermingsmiddelen en biociden, mits goed gebruikt, veilig zijn voor mens, dier en milieu. Dit is gewoon niet waar.

De heer Graus (PVV):
De PvdD spreekt over hoe slecht bestrijdingsmiddelen kunnen zijn, terwijl bepaalde giffen zelfs, al dan niet in verdunde vorm, medicinaal worden gebruikt, humaan en veterinair. Wat mij verbaast, is dat de PvdD niet spreekt over het voorkomen van bestrijdingsmiddelen tegen dieren. Ik verwijs hiervoor naar dr. Albert Weijman. Hij is niet de eerste de beste en mevrouw Ouwehand weet dat mogelijk. Hij heeft bij diverse ministeries tal van zaken aangedragen waaruit blijkt hoe plaagdieren kunnen worden geweerd opdat ze niet bestreden hoeven worden. Dat verhaal had ik graag ook van de PvdD gehoord.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dat verhaal vertellen wij regelmatig. Ik heb het vandaag niet in mijn spreektekst staan, maar ik zal de volgende keer, om de heer Graus ter wille te zijn, nog wat extra spreektijd aanvragen om dit voortdurend in deze zaal te laten horen. Ik ben blij dat ik de heer Graus op dat punt een plezier kan doen.

De voorzitter:
Ik zou dit bijna uitlokking noemen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Bijna wel, voorzitter, ja.

Ik vraag de staatssecretaris of zij bereid is in navolging van Denemarken te erkennen dat aan het gebruik van biociden risico's verbonden zijn en dat het niet veilig is voor mens, dier en milieu. Is zij bereid dit uitgangspunt in de wet op te nemen en hierin een voorbeeld te nemen aan Denemarken? Ik overweeg een motie op dit punt.

Wij kunnen ook leren van de regels in Denemarken bij de verkoop van landbouwgif en biociden aan particulieren. Terwijl je hier in tuincentra en doe-het-zelfzaken bijna struikelt over de mierenlokdoosjes, het muizengif en de insectenspray, moet je er in Denemarken om vragen. In Denemarken staat het gif achter slot en grendel achter de toonbank. Je mag het wel kopen, maar je moet actief op zoek. Tevens krijg je van de verkoper direct voorlichting mee over hoe je het gif kunt gebruiken, hoe het bewaard moet worden en welke risico's aan het gebruik verbonden zijn. De regels zijn daar nog maar kort geleden ingevoerd. Ik stel mij voor dat het resultaat hiervan zal zijn dat particulieren minder gif gebruiken en als ze nog gif gebruiken, dit op een manier gebeurt die minder risico's met zich meebrengt voor de dieren, voor het milieu en voor de gezondheid van de mensen en hun kinderen. Ik stel voor dat wij dit in Nederland invoeren zo lang die middelen op de markt zijn. De PvdD wil zo snel mogelijk naar een gifvrije samenleving. De PvdD wil dat de gifstoffen die nu volop verkrijgbaar zijn, van de markt verdwijnen. Zo lang dit nog niet het geval is, valt te overwegen het Deense systeem toe te passen. Ik hoor graag een reactie van de staatssecretaris.

Ik heb twee amendementen ingediend op dit wetsvoorstel. Dit was gisteren al het geval bij het VAO bijensterfte. Hoewel wij vandaag de implementatie van de verordening op het gebied van biociden bespreken, is het ook noodzakelijk de wetgeving op het punt van de beoordeling van landbouwgif, gewasbeschermingsmiddelen dus, aan te passen. Tijdens het AO dat wij voerden over bijensterfte, rees bij een groot deel van de Kamer zorg over het feit dat het CTGB niet kan toetsen aan de waterkwaliteitsdoelstellingen. Daardoor worden er, ondanks grote normoverschrijdingen van soms wel 26.000 x de norm van bijvoorbeeld Imidacloprid, nog steeds nieuwe toepassingen van dit landbouwgif toegelaten. Het CTGB kan dit namelijk gewoon niet weigeren, al weten wij en het CTGB dat het halen van de doelstellingen van de Kaderrichtlijn Water hierdoor in gevaar komt. Ik heb twee amendementen ingediend die het voor Nederland mogelijk maken om in dit soort gevallen af te wijken van de Europese beoordelingssystematieken en eigen aanvullende regels te stellen. Door een van de amendementen wordt ook de toets op waterkwaliteitsdoelstellingen weer ingevoerd in de Regeling gewasbeschermingsmiddelen en biociden. De watertoets noemen wij dat mooi. Dit is oerhollands. Wij hebben niet alleen de waterfiets, maar ook de watertoets, omdat ons land nu eenmaal vol ligt met sloten. Wij moeten extra voorzichtig zijn en voor ons zelf ruimte in de wet laten om, anders dan Europees is afgesproken, onze eigen waterkwaliteit te kunnen waarborgen.

Alleen dan kunnen wij de kwaliteit van ons oppervlaktewater echt beschermen en hebben we, zij het vertraagd, zicht op het halen van de doelstellingen van de kaderrichtlijn. In de brief van de staatssecretaris van Economische Zaken hierover, medeondertekend door deze staatssecretaris van Milieu, proefde ik ook enige spijt dat op dit moment deze mogelijkheden wettelijk gezien ontbreken. Ik ga er dan ook van uit dat de staatssecretaris de amendementen zal omarmen. Wellicht vindt zij het ook nodig om daarover eventjes te bellen met de staatssecretaris van Economische Zaken, die bij het dossier bijensterfte liet doorschemeren dat zij het jammer vond dat de wet op dit punt beperkingen biedt.

Interrupties bij andere partijen:

Voorzitter. Allereerst ook namens de fractie van de PVV felicitaties aan het adres van de geachte afgevaardigde Smaling van de Socialistische Partij voor zijn maidenspeech. (...) Voorkomen is beter dan genezen en er gebeurt bijna niets aan het voorkomen dat je plaagdieren binnen krijgt of dat je ze rondom je huis krijgt. Dat geldt ook hier in de Kamer. We hebben hier ook een muizenplaag gekend. Samen met doctor Albert Weijman, een echte plaagdierdeskundige, hebben wij toen gekeken wat we hier in de Kamer konden doen aan het weren van die muizen. Ze konden hier gewoon in- en uitlopen. Daar moet iets aan gedaan worden, dan hoef je die diertjes ook niet te bestrijden of te doden. Het is een vrij nare dood, want het kan vaak dagen duren. Ze verdrogen en ze krijgen bloedingen. Het is echt niet fris om dat allemaal mee te maken, want het zijn dieren met een complex zenuwstelsel, die vaak gevoeliger zijn dan wij allemaal bij elkaar. (...)


Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Mooi dat de heer Graus inderdaad ook wijst op de preventie van plaagdieren. Daar zijn wij helemaal voor. Mijn vraag gaat over de amendementen die de Partij voor de Dieren op deze wet heeft ingediend. Wij willen namelijk heel graag dat Nederlandse volksvertegenwoordigers en de regering zelf kunnen besluiten welke maatregelen nodig zijn als het gaat om gif en niet alleen maar doen wat men in Europa toevallig goed vindt. Is de PVV dat met ons eens en kunnen wij rekenen op de steun van de PVV voor die amendementen?

De heer Graus (PVV):
Uiteraard leg ik alles voor aan mijn fractie. Zo gaat dat. U hebt een groot geluk omdat de Partij voor de Dieren hier maar met twee zetels aanwezig is. Bij ons zijn dat er vijftien.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dat is inderdaad een groot geluk!

De heer Graus (PVV):
Ik ga uw amendement nog eens goed bekijken en ik overweeg ook om een positief advies aan mijn fractie te geven, maar uiteindelijk zal de fractie uiteraard beslissen. Ik ben niet de PVV. Ik ben maar een bescheiden lid van de Partij voor de Vrijheid.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Die bescheidenheid siert de heer Graus, maar hij staat hier wel als een vertegenwoordiger van de fractie. Wat hij hier inbrengt, heeft hij van tevoren met zijn fractie besproken. Ik hoor graag van hem op welke wijze zijn fractie hierin staat. Ik kan me niet voorstellen dat de PVV-fractie op de lijn zit van precies doen wat Europa wil en als een slaafse fractie alleen maar opvolgen wat Europa voorschrijft. Ik zou graag zien dat de PVV-fractie aan onze kant staat als het gaat om het creëren van mogelijkheden om hier zelf te besluiten wat verstandig is met betrekking tot gif.

De heer Graus (PVV):
Ik denk dat, als het gaat om een slaafse houding naar Europa, de PvdD-fractie eerder de PVV-fractie volgt dan omgekeerd, want mijn fractie roept dat al vanaf 2006. Mevrouw Ouwehand heeft het over een amendement. Dat moet altijd in de fractie worden besproken. Ik kan hier echter niet vooruitlopen op de fractievergadering van aanstaande dinsdag. Dat doe ik niet; dat is niet netjes, niet kies en niet chic. Ik ben blij dat de mensen die zich daar eerder niet aan hebben gehouden, allemaal zijn geloosd. Je moet altijd collegiaal en netjes blijven en namens de fractie blijven spreken. Dat betekent ook dat je alle fractieleden daarover moet horen. Ik zal dat ook altijd blijven doen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Kan ik misschien in tweede termijn horen op welke wijze, naar de inschatting van de heer Graus, zijn fractie omgaat met deze amendementen?

De heer Graus (PVV):
Ik bespreek moties en amendementen altijd met mijn fractie. Ik zeg dat nu voor de derde en laatste keer. Voorts kan mevrouw Ouwehand zich voorstellen dat de PVV-fractie hier positief tegenover staat. Wij willen absoluut geen slaafse houding naar de Europese Unie. Ik zie aan het glimlachje van mevrouw Ouwehand dat zij dat diep in haar hart ook wel weet. Het was volgens mij een retorische vraag.

De voorzitter:
U hebt er toch nog antwoord op gegeven en dat is best knap bij een retorische vraag.

(...)

Mevrouw Lodders (VVD): De VVD las gisteren in de Boerderij dat de toelating van de gewasbeschermingsmiddelen onder de maat is. Dat stelt het Pesticide Action Network (PAN), dat in opdracht van het ministerie van I en M onderzoek heeft gedaan naar de kwaliteit van het College voor de toelating van de gewasbeschermingsmiddelen en biociden. De VVD plaatst grote kanttekeningen bij de objectiviteit van PAN. PAN voert namelijk juridische procedures tegen het Ctgb. Kan de staatssecretaris haar besluit motiveren waarom zij juist PAN de kwaliteit van het Ctgb heeft laten onderzoeken? De VVD overweegt, afhankelijk van de beantwoording van de staatssecretaris, een motie in te dienen om het onderzoek opnieuw uit te laten voeren door een onafhankelijke instantie.


Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Wat verrassend dat de VVD opeens ongelofelijk veel waarde hecht aan onafhankelijkheid! Ik ben blij met die positie, maar mogen we dan ook van de VVD moties verwachten waarmee om onafhankelijk onderzoek wordt gevraagd als het gaat om de bijensterfte? Mogen wij ook een wat kritischer houding van de VVD verwachten tegenover bijvoorbeeld Wageningen Universiteit, met die gesponsorde leerstoelen?

Mevrouw Lodders (VVD):
We hebben inmiddels al een aantal keren het debat gevoerd over bijensterfte. Mevrouw Ouwehand heeft altijd van de VVD-fractie gehoord dat wij juist pleiten voor wetenschappelijk onderzoek, maar het moet wel op een goede manier gebruikt worden. Ik verwijs naar het voorbeeld dat ik zojuist naar voren heb gebracht. Het lijkt ons niet heel erg verstandig om een organisatie die actievoert en juridische procedures heeft lopen tegen het Ctgb, onderzoek te laten doen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ja, ja. De VVD vindt dus dat in een democratische rechtsstaat als Nederland het gebruikmaken van je recht om aan de rechter te vragen of de wet wel wordt nageleefd -- dat is immers wat PAN doet -- al de schijn van afhankelijkheid met zich meebrengt. Maar onderzoek uitvoeren op die gifdossiers met middelen die komen uit het bedrijfsleven, dat belang heeft bij het op de markt houden van bestrijdingsmiddelen, is voor de VVD geen enkele aanleiding om kritische vragen te stellen over de afhankelijkheid. Dat begrijp ik zo toch goed?

Mevrouw Lodders (VVD):
Nee, ik denk dat mevrouw Ouwehand heel goed weet dat meerdere universiteiten onderzoek doen naar de bijensterfte en dat het de VVD is geweest die in het laatste overleg over bijensterfte aan de staatssecretaris heeft gevraagd of de waarde van de verschillende onderzoeksinstellingen, dus de verschillende universiteiten, voldoende was. Wij hebben daar een antwoord op gekregen van de staatssecretaris. Dit gebeurt op een onafhankelijke manier. Als VVD-fractie hebben wij helemaal niets tegen Wageningen Universiteit, maar gelukkig zijn er ook meerdere universiteiten betrokken bij het onderzoek.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter …

De voorzitter:
Nee, mevrouw Ouwehand, we hebben de gewoonte om in tweeën te interrumperen. Net hebt u het ook al in drieën gedaan. Als het over amendementen gaat, ben ik altijd wat ruimhartiger. Maar ik zal nu gewoon het woord geven aan mevrouw Lodders, zodat zij verder kan gaan met haar betoog.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Maar voorzitter, ik wil een afsluitende opmerking maken. Ik vind het …

De voorzitter:
Mevrouw Ouwehand, ik heb echt de gewoonte -- iedereen in dit huis houdt zich daar ook aan -- dat we in tweeën interrumperen. En dat hebt u nu gedaan. U hebt overigens nog een tweede termijn, waarin u nog van alles kunt zeggen over de dingen die eerder in dit debat aan de orde zijn geweest.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dat zal ik dan doen.

Beantwoording door de staatssecretaris van Milieu:

Staatssecretaris Mansveld: (...)

De biocideverordening is voor mij een heel nieuw onderwerp, want het is mijn eerste wetsbehandeling. Ik vind het leuk dat ik met de Kamer de discussie aanga over deze verordening. Alle bestrijdingsmiddelen vallen vanaf 1 september a.s. onder de Europese regelgeving. De meeste bestrijdingsmiddelen vallen in de groep biociden waarvoor vanaf 1 september de biocideverordening gaat gelden. Hierover praten wij vandaag.

De PvdD stelt dat het systeem het te makkelijk maakt stoffen op de markt te brengen. Ik ben het daarmee niet eens. De verordening maakt het juist niet makkelijk gevaarlijke stoffen op de markt te brengen. Er zijn uitsluitingcriteria. Stoffen die zwaar toxisch en milieubelastend zijn, DDT bijvoorbeeld, waarover de heer Smaling het uitgebreid heeft gehad, mogen niet meer gebruikt worden, tenzij daartoe een heel grote maatschappelijke noodzaak is. In dat geval kan worden gedacht aan het enige middel dat een dierplaag zou kunnen bestrijden.

De rest van de bestrijdingsmiddelen zijn gewasbeschermingsmiddelen. Deze verordening is al in werking en wij hebben er uitgebreid over gesproken. Over gewasbeschermingsmiddelen gaan wij waarschijnlijk op 1 juli met de Kamer in overleg in het kader van de Tweede nota duurzame gewasbescherming. Ik wil het daarom vandaag over de biociden hebben.


(...)

Er zijn vragen gesteld over BONIRAT, dat is toegelaten voor de bestrijding van muizen. De bestrijding van ratten en muizen gebeurt op verschillende manieren op verschillende plekken met verschillende soorten lokdozen en in verschillende hoeveelheden. De voorschriften staan op de verpakking, zodat de consument weet hoe muizen bestreden moeten worden. De voorschriften zijn gericht op de gebruiker en uiteraard niet op het dier dat wordt bestreden. Daarom is het volgens mij niet goed dat de toelating van deze stoffen wordt ingetrokken.

De Partij voor de Dieren en de SP hebben een Deens voorbeeld genoemd om te volgen voor de onveiligheid van biociden. Met de wetstekst volg ik de duiding in de verordening. Biociden zijn niet ongevaarlijk, maar de risico's zijn bij correct gebruik aanvaardbaar. Tegelijkertijd voel ik wel voor het geven van een duidelijk signaal aan de consument. Beschreven is hoe in Denemarken zaken achter de balie worden verkocht. Ik neig ernaar om dit hier toe te passen, maar ik zal het eerst moeten onderzoeken. Medicijnen worden achter de balie verkocht, evenals vuurwerk. Ik ga grondig bezien of deze middelen ook achter de balie kunnen worden verkocht.

Voor een dergelijk onderzoek heb ik natuurlijk gesprekken nodig met het bedrijfsleven. Ik zal moeten bezien hoe dingen toepasbaar zijn. Maar zoals ik al zei: medicijnen kunnen achter de balie worden verkocht en vuurwerk kan achter de balie worden verkocht. Wat dit soort stoffen betreft moeten wij daarover serieus overleggen, en dat ga ik doen. Als het goed is zal ik de Kamer begin 2014 berichten welke mogelijkheden ik samen met de branche zie.

Er zijn ook vragen gesteld over het Ctgb. Ik heb het rapport van PAN Europe ontvangen. Ik ben in overleg met het Ctgb en mijn collega van Economische Zaken over de inhoud van dit rapport. Ik heb het Ctgb gevraagd, een reactie te geven. Uiteraard wordt het rapport zo spoedig mogelijk naar de Kamer gestuurd, met de visie van het Ctgb en een brief van mij en mijn collega van Economische Zaken. Ik wil dit op een zorgvuldige wijze doen, maar ik vind ook dat ik de Kamer op korte termijn moet berichten. Ik zal er daarom voor zorgen dat de Kamer binnen twee weken een reactie heeft. Ik merk daarbij wel op dat ik er vertrouwen in heb dat het Ctgb de beoordeling op een wetenschappelijk verantwoorde wijze uitvoert. Zoals ik net al aangaf, heb ik recentelijk gesproken met de voorzitter van het Ctgb. Met name is in dat gesprek de transparantie van de werkwijze van het Ctgb aan de orde geweest. Ik heb gezien dat er al een aantal stappen wordt gezet. Er is nu ook een visitatie gaande. De Kamer zal door mijn collega van Economische Zaken worden geïnformeerd over de resultaten van deze internationale visitatiecommissie. Ik kom er dus binnen twee weken op terug in een brief over het rapport. De uitkomsten van de visitatie zullen later worden ontvangen.

(...)

Mevrouw Ouwehand heeft twee amendementen ingediend, waarover ik het volgende wil zeggen. De verordening bepaalt dat een aanvrage voor de toelating van een gewasbeschermingsmiddel wordt onderzocht met gebruikmaking van Europese beoordelingsmethoden en een Europees geharmoniseerd toetsingskader ten tijde van de aanvraag. Daarbij wordt vanzelfsprekend ook beoordeeld op de risico's voor blootstelling van mens, dier en milieu. De verordening biedt geen ruimte om af te wijken van die beoordelingsmethode. Daardoor is het niet mogelijk om nationale beoordelingsmethoden aan te wijzen die afwijken of in de plaats komen van Europese beoordelingsmethoden. In die zin is het amendement strijdig met de gewasbeschermingsverordening en rest mij niets anders dan beide amendementen te ontraden.

Tweede Termijn

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. Ik dank de staatssecretaris voor haar beantwoording. Dank ook voor de erkenning die ik bij haar proefde dat het misschien wel een goed idee is om stoffen die gevaarlijk zijn achter de toonbank te verkopen en niet meer los in de winkel te zetten. Ik dank haar voor haar toezegging om naar die mogelijkheden te kijken. Ik heb hierover een motie gemaakt omdat ik het ook belangrijk vind om gelijktijdig wel te blijven onderstrepen dat wij toe moeten naar het compleet uitfaseren van die bestrijdingsmiddelen door particulieren en dat het niet zo kan zijn dat zo'n tussenstap, zoals de Partij voor de Dieren die ziet, dat zou doorkruisen. Ik ben benieuwd naar de reactie van de staatssecretaris daarop.

Motie Ouwehand: verkoop giftige bestrijdingsmiddelen achter slot en grendel

Motie Ouwehand: voorlichting over risico's van giftige bestrijdingsmiddelen

Motie Ouwehand: geen particulier gebruik van muizengif


Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Gisteren heb ik bij het VAO bijensterfte ook een motie ingediend voor het van de markt halen van neonicotinoïden voor particulieren, dus die motie komt ook nog in stemming. Zoals gezegd, moeten wij zo snel mogelijk af van het gebruik van bestrijdingsmiddelen. In elk geval de particuliere markt leent zich er goed voor om daarin stappen te zetten. Ik hoop dat de staatssecretaris dat ook zo ziet. Ik sluit af met een opmerking over de amendementen. De staatssecretaris heeft gezegd dat zij in strijd zijn met de verordening. Dat klopt niet. Die verordening laat wel degelijk ruimte voor nationale eigen beslissingsbevoegdheden. Dat zat ook in de implementatie van de verordening over de gewasbeschermingsmiddelen in de wet, want het is de Kamer geweest, onder leiding van de heer Koopmans, die dat er bij amendement had uitgehaald. Dus het kabinet was eerst van mening dat het gewoon kon zoals wij het aanvankelijk in de wet hadden geregeld. Dankzij een amendement in de Kamer is die mogelijkheid nu verloren gegaan. Het is wel heel jammer, zeg ik ook met een blik naar de PVV, dat deze volksvertegenwoordiging tegen zichzelf, en dus ook tegen kiezers en burgers, heeft gezegd: wij beperken ons in de ruimte om zelf beslissingen te nemen en geven de regering de mogelijkheid om Nederlandse beslissingen te nemen over hoe wij omgaan met landbouwgif. Ik wil dat dus graag hersteld zien. Volgens onze analyse is dat op geen enkele manier strijdig met de verordening. Het zou mooi zijn als de staatssecretaris dat kan bevestigen.

De heer Graus (PVV):
Zoals mevrouw Ouwehand weet, hebben wij ook heel veel gedaan ter voorkoming van de bijensterfte. De staatssecretaris van Economische Zaken en ook de EFSA, de Europese NVWA als ik het zo mag noemen, hebben al toegezegd dat de drie meest gevaarlijke neonicotinoïden ook worden verboden. Waarop baseert de geachte afgevaardigde van de PvdD zich als het gaat om die andere neonicotinoïden? Wij kunnen niet zomaar alles van de markt halen. Het moet natuurlijk wel onderbouwd zijn of zij daadwerkelijk schade toebrengen aan bestuivers.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dat is een verschil van inzicht in de wijze waarop je omgaat met je verantwoordelijkheid als parlement, als lidstaat en als volksvertegenwoordiger. Je kunt natuurlijk eerst wachten tot alle bewijzen er zijn en dan pas een besluit nemen. Je kunt ook, vanuit het voorzorgbeginsel, zeggen dat we ons grote zorgen maken over de signalen die we krijgen dat bijen massaal sterven door een bepaald gebruik van een middel of door een bepaald middel. Je kunt dan uit voorzorg zeggen: doe maar niet, want als we er over tien jaar achterkomen dat het de bijenstand heeft genekt, zijn we te laat. De PvdD-fractie zegt vanuit dat principe dat de Europese voedsel- en warenautoriteit er veel te lang over doet. Mijn fractie wil die middelen uit voorzorg van de markt halen omdat de resultaten van de wetenschappelijke onderzoeken zeer verontrustend en in aantal torenhoog zijn.

De heer Graus (PVV):
Bij die andere middelen werd ook een deel preventief van de markt gehaald, terwijl de schadelijkheid niet 100% onomstotelijk was bewezen. De staatssecretaris van Economische Zaken heeft toegezegd dat er ook naar andere middelen wordt gekeken en dat die mogelijk, en mogelijk zelfs preventief, ook van de markt worden gehaald.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ja, die worden mogelijk van de markt gehaald. De heer Graus is ook bij het algemeen overleg geweest en hij heeft het hopelijk allemaal een beetje gevolgd. De uitzonderingen die nu op die maatregelen worden gemaakt, zorgen ervoor dat 80% van de gifstoffen nog steeds ongemoeid wordt gelaten. Wat schieten de bijen daarmee nu precies op? De door mij ingediende amendementen, waarvan ik graag zou zien dat de PVV-fractie ze ook steunt, maken het mogelijk dat we hier zelf besluiten wat ons het beste lijkt om die bijensterfte tegen te gaan. Nederland is binnen Europa een van de landen met de hoogste bijensterfte en we hebben de grootste problemen met de gifstoffen in het water waarvan de bijen drinken die vervolgens het loodje leggen. De staatssecretaris heeft gezegd dat nationaal niet te kunnen aanpakken omdat dat nu eenmaal bij wet zo is geregeld. Deze amendementen maken het mogelijk hier zelf te besluiten wat ons nu het beste lijkt om die bijensterfte tegen te gaan. Ik hoop dat de heer Graus ze vanuit zijn grote hart voor de bijen, ik weet dat hij dat heeft, ondersteunt zodat we in elk geval de kans hebben om iets te doen en we ons niet hoeven neer te leggen bij wat Europa toevallig verstandig vindt.

Staatssecretaris Mansveld: (...)
Ik ga verder met de moties. De PvdD wil net een stapje verder gaan dan de toezegging die ik heb gedaan. Ik vind het belangrijk dat ik onderzoek wat achter de balie kan en wat niet. Mevrouw Lodders zegt dat hier helemaal niet aan moet worden begonnen en dat er steeds minder medicijnen achter de balie gaan. Ik ben dat met mevrouw Lodders eens, maar vind het wel belangrijk dat wat er achter de balie staat, gemotiveerd achter de balie staat. Ik wil heel graag met branches, het bedrijfsleven en andere partijen in gesprek treden om te bekijken wat in dit geval wel en niet achter de balie zou moeten staan en om te bekijken wat de voor- en de nadelen zijn. Ik kom er bij de Tweede Kamer op terug en dan kunnen wij daarover het gesprek voeren. In de motie staat de verkoop van bestrijdingsmiddelen en biociden genoemd. Wij hadden het net over biociden en de stelling dat deze alleen nog achter de toonbank mogen worden toegestaan. Ik zeg tegen mevrouw Ouwenhand dat dit een conclusie zou zijn. Ik ben niet toe aan een conclusie, maar aan een onderzoek en het informeren bij Denemarken. Ik ontraad deze motie.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik begrijp dit. De staatssecretaris had inderdaad al gezegd wat ze wel gaat doen. Het gaat mij om de vraag of de staatssecretaris de overwegingen uit de motie in die gesprekken zal meenemen. Ik vind het belangrijk dat wij hier met elkaar uitspreken dat wij blijven inzetten op het sowieso uitfaseren van het gebruik van bestrijdingsmiddelen door particulieren. Ik denk dat dit ook helder zal moeten zijn in die gesprekken. Stel dat de branche het prima vindt om dat te gaan doen, dan moet hij op geen enkele manier de indruk krijgen dat wij dat traject van het uitfaseren van de bestrijdingsmiddelen stopzetten.

Het signaal dat de Kamer en de staatssecretaris geven, moet helder zijn: mocht geïnvesteerd worden in kasten achter de toonbank, dan blijft overeind staan dat wij überhaupt van het gebruik van bestrijdingsmiddelen af willen. Daarom heb ik de desbetreffende motie ingediend. Ik wil haar met alle liefde aanhouden, maar ik hoor graag hoe de staatssecretaris hiertegenover staat.

Staatssecretaris Mansveld:
Ik heb eerder gezegd dat het al de bedoeling is dat gevaarlijke stoffen worden uitgefaseerd. Dat was mijn antwoord op een vraag van de heer Smaling. Bij dat antwoord blijf ik.

In de motie op stuk nr. 11 constateert mevrouw Ouwehand dat het gebruik van gifstoffen altijd risico’s met zich meebrengt voor mens. Er worden nu een wetsvoorstel gedaan en een verordening geïmplementeerd. Ik ontraad deze motie. Sorry, ik haal twee moties door elkaar.

Ik wil mij niet conformeren aan het dictum noch aan de conclusie. Ik heb gezegd wat ik heb gezegd. Ik ga ernaar kijken en ik kom er bij de Kamer op terug. Ik wil voor- en nadelen in beeld hebben. Als het de conclusie van mevrouw Ouwehand is dat kasten achter een toonbank tot gevolg heeft dat er meer gevaarlijke stoffen komen, dan herinner ik haar aan mijn antwoord op de vraag van de heer Smaling.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Er begint een spraakverwarring te ontstaan die volgens mij niet nodig is. Als ik bij dezen kan concluderen dat de staatssecretaris in die gesprekken blijft vasthouden aan de ambitie om het gebruik van deze middelen sowieso uit te faseren, dan denk ik dat het signaal aan degenen met wie zij die gesprekken voert, helder is. Daar ben ik blij mee. Onder die omstandigheid houd ik de motie aan.

De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Ouwehand stel ik voor, haar motie (33490, nr. 10) aan te houden.

Staatssecretaris Mansveld: Ik heb al eerder gereageerd op het amendement. Mevrouw Ouwehand heeft in tweede termijn nog een keer om een reactie gevraagd. De gewasbeschermingverordening biedt ruimte voor nationale afwijkingen, maar alleen per product en dan bij wederzijdse erkenning. Dat wil zeggen dat voor de toelating altijd Europese methodieken en beoordelingssystemen moeten worden gebruikt. Als er Europese methodieken zijn, mag je geen eigen nationale methodieken toepassen. Ik herhaal wat ik heb gezegd, namelijk dat ik beide amendementen ontraad.