Bijdrage Ouwehand AO jaar­wis­seling 2011-2012 en consu­men­ten­vuurwerk


19 december 2012

Eerste termijn

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. De voorzitter van het Nederlands Oogheelkundig Genootschap (NOG) was eens in het Midden-Oosten voor een conferentie over oogschade. Op die conferentie werd duidelijk dat ter plekke, in gevaarlijk oorlogsgebied, in drie jaar tijd zes slachtoffertjes met ernstige oogschade waren geweest. Het schaamrood steeg hem naar de kaken, zo meldde hij de Volkskrant, want in Nederland doen we het op 1 dag en dan zijn er geen 6 slachtoffertjes maar 25. De feiten spreken voor zich.

Vuurwerk is munitie, zeggen oud-officieren munitietechniek van de Koninklijke Luchtmacht. Het gaat om explosieve stoffen. Normaal gesproken heb je intensieve training en scholing nodig om daar verantwoord mee om te kunnen gaan. Die lijn verdedigt het kabinet gelukkig ook; ik heb in elk geval nog geen geluiden gehoord dat bij defensie de normen over omgang met munitie versoepeld zouden worden. Toch worden die normen zonder goede reden eenmaal per jaar losgelaten en mogen burgers zonder scholing en zonder begeleiding zelf rondlopen met munitie en die zelf afsteken op straat. De waarschuwingen komen niet vandaag voor het eerst op het bord van het kabinet terecht. De Nederlandse oogartsen pleiten al langer voor een verbod op consumentenvuurwerk, de plastisch chirurgen hebben zich daarbij aangesloten, de voorzitter van de Task Force Opsporing Vuurwerk Bommenmakers heeft gezegd dat een vuurwerkverbod onvermijdelijk is en vorige week heeft de Stichting Maatschappij, Veiligheid en Politie (SMVP) een zeer kritisch rapport uitgebracht waarin hetzelfde staat: het kan zo niet langer, het is wachten tot de incidenten zo groot worden dat we met verbijstering terugkijken dat we het ooit zo ver hebben laten komen. Het enige antwoord dat ik tot nu toe op deze geluiden heb gehoord, maar ik ben benieuwd of de minister die in dit debat kan herhalen, is: nou ja, er is geen draagvlak voor.

Mij is al eerder opgevallen dat dit kabinet nogal selectief omgaat met het draagvlakargument, maar in dit geval is het in elk geval geen geldig argument, even los van het idee dat het een gelegenheidsargument zou zijn. Immers, de overheid heeft de wettelijke taak, de gezondheid van haar burgers te beschermen en de publieke ruimte toegankelijk te houden voor mensen die er gebruik van willen maken zonder dat deze het risico lopen, ernstig gewond te raken. Ik wil dus weten hoe het kabinet denkt te kunnen voorkomen dat kinderen van 3 jaar oud die op straat op de arm van hun opa naar het vuurwerk kijken een babyvuurpijltje vol in het oog krijgen, een posttraumatisch stresssyndroom oplopen en voor de rest van hun leven ernstig beschadigd zijn. Het zijn kinderen van 3 jaar, 5 jaar of 8 jaar. De helft van de slachtoffers is omstander en stak zelf geen vuurwerk af op het moment van het ongeluk. Daarbij komt dat de voorstanders van het in stand houden van deze gevaarlijke vuurwerkcultuur de mythe overeind willen houden dat de ongelukken vooral gebeuren met illegaal vuurwerk of vuurwerk waar zelf mee is geprutst. Ik hoor de minister graag hier, in deze zaal, bevestigen dat de helft van de ongevallen wordt veroorzaakt door vuurwerk dat volkomen legaal te verkrijgen is, en dat je het probleem dus niet oplost door het illegale vuurwerk van het legale te scheiden en dat strak te handhaven, als dat je al zou lukken in een land waar je gewoon met vuurwerk mag rondlopen. Als dat al lukt, waar veel vragentekens bij te plaatsen zijn, blijft het risico van het legale vuurwerk gewoon staan.

Ik vraag het kabinet dus om zijn verantwoordelijkheid te nemen, om zijn wettelijke taak om de gezondheid van zijn burgers te beschermen, serieus te nemen, om het land voor te bereiden op een verbod op het afsteken van consumentenvuurwerk en een overschakeling naar professionele vuurwerkshows, en om in de aanloop naar dat verbod op consumentenvuurwerk gemeenten de gelegenheid te geven om eigen keuzes te maken en te zeggen: in deze gemeente geen consumentenvuurwerk, wij doen het met een professionele show.

Interrupties bij andere partijen:

[...]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De Partij voor de Dieren heeft een rondetafelgesprek georganiseerd met allerlei experts. Ik meen dat de VVD daar niet bij aanwezig was, dus misschien heeft de VVD-fractie de feiten niet zo goed op een rijtje. Ik hoor de woordvoerder van de VVD namelijk heel erg snel zeggen dat ook legaal vuurwerk voor problemen kan zorgen, maar vervolgens gaat hij door op de toer van het schetsen van het beeld van de boosdoener: de jongens die het niet goed met ons voor hebben, die drinken, die knutselen, die onhandig zijn. Wat doet de VVD eigenlijk voor de kinderen die slachtoffer worden van het volkomen legale vuurwerk dat op straat in hun ogen wordt geschoten? Immers, 60% van de gevallen betreft legaal vuurwerk en een groot deel van de slachtoffers is minderjarig. Ik hoor helemaal geen beschermingsvoorstellen voor hen langskomen. Dat als eerste. Ten tweede: hoeveel mag het handhaven van alle wensen die de VVD hier neerlegt om het gerommel en het illegale vuurwerk aan te pakken eigenlijk kosten van die VVD? Ten koste van welke andere publieke taken gaat dat?

De heer Dijkhoff (VVD): Dat laatste verbaast mij een beetje, want bij een vuurwerkverbod zullen de kosten voor handhaving nog veel hoger zijn. Maar op zich is het fijn dat de Partij voor de Dieren zich ook druk maakt om 's lands financiën. Natuurlijk gebeuren er ongelukken als er risicovolle dingen plaatsvinden. Daarom is het de verantwoordelijkheid van iedereen die vuurwerk gebruikt om te weten waar je mee bezig bent, om het alleen maar te kopen als het gecertificeerd en legaal is en om het vervolgens precies zo te gebruiken als het moet en geen loopje te nemen met de instructies of maling te hebben aan de veiligheidsvoorschriften. Dan kun je het risico binnen de perken houden. Het gebruik van vuurwerk zal nooit zonder risico zijn, maar het is een keuze en een verantwoordelijkheid van de mensen zelf. Ik denk dat mevrouw Ouwehand er begrip voor moet kunnen opbrengen dat we in dit land ruimte laten aan de gillende keukenmeid.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Oké, dus ik hoor de VVD zeggen dat het een keuze is van mensen op straat zelf om het oog van iemand anders eruit te schieten. Dat is namelijk de situatie die zich voordoet. Nogmaals, het gaat in meer dan de helft van de gevallen om legaal vuurwerk. De VVD heeft hier dus kennelijk en antwoord op. Dat vind ik raar voor een partij die altijd moord en brand schreeuwt over de veiligheid op straat. Kennelijk geldt die dus niet voor mensen die met oud en nieuw gewoon even een boodschapje willen doen of buiten willen spelen omdat ze 8 jaar oud zijn. Van de VVD mag je dan een groot risico lopen op lichamelijke schade waar je de rest van je leven last van hebt, waardoor je in de Wajong terechtkomt en allerlei functies niet meer kunt uitoefenen. De VVD laat je dus keihard in de kou staan met haar veiligheidsregime.

[...]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik heb een spreektijdverlenger voor de heer Marcouch, voorzitter. Ik was in het begin positief verrast om van de Partij van de Arbeid te horen dat zij voor een deel meevoelt met het pleidooi van de SGP om onze ogen niet te sluiten. Uiteindelijk kiest de PvdA echter voor de lijn van alleen repressie, en dat verbaast me omdat zij daarop bij de VVD altijd terecht kritiek heeft. Ik ken de PvdA toch als een partij die ook kijkt naar oorzaken. Zou het niet zo kunnen zijn dat we de problemen met illegaal vuurwerk niet opgelost kunnen krijgen in een cultuur waarin het normaal is om vuurwerk af te steken? Waarom is de PvdA tot nu toe niet bereid -- misschien wel in de verlengde spreektijd -- om daartussen een relatie te leggen en die ook eens kritisch te onderzoeken?

De heer Marcouch (PvdA): Mijn partij is absoluut niet alleen van repressie. Wij vinden repressie belangrijk, en het is een onderdeel van de preventie. Ik kwam er niet aan toe vanwege tijdsgebrek, maar ik vind dat de minister veel meer moet inzetten op bijvoorbeeld voorlichting of het verplichten van het dragen van een bril. Mensen moeten beseffen dat ze ook een eigen verantwoordelijkheid hebben, want de overheid kan die verantwoordelijkheid niet helemaal overnemen. Ik weet dat de APV het niet toestaat, maar ik kan me goed voorstellen dat je gemeentes mogelijkheden geeft om via de APV te regelen dat er vuurwerkvrije zones komen in bepaalde buurten en wijken waarin elke keer gedonder is en waarin bijvoorbeeld veel dieren of ouderen wonen die daar last van hebben. Ik voel er veel voor dat de minister dat gaat bekijken. Het zou dan heel lokaal bepaald worden. We kunnen op dat terrein nog heel veel winnen. Ik vind een verbod dus een stap te ver, maar in de preventieve sfeer kunnen we nog heel veel winnen met het aanpakken van llegaal vuurwerk en met het besef dat burgers maar ook verkopers een eigen verantwoordelijkheid hebben.

[...]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De Partij van de Arbeid gaat toch weer niet in op de relatie tussen twee zaken. Als het in een land normaal is om zelf vuurwerk af te steken, krijg je vanzelfsprekend problemen met mensen die zwaarder vuurwerk willen. Is de PvdA bereid om te erkennen dat die mogelijkheid bestaat? Als wij in Nederland een cultuur hebben waarin burgers zelf vuurwerk kunnen afsteken, zou dat weleens kunnen betekenen dat wij grotere problemen hebben met illegaal vuurwerk. Die problemen kun je niet aanpakken als je die relatie niet onder ogen durft te zien.

De heer Marcouch (PvdA): Ik ben begonnen met te zeggen, en de rest van de collega's ook, dat dit een traditie is. We hebben allemaal gezegd dat oud en nieuw een feest is, en dat het geweld eromheen niet normaal is. Het hoort dus niet bij de cultuur van oud en nieuw vieren. Ik ben het met mijn collega eens dat we een aantal zaken die we heel gewoon zijn gaan vinden, niet gewoon moeten vinden. Ik wil dus bijvoorbeeld van de minister weten wat de stand van zaken is rond de motie over het gebruik van alcohol op straat, dat gepaard gaat met geweld. Tegelijkertijd is het van belang dat je, als je een cultuur wilt veranderen, iets doet aan morele vorming. Dat is een ander soort investering dan alleen een wettelijk verbod, want daarmee ben je er nog niet. We zullen de mentaliteit van mensen moeten veranderen en dat is een andere investering dan alleen het verbieden van vuurwerk, waar het overgrote deel van de Nederlanders op een positieve, goede manier mee omgaat. Een klein deel verpest het voor de grote groep.

Beantwoording minister

[...]

Minister Opstelten: Er zijn diverse vragen gesteld over de voorbereiding voor dit jaar. Tegen mevrouw Ouwehand zeg ik iets over het vuurwerkverbod, omdat zij mij daarop aansprak. Dat neemt de staatssecretaris mij niet kwalijk, en anders corrigeert zij mij wel. Ik ken haar nog niet zo lang, maar inmiddels al zo goed dat ik me daar geen zorgen over hoef te maken. Het kabinet ziet, net als de meeste fracties, geen reden voor een vuurwerkverbod. Er is in Nederland een lange traditie om met oud en nieuw vuurwerk af te steken. Veel mensen kijken daarnaar uit, terwijl veel minder mensen een verbod op vuurwerk willen. Zelfs Maurice de Hond heeft het gepeild. U ziet dat ik nog steeds volg, dus dat kwam ik ook tegen. Die peiling bevestigde dit standpunt. Ook uit het geactualiseerde onderzoek van de staatssecretaris valt geen noodzaak af te leiden om het beleid ten aanzien van het afsteken van vuurwerk aan te passen. De overheid heeft de afsteektijden voor vuurwerk zodanig vastgesteld dat er een redelijke balans is tussen het beperken van de overlast voor mensen en dieren en het bieden van de gelegenheid om van vuurwerk te genieten. Is er toch sprake van overlast, dan kan de politie daartegen optreden. Mevrouw Ouwehand heeft gevraagd of ik voorstander ben van het verplaatsen van aanvangstijdstip voor het afsteken van vuurwerk van 10.00 uur 's ochtends naar 22.00 uur 's avonds. De leden herinneren zich allemaal het rapport van de Adviescommissie overlast jaarwisseling uit 2008. Toen is dit allemaal wat steviger ingezet. Ik herinner me dat uit een vorig leven. Uit de laatste enquête naar ideeën die leven met betrekking tot de afsteektijden van vuurwerk blijkt dat er geen steun is voor het voornemen om de afsteektijden te beperken. Het kabinet zal daartoe dus niet overgaan. Mevrouw Ouwehand begrijpt dat dit überhaupt niet meer kan voor het aanstaande oudejaar. Ik ben wel bereid om een en ander in de evaluatie van de komende jaarwisseling nogmaals te bezien, maar we moeten beseffen dat er goede afspraken zijn gemaakt met de VNG. In alle APV's staan dezelfde tijden, namelijk van 10.00 uur 's ochtends tot 02.00 in de ochtend van Nieuwjaar. Laat dat overal vastgelegd zijn, want het is een hele toer om dat in alle APV's te krijgen.

[...]

Minister Opstelten: Mevrouw Kooiman en de heer Oskam hebben gesproken over vuurwerkshows en lokaal maatwerk. Dit soort evenementen kan behulpzaam zijn bij het beperken van de overlast gedurende de jaarwisseling, en zijn binnen de huidige regelgeving mogelijk. We kennen de grote voorbeelden van Rotterdam -- dat zeg ik met nadruk -- en Amsterdam. Het is natuurlijk heel verstandig om het te doen, en dat geldt niet alleen voor vuurwerkshows. Gemeenten kunnen ook andere shows en evenementen organiseren waardoor zij iedereen bezighouden. Wij geven daar voorlichting over. Wij doen dit via het CCV, en de VNG doet het ook. Er is echt een goede coöperatie in dat verband. Wat zijn de mogelijkheden voor gemeenten voor vuurwerk binnen de APV? Iedereen heeft daarnaar gevraagd. Gemeenten kunnen in hun APV regels opnemen omtrent de verkoop en het gebruik van vuurwerk, in aanvulling op het Vuurwerkbesluit, dat algemene regels bevat omtrent de verkoop en het afsteken van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling. Ik wil dit handhaven. Uniformiteit is belangrijk in verband met de handhaving; daar hebben we zojuist over gesproken. Gemeenten kunnen over het gebruik van vuurwerk in hun APV opnemen dat het college van burgemeester en wethouders plaatsen kan aanwijzen waar het afsteken van vuurwerk te allen tijde verboden is. Het college kan deze plaatsen aanwijzen in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of overlast op de aangewezen plaatsen. Waar denk je dan aan? De model-APV geeft als voorbeeld ziekenhuizen, bejaardenhuizen, huizen met rieten daken, winkelstraten en dierenasiels. Belangrijk hierbij is dat gemeenten niet alleen een bepaling hierover in hun APV opnemen, maar dat het college daarnaast ook een aanwijzingsbesluit neemt op grond van die bepaling. Daarnaast kunnen gemeenten in hun APV opnemen dat het verboden is om vuurwerk af te steken op een openbare plaats als dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken. Hierbij kun je denken aan een portiek, een plein vol met mensen en een passage. Deze plaatsen worden niet specifiek aangewezen. Alleen als het afsteken van vuurwerk et cetera gevaar oplevert, is het verboden en kan er opgetreden worden. Gemeenten kunnen dus in hun APV een uitzondering maken op het Vuurwerkbesluit, waarin dus is opgenomen dat vuurwerk mag worden afgestoken tussen 10.00 uur op oudejaarsdag en 02.00 uur op 1 januari. Daarnaast kunnen gemeenten ervoor kiezen om vuurwerkshows in hun gemeente te organiseren, zoals ik al zei. Er is dus lokaal differentiatie mogelijk op basis van de uitgangspunten die ik heb aangegeven.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik wil daar graag helderheid over. Is het mogelijk dat een gemeente voor haar hele grondgebied bepaalt dat er geen vuurwerk mag worden afgestoken?

Minister Opstelten: Nee, dat is duidelijk. Een hele gemeente is niet een plein, een portiek, een ziekenhuis of een bejaardenhuis. Het moet een specifieke aanwijzing zijn en dat kan niet de hele gemeente zijn.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Er kan dus wel een briefje in de zakken van de agenten komen waarop staat dat het niet mag in dit portiek en niet in deze straat, maar een gemeente kan niet zeggen dat het nergens mag behalve op dat ene plein. Dat kan dus niet onder de huidige condities?

Minister Opstelten: Nee. Ik heb aangegeven dat er een specifieke aanwijzing gedaan kan worden. Er staat een bevoegdheid van het college in de model-APV. Het college kan daardoor bepaalde plaatsen aanwijzen op basis van de criteria van overlast et cetera. Het college kan wel zeggen dat in bepaalde portieken en op bepaalde pleinen geen vuurwerk mag worden afgestoken als er gevaar voor overlast zal zijn. Dat blijkt dan op dat moment. Die plekken hoeft men niet aan te wijzen. Zo zit het juridisch in elkaar.

[...]

Beantwoording staatssecretaris I&M

Staatssecretaris Mansveld: Voorzitter. Mijn ministerie gaat over regelgeving en handhaving. Ik kan zeggen dat de afgelopen anderhalf uur voor mij een redelijke eyeopener was voor de effecten van wetgeving, maar ook van de illegaliteit en het niet-luisteren naar de wet. De regelgeving en handhaving in het kader van vuurwerk zijn op orde. De handhaving is heel belangrijk, zoals ook blijkt uit het deel dat Veiligheid en Justitie aangaat, want er raken jaarlijks veel personen gewond en er wordt veel schade aangericht. Mevrouw Ouwehand vroeg zich af of er een verbod moet komen. De minister heeft die vraag breed beantwoord. Sinds 2002 bestaat het Vuurwerkbesluit. Het is een streng besluit. Het was in reactie op de ramp in Enschede een logische weg om te gaan. Het is een aantal malen kritisch aangepast, maar de regels zijn streng gebleven. Naar mijn overtuiging zijn de regels op dit moment ook goed. De handhaving is sinds 2002 goed opgepakt. Er is een landelijk werkende vuurwerkbrigade. Gemeenten en provincies dragen hun steentje bij. Bedrijven doen hun best om de regels goed na te leven. Ik denk dat we met z'n allen een goede slag hebben gemaakt. Toch is er elk jaar voor de zestien uur dat er vuurwerk afgestoken mag worden, overlast door te vroeg afsteken, vandalisme, illegaal vuurwerk, schrikacties bij ouderen en stress bij dieren. Ik heb zelf drie katten en geloof mij: dat is een hele happening die uren. Er zijn ook steeds weer peilingen. We hebben een onderzoek laten doen door TNS NIPO, waaruit blijkt dat een deel een verbod op het afsteken van vuurwerk wil, maar ook dat een groot deel de traditie ziet en die wil behouden. In de loop van de jaren zijn die meningen niet veranderd. De oorzaak is naar mijn beleving veel meer maatschappelijk ongepast gedrag van een minderheid die het eigenlijk verpest voor de anderen. Ik denk dan ook dat je niet de regels moet aanpassen, maar dat je moet kijken hoe je handhaaft en hoe je mensen aanspreekt op hun verantwoordelijkheden. Aan de kant van de rijksoverheid investeren we veel tijd in het opsporen van illegaal vuurwerk, zowel in Nederland als in andere landen. Ik kom zo direct terug op het Europese component daarvan. We zien namelijk dat de Europese samenwerking steeds beter verloopt en haar vruchten begint af te werpen. Over de aanpak van ongepast gedrag heeft minister Opstelten al het nodige gezegd. Hij heeft daarnaast uitermate goed verwoord wat onze mening is over een verbod op het afsteken van consumentenvuurwerk. Er is gevraagd of gemeenten zelf vuurwerk kunnen verbieden. Ook daarop is al antwoord gegeven. Dat geldt alleen voor bepaalde gebieden. Daar heeft de Kamer al gesprekken over gehad.

Tweede termijn

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik voel mij een beetje aangemoedigd door de staatssecretaris, die zegt: druppel, steen en gewoon blijven volhouden. De Partij van de Dieren is namelijk niet onder de indruk van de antwoorden van het kabinet. Er is een heel palet aan maatregelen en we willen allemaal niet dat mensen gewond raken tijdens oud en nieuw, maar het lijkt wel een beetje uit balans. Het belangrijkste wat ik mis, is de erkenning dat er een relatie kan bestaan tussen de gewoonte dat we hier vuurwerk door burgers laten afsteken en de grote problemen met illegaal vuurwerk. Ik mis daarnaast de volmondige erkenning dat zeker de helft van de ongevallen zich voordoet met spul dat legaal verkrijgbaar is. Daarom ben ik ook niet onder de indruk als ik hoor dat Nederland strengere normen heeft dan Europa, want in de Europese richtlijnen gaat men er eigenlijk niet van uit dat er zo met vuurwerk wordt omgegaan als wij hier in Nederland doen: op drukke straten, veel mensen en zelf afsteken. Ik kondig vast aan dat ik met een motie kom in een VAO. Ik geef het kabinet een laatste kans om een toezegging te doen om in elk geval gemeenten de mogelijkheid te geven om de situatie om te draaien en te zeggen dat de gemeente behalve in bepaalde gebieden overal vuurwerkvrij is, in plaats van dat het vuurwerk overal wordt toegestaan en er uitzonderingen worden gemaakt. Dat lijkt mij omslachtig en onduidelijk voor burgers. Bovendien los je er het probleem niet mee op.

[...]

Staatssecretaris Mansveld: [...] Er is al geantwoord op de vraag wat een gemeente wel en niet kan doen. Mevrouw Ouwehand gaf aan hierover een motie in te dienen. Ik voeg eraan toe dat de gemeente ook vanuit de Milieuwet delen kan afschermen in het kader van geluidhinder, bijvoorbeeld rond ziekenhuizen en dierenasiels, om te zorgen dat zo'n gebied vuurwerkvrij is. Ik weet niet of wij adequaat geantwoord hebben binnen de kaders die zij van ons wilde hebben wat betreft het indienen van een motie.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Als ik de minister goed begrepen heb, heeft hij gezegd dit mee te nemen in de evaluatie met gemeenten. Ik denk dat we de mogelijkheid moeten creëren dat gemeenten zich geheel vuurwerkvrij verklaren als zij daaraan behoefte hebben, ook al is het er maar een, en maar één plek aanwijzen. Mijn vraag gaat over die mogelijkheid.

Staatssecretaris Mansveld: Volgens mij is het onmogelijk om een gemeente volledig vuurwerkvrij te krijgen. Vanuit het Rijk kunnen wij u niet helpen. De keuze welk gebied zij wel doen, ligt bij gemeenten. Er werd in dat kader al gesproken over de Milieuwet en de voetbalwet. Het besluit ligt bij de gemeenten.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Er ontstaat verwarring. Binnen de huidige wetten en mogelijkheden kan dat niet. Als we die mogelijkheid willen creëren, is het kabinet aan zet om die met wet- en regelgeving zo in te richten dat dit wel kan.

[...]

Staatssecretaris Mansveld: Voorzitter. Ik wilde dit even afstemmen, omdat er verschillende zaken naast elkaar lopen. Gemeenten hebben verschillende mogelijkheden om gebieden vuurwerkvrij te maken en mogelijkheden op het terrein van onrust. In het vuurwerkbesluit staat dit opgenomen. Via de Milieuwet heeft men daar een aantal mogelijkheden toe. Ook kan het via andere wegen die de minister net heeft genoemd. Wij willen evalueren met de gemeenten of zij voldoende mogelijkheden hebben om te kijken wat er afgesloten moet worden. Een mogelijkheid om een totale gemeente af te sluiten lijkt ons op dit moment onverstandig. De mogelijkheden zijn er. We willen de evaluatie en het gesprek met de VNG aangaan vanuit de verschillende bestaande mogelijkheden. Daarna komen we er bij de Kamer op terug.