Bijdrage Ouwehand AO Biobrand­stoffen


18 december 2012

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Biobrandstoffen zijn een goedkope manier om jezelf een groen imago aan te meten. Dat kan gelden voor een bedrijf, maar ook voor een kabinet dat zichzelf graag als groen wil positioneren. Het heeft er alle schijn van dat het een tamelijk rechtse hobby is. Zon, wind en water leveren iedere dag genoeg energie voor de hele wereldbevolking. Investeringen moeten erop gericht zijn om dit potentieel te benutten.

De heer Remco Dijkstra (VVD): Mevrouw Ouwehand noemt het een rechtse hobby als iets geen geld kost. Is iets wat wel geld kost, zoals windmolens, dan een linkse hobby?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Nee hoor. Ik heb gezegd dat het er alle schijn van heeft dat het een rechtse hobby is. Ik heb het nog niet gehad over geld en de kosten van windmolens. De heer Dijkstra weet vast ook wel dat de vormen van energie die zijn partij graag steunt, tamelijk hard aan het subsidie-infuus liggen, zoals mestvergisters, om maar even wat te noemen.

De heer Remco Dijkstra (VVD): Een aanvullende vraag: deelt mevrouw Ouwehand mijn mening dat de doelstelling van 16% die in het regeerakkoord staat, een mooi doel is en dat het de voorkeur heeft om dit op de meest effectieve en efficiƫnte manier te bereiken, liefst ook op een manier die de belastingbetaler zo min mogelijk kost? Deelt zij die mening?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Nee, want 16% is te weinig. Het moet 20% zijn. Bovendien moet die 20% ook echt duurzaam zijn. Het heeft geen zin om voortdurend te roepen dat dit duurzame energie zal zijn, terwijl wij de feiten op tafel hebben liggen. De heer Dijkstra kent ze vast ook. Niet alle biobrandstoffen zijn duurzaam. De bezwaren tegen biobrandstoffen zitten bijvoorbeeld in de effecten op het milieu en de oerbossen. Soms bewerkstelligt het gebruik van biobrandstoffen helemaal geen CO2-reductie, maar zorgt het voor een grotere uitstoot. Die bezwaren zijn al vaker geuit in deze Kamer en ze zijn nog niet zodanig door het kabinet weerlegd dat wij er vertrouwen in kunnen hebben dat het daadwerkelijk om duurzame energie gaat.
Hier hoort natuurlijk ook bij dat wij onze energievraag verminderen. Je kunt niet blijven zeggen dat wij minder schadelijke energie moeten gebruiken, terwijl je de vraag intussen laat stijgen. Je moet keuzes maken en zeggen dat de toch al schaarse landbouwgrond niet mag worden ingezet voor onze auto- en vliegreisjes. Het meestoken van biomassa in kolencentrales levert gewoon zwarte stroom op, het is niet anders. Het goede nieuws, waarvoor SP en PvdA complimenten verdienen, is dat vandaag is gerealiseerd dat er vanaf 2024 in Nederland geen nertsenlijkjes meer beschikbaar komen om bussen op te laten rijden in Gelderland. Dat kan dan alleen nog met resten van varkens, kippen, kalfjes en koeien. Dit wordt ook allemaal groene stroom genoemd, ten onrechte. Het valt onder duurzame biomassa. Ik zal het hier een andere keer met minister Kamp over hebben, want ik heb van de staatssecretaris begrepen dat zij hier niet over gaat.
De Partij voor de Dieren heeft eerder een motie ingediend om het bijmengplichtpercentage niet te verhogen. Ik hoop dat de staatssecretaris een en ander vandaag wil toezeggen, zodat eenzelfde motie niet nogmaals nodig is.
Ik zal nu ingaan op de impact van biobrandstoffen op het recht op voedsel. Olivier De Schutter, speciaal rapporteur voor het recht op voedsel van de Verenigde Naties, heeft een onderzoek ingesteld. Zijn conclusies zijn zeer zorgwekkend. Biobrandstoffen verhogen de vraag naar grondstoffen aanzienlijk en zijn daarom van grote invloed op voedselprijzen, zowel op de internationale markten als op de binnenlandse markten van de netto voedselimporterende landen. Dat werkt met name door voor lage inkomens in landen met weinig middelen om de bevolking af te schermen tegen prijsvolatiliteit. Een andere conclusie is dat er grote problemen bestaan met betrekking tot de lokale voedselzekerheid in landen die een steeds groter deel van hun landbouwgrond gebruiken voor de productie van energiegewassen. Naarmate meer land en water worden toegekend aan deze gewassen, neemt de concurrentie voor de toegang tot deze middelen toe, met nadelige gevolgen voor de productie van voedsel voor de lokale gemeenschap. Gewassen voor brandstof worden in de regel geproduceerd door grote agrarische producenten of door multinationals die grond bezitten of huren in ontwikkelingslanden. Zelden zijn kleinschalige boeren bij de productie betrokken. Zij zijn ook niet in staat om te profiteren van verhoging van de prijs als gevolg van de toegenomen vraag naar de grondstoffen. Dat komt door slechte toegang tot markten of simpelweg doordat de lokale prijzen niet meestijgen met de wereldprijs. De rapporteur heeft ook bekeken of de productie van biobrandstoffen van invloed is op landgrabbing. Hij zegt dat energiegewassen een aanzienlijke aanjager zijn in de algemene trend van grootschalige verwerving of huur van landbouwgrond. Waarschijnlijk is tussen een kwart en een derde van de totale landgrabbing het gevolg van de teelt van biobrandstoffen. De rapporteur heeft gekeken naar de verschillende aanpakken die er zijn om de duurzaamheid van biobrandstoffen te waarborgen. De meest verontrustende conclusie is dat de huidige duurzaamheidscriteria onvoldoende zijn -- of ze bestaan helemaal niet -- om de belangen van kleine boeren en lokale voedselzekerheid te waarborgen.
De staatssecretaris zegt dat zij zich wil inspannen voor duurzaamheidscriteria, in elk geval op Europees niveau. Wellicht volgen er ook nog nationale maatregelen. De staatssecretaris geeft daarmee te kennen dat zij de zorgen over de biobrandstoffen deelt en dat waardeer ik, maar ik lees in haar brieven te weinig terug over de impact van biobrandstoffen op het recht op voedsel. Ik stel dan ook voor dat zij, voordat zij aan de slag gaat met de duurzaamheidscriteria, een gesprek heeft met de speciaal rapporteur voor het recht op voedsel. Ik denk dat hij onmisbare input kan leveren voor eisen die gesteld moeten worden aan biobrandstoffen, zodat ons beleid hier niet ten koste gaat van de voedselzekerheid in het zuiden. Ik rond af met een aanvullende suggestie. Ik denk dat het een goed idee is als de staatssecretaris de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking ook uitnodigt voor dat gesprek, juist omdat wij zo'n groot deel van de biomassa die wij hier gebruiken, importeren uit ontwikkelingslanden en omdat wij weten dat de gevolgen voor die landen heel groot zijn. Ik hoor graag of zij daartoe bereid is

Beantwoording door de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu

(...)

Staatssecretaris Mansveld: Mevrouw Ouwehand heeft gevraagd wat de invloed van biobrandstoffen op de voedselprijzen is. De zorgen over mogelijke effecten van biobrandstoffenbeleid op voedselmarkten en -prijzen worden niet alleen door mij, maar door heel Europa heel serieus genomen. De beschikbaarheid en prijs van voedsel worden door verschillende factoren bepaald, zoals extreem weer, groeiende wereldbevolking en toenemende welvaart. Dit heeft veel componenten. De productie van biobrandstoffen levert hieraan een beperkte bijdrage. Binnenkort komt er een rapportage over de gevolgen van het Europese biobrandstoffenbeleid voor de sociale duurzaamheid. De beschikbaarheid en prijzen van voedsel zullen hierin een rol spelen.

Mevrouw Ouwehand heeft mij voorgesteld om te spreken met de speciaal rapporteur voor het recht op voedsel. Ik ben het met haar eens dat de sociale criteria onderbelicht zijn. Ik ben benieuwd naar de EU-rapportage over sociale duurzaamheid. Input van mensen zoals de VN-rapporteur, die naar ik begreep Olivier De Schutter heet, is wat mij betreft zeer waardevol. Ik zal deze suggestie ook voorleggen aan de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik wilde de staatssecretaris inderdaad gaan vragen of zij bereid is om in gesprek te treden met Olivier De Schutter. Ik ben erg blij dat zij deze suggestie overneemt.

Staatssecretaris Mansveld: Ik wil daar nog wel wat over zeggen. Als je tankt, denk je niet na over de hoeveelheid bijgemengde biobrandstof. U en ik doen dat misschien inmiddels, maar heel veel mensen niet. Eigenlijk moet je tot op mondiaal niveau in gesprek gaan om ervoor te zorgen dat het bewustzijn op die plek ontstaat.

Tweede termijn:

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Het is goed om te horen dat de staatssecretaris de gevolgen van biobrandstoffen voor het recht op voedsel en landgrabbing serieus neemt, dat zij hiernaar wil kijken en dat zij bereid is om in gesprek te gaan met de VN-rapporteur voor het recht op voedsel. Dat is hartstikke mooi. Ik hoor graag wat de voortgang is. Ik ga ervan uit dat het kabinet zijn tijd en de tijd van de heer De Schutter efficiƫnt indeelt, dus dat het een gesprek wordt van de staatssecretaris van I en M samen met de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Nogmaals, ik ben verheugd dat de staatssecretaris hiertoe bereid is. Alles overziend blijft de Partij voor de Dieren grote bezwaren zien in de verhoging van de bijmengverplichting van biobrandstoffen. Je zou eerst moeten weten of het mogelijk is op een manier die de draagkracht van de aarde niet te buiten gaat. Daarover is op dit moment zo weinig zekerheid dat er ook weinig vertrouwen mogelijk is in een duurzaamheidsetiket voor biobrandstoffen, maar ik kan ook tellen. Eerdere moties tegen een verhoging van de bijmengverplichting hebben het niet gehaald. Ik wacht even af wat de staatssecretaris met Olivier De Schutter gaat bespreken. Zij weet nu in elk geval dat de PvdD niet gerust is op de duurzaamheidscriteria die er nu liggen.

Beantwoording door de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu

Staatssecretaris Mansveld: Ik denk inderdaad dat het goed is dat mevrouw Ploumen ook aanwezig is bij het gesprek met de heer De Schutter, zeg ik mevrouw Ouwehand. Mevrouw Ploumen heeft ook een deel van de beantwoording verzorgd, namelijk het deel over de sociale aspecten en landgrabbing. Ik wil graag samen met haar optrekken, want dit is grensoverschrijdend. De lijn tussen ons is al kort. Dat was in Doha zo en ik ga ervan uit dat dit zo blijft.